Plots scheen de zon weer voor Nihoul: “We horen hier veel over van alles en vooral veel over om het even wat”

Een hele stoet van getuigen. Van de uitbater van een pitatent die Marc Dutroux en Michel Nihoul in zijn zaak ontving op een tijdstip waarop ze nog niet geacht werden elkaar te kennen, tot twee financiële topspeurders met een onnavolgbaar verhaal over banden met de georganiseerde misdaad. Het was een beetje té, en de advocaten van de Brusselse oplichter glunderden: ‘Wat een fijne dag.’ Dutroux leek dan weer even zonder zijn advocaat Xavier Magnée verder te moeten.

Het gebeurde gisterochtend tijdens de ondervraging van Nicolo Mazzara, een kennis van Dutroux en werknemer van het Blankenbergse Hotel Brazil, dat op het proces in verband werd gebracht met de ontvoering van An Marchal en Eefje Lambrecks. Xavier Magnée, de Brusselse toppleiter die kort voor het proces de leiding van de verdediging van Dutroux op zich nam, zat eerst nog wat te bellen met zijn cliënt in de box. Even later stond hij op en stapte hij parmantig de zaal uit, alleen “geen commentaar” zeggend.

’s Ochtends had Magnée op een Franstalige radiozender openlijk zijn beklag gedaan over het gedrag van Dutroux tijdens het bezoek aan Marcinelle. Hij trakteerde zijn advocaten ondergronds op een eindeloze uitleg vol technische details. Minder erg dan gevreesd, vond Ronny Baudewyn. Volkomen ongepast, vond collega Magnée. “Maar dat heeft er niets mee te maken”, aldus Baudewyn ’s middags tijdens de onderbreking.

“Het is hard, weet u. Ik heb ook al van die momenten gehad: ‘Ik ben het beu en ik wil naar huis.’ We hebben geregeld meningsverschillen met onze cliënt. Het gebeurt regelmatig dat we hem smeken om zijn mond te houden tijdens de zitting. Vandaag was er weer zoiets en het werd Xavier blijkbaar even te veel.” Wat precies, dat kon Baudewyn niet zeggen: “Beroepsgeheim.”

Het vervolg:

12.30 uur. Magnée wordt gesignaleerd in café La Poste: “Geen commentaar.”

13.00 uur. Magnée komt weer aangewandeld: “Ik ga nu met mijn cliënt praten.”

13.20 uur. Magnée komt weer buiten: “We hebben gepraat. Ik heb hem bepaalde dingen gezegd. Als hij daarmee akkoord is, blijf ik. Is hij dat niet, dan vertrek ik.” 14.20 uur. Herneming van de zitting. Magnée is weer present en neemt aan de debatten deel.

Veel schoten hof en jury niet op met de getuigenis van Mazzara. Hij bevestigde dat hij, als vriend van uitbater Marcel Marchal, vanaf het voorjaar van 1995 in Hotel Brazil werkte en dat hij Marc Du-troux kende sinds 1993. “Dat hotel was half hotel en half ‘voor de vrouwen’. Boven waren er twee kamers. Marchal was op zoek naar vrouwen tussen de 25 en de 30 jaar.” Geen enkel verband dus met kinderontvoeringen, volgens Mazzara, die de critici van onderzoeksrechter Langlois weer wat munitie bezorgde.

Volgens diens dossier waren de contacten tussen Marc Dutroux en Michel Nihoul vluchtig en beperkten zich tot enkele kleine administratieve zaakjes of – in de periode rond de ontvoering van Laetitia Delhez – de reparatie van Nihouls Audi 80. Mazzara kwam met een nieuw gegeven aanzetten: “Ik heb Michel Lelièvre daags voor de arrestaties (13 augustus 1996, DDC) gezien in Sars-la-Buissière, samen met Michel Nihoul. Ik was iets gaan drinken in het nabijgelegen café l’Embuscade.”

