Na 9 jaar nieuw spoor in onopgelost dossier: speurders stuiten bij zoekactie in kanaal toevallig op auto van twee beruchte (en vermoorde) criminele broers

In het kanaal van Willebroek is de auto van twee beruchte gangsterbroers teruggevonden, die negen jaar geleden zélf vermoord teruggevonden werden. Dat schrijft Het Nieuwsblad en bevestigt het parket van Charleroi aan VRT NWS. Het is een nieuw spoor in een onopgelost moorddossier dat – zacht gezegd – tot de verbeelding spreekt.

Van half maart tot begin april dit jaar doorzocht de Cel Vermiste Personen het kanaal van Willebroek. Een routineklus, die de agenten om de zoveel tijd uitvoeren. Voertuigen die op de bodem van het kanaal liggen, worden bovengehaald, bijvoorbeeld om te kijken of er een lichaam van een vermiste persoon aangetroffen wordt.

Een van de auto’s die de Cel Vermiste Personen tijdens de zoekactie uit het water haalde
Ook nu werden verschillende voertuigen uit het water gehaald. Hoewel daarbij geen lichamen werden gevonden, trok 1 voertuig – een Audi A6 – de aandacht eens de modder er afgespoeld was.

De auto behoorde immers ooit toe aan Frédéric en Claude Hilger, twee beruchte criminele broers die jaren geleden zelf vermoord werden.

Het parket van Charleroi bevestigt via mail kort de vondst: “We bevestigen dat het voertuig van de broers Hilger in het kanaal van Willebroek, ter hoogte van het viaduct van Vilvoorde, aangetroffen werd. Er werden geen menselijke resten gevonden in het voertuig. Voor de rest geven we geen commentaar.” Het is een eerste spoor in jaren in een onopgelost moorddossier.

Daarvoor moeten we terug naar 8 maart 2016. Broers Claude en Frédéric Hilger, dan 50 en 52 jaar oud, verlaten hun woning in Wilrijk met hun Audi A6 om (vermoedelijk) naar een pizzeria in Zaventem te gaan. Het is meteen de laatste keer dat ze levend gezien worden.

Twee dagen later, op 10 maart 2016, wordt in het kanaal Charleroi-Brussel ter hoogte van Seneffe, een gestolen bestelwagen opgevist. In het busje: een identiteitskaart van een van de broers Hilger, doppen van chemische bidons en enkele menselijke resten die vermoedelijk in zuur waren opgelost.

De speurders leggen die puzzelstukken samen en vermoeden al snel dat het om de lichamen van de twee broers gaat. Bijna een maand later bevestigt een DNA-analyse dat. Op de botten worden de genetische profielen van de twee broers aangetroffen.

Bekend en berucht

De twee broers waren allesbehalve onbekenden voor het gerecht. In de jaren 90 pleegden ze verschillende overvallen op geldtransporten – iets waar ze ook tot respectievelijk 8 en 10 jaar cel voor veroordeeld werden.

Hun naam wordt ook gelinkt aan – minstens even beruchte – criminelen als Patrick Haemers of David van Cutsem. Ze zouden ook ooit genoemd zijn als verdachten van verschillende moorden waarbij de slachtoffers – jawel – in zuur opgelost werden.

Een afrekening in het criminele milieu ligt voor de hand – de broers waren immers gekend en berucht – maar tot een doorbraak komt het nooit. De federale politie stuurt enkele weken na de moord nog een opsporingsbericht met de vraag om tips over de twee broers of hun auto, maar ook dat spoor bloedt dood.

Van de dader(s) of opdrachtgever(s) is er tot nu toe geen spoor. Gaat het om een wraakactie? Om een ruzie in het criminele milieu? Of – en dat is wat een bron dicht bij het onderzoek ons zegt – gaat het om een openstaande schuld na een mislukte ontsnappingspoging van een Franse drugsbaron?

