Geplaatst in

‘Mijn broer heeft zich doodgedronken uit schuldgevoel’: was Christiaan Bonkoffsky de reus van de Bende van Nijvel?

Toen het onderzoek naar de Bende van Nijvel op sterven na dood was, blies Christiaan Bonkoffsky het met zijn laatste adem nieuw leven in. De niet onbesproken oud-rijkswachter uit Aalst had net voor zijn dood in 2015 opgebiecht dat hij betrokken was bij de Bende. Was de mythische reus van de Bende ontmaskerd? Het zal een raadsel blijven, want de speurders sloten het nieuwe spoor verrassend snel weer af.

Het proces-verbaal van de lokale politie Aalst, 14 mei 2015, beschrijft: “Slachtoffer ligt in zijn zetel op de rug. Betrokkene is bijna volledig afgedekt door een donsdeken en is drager van een geruit hemd en een zwarte trainingsbroek. De ogen van het slachtoffer zijn gedeeltelijk open.

“Er hangt een stank in de woning. In de keuken staan resten van eten en potten op het aanrecht. Overal liggen gedragen kleren. De zetel doet blijkbaar dienst als bed. Het beddengoed is geruime tijd niet meer ververst. Het kussen ziet bruin en is zeer vettig. Er liggen negen lege flessen wodka naast het slachtoffer op de grond. Er staat nog een lege fles op de salontafel. In de leefruimte ligt een hond. Deze blijkt 15 jaar oud. Het dier is niet onderhouden en heeft last om te stappen door de vele haarklitten.”

Dit is hoe een man sterft aan een nooit gediagnosticeerd kankergezwel, met wodka als enige pijnstiller. De man, de 61-jarige ex-rijkswachter Christiaan Bonkoffsky, had overal schulden en geregeld gerechtsdeurwaarders aan de deur. Toch liet hij een enorme erfenis na.

Gratis prostituees

Op 22 januari 2017 meldt ex-Bendespeurder Eddy Vos in pv 500.152 aan de Cel Waals- Brabant (CWB) dat hij eerder die dag is gebeld door David Van de Steen, die als joch van 9 jaar bij de overval op 9 november 1985 in de Delhaize-vestiging in Aalst zijn ouders en zijn zus vermoord zag worden. Vos meldt: “Een zekere Bonkoffsky Christiaan zou op zijn sterfbed in het bijzijn van zijn vriendin en broer zijn medeplichtigheid aan de feiten hebben bekend.”

Een snelle verificatie leert de speurders dat de naam Bonkoffsky al eerder is gevallen in het onderzoek. In 1999 is hij als dader aangewezen door zijn jeugdvriend Marc Van Damme. Die zei hem te hebben herkend op een van de robotfoto’s, nummer 19, op de gele affiches die destijds in alle post- en politiekantoren hingen. Robotfoto 19 kwam tot stand na een reeks hypnosesessies met getuige Theo K., die op 27 september 1985 in Overijse, zes weken voor Aalst, oog in oog was komen te staan met de zogenaamde reus.

Op 4 februari 2000 heeft Bonkoffsky bij de CWB in Charleroi DNA en vingerafdrukken moeten afstaan. Een vergelijking met de luttele biologische sporen die de Bendeleden hebben achtergelaten, bleek negatief.

Vrij snel wordt het de CWB duidelijk dat het dezelfde Van Damme is die David Van de Steen heeft ingelicht over wat hij aanvullend aan de weet was gekomen. Dat was toevallig gebeurd, op vrijdagavond 20 januari in café De Tinnen Pot in Dendermonde. Van Damme was in gesprek geraakt met de broer van Bonkoffsky. Hij hoorde die na een paar pinten zeggen: “Mijn broer heeft zich doodgedronken uit schuldgevoel.”

In een verhoor vertelt Van Damme: “Chris had zijn broer toevertrouwd dat hij een enorm schuldgevoel had, omdat hij lid was geweest van de Bende van Nijvel en dat ze misbruik van hem hadden gemaakt.”

Als twee CWB-speurders op 28 februari 2017 aanbellen bij P. Bonkoffsky, lijkt die er vooral spijt van te hebben dat hij op café zijn mond heeft voorbijgepraat: “De man is zeer emotioneel en barst in tranen uit. Hij verklaart expliciet dat als zijn achternaam in de kranten zou verschijnen, hij zich van de vierde verdieping van zijn gebouw zou storten.”

Nu het toch niet anders meer kan, lucht de broer in een verhoor zijn hart.

