Geplaatst in

“We hadden die zakken met wapens beter op de bodem van het kanaal laten liggen”: de wonderbaarlijke vangst in het Bende van Nijvel-onderzoek

De enige spectaculaire vondst in veertig jaar Bende-onderzoek dateert van eind 1986: het team van onderzoeksrechter Freddy Troch vist de wapens van de Bende van Nijvel op uit het kanaal Brussel-Charleroi. Maar jarenlang is de suggestie hardnekkig gebleven dat de speurders die daar een dag of twee eerder zelf in hadden gegooid.

Vanuit de lucht ziet de zwaaikom eruit als een driehoek. Het is een waterbekken in het kanaal Brussel-Charleroi, een goede kilometer voor het hellend vlak van Ronquières, waar schepen kunnen draaien. Twee vrijstaande huizen kijken neer op de zwaaikom, omringd door groen. In 1985, het moment waarop dit verhaal begint, staat er aan de overkant een frituur.

Na valavond is het meestal stil op deze afgelegen plek. Maar in de nacht van 10 op 11 november 1985 hoort een buurtbewoonster net voor ze wil gaan slapen het geluid van een dichtslaand autoportier. ‘Het geluid kwam uit de richting van het kanaal,’ vertelt ze aan rijkswachter Thierri Gondry van de BOB (Bijzondere Opsporingsbrigade) van Zinnik, nadat de dame in de ochtend van 12 november zijn diensten heeft gebeld.

Bewoonster: “Aan de zwaaikom zag ik twee stilstaande auto’s, een kleinere en een break. De lichten waren gedoofd en minstens drie mannen waren met iets bezig. Op zeker ogenblik zag ik een individu het trapje naar het water afdalen. Hij keek naar een voorbijdrijvend voorwerp. Het zou een donkere plastic zak kunnen zijn geweest, formaat vuilniszak. Het leek een lichte zak te zijn, want hij dreef. Hij werd stroomafwaarts geduwd door de wind.”

Het verdachte gezelschap blijft volgens de dame een kwartier rond de wagens hangen. Daarna rijden ze met gedoofde lichten weg in het donker. Zodra ze op de openbare weg komen, worden de lichten aangestoken.

De bewoonster belt anoniem. ‘Op vraag van mijn kinderen,’ zegt ze in haar verklaring aan Gondry. Het land verkeert na de overval van de Bende van Nijvel op 9 november in Aalst – acht doden – in een sinds de oorlog niet meer geziene angstpsychose. In dezelfde nacht van 10 op 11 november hebben de daders een uitgebrande Golf GTI achtergelaten in het bos van La Houssière, op een paar kilometer van de zwaaikom.

Gondry trekt op dinsdag 12 november naar de zwaaikom in de hoop de anonieme belster te vinden. Op de plek waar zij de wagens heeft opgemerkt, worden hij en zijn collega Jacques Lebacq aangeklampt door de uitbater van de frituur, Olivier Franc. Hij slaapt, na een paar inbraken, al enkele nachten ter plekke. Ook hij heeft die nacht de verdachte mannen met twee auto’s gezien, waaronder een Golf GTI. Ze prutsten aan de voor- en achterkant van de wagens alsof ze de nummerplaten veranderden.

‘We hebben het verhaal onmiddellijk serieus genomen,’ zal de gepensioneerde Gondry in 2018 aan de Bende-speurders verklaren. Hij vindt de anonieme beller die dag makkelijk terug: ze woont in één van de twee huizen die op de zwaaikom uitkijken.

Thierri Gondry: “De vrouw leek me betrouwbaar: ik heb zelf achter het raam gezeten vanwaaruit ze de mannen had gezien, je had er inderdaad een perfect zicht op de plek.”

Op de oever van de zwaaikom vinden de BOB’ers zeven klepjes van munitiedozen, in stukken geknipt, van het merk Légia – munitie waarmee in Aalst werd geschoten. Er liggen ook stukjes touw die waarschijnlijk dienden om valse nummerplaten aan de auto’s vast te maken. Op de bodem van de zwaaikom is vast meer te vinden, denken de BOB’ers.

Gondry: “We zijn naar procureur Jean Deprêtre van Nijvel gestapt, maar die was niet geïnteresseerd en zei dat hij geen geld zou geven om te duiken. Ik ben dan gaan aankloppen bij Lucien Van Damme, een garagist die soms autowrakken voor ons opdook. Hij was akkoord om gratis voor ons te werken. Hij heeft twee halve dagen gezocht, maar met de middelen die hij had: een ijzeren stang. Tevergeefs. Ik herinner me dat hij zei: ‘Ik heb niks gevonden maar dat wil niet zeggen dat er niks is.’ Er was veel slib.”

BOB’ers Gondry en Lebacq stellen op dinsdag 12 november proces-verbaal 563/85 op. ‘Een duiker die geregeld wordt ingezet door het Bestuur der Waterwegen, heeft verschillende plaatsen van de zwaaikom geïnspecteerd zonder iets te vinden. We merken op dat op die plaats de stromingen als gevolg van de scheepvaart zeer sterk zijn. Een zoeking in het water tussen de twee sluizen werd uitgevoerd met een bootje maar heeft niets opgeleverd. Er werd wel een houten kolf gevonden die op het water dreef.’

In het huis waar het cruciale telefoontje vandaan kwam, woonde in 1985 de familie D. ‘Ze hadden vijf kinderen,’ zeggen buren Michel en Françoise Brancart, die er veertig jaar later nog steeds wonen. ‘Het waren zeer vriendelijke mensen.’ Het gezin D. verhuisde in 2003, de moeder overleed in 2020.

Michel Brancart: “We hebben nooit geweten dat zij het waren die naar de politie hebben gebeld, maar we hebben in 1985 wel de duiker bezig gezien in de zwaaikom. We hebben hem goed gekend, hij werd meestal opgeroepen als er iets geblokkeerd zat aan het hellend vlak. Dat was een speciale figuur. Hij kwam al eens langs om iets te drinken.”

Op zoek naar de mol

Op 6 en 7 november 1986, een jaar later, wordt voor het eerst en het laatst een spectaculaire vondst gedaan in het Bende-onderzoek. Speurders van de Deltacel in Dendermonde onder leiding van onderzoeksrechter Freddy Troch vissen zakken met wapens, kogelvrije vesten en buit van de Bende uit de zwaaikom op. De Deltacel krijgt langs alle kanten lof.

In 2017 verklaart justitieminister Koen Geens in het parlement dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel – met name de wapenvondst in Ronquières – is gemanipuleerd. Een jaar later doet het federaal parket daar nog een schep bovenop in een door hen geregisseerde uitzending van ‘Faroek’. Daar wordt bij monde van een oude assistent-duiker gesuggereerd dat de speurders van weleer in de ochtend vóór de officiële duikwerken in 1986 stiekem een zak met machinegeweren uit het water hebben gehaald, waar verder nooit meer een spoor van is teruggevonden.

Zat er een mol in het team van de oude Deltaspeurders? Beschermden ze een tipgever? Hadden ze pv’s vervalst? De zakken met wapens zelf in het water gegooid?

Geen verdachtmaking was te gek in het onderzoek naar de vermeende manipulatie van Ronquières, dat sinds 2012 onder leiding van onderzoeksrechter Martine Michel door een handvol nieuwe rechercheurs in de cel Waals-Brabant werd gevoerd. De laatste veertien jaar van het Bende-onderzoek zijn – behalve aan de oprichting van een nepproductiehuis – grotendeels opgegaan aan het mordicus proberen te bewijzen dat het Deltateam de boel had belazerd. Met massale telefoontaps, intimiderende verhoren en arrestaties van oud-speurders. De mol, als die er ooit al is geweest, werd niet gevonden.

‘De nieuwe speurders van de cel Waals-Brabant hebben zich laten leiden door tunnelvisie, knulligheid en onkunde.’ Dat is het harde oordeel van vier voormalige leidinggevenden van het geviseerde Deltateam: Erik Sack, Danny Collewaert, Fons Van Rie en oud-onderzoeksrechter Freddy Troch. Ze bleken bereid tot een gesprek – maar enkel als ze met één stem mochten spreken, die van ‘de Deltaspeurders’. De jarenlange beschuldigingen van sabotage hebben diepe sporen nagelaten.

Deltaspeurders: “Eigenlijk hadden we die zakken beter laten liggen, hebben we soms gedacht. Voor het onderzoek maakte de vondst geen verschil, en het zou ons de jarenlange stress, de trauma’s en de beschuldigingen hebben bespaard. We zijn afgeschilderd als foefelaars, als handlangers van criminelen. Zelfs de onderzoeksrechter en de procureur-generaal deden daar in de media aan mee. Terwijl wij alles hebben gegeven – jaren van ons leven, huwelijken die eraan kapotgingen. Die beschuldigingen zijn keihard aangekomen.”

Volgens de nieuwe onderzoekers ligt de oplossing van het Bende-mysterie in Ronquières, omdat daar voor het eerst de link werd gelegd tussen de moordpartijen in 1982 en ’83 en de bloedige overvallen op Delhaizes in 1985.

Deltaspeurders: “Maar nee! Dat is het grootste misverstand over Ronquières. Ook het federaal parket blijft dat beweren, en je vraagt je soms af of ze het dossier wel hebben gelezen. Het verband tussen de eerste en de tweede golf Bende-feiten was al een jaar voor onze vondst duidelijk door ballistisch onderzoek, vlak na de overvallen in Aalst: de daders gebruikten dezelfde wapens, dezelfde munitie, dezelfde modus operandi.

“De vondst was spectaculair, ja, maar ze bevestigde enkel wat we al wisten. Na de eerste euforie drong dat al snel tot ons door. Ze bracht geen nieuwe elementen waarop we verder konden zoeken, of nieuwe verdachten. Het heeft het onderzoek niet in een bepaalde richting gestuurd. Dus als het federaal parket vandaag nog altijd beweert dat er werd gemanipuleerd, dan vragen wij ons af: met welk doel?”

Ze redeneerden: als we de informant vinden die de Deltaspeurders heeft getipt, dan vinden we de Bende.

Deltaspeurders: “Op zich is dat niet zo’n gekke gedachte. Wij wisten ook: als er een informant bestond, dan moest die medeplichtig zijn. Maar het is waanzin te denken dat wij die zouden hebben beschermd. Er wás gewoon geen tipgever. Dat we daar zijn gaan duiken, was het resultaat van gedegen politiewerk.”

“We deden op dat ogenblik volop onderzoek naar ‘de bende van Baasrode’ rond Philippe De Staerke, die zware overvallen pleegde. We vermoedden dat sommige leden te maken hadden met de Bende van Nijvel. We wisten ook dat die bende het kanaal gebruikte als dumpingplaats voor auto’s en wapens. Eerst wilden we het kanaal laten leeglopen, maar er was gevaar dat de wanden zouden instorten. In september 1986 zijn we dan het volledige kanaal beginnen te dreggen, startend in Anderlecht.”

“We hebben drie wagens, wapens, munitie en een brandkast bovengehaald, maar niets dat in de richting van De Staerke wees.”

Het was Deltaspeurder Philippe V. die de rest van het team overtuigde om in de zwaaikom te gaan duiken. Hij werd de hoofdverdachte van de cel Waals-Brabant.

Deltaspeurders: “Er was nochtans niets verdachts aan wat V. deed. Een collega van de BOB Halle had hem het pv doorgespeeld met de twee getuigenissen over de verdachte handelingen aan de zwaaikom in november 1985. Onze collega’s in Zinnik hadden ons dat pv vreemd genoeg nooit bezorgd, terwijl wij de overval in Aalst onderzochten.”

“We hebben er intern nog over gediscussieerd, of het wel netjes was om het werk van een andere politiedienst over te doen. Maar uit het pv bleek ook dat er destijds niet goed was gezocht.”

Jullie opvolgers in het Bende-onderzoek waren daar niet van overtuigd.

Deltaspeurders: “Kijk, je mag natuurlijk onderzoeken of iets is gemanipuleerd, maar als de resultaten dat tegenspreken, moet je ook de eerlijkheid hebben om dat toe te geven. We zijn uren en dagen op de rooster gelegd over dingen van bijna dertig jaar geleden. Die nieuwe speurders hoorden alleen maar wat ze zelf wilden horen. Ze hadden duidelijk maar een fragmentarische kennis van het dossier en zagen daarom overal spoken. Heel vermoeiend.”

“Van in het begin hebben we bijna elke verdachtmaking weerlegd, met pv’s en bewijsstukken, en toch zag je dezelfde argumenten telkens weer terugkeren. En de toon werd met de jaren steeds agressiever. Je wordt geïntimideerd en overdonderd. ‘Wij hebben het wetenschappelijk bewijs, meneer.’ Het heeft een paar keer weinig gescheeld of ze hadden ons aangehouden.”

Massaal afluisteren

In 2018 – zes jaar na de eerste beschuldigingen tegen het Deltateam – komt het Bende-dossier in handen van procureur Marianne Cappelle van het federaal parket. Zij steekt nog een tandje bij in de zoektocht naar de mol en zet de grote middelen in. Op 30 oktober 2018 wijden VTM (met het opsporingsprogramma Faroek) en RTL (met de Franstalige tegenhanger Indices) simultaan een uitzending aan de manipulatie in Ronquières.

Daarin stelt Eric Van der Sypt, woordvoerder van het federaal parket, dat ze er op basis van wetenschappelijk onderzoek nu zeker van zijn dat de opgeviste spullen geen jaar, maar hooguit zes of zeven dagen in het water hebben gelegen. ‘We hebben zelfs reden om te geloven dat de zakken niet langer dan 48 of 24 uur voor de vondst in het kanaal werden geworpen.’

Twee dagen na Faroek krijgt François A. iets na vijven in de namiddag zijn dochter en zijn schoonzoon op bezoek. De dan 70-jarige ex-politieman was de adjudant bij de BOB Halle die in 1986 pv 563/85 aan Philippe V. doorspeelde. Wat vader en dochter niet weten, is dat elk woord in de huiskamer wordt geregistreerd door microfoontjes.

Het gesprek gaat over koetjes, kalfjes en een film die dochter en schoonzoon zijn gaan bekijken. A. vraagt haar of ze ook ‘Faroek’ hebben gezien, wat niet zo blijkt te zijn.

Dochter: “We hebben het niet gezien, we hebben wel op het nieuws gezien dat ze een auto hebben gevonden die in 1983 was overspoten. Wie herinnert zich dat nog?”

François A: “Wie die auto heeft overspoten? (lacht) Komaan zeg! Wie dat heeft gedaan, zal het niet komen vertellen.”

Dochter: “Nee.”

François A: “Ze geloven nog in Sinterklaas.”

Ook het huis van Philippe V. is al enkele weken voorzien van afluisterapparatuur. Maandenlang wordt het dagelijks leven er door de cel Waals-Brabant via microfoontjes gevolgd. Dat gaat zo:

‘00:00 Tijdens nachtelijke opnames horen wij tv spelen en af en toe gesnurk of gehoest.

08:30 Wij horen beweging in huis maar er wordt niets gezegd.

09:00 Philippe en zijn vrouw hebben het over lampen in huis.

Grote geheimen over Ronquières worden ook in deze afgeluisterde huiskamer niet geopenbaard. ‘De hele uitzending van Faroek was een provocatie,’ zegt Pierre Chomé, de advocaat van A. ‘Men wilde de reactie van mijn cliënt zien.’

En niet alleen van hem. Op 11 oktober 2018, in de aanloop naar de tv-uitzendingen, laat onderzoeksrechter Michel een waslijst van oud-speurders, verdachten en getuigen onder telefoontap plaatsen. Meer dan dertig in totaal: een aantal dat je zou verwachten bij een recordcocaïnevangst of een terreurcel. De maatregel is volgens het bevelschrift ‘absoluut onmisbaar om de waarheid te achterhalen’. Men rekent erop dat toenmalige leden van de Deltacel naar elkaar zullen bellen en hun mond voorbijpraten.

Behalve het Deltateam worden ook oud-speurder Eddy Vos, de gepensioneerde politieman Thierri Gondry én frituuruitbater Olivier Franc geviseerd. Nog op de lijst staan twee oud-rijkswachtkolonels: Arsène Pint (85) en Gérard Lhost (78). Beiden stonden volgens de cel Waals-Brabant in 1985 in nauw contact met Philippe V. Bovendien wordt het mailverkeer van oud-onderzoeksrechter Freddy Troch en van de Deltaspeurders nagetrokken. De onderzoeksrechter wil ook de bankverrichtingen van speurders en getuigen in 1985 en 1986 natrekken, maar de bank laat weten dat het te lang geleden is.

Oud-HUMO-journaliste Hilde Geens, die het Bende-dossier al decennialang volgt, komt eveneens in beeld. Dat ze in 2018 een paar keer met Deltaspeurders belt, vinden de speurders ‘verbazingwekkend’. Want: ‘Haar boek over de Bende van Nijvel dateert van enkele jaren eerder.’ Het is genoeg om haar telefoonverkeer retroactief na te trekken. ‘Misschien heeft Geens nog contacten met andere protagonisten uit het politie- of criminele milieu,’ stellen de speurders.

Deltaspeurders: “Je kunt je vragen stellen bij de wettelijkheid van zo’n massale afluisteroperatie. De wet voorziet heel specifieke voorwaarden voor dat soort onderzoeksmethodes. En een inkijkoperatie? Dat zijn technieken die normaal zijn voorbehouden voor de sluwste criminelen.

“Philippe vertelde ons dat zijn familie in shock was toen ze beseften dat ze maandenlang in hun eigen huis waren afgeluisterd. Ze durfden geen deftig gesprek meer te voeren. Zelfs hartje winter gingen ze op het terras zitten. Uiteindelijk zijn ze om die reden verhuisd.”

In januari 2019 worden Philippe V. en François A. opgepakt. Ze blijven drie weken aangehouden op verdenking van mogelijke manipulatie van het onderzoek.

Deltaspeurders: “V. was een topspeurder. Een bijter die bleef zoeken en voor de delicaatste opdrachten werd gevraagd – óók door het federale parket. En zo iemand gooien ze dan in de gevangenis tussen criminelen die hem rauw lusten. Het was de bedoeling om hem te breken.”

Een week voor zijn vrijlating, in de vroege ochtend van 6 februari 2019, wordt François A. door twee politiemannen in burger uit zijn cel in Leuven gehaald. Ze nemen hem mee naar een zaaltje boven brasserie De Oude Kantien, waar ze zich voorstellen als ‘Jean’ en ‘Roger’. A. krijgt een voorstel als spijtoptant: informatie over de tipgever van Ronquières in ruil voor een milde behandeling door justitie. Na het informele gesprekje betalen Jean en Roger 123 euro voor het zaaltje en de koffies, en brengen de gedetineerde terug naar de gevangenis. A. heeft niet toegehapt.

Geen moeite is de speurders te veel om manipulatie in Ronquières te bewijzen. Ze doen zelfs een huiszoeking in de voormalige woonst van een magistraat die al 25 jaar dood is, op zoek naar een aanwijzing.

Geheugenverlies

Hoe is het zover kunnen komen? Terug naar 2010, vóór de heisa rond Ronquières. Na een reconstructie op VTM en RTL van de laatste Bende-overval, op de Delhaize in Aalst, komt het oude Deltaspoor rond de bende van Baasrode weer onder de aandacht van de cel Waals-Brabant. Er komen meer dan vijfhonderd tips binnen, en het onderzoeksteam onder leiding van de nieuwe onderzoeksrechter Martine Michel wordt verdubbeld van zes naar twaalf speurders om het hernieuwde spoor te onderzoeken.

‘Het waren spannende maanden,’ vertelt Hilde Geens, die destijds aan haar boek Beetgenomen werkte.

Hilde Geens: “Er waren geruchten dat de hele bende rond De Staerke vóór Kerstmis 2010 zou worden opgepakt – anders zou het uitlekken. De nieuwe speurders vroegen om ook met mij erover te praten. Maar het werd 2011 en er werd niemand gearresteerd. Twee dagen voor mijn afspraak met de cel Waals-Brabant kreeg ik telefoon dat het gesprek niet meer hoefde.”

“Ik was verbaasd, want het spoor van de Deltaspeurders naar De Staerke was waardevol. Ze hadden niet voldoende om het naar een proces te brengen, maar te veel om zomaar van tafel te vegen.”

Toch is dat precies wat de nieuwe cel Waals-Brabant doet. De oude Deltaspeurders hebben het onderzoek in de jaren 80 hopeloos verknoeid, klinkt het. Ze leden aan tunnelvisie en hebben getuigen onder druk gezet om een waardeloos spoor door te duwen. Niet de clan-De Staerke is verdacht, maar de speurders zelf. Want er klopt iets niet met die wonderbaarlijke visvangst in Ronquières. Waarom waren ze daar opnieuw gaan duiken, terwijl er in 1985 toch al was gezocht?

Er worden homerische discussies gevoerd over hoelang de intussen overleden garagist Lucien Van Damme in november 1985 heeft gezocht. In elk pv dat de nieuwe speurders opstellen, lijken de duikwerken nog grondiger en minutieuzer gebeurd te zijn. Enkele uren worden een halve dag, anderhalve dag, tot zelfs vier dagen – ongeveer acht keer langer dan wat de overburen van de zwaaikom zich herinneren.

Françoise Brancart: “Hij heeft een halve dag gedoken.”

Michel Brancart: “Als het al een halve dag was. (lacht) Het was helemaal anders dan een jaar later, toen die andere ploeg kwam duiken en ze al die zakken bovenhaalden. Die waren met veel meer en ze waren ook beter uitgerust.”

Deltaspeurders: “Als je het oorspronkelijke pv van BOB’er Gondry leest, kun je niet anders dan besluiten dat er maar een paar uur is gedoken. En het was gewoon onmogelijk om de zwaaikom grondig af te zoeken met één duiker, zonder bijkomende apparatuur. Van Damme is zich in 1986 zelfs bij onze mensen komen verontschuldigen omdat hij een jaar eerder niks had gevonden.”

Er is nog iets waar je niet naast kunt kijken: de eerste spullen die de duikers op 6 november hebben gevonden, waren 80 losse wapenonderdelen en 120 patronen die op een klein hoopje in het slib lagen. De zak die errond zat, was door het langdurige verblijf in het water vergaan.

Deltaspeurdersl “Die spullen zijn in 1985 ook niet gevonden. Grondig doorzocht?”

In 2011 ziet de nieuwe onderzoeksploeg twee smoking guns die op de manipulatie van Ronquières wijzen. Eerst is er het roemruchte pv 563/85, waarvan Philippe V. beweert dat hij het van François A. heeft gekregen, in een Brussels café: ‘Als jullie toch gaan duiken in het kanaal Brussel-Charleroi, is dit misschien interessant.’

Wanneer A. er in 2011 over wordt ondervraagd, herinnert hij zich niets: geen pv, geen ontmoeting met V. in een café. A. vertelt de speurders iets anders: ‘Ik heb het nagevraagd bij een collega van toen, Louis V., en die vertelde dat het zijn informant was – iemand uit de entourage van de familie De Staerke – die de Deltaspeurders naar Ronquières had gestuurd.’

Deltaspeurders: “Wij zaten die ochtend toevallig in de wachtzaal in Charleroi met François A. We waren allemaal op dezelfde dag opgeroepen om te worden verhoord over Ronquières. ‘Aan mij zullen ze niet veel hebben, ik weet niets meer,’ zei A.”

Twee jaar lang gaan de nieuwe speurders ervan uit dat Philippe V. liegt over het pv. Tot hij op 24 maart 2013 op zijn uitdrukkelijke vraag met François A. wordt geconfronteerd, en hem wijst op het handgeschreven zinnetje boven het pv: ‘Ter info’. Duidelijk het geschrift van A., die toegeeft dat hij dat was vergeten. ‘Jullie hebben me twee jaar tijd doen verliezen,’ zegt onderzoeksrechter Michel na die confrontatie.

Hoe zit het dan met die andere bewering van de man zonder geheugen? De tipgever over wie zijn collega Louis V. het had? Louis V. wordt ondervraagd en ontkent formeel: ‘Ik was destijds een jonge onderzoeker die graag wilde scoren en als ik dergelijke informatie had gekregen, zou ik dat vast en zeker op papier hebben gezet, zonder enige twijfel.’

Maar de tipgever van Ronquières is inmiddels uitgegroeid tot de Heilige Graal. Verschillende oud-gangsters uit het misdaadmilieu van de jaren 80 worden onder de loep genomen, zonder resultaat.

Deltaspeurders: “We zijn geschrokken hoe makkelijk het is om een onderzoek te manipuleren. Als je speurders hebt die met oogkleppen op lopen en een onderzoeksrechter die geen tijd heeft om het hele dossier te lezen, is het zo gebeurd. De Franstalige onderzoeksrechter Michel was voor het dossier Delta totaal afhankelijk van een paar rechercheurs die Nederlands spraken.

“Toen het onderzoek in 2018 bij het federaal parket terechtkwam, moesten de nieuwe rechercheurs vertrekken van de stelling dat Philippe V. op woensdagochtend 5 november 1985 (daags voor de duikwerken, red.) bij onderzoeksrechter Troch was langsgegaan en vervolgens naar de zwaaikom was gereden om er de wapens te dumpen.”

“Die speurders uit 2018 kregen het gevoel dat ze op het verkeerde been werden gezet en keken kritisch naar het tot dan gevoerde onderzoek. Ze ontdekten dat een belangrijk informatieverslag dat moest aantonen dat Philippe V. die bewuste namiddag in Wallonië was om de zakken te dumpen, gebaseerd was op een gefingeerde informant. Toen ze vragen begonnen te stellen, leidde dat tot hun ontslag.”

Vier mandjes

In juli 2012 vragen de nieuwe speurders aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) om te onderzoeken hoelang de opgeviste spullen in het water hebben gelegen. ‘Het is opmerkelijk dat dat nooit eerder is gebeurd,’ schrijven ze.

Deltaspeurders: “Dat klopt niet. Het lab van de gerechtelijke politie heeft in 1988 al geconcludeerd dat de spullen ‘langdurig’ in het water hadden gelegen. De wapens en het geldkoffertje waren erg verroest en van sommige cheques was de drukinkt verdwenen. Er bestonden toen nog geen wetenschappelijke methodes om het preciezer te achterhalen.”

Het lab van het NICC ligt aan het kanaal van Willebroek. Daar laten twee experten eind 2012 vier plastic mandjes te water, met daarin spullen die ‘gelijkaardig’ zijn aan de vondsten van Ronquières: cheques, kortingbons, munitiedozen, oude muntstukken.

Na één, twee, vier en acht weken worden de mandjes bovengehaald. Na een week blijken er uit het eerste mandje al cheques en bons verdwenen door de stroming. Twee maanden later schrijven de experts hun eindrapport. De originele bewijsstukken uit Ronquières zijn méér aangetast door het water dan hún testmateriaal na twee weken, maar mínder dan hun materiaal na twee maanden. Conclusie: de vondsten van Ronquières lagen waarschijnlijk één à twee maanden in het water.

Zelf relativeren de experts hun bevindingen meteen: ze weten niet in welke staat de originele spullen verkeerden vóór ze werden weggegooid, de test gebeurde in een ander kanaal met mogelijk een andere waterkwaliteit.

Op 27 februari 2013 pakt het Franstalig weekblad Moustique uit met groot Bende-nieuws: ‘Volgens het NICC hebben de spullen waarvan men dacht dat ze een jaar in het kanaal hadden gelegen, daar in werkelijkheid maar één tot twee maanden gelegen.’

Nog diezelfde dag stuurt Jan De Kinder, directeur-generaal bij het NICC, om 16.13 uur een mail naar onderzoeksrechter Michel: ‘Vanochtend vernam ik via de pers de resultaten van een deskundigenonderzoek dat is uitgevoerd door het NICC in de zaak van de Bende van Nijvel. De inhoud verontrustte mij, aangezien het niet gaat om de deskundigenrapporten die in de dienstencatalogus worden beschreven (…). Ik ben genoodzaakt interne maatregelen te nemen.’

Ondanks de door de NICC-topman geformuleerde bezwaren presenteert onderzoeksrechter Michel drie maanden later, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst met de Bende-slachtoffers, die resultaten als de sleutel tot de waarheid. ‘De manipulatie van Ronquières is de enige piste,’ zegt ze.

Michel bestelt een nieuwe, langdurige test van een jaar. Ze heeft uitgepakt met het nieuws over de manipulatie, nu de bewijzen nog vinden. Bovendien zit ze midden in een twist met twee Deltaspeurders, onder wie Danny Collewaert: ze hebben een klacht tegen Michel ingediend wegens machtsmisbruik voor de manier waarop ze manu militari werden opgepakt.

Het NICC aarzelt eerst – ‘we beschikken niet over de nodige competentie’ – maar verleent dan toch medewerking, samen met andere laboratoria. Op 21 oktober 2013 wordt onder toezicht van Michel een metalen kooi met testmateriaal in de zwaaikom van Ronquières neergelaten. Op 2 december halen ze de kooi weer boven, onder toeziend oog van NICC-directeur De Kinder. Foto’s leggen het ‘belangrijke moment’ vast.

De test wordt verschillende keren herhaald. Op 7 februari 2014 volgt opnieuw een tewaterlating, ditmaal gefilmd door de ploeg van filmmaker Manu Riche, die de speurders jarenlang op de voet volgt. De kostprijs loopt in de tienduizenden euro’s, de labs moeten herhaaldelijk aanmaningen sturen om hun facturen betaald te krijgen. Uit interne mails blijkt het ongeduld van Michel, die vraagt of de cheques werkelijk zes weken in het water moeten blijven.

Bebloede kraag

In de loop van 2014 volgen proeven met kogelwerende vesten, die volgens de onderzoekers doorslaggevend zijn. In een stukgesneden kraag die in één van de zakken zat, is bij nieuw labonderzoek aan de binnenkant een bloedvlek ontdekt, waaruit het lab een gemengd DNA-profiel heeft verkregen. De tests laten geen ruimte voor interpretatie: DNA overleeft niet langer dan twee dagen in het water. Voor de onderzoekers is dat het bewijs dat de kraag niet langer dan 48 uur in het water kan hebben gelegen.

Deltaspeurders: “Dat kan wel, maar wanneer is die bloedvlek erop gekomen? In 1996 zijn alle bewijsstukken onderzocht door DNA-professor Jean-Jacques Cassiman, en die heeft de bloedvlek niet opgemerkt. In die veertig jaar hebben de bewijsstukken flink wat gereisd, niemand weet waar ze allemaal hebben gelegen. De chaos waarin ze in de rijkswachtlokalen van Jumet werden bewaard, was legendarisch.”

Oud-speurder Eddy Vos herinnert zich dat de spullen op 3 september 2003 voor een legertje persfotografen werden uitgestald op tafels.

Eddy Vos: “Ze waren uit hun beschermende plastic verpakking gehaald, dat had de leiding van het onderzoek toegestaan. Men wilde uitpakken met het bewijsmateriaal. Ik vond het geen goed idee, want die fotografen hingen met hun gezicht boven die spullen. Er was al DNA-onderzoek op gebeurd, maar met de wetenschappelijke middelen van toen. Die fotosessie zou elke nieuwe expertise in de toekomst hypothekeren.”

De vraag blijft hoe sluitend dergelijke expertises veertig jaar later überhaupt kúnnen zijn. Dat vindt ook Claude Michaux, die als procureur-generaal tot aan zijn pensioen in 2013 mee de leiding had over het onderzoek. In een mail schrijft hij op 29 januari 2019: ‘Er zijn objectievere manieren om te achterhalen wanneer de zakken in het water zijn gegooid. Op 12 november 1985 vindt de politie op de oever van de zwaaikom stukjes van munitiedozen kaliber 12, van het merk Légia, met het nummer 24Q35, gefabriceerd in Italië op 24.02.1983. Op 7 november 1986 vindt men enkele meters verder in het water een zak met gelijkaardige stukjes van een munitiedoos kaliber 12 van het merk Légia, met het nummer 24Q35, gefabriceerd in Italië op 24.02.1983.’

Er is dus wel degelijk een materiële link tussen wat de twee getuigen in 1985 vertelden en de vondst in 1986.

Deltaspeurders: “Dat zeggen wij al jaren. Lot 24Q35 was een speciale Légia-reeks omdat munitie door een defect in de machines van FN in Herstal uitzonderlijk in Italië was geproduceerd. Het is geen keihard bewijs, maar wel een duidelijke aanwijzing dat de zakken van Aalst in 1985 zijn gedumpt.”

Geens: “Wellicht werden er ook vóór 1985 al wapens in de zwaaikom gedumpt. Eind 1983, na de overval in Beersel, heeft Delhaize zijn premie voor tips verdubbeld naar 10 miljoen frank (250.000 euro). Een lid van de bende De Staerke, Oscar Van Walem, heeft de BOB Halle toen gecontacteerd met de informatie dat hij Philippe De Staerke naar Ronquières had gevoerd om daar wapens te dumpen. In 1983!

“De man werd bij gebrek aan tijd wandelen gestuurd, en toen de BOB’ers hem veel later gingen opzoeken, zei hij dat ze de pot op konden. In 2003 hebben twee gemotiveerde speurders van Halle het spoor opnieuw opgepikt, maar de man was toen al dementerend.

“Het zou dus best kunnen dat sommige spullen die de Deltaspeurders in 1986 uit het water hebben gehaald al lánger dan een jaar op de bodem van de zwaaikom lagen. Er was één zak waarin alleen spullen zaten die gelinkt waren aan de feiten van 1982 en ’83.”

Het federaal parket heeft de beschuldigingen tegen de Deltaspeurders nooit rechtgezet. Het onderzoek werd vorig jaar stopgezet, maar er lopen nog bijkomende onderzoeksdaden op vraag van burgerlijke partijen, zo laat het federaal parket in een korte reactie weten: ‘Vanwege het geheim van het onderzoek kan er op dit moment geen verdere toelichting worden gegeven.’

Tot op vandaag blijven V. en A. in verdenking gesteld.

‘Het is een knotsgekke situatie,’ zegt advocaat Pierre Chomé. ‘De verdenkingen tegen de twee oud-speurders zijn officieel afgesplitst van het grote Bende-dossier. Al wat nog moet gebeuren, is ons, advocaten, drie minuten gunnen om voor een raadkamer de buitenvervolgingstelling te pleiten. Die zal onvermijdelijk volgen, want ondanks de inzet van de meest buitenissige middelen is geen enkel bewijs, van wat dan ook, gevonden. We wachten nu al maanden op een datum.’

Bron » De Morgen | Annemie Bulté en Douglas De Coninck