Die mislukte poging dateert van 2014. De Franse drugsbaron Mohamed Benabdelhak huurde een commando in om hem te bevrijden uit de gevangenis van Sint-Gillis. Hij zou daarvoor twee Italianen hebben aangesproken, die op hun beurt dan weer de broers Hilger zouden hebben ingeschakeld. Die laatsten zouden daar een serieuze som geld voor gekregen hebben.

Het commando van vier personen ramde een poort, schoot op een veiligheidsdeur en gijzelde zelfs even een verpleegster, maar uiteindelijk moesten ze vluchten.

Ontsnappingspoging mislukt. Speurders menen nu dat Benabdelhak zijn geld terugwilde. Zijn de broers daarom vermoord – al dan niet door de Italiaanse tussenpersonen, die het geld voor zichzelf wilden houden? Het is een theorie in het dossier, maar echte bewijzen zijn er niet.

Link met twee andere (opzienbarende) zaken?

Feit is: het dossier wordt gelinkt aan twee andere, opzienbarende zaken die in de weken en maanden na de moord op de twee broers plaatsvinden.

Een eerste is de moord op Johan Verhaeghe, een 66-jarige man uit Kampenhout. Hij wordt in mei 2016 doodgeschoten op de oprit van zijn eigen woning. Door wie is tot op vandaag een vraagteken – het onderzoek loopt nog. Een van de pistes is dat hij gedood werd door zijn vrouw, zij is verdachte in het dossier. Een andere piste is dat er een link is met de moord op de twee broers. Dat bevestigt een goede bron aan onze redactie.

Dat zit zo: Verhaeghe had een drogisterij in Schaarbeek en enige tijd voor hij vermoord werd, had hij volgens de politie “een zeer grote hoeveelheid zuiver zwavelzuur van 96 procent” aangekocht voor zijn drogisterij.

Wat er met dat zwavelzuur gebeurd is, is een raadsel. Speurders kunnen het niet meer terugvinden. Wie heeft dat zwavelzuur gekocht? En waarom? Het zijn twee vragen in dat dossier die onbeantwoord blijven. En aangezien de lichamen van de broers Hilger opgelost zijn in zwavelzuur is de link snel gelegd. Al is er tot nu toe geen bewijs voor.

Een tweede zaak is de aanslag op het NICC – het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistie, waar er onder meer sporenmateriaal van misdrijven bijgehouden wordt. In augustus 2016 dringen enkele daders binnen op het terrein. Ze slaan een raam stuk en gieten een ontvlambaar product naar binnen, dat ze vervolgens in brand steken. Zo richten ze heel wat schade aan.

Net omdat er in het NICC heel wat belangrijk bewijsmateriaal opgeslagen ligt, lijkt het allesbehalve een toevallig doelwit.

Meer nog: een dichte bron bij het onderzoek bevestigt ons dat er enkele dagen voor de aanslag een telefoontje gepleegd is naar het NICC. De (onbekende) beller deed zich voor als een politieagent en vroeg aan de medewerker of er naast het DNA van de broers toevallig ook andere DNA-sporen gevonden waren op een deken dat in de bestelwagen lag waarin de twee broers vermoord werden. “Ja”, was het antwoord.

Vlak nadien ging de vleugel waar dat DNA opgeslagen lag in vlammen op. En volgens onze informatie werd zo ook het DNA vernietigd – van de broers, maar mogelijk ook van de dader. Wie de beller was, daar is de politie nooit achtergekomen. De gsm werd enkel en alleen voor dat specifieke telefoontje naar het NICC gebruikt, en werd nadien nooit meer aangezet.

Ook wie er echt achter de brand zat, blijft voorlopig een raadsel: geen enkele dader is tot nu toe geïdentificeerd en het onderzoek is intussen afgesloten. Maar de speurders zijn er wel altijd vanuit gegaan dat er een link was met de moord op de broers-Hilger.

Al blijft dé vraag: wie zijn de daders? De clou is: we weten het niet – en de politie en het gerecht ook niet. Het is nu af te wachten of de gevonden Audi A6 daar verandering in kan brengen.

Bron » VRT Nieuws