Naar Straatsburg tegen racismewet

Het Hof van Cassatie verwierp woensdag het cassatieverzoek van Didier De Becker (49) en Xavier Sandron (32), twee ex-leden van de extreem-rechtse groepering Parti des Forces Nouvelles (PFN). Ze kregen op 23 juni 1994 van het assisenhof van Henegouwen elk 6 maanden onvoorwaardelijk en 40.000 fr. boete omdat ze behoorden tot een racistische vereniging. Dat is verboden door artikel 3 van de racismewet van 30 juli 1981. Die straf is nu definitief.

Het proces was heel uitzonderlijk omdat het van 1941 geleden was dat nog een penmisdrijf voor een assisenhof kwam. Toen veroordeelde het Brabantse hof de heer Maes voor de aanmaak van 27 onzedige publicaties. Maar voor het aspect “persmisdrijf” werden De Becker en Sandron vrijgesproken. Advocaat Dominique Lambert kondigde aan dat Sandron naar Straatsburg gaat. Hij meent dat artikel 10 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens is geschonden. Dat beschermt de vrijheid van meningsuiting.

Wie mensen straft louter en alleen omdat ze behoren tot een racistische vereniging, straft een opinie. Men zou volgens Lambert voor ieder van hen persoonlijk moeten bewijzen welke racistische daden ze wel stelden, maar dat vereist artikel 3 van de racismewet niet. Een uitspraak van het Straatsburgse Hof zou enorme gevolgen kunnen hebben oor alle Europese racisme-wetten.

De Becker en Sandron werden op 23 juni echter vrijgesproken van aansporing tot rassenhaat en verspreiding van racistische geschriften. 97 inwonen van Tubeke hadden zich tegen hen burgerlijke partij gesteld omwille van twee pamfletten. Een strooibrief uit september 1989 vergeleek de invasie van Hitler in Polen in 1939 met de immigratie van Marokkanen en Zaïrezen in Tubeke.

Een pamflet uit maart 1990 riep Belgen en Europeanen op tot waakzaamheid tegenover de migranten, die werden geassocieerd met drugs, straatgeweld en de economische crisis. De 97 Tubekenaren die zich burgerlijke partij hadden gesteld werden afgewezen omdat er een vrijspraak was voor die feiten. Het Hof tilde woensdag zo zwaar aan de openbaarheid dat het arrest zelfs helemaal werd voorgelezen. Normaal gebeurt dat nooit. Het arrest was echter niet ter inzage op de griffie: zo zwaar weegt de openbaarheid bij Cassatie dan ook weer niet.

Drie punten verworpen

Sandron en De Becker haalden drie punten aan. Eén: de jury moest – nog voor de debatten gesloten waren – al antwoorden op de vraag of Sandron en De Becker wel degelijk de twee pamfletten hadden geschreven. De jury mag volgens het wetboek van strafvordering slechts vragen krijgen na de sluiting van de debatten. Nee, zo zegt Cassatie. Voor penmisdrijven kan dat wel. Het is zelfs uitdrukkelijk verplicht door het decreet van 20 juli 1831.

Twee: er was geen onpartijdige rechter en dat moet van artikel 6 van het mensenrechtenverdrag van Straatsburg. In Bergen sprak de jury zich eerst uit over het feit of de betichten de gewraakte pamfletten maakten. Daarna sprak dezelfde jury zich uit over de vraag of de pamfletten racistisch zijn. Dezelfde jury kan dat niet onpartijdig doen. Wel, zo meent Cassatie. Als een jury zegt dat iemand de pamfletten heeft gemaakt, zegt ze nog niet dat ze racistisch zijn. In de praktijk werden de beide heren trouwens voor deze feiten vrijgesproken achteraf.

Drie: het arrest dat de maximumstraf van 6 maanden oplegt, bevat niet de letterlijke wettekst van artikel 3 van de racismewet. Op die grond zijn de betichten nochtans veroordeeld. Daardoor is het arrest onvoldoende gemotiveerd. Nee, zo meent Cassatie. Het arrest verwijst naar de antwoorden van de jury op de schuldvraag. Dat is voldoende. Cassatie verwierp dus alle argumenten van de veroordeelden.