Nihouls ex-maitresse

Het was het startschot voor een hele reeks getuigenissen waarmee werd aangevoerd dat Dutroux en Nihoul elkaar al veel langer kennen dan die laatste volhoudt en ze samen vaak in het nachtleven in en rond Charleroi werden gesignaleerd. Opmerkelijk was de getuigenis van Maximilienne Nkuku Mabela, de maîtresse van Nihoul, begin 1996. Zij had al maanden niets meer van hem gehoord toen ze op 13 augustus telefoon kreeg. Hij wou dringend nog eens met haar afspreken.

Op 15 augustus, in de vooravond, kreeg de vrouw haar ex-minnaar opnieuw aan de lijn. “Hij zegde het rendez-vous af”, aldus Nkuku Mabela. “Hij zei me dat hij dringend naar Charleroi moest omdat daar een vriend van hem was gearresteerd en dat hij die moest gaan bevrijden.” Advocaat Paul Quirynen (familie Marchal) somde de tijdstippen nog eens op. Het telefoontje was kennelijk het laatste dat Nihoul kon plegen, alvorens te worden voorgeleid en gearresteerd in Neufchâteau. “Nihoul heeft hier een ongelofelijke fout gemaakt, want wie zou die ‘vriend’ in Charleroi geweest kunnen zijn?”

Wie lust pita?

Het was een warrig kluwen, soms. Een Griekse restaurantuitbater in wiens zaak Dutroux en Nihoul vaak zouden zijn gekomen, kwam met korte antwoorden aanzetten: “Ik herinner mij niets, mijnheer de voorzitter.” En kort daarna: “Ik ben gehecht aan mijn vrouw en mijn kinderen en ik wil ze graag zien opgroeien.” Koren op de molen van Georges-Henri Beauthier (Laetitia): “Dit is wat men omerta pleegt te noemen.”

Wat niet wegneemt dat de twijfel vaak blijft hangen. De uitbater van een pitatent in Philippeville kwam aanzetten met een verhaal over hoe hij Dutroux, Michelle Martin, Nihoul en nog enkele jongelui op 15 september 1995 (“geverifieerd aan de hand van mijn boekhouding”) om drie uur ’s ochtends in zijn zaak aantrof. “Dutroux deed heel vervelend, Nihoul kalmeerde hem.” Normaal doet Dutroux op het proces altijd voluit mee als een getuige hem met Nihoul in verband brengt. Maar niet altijd.

Dutroux: “Kan aan de getuige worden gevraagd wat wij hebben besteld?”

Uitbater: “Martin en Dutroux elk een pita, de anderen frieten en een brochette.”

Dutroux: “Ik wil de aandacht vestigen op mijn specifieke eetgewoonten. De dag dat iemand mij een pita ziet eten, zal men heel vroeg moeten opstaan.”

Martin: “Dutroux had een hekel aan buitenlands voedsel. Hij ging zelden of nooit op restaurant. Daar was hij te gierig voor.”

Nihoul: “Ik begeef me niet in dergelijke etablissementen, mijnheer de voorzitter. Dat is mijn stijl niet.”

Sarah Pollet, advocate Martin: “Kan de getuige zeggen of hem iets is opgevallen aan het uiterlijk van mevrouw Martin?”

Uitbater: “Euh, ze was blond…”

Pollet: “Niets gemerkt aan haar figuur?”

Uitbater: “Nee.”

Pollet: “Ik wil gewoon even opmerken dat mevrouw Martin op 15 september 1995 zeveneneenhalve maand zwanger was.”

Jan Fermon, advocaat Laetitia: “Het eten van een pita is geen misdrijf. Is het niet opmerkelijk hoeveel moeite de beklaagden doen om te zweren dat ze nog nooit in hun hele leven een pita hebben gegeten? Zo gaat het de hele tijd: nooit, nooit.”

Michel Piro

Voor de tweede keer verscheen speurder Jean-Pierre Adam in de getuigenbank. Hij gaf uitleg bij de moord op Michel Piro, op 5 december 1996. Gepleegd in opdracht van zijn vriendin Véronique Laurent, die dat ’s ochtends in de assisenzaal was komen beamen. De vrouw werd door het assisenhof in Bergen veroordeeld, maar volgens Adam kan niet worden uitgesloten dat zij slechts een schakel was in een niet geheel gereconstrueerd maffieus gebeuren.

