Geen harde bewijzen tegen Nihoul voor ‘bendevorming’

De op één na zwaarste beschuldiging tegen Michel Nihoul – na betrokkenheid bij de ontvoering van Laetitia – is dat hij aan bendevorming heeft gedaan, meer bepaald samen met Dutroux. Openbare aanklager Bourlet had daarvoor een handvol getuigen opgeroepen, maar die bleken gisterochtend slecht gekozen. Hun verklaringen waren hoogst twijfelachtig. Nihoul reageerde erop met misprijzen en met een houding van “wie maakt mij wat”… .

Nihoul heeft altijd beweerd dat hij Dutroux maar enkele keren gezien heeft en dan alleen maar voor de herstelling van een auto Audi 80. Openbaar aanklager Bourlet zocht en vond een aantal mensen die Nihoul kenden en moesten aantonen dat er wel méér contacten geweest zijn tussen Nihoul en Dutroux.

Een eerste getuige ten laste was Véronique Laurent. Deze dame zit in de cel als opdrachtgeefster van de moord op haar man Michel Piro, indertijd een restaurant-exploitant in Charleroi. Piro sympathiseerde met de ouders van Julie en Mélissa en wilde voor hen een benefietavond organiseren. Net daarvoor strooide hij rond dat hij onthullingen zou doen.

Zijn weduwe Véronique, gisteren: “Nihoul kwam vaak in mijn eigen etablissement, ‘La Terrasse’, in het gezelschap van een mooi zwarte vrouw, en vaak was Dutroux er dan ook. Mijn man was trouwens ook een goede vriend van de exploitant van ‘Le Carré Blanc’ in Charleroi. (nvdr: volgens een oude dame zouden Julie en Mélissa na hun verdwijning op de stoep voor die bar gezien zijn.)

Blankenberge

De volgende getuige à charge was garagist Nicolo Mazarra, een goede vriend van Marcel Marchal, de baas van hotel Brazil in Blankenberge. Daar werkte Nicolo vaak als schilder, behanger en tegelzetter. Hij wist dat de exploitant van de ‘Brazil’ permanent op zoek was naar meisjes om in de prostitutie te plaatsen. Nicolo wist ook dat Dutroux vaak tripjes maakte naar Oost-Europa en zag de link wel zitten.

Hij was ook stamgast in een café vlakbij de woning van Dutroux in Sars. Mazarra heeft ooit verklaard dat hij in die buurt Nihoul heeft gezien in het gezelschap van Lelièvre, in een zwarte Ford Fiesta. Foutje: op de datum die hij opgaf, zat Lelièvre in de gevangenis. Zelfs Bourlet moest toegeven dat de verklaringen van Mazarra onnauwkeurig waren.

Meester Paul Quirynen pikte in op de ‘affaire Brazil’, het obscure hotelletje op 50 meter van het Blankenbergse casino waar An en Eefje de Rostelli-show bijwoonden en hekelde het feit dat die piste door de onderzoeksrechter geblokkeerd werd, hoewel op Dutroux het telefoonnummer werd gevonden van de baas van de Brazil.

Dutroux: “Ik heb met Mazarra alleen maar te maken gehad om twee voertuigen door de keuring te krijgen.”

“Geen pitta voor mij”

Yves Butaye, indertijd een buurman van Nihoul in hetzelfde woonblok: “Ik heb Dutroux wel vijfmaal gezien, in de lift, in het gezelschap van Weinstein, onderweg naar Nihoul…”

Dutroux: “Dat is wel vaker gebeurd, dat ik met Weinstein naar Nihoul ging.”

Een gepikeerde meester Clément de Cléty: “Het is ook wel vaker gebeurd dat Dutroux dingen vertelt die niet stroken met zijn vroegere verklaringen!”

Helemaal hilarisch werd het toen een voormalige exploitant van een snackbar kwam vertellen dat hij op de 15 september ’96 als klanten Marc Dutroux, Michelle Martin en een Joegoslavisch meisje over de vloer kreeg, om pitta te eten. Ook Nihoul zou zich bij het gezelschap gevoegd hebben.

Nihoul: “Ik? In een pitta-restaurant? Daar ben ik nog nooit binnen geweest. Dat is mijn smaak en mijn stijl niet!”

Haemers

Het werd ook een kwade dag voor de advocaten van Laetitia. Zij riepen in de namiddag verscheidene getuigen op die moesten bewijzen dat Nihoul de spil was van een netwerk. Maar ze kwamen van een kale reis thuis. De getuigen hadden het over alles, tot de Roze Balletten, de bende-Haemers, de moord op Christine Van Hees en allerlei andere criminele feiten, maar niet over Dutroux en co.

Vreemd was wel dat heel wat getuigen waren opgeroepen door meester Beauthier, de advocaat van Laetitia. Zoals de directeur van de anti-fraudecel Jean-Pierre Doraene en Jean-François Godbille. Zij haalden soms bijna letterlijk de onderste steen naar boven. Om te concluderen dat een advocaat geruchten over Nihoul had verspreid als zou hij iets te maken hebben met mensen/kinderhandel.

“Iets wat we meer zien in financiële dossiers omdat we dan snel ingrijpen”, zei Godbille. “Ik heb gezocht. En hadden we geen bewijzen gevonden dat die advocaat vanalles had gemanipuleerd, dan had ik getwijfeld of Nihoul effectief niet betrokken was bij die dingen. Nu ben ik zeker dat hij er niets mee te maken heeft.”

Intimideren

Het was even slikken voor de advocaten die plotseling zagen dat ‘hun’ getuige niet in hetzelfde vaarwater zat als zij. Meester Fermon loste het diplomatisch op door te zeggen “dat hij moest tevreden zijn dat zo’n uitvoerig onderzoek nu leidt tot de waarheid. Maar dat er toch bewijzen waren van het polycriminele milieu waarin Nihoul zich in Brussel ophield.”

Twee agenten aan wie Nihoul had wijsgemaakt dat hij expert was en dat hij een commissaris kende, kwamen dan weer doodleuk vertellen “dat niemand graag met zijn auto werd weggesleept. Sommigen zijn zelfs agressief, anderen proberen te intimideren. Mijnheer Nihoul was een van het laatste soort.”

Bron » Het Belang van Limburg