P. Bonkoffsky: “Toen Chris bij de rijkswacht ging, deelden we niet dezelfde ideologieën. Ik was meer een linkse jongen en Chris was mijn tegenpool. Zeker toen hij na enkele jaren lid werd van de Groep Diane. Na zijn opleiding was het alsof hij was gebrainwasht. Ik herkende hem bijna niet meer. Voor Chris was de rijkswacht zijn leven. Toen hij met pensioen ging (in 2010, red.), was het alsof zijn leven voorbij was. Hij is stevig beginnen te drinken en amper vijf jaar na zijn pensionering overleden.

“Een tweetal maanden vóór zijn overlijden begon hij te spreken over de Bende van Nijvel. Ik had het gevoel dat het hem van het hart moest. Hij zei dat hij daar meer van wist en dat de Groep Diane erbij betrokken was. Hun doel was de staat te destabiliseren. Ik denk dat Chris besefte dat zijn dagen geteld waren en hij opgelucht was toen hij mij het verhaal deed.”

In dat eerste verhoor stelt de broer zich terughoudend op. Toch laat hij de namen van Madani Bouhouche en Robert Beijer vallen, twee oud-rijkswachters en eeuwige Bendeverdachten. Zijn broer ging vaak met een van hen op stap in Brussel, naar cafés en prostitutiebars. Ook Van Damme vertelt in een verhoor over die vroege jaren 80.

Marc Van Damme: “Ik zou Chris omschrijven als een cafévriend met wie ik, ik denk in 1981 of ’82, enkele keren op bordeelbezoek ben geweest in de Aarschotstraat in Brussel, en in Aalst. Opvallend was dat wij nooit iets hebben moeten betalen voor de aangeboden diensten van de prostituees en dat Chris daar blijkbaar zeer bekend was. In de gesprekken die ik met Chris had, kwam dikwijls zijn extreemrechtse trek naar boven. Hij sprak dan over staatsgrepen en de rijkswacht.”

In het voorjaar van 2017, als het Bonkoffsky-spoor zich aandient, is het Bende-onderzoek terminaal. De CWB telt nog een handvol leden, van wie één thuiszit met een burn-out. Op de jaarlijkse vergadering met slachtoffers in Charleroi viel in oktober 2016 te horen dat zij zich beter konden voorbereiden op het einde van het onderzoek. “We zijn zo’n beetje uitgezocht”, erkende procureur Christian De Valkeneer. “De zaak zit op een dood spoor”, zei onderzoeksrechter Martine Michel. De enige hoop lag bij een spijtoptantenwet. “Of iemand die op zijn sterfbed begint te praten.”

Wanneer David Van de Steen via Eddy Vos het spoor van de Aalsterse rijkswachter aanbrengt, gaan de speurders er wel mee aan de slag, maar met weinig enthousiasme. “Dat de verdachte overleden is en dat het voor de familie een delicate aangelegenheid is, maakt het moeilijk”, krijgt Van de Steen te horen.

Tot de pers er lucht van krijgt. Op zaterdag 21 oktober 2017 titelt De Morgen: ‘Dan toch de finale doorbraak?’ In Het Laatste Nieuws wordt dat: ‘Reus Bende van Nijvel ontmaskerd’. De volgende avond getuigt de broer van Bonkoffsky voor de camera’s van VTM Nieuws.

Na 35 jaar lijkt de doorbraak een feit, een mediastorm barst los. Procureur De Valkeneer stelt dat dit “het interessantste spoor in jaren” is. Justitieminister Koen Geens roept op zondagavond de procureurs-generaal samen in spoedoverleg en belooft meer middelen voor het onderzoek: “Elke steen moet naar boven komen.” Het CWB-team wordt uitgebreid tot dertig mensen, het federaal parket neemt wat later de leiding over.

Het zit niet iedereen even lekker. Nadat Marc Van Damme op 26 oktober 2017 enkele kranten te woord heeft gestaan over zijn vroegere cafémaat, krijgt hij een berichtje. Van P., de broer.

‘Ik hou niet van verklikkers en verraders.’

‘??? Vertel.’

‘Het doet er allemaal niet meer toe.’

De afgelopen twee weken berichtte HUMO over de enorme middelen die vanaf begin 2018 werden ingezet, met de creatie van het nepproductiehuis Sancho Panza, en obsessieve pogingen om te bewijzen dat de vondst van Bendewapens in Ronquières eind 1986 doorgestoken kaart was. Resultaat: nul. Christiaan Bonkoffsky liet een grote erfenis na, maar er kan worden betwijfeld of die weloverwogen is beheerd.