Bron » Gazet van Antwerpen

Maximumstraf voor leden racistische club

Didier De Becker (49) en Xavier Sandron (32) kregen van het assisenhof van Henegouwen de maximumstraf van zes maanden cel en 40.000 fr. boete, louter en alleen omdat ze lid zijn van een racistische groepering. Dat is een overtreding van artikel 3 van de racismewet van 30 juli 1981. De twee ex-leden van de extreem-rechtse groepering Parti des Forces Nouvelles (PFN) werden vrijgesproken van het verspreiden van racistische pamfletten, het persmisdrijf waarvoor ze eigenlijk voor het assisenhof kwamen.

De heren stonden terecht voor twee “racistische” pamfletten. Juridisch gezien heette dat: aansporing tot rassenhaat en verspreiding van racistische geschriften, respectievelijk een overtreding van de artikelen 1 en 2 van de racismewet. In september 1989 vonden de inwoners van de sociale woonwijk “Bruyère” (Heide) in Tubeke in Waals-Brabant een pamflet in de bus waarin de invasie van Hitler in Polen in 1939 vergeleken met de immigratie van Marokkanen en Zaïrezen in Tubeke. Dat vlugschrift hebben de PFN-leden volgens de jury niet gemaakt. Dat was al sinds gisteren beslist.

Beroepsrechters stemmen

In maart 1990 kwam er dan nog een tweede strooibrief, waarop Belgen en Europeanen werden opgeroepen tot waakzaamheid tegenover de migranten, die werden geassocieerd met drugs, straatgeweld en de economische crisis. Dat pamflet maakte het duo wél, vond de jury gisteren.

En vandaag meende hij met zeven stemmen tegen vijf dat dit vlugschrift wel degelijk racistisch was. Als een jury echter met zeven ten vijf beslist, dan moeten de drie beroepsrechters meestemmen. En … die kozen partij voor de minderheid. Zoiets gebeurt bijna nooit. Daardoor was het bewuste pamflet plots niét racistisch. Vrijspraak dus voor de twee eerste betichtingen.

Nochtans waren beide heren precies voor deze twee zaken naar het assisenhof verwezen. Dit hoogste rechtsorgaan oordeelt normaal immers alleen maar over moorden en andere halsmisdaden. Maar het assisenhof is ook bevoegd voor persmidrijven. De grondwetgever wilde door deze bepaling de democratie beschermen tegen censuur. Er waren nauwelijks veroordelingen voor persmisdrijven. De laatste dateert uit 1941 toen ene Maes in Brabant een straf kreeg voor ontuchtige publicaties. Nu kwam er dus weer een persmisdrijf voor een assisenhof. Daarvoor is er dus een vrijspraak.

Bleef nog over: het lidmaatschap van een racistische groepering. Dat is verboden door artikel 3 van de racismewet van 30 juli 1981. Daarvoor gaf het hof de maximumstraf voor beide betichten, die lid waren van de Parti des Forces Nouvelles. Deze extreem-rechtse club ontstond in 1985 uit het Front de la Jeunesse, de in 1982 ontbonden privé-militie. De PFN sprak zich sterk uit tegen migranten en toen ze in 1991 werd ontbonden gingen hun leden over naar het Front National of naar Agir.

Bizar arrest

Het Henegouwse assisenhof sprak de zwaarste straf uit voor beide beschuldigden: zes maanden onvoorwaardelijk én 40.000 fr. boete. Dat is om drie redenen merkwaardig: in principe moet het assisenhof niet over dit misdrijf oordelen. Dat kan de (lagere) correctionele rechtbank al. Dit misdrijf kwam nu toch voor de volksjury omdat het samenhing met een persmisdrijf en bij samenhang is de hoogste rechter bevoegd. Nu is er dus vrijspraak voor het persmisdrijf, maar veroordeling voor de “lagere” betichting.

Twee: dit arrest is ook bizar omdat er maar weinig veroordelingen op basis van de racismewet zijn. Tussen 1981 en 1990 waren er slechts 14. Dit is de eerste die door een assisenhof werd geveld, een primeur dus.

Drie: beide heren krijgen dezelfde straf. Nochtans had Xavier Sandron een blanco strafregister. Zijn advocaten hadden voor een straf met uitstel gepleit. Het assisenhof ging daar niet op in en veroordeelde hem net als zijn kompaan die al drie veroordelingen tot 6 maanden en 1 jaar voor hold-up, diefstal, valsheid in geschrifte en heling op zijn kerfstok heeft.

Bron » Gazet van Antwerpen

Parket-generaal kookt innerlijk over

Didier De Becker (49) en Xavier Sandron (32), twee ex-leden van de extreemrechtse groepering Parti des Forces Nouvelles (PFN), zijn allebei auteur van één pamflet dat in de Tubeekse bussen werd gedropt. Dat besloot het Henegouwse assisenhof in een zogenaamd preliminair arrest. In september 1989 vonden de inwoners van de sociale woonwijk “Bruyère” (Heide} in Tubeke in Waals Brabant een pamflet in de bus waarin de invasie van Hitler in Polen in 1939 vergeleken met de ,immigratie van Marokkanen en Zaïrezen in Tubeke. Dat vlugschrift hebben de PFN-leden volgens de jury niét gemaakt.

In maart 1990 kwam er een tweede strooibrief waarop Belgen en Europeanen werden opgeroepen tot waakzaamheid tegenover de migranten, die werden geassocieerd met drugs, straatgeweld en de economische crisis. Dat pamflet maakte het duo wél. Over de vraag of het om een racistisch vlugschrift gaat en over de straf spreekt de jury zich vandaag uit.

De twee heren staan in Bergen terecht voor drie overtredingen van de racismewet van 30 juli 1981. Omdat ze volgens de aanklacht in de Waals-Brabantse gemeente Tubeke twee pamfletten tegen migranten uitdeelden, worden ze beschuldigd van aanzetten tot rassenhaat, verspreiding van racistische geschriften en lidmaatschap van een racistische vereniging.

Bang voor haat

De geschokte Tubeekse burgers kregen woensdag grotendeels gelijk van het parket. Aanklager Van Ausloos vroeg immers de veroordeling voor het tweede vlugschrift van maart 1990. “Dit heeft iets gebroken in Tubeke. Een jonge migrante was bang sinds de verspreiding van het vlugschrift. Bang waarvoor? Voor de haat van anderen. Als een pamflet die gevolgen heeft, dan komt dat omdat het aanspoorde tot haat”, zo meende de openbare aanklager.

“Het is ook duidelijk dat Sandron en De Becker lid zijn van een racistische groepering. Dat springt onmiddellijk in het oog. De PFN hing een overdreven hatelijk, beledigend en zelfs delirerend beeld op van vreemdelingen. De PFN verwierp op categorieke wijze iedere niet-Europese cultuur. Sandron zegt nu dat hij “verrast” was door de ideologie van de PFN, dat is wat te gemakkelijk. De Becker beweert dat hij slechts de lokalen van de PFN schoonmaakte en dat hij helemaal geen revisionist (ontkenner van de moord op 6 miljoen Joden in de tweede wereldoorlog) is, maar hij bleef toch verantwoordelijke uitgever toen er al heel wat revisionistische stukken verschenen”.

En Van Ausloos besloot: “Tijdens deze debatten kookte ik innerlijk over. Ondanks de strijd van onze voorouders tegen het nazisme is de democratie nu weer in gevaar door al die rechtse extremisten. De democratie is tolerant, maar ze veroorzaakt stilletjes haar eigen vernietiging. We moeten optreden: vechten tegen dit extremisme is geen onverdraagzaamheid, het is een daad van wettige zelfverdediging. Zoals Voltaire het zei: de mensen die de democratie aanvallen hebben zelf geen recht op democratie”.

Beschaamd

Eerder hadden de burgerlijke partijen nogmaals gewezen op de ontroerende getuigenissen van dinsdag. “De mensen van Tubeke waren beschaamd toen ze die pamfletten in hun bus vonden. Een dame die haar kind door een Marokkaan liet oppassen, zegde dat op uit angst. Een arbeider van Forges de Clabecq kwam zelfs getuigen dat de veiligheid in zijn bedrijf in gevaar kwam omdat de goede samenwerkingssfeer achter de machines verstoord was. In de mijnen zijn wij allen zwart, zo zei hij. Wel ik zeg: in ons diepste zijn wij allen mensen”, zo pleitte mr. Carlier.

Dinsdag was de sfeer in de nokvolle zaal zo emotioneel geworden dat een daverend applaus uitbrak nadat de voorzitter van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding had gezegd dat hij het “een schande vond dat men zo ruzie wil stoken tussen mensen die goed met elkaar overeenkomen”. Twee juryleden applaudisseerden mee en werden daarom uit de jury verwijderd. Een jurylid mag immers geen mening uiten.

Wanverhouding

In de namiddag vroeg de verdediging voor De Becker en Sandron de vrijspraak. Mr. Libert vond dat er een wanverhouding bestond tussen deze twee kleine pamfletjes en de machinerie van het assisenhof die was in gang gezet. Voor hem was het “gevaarlijk en pervers om zich op de rechter te beroepen om een ideologische tegenstander uit te schakelen”. Hij vroeg ook voor het tweede vlugschrift de vrijspraak, “omdat het helemaal niet racistisch is”. Voor Libert werd de onrust trouwens veroorzaakt door het Polenpamflet – en dat hebben de beklaagden niet gemaakt volgens de jury -, niet door het tweede.

Mr. Brimeyer probeerde dan in een urenlang pleidooi aan te tonen dat het programma van de PFN helemaal niet racistisch is, “wel integendeel”. Weliswaar gebruikten de leden de term “bougnoul”, maar volgens een Brussels vonnis uit 1983 heeft dat “niet noodzakelijk een negatieve bijklank. Het verwijst naar een bepaalde wijze om zich te kleden”. Dus: “Ook de PFN kon niet weten dat dit met vreemdelingen te maken had”. Omdat het PFN niét racistisch is, moeten Sandron en De Becker ook worden vrijgesproken voor lidmaatschap van een racistische vereniging, zo heette het.

Mr. Geneviève Boos vergeleek Sandron, ex-lid van de neonazi-groep Westland New Post, zelfs met “Jezus Christus, die ook voor zijn mening stierf. Wij zijn nu met 10 procent in Wallonië, u kan Sandron veroordelen, maar U kan ons niet allemaal doen zwijgen”. Vandaag vervolg.

Bron » Gazet van Antwerpen

Verdedigers snoeren RTBF-journalist de mond

Voor het hof van assisen van Henegouwen werd dinsdag het proces voortgezet van Xavier Sandron en Didier De Becker, twee militanten van de inmiddels opgeheven Parti des Forces Nouvelles, beschuldigd van persmisdrijven wegens het verspreiden van racistische pamfletten. Tijdens de voormiddagzitting kwamen hoofdzakelijk getuigen aan bod, opgeroepen door de verdediging. Hun indrukken over de beschuldigden klonken eenparig lovend.

Anderzijds lieten enkele onderzoeksgetuigen er geen twijfel over bestaan dat de twee actief militeerden in de uiterst rechtse beweging. De verdediging tekende ook met gedeeltelijk succes bezwaar aan tegen het getuigenis van RTBF-journalist Jean-Jacques Jespers. De getuigen van de verdediging zetten nogal wat vraagtekens bij de “fascistische” geaardheid van de twee beschuldigden. Zij bestempelden Sandron en De Becker als uitmuntende collega’s in de partij “zonder een zweem van racistische neigingen”.

Een kleurlinge, die De Becker langs haar man had leren kennen, verklaarde de man terzake niets te kunnen verwijten. Op de vraag van een advocaat of zij De Becker in het tegengestelde geval zou hebben terechtgewezen, kwam er geen antwoord.

Een locale politicus kwam vervolgens vertellen dat De Becker ooit een Marokkaanse migrant voor bijstand naar hem had verwezen. Waar de raadsman van beschuldigde aan toevoegde dat De Becker zich inzet voor een vereniging die zich inlaat met het lot van minderbedeelden, “migranten incluis”. Getuige en partijlid Ferdinand Colla leerde De Becker kennen als nationaal secretaris van de Parti des Forces Nouvelles. Hij bestempelde de beschuldigde als een van de drijvende administratieve krachten van de beweging.

Een raadsman van de burgerlijke partij verduidelijkte dat de “getuige ten ontlaste” zelf een veroordeling had opgelopen wegens fascistische uitlatingen. Waarop de betrokkene repliceerde nooit tot geweld te hebben aangezet en beroep te hebben aangetekend tegen een vonnis dat louter was ingegeven door het feit dat hij zich ooit kandidaat had gesteld op een lijst van de PFN.

Grenzen persvrijheid?

