Het Luikse hof van assisen heeft dinsdagnamiddag, tijdens het proces-Habran, het eerste moorddossier behandeld waarin de namen van Joël Schraenen, Stefan Lewus en Thierry Dalem worden genoemd als daders. Het gaat om de moord op Robert Bovenisty, die in de herfst van 2002 werd vermoord. Hij werd neergeschoten met vier of vijf kogels, kregen de juryleden te horen.
Robert Bovenisty werd voor zijn huis in Beyne-Heusay neergeschoten, op 20 oktober 2002 omstreeks 19.40 uur. Drie getuigen hoorden in totaal zes geweerschoten. Ze zagen ook hoe een gemaskerde persoon in een wagen stapte en op de vlucht sloeg. Onderzoek zou nadien uitwijzen dat het wapen een .357 Magnum was.
De feiten worden ten laste gelegd aan Schraenen, Dalem en Lewus. Volgens de federaal procureur financierde Schraenen de moord en waren Dalem en Lewus de uitvoerders. Lewus zou de trekker hebben overgehaald.
Onderzoeksrechter Danielle Reynders getuigde hoe Bovenisty naast zijn auto teruggevonden werd, uitgestrekt op de grond en met zijn gezicht naar beneden. Een getuige had gezien hoe Bovenisty zijn wagen parkeerde en pistoolschoten daarna voor felle lichtflitsen zorgden.
Een dame kon getuigen hoe de schutter Bovenisty reeds met de eerste schoten raakte en zich daarna over het slachtoffer boog om nog eens drie schoten af te vuren.
De autopsie op het lichaam van Bovenisty toonde aan dat hij met vier of vijf kogels was neergeschoten. Hij was geraakt in zijn linkerflank, zijn rug, zijn hoofd, zijn voorhoofd en zijn arm. Twee kogelwonden zouden van een en hetzelfde projectiel afkomstig kunnen zijn.
Voor zijn dood liep Bovenisty rond met het plan om in Beyne een gebouw te kopen en er een sportzaal in te richten. Via een tussenpersoon stond hij in het kader van zijn zakelijke activiteiten in contact met voormalig advocaat-generaal Marc de la Brassine.
Wanneer de la Brassine het geld van zijn huurders niet langs legale weg kreeg, zorgde Bovenisty samen met bokser Georges Hardy voor de invordering van de schuld. Bovenisty kreeg telkens de helft van de gerecupereerde som.
Het was in deze context dat Joël Schraenen, die met Bovenisty in een immobiliënmaatschappij betrokken was, Bovenisty ervan verdacht een verklikker te zijn. Zo ontstond het gerucht dat die laatste een politie-informant was. Tussen Schraenen en Bovenisty was bovendien een conflict gegroeid toen Schraenen zich wilde terugtrekken uit de immobiliënzaak.
Woensdag houdt het hof geen zitting. Donderdag worden de getuigen van de moord op Robert Bovenisty gehoord.
Bron » De Morgen