Licensed to kill

Vader Bonkoffsky is militair. Bij hem thuis in Dendermonde zijn er altijd wapens. Zoon Christiaan tekent op 28 juni 1972 bij de rijkswacht. Diezelfde zomer gijzelen leden van de Palestijnse terreurgroep Zwarte September op de Olympische Spelen in München het Israëlische team. Bij een mislukte bevrijdingsactie sterven elf atleten, een Duitse politieman en vijf terroristen. Heel wat landen investeren vervolgens in antiterreureenheden, keurkorpsen van vechtmachines die in alle crisissituaties kunnen worden ingezet. In België wordt dat de Groep Diane, de voorloper van de speciale eenheden (DSU).

Bonkoffsky behoort in augustus 1974 tot de eerste van 81 Diane-leden. De meesten hebben een verleden als paracommando. Ze moeten een zekere lichaamslengte hebben en bedreven zijn in judo, karate, klimmen en precisieschieten.

“De jongens van het eerste uur hebben ze op het zicht gerekruteerd”, vertelt ex-lid R., die wordt verhoord kort na het bekend raken van de bekentenis van Bonkoffsky.

R.: “Bij velen zat een vijs los. Er was een groepje van Brabant en Brussel dat zich veel meer kon permitteren dan de rest. Daar zaten echte charels bij. Zo was er eens een schietincident tussen twee leden van de kliek Brabant. Ze schoten met scherp op elkaar op de schietstand. Omdat de ene de andere met zijn lief had betrapt.

“Ik kan zo een paar namen opnoemen: naast Bonkoffsky was dat Christian Amory (latere Bendeverdachte, red.) en een collega met de bijnaam Python, omdat die een slang meenam op patrouille, tot dat verboden werd. Ik herinner me ook dat ik de Brusselse BOB’ers Bouhouche en Beijer een paar keer heb gezien. Normaal gezien waren niet-Dianeleden niet welkom, maar die twee waren goed bevriend met de clan van Brabanders en Brusselaars.

“Bonkoffsky was een beetje maft. Hij kwam wat slungelig over, maar was heel sterk in ongewapende close combat. Hij was de man die de beruchte self-defence opleider met de bijnaam de Beul alle hoeken van de tatami kon laten zien. Hij is na het zoveelste incident uit de Groep Diane gezet. Er zijn er toen nog moeten vertrekken.”

Nogal wat leden van de eerste generatie waanden zich licensed to kill. Volgens een ex-Dianelid opende een lid ooit op de tarmac in Zaventem het vuur onder de vleugel van een toestel van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El-Al. Twee anderen werden uit de Groep Diane gezet na een klacht van een arrestant: “Die hadden ze meegenomen naar een bos, vastgebonden aan een boom, goed afgeklopt en voor dood achtergelaten. De man heeft het overleefd.”

In mei 1977 krijgt de rechtlijnige majoor Herman Vernaillen het commando over de Groep Diane. Kort daarna verlaten zestien leden het elitekorps. Sommigen op eigen initiatief, anderen gedwongen.

R.: “Op een bepaald moment zijn er vijf of zes leden uit de Groep Diane gegooid. Ze werden op de erekoer bevolen, waar ze door een toenmalige generaal een voor een naar voren werden geroepen om ontslagen te worden. Met veel geroep en plein public, wat zeer affronterend was. Ook aanwezig was Herman Vernaillen.

“In jullie onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van ex-leden van de Groep Diane moet je gaan zoeken naar mannen die buitengegooid zijn, zich verraden voelden en veel wrok koesterden.”

Ook Bonkoffsky moet in 1977 vertrekken, volgens zijn personeelsdossier ‘om disciplinaire redenen’. De precieze aanleiding zullen de speurders vernemen uit de mond van Python. Zijn gsm wordt sinds november 2017 afgeluisterd. Op 20 maart 2018 wordt hij opgebeld door een journalist.

Python: “Hij was iemand als John Wayne, die zijn pistool rond zijn vingers liet draaien, zie je?”

Journalist: “Ja, ja.”

Python: “Toen is zijn pistool afgegaan op 10 centimeter van een collega. Omdat hij geschrokken was, heeft hij zijn pistool weer in de holster gestoken en toen heeft hij op zichzelf geschoten, op enkele centimeters van zijn voet.”

Copkiller

Christiaan Bonkoffsky komt in 1978 terecht bij de rijkswacht van Aalst. Bonno is zijn bijnaam. Collega’s omschrijven hem als een eenzaat, met wie in de brigade af en toe gelachen werd. “Hij was van niks bang”, vertelt oud-rijkswachter Etienne V.d.S. op 2 februari 2018 in een verhoor. “Ik reed vrij vaak met Christiaan. Wanneer je in een gevaarlijke situatie terechtkwam, zou hij zich nooit hebben teruggetrokken.”

Zijn collega was een stevige drinker, wist hij, maar dat leek hem niet te deren. “Ik denk zelfs dat hij op de schietstand beter schoot met een pint op dan zonder.” Pinten drinken, dat deed Bonno graag, en vaak. Dagelijks, na het werk. En ook na zijn pensionering. Café Art Nouveau, op de Grote Markt in Aalst, was een van zijn stamcafés.

Etienne V.d.S.: “Op een bepaald ogenblik in 2015, enkele maanden vóór zijn overlijden, belde Chris me. Hij vroeg me om af te spreken. We gingen naar de Art Nouveau. Ik zag onmiddellijk dat er iets was. We zaten aan de toog en ik vroeg wat er scheelde. Hij zei: ‘De Bende van Nijvel.’ Hij zei letterlijk: ‘Ik weet alles van de Bende van Nijvel, en dan kunnen ze alles oplossen.’ Ik heb hem voorgesteld om langs te gaan bij collega’s Guido R. of Rudy V.K. Ik wist dat hij die mensen vertrouwde. Hij zei: ‘Nee, dat kan ik niet, want het is nog te vroeg én te gevaarlijk. Alles op zijn tijd.’

“Ik trachtte hem te overreden, maar hij bleef herhalen dat hij het te gevaarlijk vond. Tijdens het gesprek zei hij nog: ‘Jef Vermassen zal dit nog te weten komen.’ Daarom ging ik ervan uit dat Chris zijn informatie op papier zou zetten en aan iemand zou overmaken. Ik heb hem aangeraden om dat zeker niet na te laten. Als ik alles wat ik weet van Chris naast elkaar leg, doet dat me soms wel denken dat Chris de reus geweest zou kunnen zijn. Ik hoop uit de grond van mijn hart van niet. Chris was mijn vriend.”

Bonno had geen wasmachine, herinnert oud-collega Marc S. zich. En buiten het werk ook geen vrienden. “Soms stapelden de vuile hemden zich op het werk op”, vertelt hij in een verhoor. “Dan nam een collega ze mee naar huis om ze te wassen.” De gelijkenis met robotfoto 19 was mede door zijn 1,92 meter blijkbaar jarenlang een running gag.

Marc S.: “Ik herinner me nog dat de gele affiches werden opgehangen in de brigade. Toen Bonno die dag aankwam, vroeg collega Dirk hem of er niks op zijn lever lag, of hij soms niks te bekennen had? Daar werd flink mee gelachen. Nadien heeft niemand er ook maar een seconde bij stilgestaan dat de robottekening écht Chris zou kunnen zijn.”

Niemand, behalve zijn ex Nicky, met wie Bonkoffsky samenwoonde van 2000 tot 2002.

Nicky: “Ik heb het hem één keer op de man af gevraagd. Ik zag die affiche met robotfoto 19 hangen in een café. Ik zei: ‘Maar da zijde gij!’ Hij reageerde furieus: ‘Ik zat die dag met mijn voet in het gips.’ Daarna heb ik er nooit meer naar durven te vragen.

“Op het einde van onze relatie begon hij fysiek geweld te gebruiken en ben ik gevlucht. Hij wist me overal te vinden en kwam me zelfs met de combi achterna.”

Op woensdagochtend 17 november 2010 belt inspecteur Sam V.d.H. van de lokale politie van Aalst aan bij Bonkoffsky thuis. De inspecteur moet melden dat zijn wapenvergunning is ingetrokken. De aanleiding staat beschreven in pv 015.936: “Door onze diensten is gekend dat betrokkene overmatig en problematisch gebruikmaakt van alcoholische dranken. Het is ook niet de eerste maal dat de lokale politie Aalst bijstand moet verlenen aan deurwaarders.”

Respectvol tegenover het uniform als Bonkoffsky is, doet hij die ochtend zonder morren afstand van zijn karabijn.

Sam V.d.H.: “Wat mij toen is opgevallen, is dat zijn woning zeer wanordelijk was. Zijn wapen daarentegen bevond zich in een mooi koffertje en was in een uitstekende staat van onderhoud.”