Kort voor zijn dood belde Piro de familie van Julie Lejeune met het voorstel in zijn restaurant een benefietavond te organiseren. “Hij stelde onthullingen over Julie en Mélissa in het vooruitzicht van dat etentje”, aldus Adam. “Eenentwintig mensen getuigden daarover.” Maar voor het zover kwam, werd Piro neegekogeld. Door twee Franse gangsters, en in opdracht van Laurent, volgens de Belgische justitie. Een Frans assisenhof sprak de twee mannen echter vrij. Een van hen was ook opgeroepen als getuige, maar gaf geen teken van leven. Piro was zakelijk gelieerd met de uitbater van het bordeel Le Carré Blanc in Charleroi, dat in een aantal getuigenissen over Julie en Mélissa aan bod kwam. De meisjes zouden er zijn opgemerkt. Het etablissement duikt ook op in het bizarre relaas van politieman Christian Dubois.

Adam somde alle aanwijzingen nog eens op, die bleven wat ze waren doordat Langlois de hele onderzoekspiste als inopportuun beoordeelde en mee aan de basis lag van een reeks problemen tussen Adam, ex-rijkswachter, en zijn hiërarchie.

Adam gaf ook een uitgebreid overzicht van het opvallend hoge aantal telefoontjes dat Piro op de dag van de arrestatie van Dutroux en co. naar diverse politiediensten in Charleroi deed en beschreef het imperium van bars, clubs en dancings van Piro en de uitbater van Le Carré Blanc. Nihoul, zo staat vast, was een geregelde bezoeker van dat circuit, zoals ook Véronique Laurent bevestigde.

Zijn advocaat Frédérique Clément de Cléty kende gisteren een begenadigde dag. De jonge Brusselse pleiter groeit in het proces: “We horen hier veel over van alles en vooral veel over om het even wat. Eenentwintig mensen hebben Piro horen zeggen dat hij ‘onthullingen’ zou gaan doen.

Heeft hij gesproken over wát voor onthullingen. Met zijn vrouw? Met zijn kinderen? Met zijn vrienden? Met zijn medewerkers? Nee. Er is een juridische werkelijkheid. Michel Piro werd vermoord binnen het kader van huwelijksperikelen. Dutroux, Julie en Mélissa, Nihoul… dat heeft er allemaal niets maar dan ook niets mee te maken! Nemen we iemand die de mensen achter de Bende van Nijvel kent. Wat doet hij? Hij stapt niét naar de politie. Nee, hij organiseert een diner voor de slachtoffers. Ik heb gesproken.”

De woorden zinderen na. Na het hoofdstuk-Piro daalde een soort Nihoul-moeheid over de zaal neer. Aanwijzingen tegen Nihoul: er zijn er zoveel. Op verzoek van Beauthier en Fermon kwamen topspeurder Jean-Pierre Doraene en de Brusselse substituut Godbille een overzicht bieden van verbanden tussen Nihoul, via het met zijn ex-echtgenote Annie Bouty opgezette bedrijfje Cadreco, en de georganiseerde misdaad in binnen- en buitenland. De Portugese maffiafiguur Juan Borgès, de bende-Haemers, cocaïne- en seksfuiven in de Brusselse club Le Mirano, de roze balletten… “Het is de bazaar van de misdaad”, aldus Godbille, die even later het vuur na aan de schenen werd gelegd.

De Cléty: “Dank voor uw getuigenis. Hebt u één objectief en verifieerbaar element waaruit blijkt dat mijnheer Nihoul ooit betrokken was bij zedenfeiten met minderjarigen?”

Godbille: “Nee.”

De Cléty: “Dank u.”

Een assisenproces kan elke dag keren. De Cléty glunderde bij het verlaten van het justitiepaleis als nooit tevoren: “Wat een fijne dag. Ik hoop dat Beauthier en Fermon nog een stuk of vijftig van dit soort getuigen op ons afsturen.”

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck