Tijdens het proces tegen Habran en zijn bende zijn vandaag voor het Luikse hof van assisen de elementen opgesomd die ertoe geleid hebben om Joël Schraenen aan te duiden als opdrachtgever van de moord op Robert Bovenisty.
Schraenen zou Bovenisty als stroman hebben gebruikt om geld van overvallen wit te wassen via een immobiliënmaatschappij. Schraenen verwijt hem echter verraad en slecht beheer van die maatschappij terwijl hij in Luxemburg in de cel zat.
Immobiliënmaatschappij
Uit onderzoek van Roger Cleeren blijkt dat Schraenen en Bovenisty samen de immobiliënmaatschappij beheerden, maar dat Bovenisty officieel alleen aan het hoofd van die maatschappij stond. Bovenisty beheerde de immobiliënmaatschappij alleen op het ogenblik dat Schraenen in Luxemburg in de cel zat. Die laatste was echter niet tevreden over dat beheer.
Op 19 oktober 2002, de dag voor de moord op Bovenisty, ging Schraenen bij Bovenisty langs om documenten van de immobiliënonderneming op te halen. Schraenen kreeg die documenten niet en Pol Maréchal en Georges Hardy zouden in het geschil de kant van Schraenen hebben gekozen.
Schraenen verweet Bovenisty niet alleen slecht beheer tijdens zijn afwezigheid, maar ook zijn ontmoetingen met Marc de la Brassine en het feit dat hij zijn mond zou hebben voorbijgepraat over een overval in Capellen (Luxemburg) waarbij Schraenen betrokken zou zijn geweest. Volgens Schraenen zou Bovenisty van bescherming van de politie genoten hebben.
Alibi
Uit het onderzoek blijkt dat Schraenen Bovenisty op 20 oktober 2002 een afspraak oplegde. Bovenisty verliet rond 19.20 uur zijn woning. Schraenen heeft voor het moment dat de feiten plaats vonden een alibi. Hij werd samen met Pol Maréchal gezien in een restaurant.
De beschermde getuige Didier Singleron bevestigde dat Schraenen geld van overvallen wit waste via investeringen in immobiliën. Schraenen gebruikte Bovenisty als stroman. Na zijn terugkeer uit Luxemburg verweet hij Bovenisty slecht beheer van zijn maatschappij en na een financieel conflict met Schraenen, Maréchal en Dalem werd Bovenisty om het leven gebracht.
Ook de andere beschermde getuige, Hata Prekopuca, bevestigde dat Schraenen, Dalem en Lewus verantwoordelijk waren voor de moord op Bovenisty.
Vrijdag verhoort het hof beschermde getuige Rolando Cerri voor de vijfde keer in het kader van de moord.
Bron » De Morgen