De voormiddagzitting werd afgerond met het getuigenis van RTBF-journalist Jespers, opgeroepen door de burgerlijke partij. De burgerlijke partij wilde uit zijn mond meer vernemen over de deontologische grenzen aan de persvrijheid. Daartegen rees bezwaar vanwege de verdediging. Na een korte beraadslaging besliste het hof de journalist enkel te ondervragen over zijn bekendheid met “Forces Nouvelles”.

Volgens Jespers hoeft het geen betoog dat de beweging haar inspiratie put uit het neo-fascisme en dat de gewraakte pamfletten volledig in de lijn liggen van de ideologie van “Forces Nouvelles”. Het verzoek van de burgerlijke partij om Jespers ook de grenzen van het journalistiek toelaatbare te laten schetsen, werd door de voorzitter afgewezen omdat het een getuige niet toekomt standpunten in te nemen over een juridisch probleem.

Tijdens de namiddagzitting werden de burgerlijke partijen gehoord. ln totaal 87 mensen uit Tubeke en omstreken dienden klacht in tegen Sandron en De Becker.

Toepassing van racismewet

Eén van de advocaten vroeg de toepassing van de racismewet omdat dergelijke daden de verstandhouding tussen Belgen en vreemdelingen in gevaar brengen. Volgens hem zetten de pamfletten aan tot raciale haat en zijn de beschuldigden wel degelijk de auteurs van beide pamfletten. Sandron en De Becker beweren immers het eerste pamflet niet te hebben geschreven, hoewel het deze laatste als verantwoordelijk uitgever vermeldt. Bovendien is het getikt op de schrijfmachine van Sandron, aldus de raadsman.

Namens de hele gemeente vroeg een tweede advocaat de jury een schuldig verdict uit te spreken. “Gelijkaardige woorden hebben tot vreselijke misdaden in het verleden geleid”. Daarvoor waren nog enkele getuigen van de burgerlijke partijen gehoord, onder wie voorzitter Hallet van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. Hij zei dat dergelijke pamfletten de pogingen om tot meer harmonie tussen Belgen en buitenlanders te komen in gevaar kunnen brengen.

OCMW-voorzitter Rosenoer ontkende dat zijn instelling meer allochtonen dan autochtonen steunt, in tegenstelling tot wat in de geschriften wordt beweerd.

Bron » Gazet van Antwerpen

Twee extremisten tegen 87 Tubekenaars

Voor het eerst sinds de zaak-Maes in 1941 komt er weer een persmisdrijf voor het assisenhof. In Bergen zal een volksjury van 5 mannen en 7 vrouwen oordelen over zo’n misdrijf. Didier De Becker (49) en Xavier Sandron (32), twee ex-leden van de extreem-rechtse groepering Parti des Forces Nouvelles (PFN), staan er terecht voor drie overtredingen van de racismewet van 30 juli 1981. Omdat ze in de Waals-Brabantse gemeente Tubeke twee pamfletten tegen migranten uitdeelden, worden ze beschuldigd van aanzetten tot rassenhaat, reclame voor discriminatie en lidmaatschap van een racistische vereniging.

In 1989 vonden de inwoners van de sociale woonwijk “Bruyère” (Heide) in Tubeke in Waals Brabant een pamflet in de bus waarin Belgen en Europeanen werden opgeroepen tot waakzaamheid tegenover de migranten. Onder een tekening waarop men zwarten, Marokkaanse straatvegers en gesluierde vrouwen voor het OCMW zag aanschuiven, werden de niet-Europese migranten geassocieerd met drugs, straatgeweld en de economische crisis. In een tweede pamflet uit maart 1990 werd de invasie van Hitler in Polen in 1939 vergeleken met de immigratie van Marokkanen en Zaïrezen in Tubeke.

In beide strooibrieven riep de PFN op tot verzet. Omdat zowel Zaïrezen als Marokkanen goed geïntegreerd zijn, waren nogal wat mensen geschokt. Zo’n honderd personen van alle politieke kleuren reageerden en ze vonden gehoor bij het (socialistische) gemeentebestuur van Tubeke. 87 Tubeekse burgers stelden zich burgerlijke partij, net als het gemeentebestuur van Tubeke, de Liga voor Mensenrechten en de MRAX (Mouvement contre Ie Racisme et la Xénophobie).

Na veel omzwervingen kwam het dossier bij het assisenhof van Henegouwen. Voorzitster Odette Tumelaire vond dat de beraadslaging van de jury in drie fasen zal verlopen:

  1. Is het duo wel degelijk auteur van de pamfletten?
  2. Is de racismewet door de pamfletten overtreden?
  3. De bepaling van de straf.

