Geplaatst in

Baron bijna in tranen

Zoals aangekondigd heeft baron de Bonvoisin vrijdag op zijn proces voor de Brusselse correctionele rechtbank zelf zijn onschuld bepleit. Donderdag had de baron aangekondigd ongeveer 3 uur het woord te willen nemen. Hij hield woord. Het werd een bij momenten zeer emotionele monoloog.

De Bonvoisin herhaalde de gekende standpunten: hoe hij op de zwarte lijst van de Staatsveiligheid was beland omdat hij het in ’81 had aangedurfd democratische controle te eisen over de werking van de inlichtingendienst, nog voor een parlementaire onderzoekscommissie een advies in die zin zou geven.

Bovendien bestreed de gewezen penningmeester van de CEPIC alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen. “Ik ben geen oplichter en heb nooit valse facturen uitgeschreven, ik heb nooit iemand bedreigd en ik ben niet de neo-nazi zoals sommigen beweren. Ik weiger vergeleken te worden met een Claus Barbie”, zo betoogde de kasteelheer van Maizeret.

Anderzijds gaf de Bonsoisin toe onderdak te hebben verleend aan het Front de la Jeunesse en de rechtse Jongerenbeweging het gebruik van het Belliard-auditorium te hebben toegestaan. Toen hij aan de weet kwam wat er achter de schermen van het Front werd bekokstoofd heeft hij naar zijn zeggen alle contacten verbroken.

Ter staving van zijn pleidooi formuleerde hij 58 argumenten “die de flagrante onwaarheden van parket en pers” moesten ontkrachten. Aan het slot van de uiteenzetting kwam het tot een klein incident tussen de baron en diens advocaat mr. José Saels, toen deze laatste vroeg het dossier te mogen inzien dat de Bonvoisin zinnens was bij de rechtbank in te dienen.

Op Saels’ bedenking dat het nutteloos was documenten in te dienen die al eerder aan de rechtbank waren voorgelegd, antwoordde de Bonvoisin koppig dat hij hoe dan ook zijn dossier wenste te overhandigen.

Moordaanslagen

In zijn slotwoord kon de Bonvoisin zijn emoties niet langer de baas. Bijna in tranen dat hij de rechtbank hiervan verklaarde hij “door niets of niemand te zijn gespaard” en moeilijk kon overtuigen, maar hij schreef dit in eerste plaats dat hij zelf tot tweemaal toe het doelwit was van een moordaanslag.

“Een eerste maal werd ik belaagd door de CCC (Strijdende Communistische Cellen), die mijn vel wilden omdat ze ervan overtuigd waren dat ik een kapitaalkrachtige zakenman ben die de neo-nazi’s financiert.” De tweede moordpoging werd volgens de baron beraamd door een groep door de rijkswacht geïnfiltreerde Algerijnse extremisten.

De Bonvoisin voegde er in een adem aan toe te beseffen dat hij de rechtbank hiervan moeilijk kon overtuigen, maar hij schreef dit in de eerste plaats toe aan het feit dat zelfs de hoogste rechtsinstanties al in ’87 hadden moeten concluderen dat het door hem geschetste kluwen van intriges en complotten, waarmee men het regime had pogen te destabiliseren, wellicht nooit zou kunnen worden ontrafeld. “Acht jaar na datum”, zo stelde de baron, “kan ik U verzekeren dat het zeer zeker te laat is.”

Daarop verklaarde voorzitter Fabry de zaak in beraad te nemen en op 7 juni een vonnis te zullen vellen.

Bron » Gazet van Antwerpen