David Van de Steen (26) enige overlevende die gezicht van ‘de reus’ van Bende van Nijvel zag
“Niet kijken, zei hij, en hij haalde de trekker over. Weken later ontwaakte ik in het ziekenhuis.” Als er ooit nog een verdachte wordt opgepakt als ‘de reus’ van de Bende van Nijvel, is er maar één persoon die hem misschien kan identificeren. David Van de Steen (nu 26) stond als kind van negen oog in oog met de reus. Zonder medelijden schoot de ongemaskerde gangster de jongen neer. Als bij wonder overleefde David de executie.
Met de buitenvervolgingstelling van Philippe De Staerke, die vandaag zo goed als zeker wordt bekendgemaakt door de kamer van inbeschuldigingstelling van Bergen, stopt het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Officieel wordt er nog verder gezocht, maar naar wie?Er is geen enkel spoor meer, geen naam, geen gezicht. Niets. Alleen de nagedachtenis aan de 28 slachtoffers die de bende maakte. Mannen, vrouwen, kinderen. Zonder reden doodgeschoten. Voor een buit die zeker niet in verhouding stond tot het menselijke leed dat is aangericht.
De advocaten van een aantal nabestaanden doen nog verwoede pogingen om de zaak in het nieuws te houden, maar die procedureslagen kunnen het onderzoek niet meer redden. Het bende-onderzoek is dood, dat beseft ook Albert Van den Abiel (80) uit Aalst. Vanuit het raam van zijn living was hij een bevoorrecht getuige van het drama. Wat hij toen niet wist was dat zijn eigen dochter, schoonzoon en kleinkinderen bij de slachtoffers waren.
Enkel de jongste, David, overleefde het bloedbad. Een medisch mirakel, zo zeiden de artsen achteraf. De jongen werd van dichtbij neergeknald. Het drama heeft hem letterlijk en figuurlijk voor het leven getekend.
David is nu 26 en heeft een vaste job. Hij woont nog altijd in Aalst en passeert bijna dagelijks aan de Delhaize. Hij heeft de pers altijd op afstand gehouden. Uit schrik. Want als enige heeft hij de reus van dichtbij gezien en horen praten. Hij heeft zijn gezicht zelfs gezien omdat de gangster in het tumult zijn mondmasker verloor. Zeventien jaar na de feiten is David nog altijd bang dat ze hem zullen komen zoeken.
“Het was zaterdag 9 november 1985, een lang weekeinde. En Sint-Maarten, hetzelfde als Sinterklaas maar bij ons vieren ze dat op 11 november al. Na de middag bracht ik mijn vrouw naar de kapper. Terug thuis deed ik de afwas van ’s middags. Dochter Thérèse (39), schoonzoon Gilbert (43) en hun kinderen Rebecca (14) en David (9) kwamen ’s avonds eten. Naar goede gewoonte zouden ze eerst naar de Delhaize hier tegenover gaan. Het was er razend druk. Ik heb nog gedacht, amai, het geld moet daar nogal binnenkomen vandaag”, zegt Van den Abiel.
De man heeft intussen moegestreden de handhoek in de ring gegooid. “Ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat de moordenaars van mijn kinderen worden nooit gevonden”, zegt hij.
Schoten
Albert Van den Abiel veerde die bewuste zaterdagavond rond halfacht plots recht uit zijn zetel. Buiten werd er geschoten. De kinderen waren er nog altijd niet. Vanop het terras keek hij op de parking van het Delhaize-warenhuis. Mannen met maskers schoten in het rond. Er brak paniek uit. Voor de deur lag iemand. Een kind zo te zien. Wat verder nog iemand.
De overvallers vertrokken kort daarop met gierende banden en bleven maar schieten. Op alles wat bewoog.
“Ik belde de hulpdiensten, nam mijn oude trommelrevolver die ik nog had van toen we in Congo woonden en ben naar beneden gelopen. Rijkswacht en politie waren zeer snel ter plaatse. Aan de deur van het warenhuis vroeg een rijkswachter me wie ik was en waar ik woonde. Hij had twee kinderen bij zich. Je zag zo de angst in hun ogen. Hun tante was net doodgeschoten door de gangsters. De rijkswachter vroeg me of ik me even over hen kon ontfermen. Ik heb die kinderen naar mijn vrouw gebracht en liep terug naar de Delhaize, om te zien of de kinderen niet bij de slachtoffers waren. Het volk stoomde toe, iedereen gaf een eigen versie van de feiten. Er waren doden. Maar hoeveel. Een, twee, volgens sommigen vijf, anderen spraken over tien”, zegt Van den Abiel.
Koel
“Ze hebben Gilbert doodgeschoten”, riep een van de omstaanders plots. Hij was een kennis van Albert. Nog voor hij naar zijn dochter en kleinkinderen kon informeren riep de man: “En Rebecca is voor hem gesprongen. Niet doen, het is mijn papa, hij heeft jullie niets misdaan, heeft ze geroepen. Ik heb het gehoord. Toen heeft hij geschoten. Ze is ook dood. Van dichtbij vermoord. Sorry Albert”, zo riep de man. “Hij bedoelde het allemaal niet zo, hij heeft zich achteraf veronschuldigd omdat hij het zo koel vertelde. Iedereen was in shock. Wat zou je anders willen. Toen ik even later ook nog vernam dat mijn dochter Thérèse dood was, dacht ik dit is een nare droom. Het kan niet.”
Net als haar man en dochter werd Alberts dochter met een riotgun vermoord. Daarna kregen ze nog een genadeschot met een 9 mm-pistool. Voor alle zekerheid.
Reus
Dat David vandaag nog leeft is een wonder. Zoals steeds als mama en papa gingen winkelen, mocht hij boekjes lezen in het warenhuis. Hij zat op zijn knieën strips te lezen aan de rekken van de kranten en tijdschriften. Toen hij de schoten hoorde, trachtte hij zich te verstoppen achter een rekje met damesbladen. Maar de reus had hem gezien en vooral: hij had de reus gezien. De gangster verloor bij de overval in Aalst zijn mondmasker. David heeft zijn gezicht gezien en dus moest hij sterven.
“Niet kijken”, zij de gangster die vlak voor hem stond. Daarna schoot hij kind in het hoofd. (sic) Artsen hebben hem er door gehaald. Maar die negende november 1985 liet hem nooit meer los. Studeren lukte niet meer. hij kreeg angstaanvallen en leed verschrikkelijk onder het verlies van zijn ouders en zus. Tot op vandaag wil hij niet worden geïnterviewd en zeker niet op de foto staan. Speurders hopen nog altijd dat wanneer de reus ooit nog zou worden gevat, David hem kan identificeren. Omdat hij hem van dichtbij heeft gezien. De blik in de ogen van de moordenaar van je ouders en je zus en bijna van jezelf, dat kan je toch nooit vergeten.
Toch is hij er nooit in geslaagd de speurders aan een goede robotfoto te helpen. Zelfs later onder hypnose niet. Het kind was zo verstijfd van angst en zo in de war van wat hij toen zag, dat hij zich andere gangsters die hij op televisie en in de kranten zag. kon herinneren en beschrijven. Zoals Patrick Haemers bijvoorbeeld. Maar niet de reus van de bende van Nijvel.
Wie die reus was, zullen we wellicht nooit weten. Wie het zeker niet was, weet David wel. Uit alle foto’s van kandidaat-bendeleden die hij te zien kreeg, kon hij niemand aanduiden als de man die hem probeerde te doden en die zijn ouders en zus zonder reden neerschoot.
Bron: Gazet van Antwerpen | Thierry Goeman