De burgerlijke partijen zagen al onmiddellijk een juridisch bezwaar omdat de heren nog altijd lid kunnen zijn geweest van een racistische organisatie, zelfs als ze geen auteur van deze twee pamfletten zijn. Die beschuldiging valt dan blijkbaar tussen de plooien en dat kan voor de burgerlijke partij niet.

Scoutsbeweging

Daarna kon de ondervraging van de twee beschuldigden beginnen. Xavier Sandron (32) is de zoon van een militair. In 1979 werd hij lid van de Front de la Jeunesse. Toen verschillende FDJ-leden op 27 januari 1982 werden veroordeeld omdat ze een privé-militie vormden, ging Sandron over naar Westland New Post (WNP), geleid door de beruchte Paul Latinus.

Zowel FDJ als WNP definieerde Sandron op de zitting als “een soort scoutsbeweging”, maar na wat aandringen van voorzitster Tumelaire gewaagde hij toch van “een neo-nazistische beweging”. Sandron zei eerst nog dat hij niet tegen de multiraciale samenleving was, maar daar kwam hij al snel op terug. “De multiraciale samenleving, dat is Mac Donald’s en Coca Cola”.

In 1985 startte de Parti des Forces Nouvelles (PFN) en Sandron werd er lid van. Toen de partij in 1991 stopte stapte de man over naar het Front National. Didier Debecker (49) is de zoon van een Petrofina-directeur uit Leopoldstad. De man werkte als boekhouder en verkoper van tweedehandsauto’s. In 1985 werd hij lid van de PFN. Volgens hemzelf had zijn vader hem mee naar een meeting gesleurd na lectuur van een pamflet van de partij. “Ik was geïnteresseerd in problemen van veiligheid”, zo heette het.

“Bent U met Uw veroordelingen o.m. voor een hold-up wel goed geplaatst om de onveiligheid in de schoenen van de migranten te schuiven”, zo vroeg de voorzitster. Debecker kreeg immers al eens 6 maanden voor diefstal, 1 jaar voor een hold-up, heling en dan nog eens 1 jaar voor valsheid in geschrifte, diefstal, het gebruik van een valse identiteitskaart. “Het was een jeugdzonde”, zo zei Debecker. De man bleef tot in maart 1990 secretaris-generaal van de PFN. Dan nam hij ontslag omdat hij zich niet kon verzoenen met de revisionistische ideeën die in de PFN de kop opstaken. Hij wil de volkerenmoord op 6 miljoen joden in Hitler’s gaskamers nl. niet ontkennen.

Zelfde feiten

De Becker werd op 22 juni 1993 samen met 16 anderen door de Luikse correctionele rechtbank veroordeeld voor soortgelijke feiten als deze waarvoor hij nu voor het assisenhof staat. Hij kreeg de maximumstraf van zes maanden omdat hij door vlugschriften had aangezet tot haat tegen migranten. De affaire moet nog in beroep voorkomen, maar het blijft toch eigenaardig dat dezelfde feiten in Luik naar de correctionele rechter leiden en in Bergen naar het assisenhof.

Debecker was verantwoordelijke uitgever van beide pamfletten, maar hij ontkent betrokkenheid bij het Polen-vlugschrift. “Ik werkte hoofdzakelijk als administratief secretaris, ik wist niet wat er verscheen in die publicaties”.

Ook Sandron had “niets” met het Polen-pamflet te maken. “Ik hoorde er pas van drie maanden nadat het in de Tubeekse bussen was gestopt en ik bij de politie moest komen. Het vlugschrift werd overduidelijk op mijn schrijfmachine getikt, maar ik weet niet door wie, vermoedelijk door militanten die in ons permanentielokaal binnen konden”.

In de namiddag kwam onderzoeksrechter Luc Maes vertellen dat Sandron hem had gezegd dat hij wél de auteur kende, maar zijn naam niet wilde noemen. Sandron voegde er nog aan toe dat dit pamflet zeker niet de goedkeuring van de PFN wegdroeg, maar dat hij persoonlijk “niet bepaald geschokt was door wat er in stond”. Vandaag krijgen 13 getuigen van de verdediging en 7 van de burgerlijke partij het woord.

Bron » Gazet van Antwerpen