Wat V.d.H. zich als wapenexpert vooral van zijn ex-collega herinnert, is de kogel die hij enkele jaren daarvoor op het commissariaat uit zijn broekzak haalde.

V.d.H.: “Hij overhandigde mij een patroon en vroeg of het een copkiller was. Dat is een type kogel waarmee kogelwerende vesten doorboord kunnen worden. Mijn eerste vraag was vanwaar die kwam. Hij antwoordde dat hij me dat niet kon zeggen. Hij deed er geheimzinnig over en vroeg of ik het wilde nakijken.”

In zijn laatste jaren bij de politie verschijnt Bonkoffsky dronken op het werk, met één glas in zijn bril en vlekken op zijn broek. Niets doet nog denken aan zijn stoere verleden bij de Groep Diane, behalve als hij aan een cafétoog in slaap valt en wordt gewekt. Dan springt hij meteen in gevechtshouding overeind.

Buit van 12.000 euro

Door een toeval komt David Van de Steen in 2014 op een begrafenis aan dezelfde koffietafel te zitten als Patrick De Schutter. Hij was in 1985 nummer 2 in bevel bij de rijkswacht in Aalst.

David Van de Steen: “Hij had al wat gedronken en zei: ‘Er ligt me iets op het hart. De avond van de overval kreeg ik via de dispatch bericht van Brussel dat ik de bewaking aan de parking van de Delhaize moest weghalen.’ Hij moest ze een nieuwe route laten afleggen, in een grote driehoek rond de Delhaize. ‘Ik voel mij hier al mijn hele leven verantwoordelijk voor’, zei hij.

“Ik heb hem toen zowat verplicht om een verklaring bij de politie van Aalst te gaan afleggen. Toen hij daarna werd verhoord door de CWB in Charleroi, heeft hij me achteraf gebeld. Hij was aan het huilen. Hij zei: ‘Wat ik die keer aan jou heb gezegd, heb ik verzonnen.’”

Achteraf blijkt dat zo te zijn. Dossierstukken laten toe het verloop van 9 november 1985 bij de rijkswacht in Aalst te reconstrueren. Een elftal van rijkswachters speelt ’s namiddags in Nieuwerkerken een voetbalmatch tegen een wielrennersteam rond ex-Tourwinnaar Lucien Van Impe. Na afloop verzamelen de spelers en hun partners voor het jaarlijkse Sint-Maartendiner. De Schutter is daar aanwezig, en bevindt zich dus niet op een plek waar hij een telexbericht zou kunnen hebben ontvangen.

In een verhoor zegt De Schutter: “Ik geef oprecht mijn verontschuldigingen aan David. Hij heeft mijn woorden anders geïnterpreteerd dan ik had gewild.”

Eind 2017 laat De Schutter een journalist optekenen: “Ik worstel met die hele affaire-Bonkoffsky. Denk dan plots: neejt, ’t kan niet. Maar waarom bekent hij het dan, zo kort voor zijn dood? In Aalst is dit niet het soort zaken waarover men gaat zwanzen. Zeker niet als oud-rijkswachter.”

9 november 1985 is voor veel rijkswachters in Aalst een open zenuw gebleven. Dat komt door het R4’tje met daarin de rijkswachters René C., Gust A. en Geert D.V. Zij zijn die avond specifiek met ‘toezichtsdienst warenhuizen’ belast. Die is er gekomen na de roofmoorden in Eigenbrakel en Overijse op 27 september. Precies om 19.30 uur, een halfuur vóór de Delhaize-vestiging die zaterdagavond zal sluiten, verlaat het R4’je de parking en gaat die rondjes rijden in de omgeving.

Exact drie minuten later, om 19.33 uur, rijdt de Golf GTI van de Bende de parking op. Acht mensen worden doodgeschoten en twee raken zwaargewond voor een buit van 737.777 Belgische frank, waarvan 238.995 frank in de vorm van onbruikbare cheques en 6.689 frank in de vorm van ‘nadeel’ door uit krantjes geknipte voordeelbonnen. De werkelijke buit bedraagt 492.093 frank cash, omgerekend zo’n 12.000 euro.

“Eigenlijk was het een enorme stunt van de Bende om op een paar kilometer van waar het hele korps samenzat op het Sint-Maartenfeest die overval te doen”, zegt een oud-politieman later. “Alsof ze hen wilden uitdagen.”

Van de drie rijkswachters in het R4’tje was René C. de hoogste in rang. Hij was het die om 19.30 uur besliste om weg te rijden. Volgens zijn oversten was daar niks abnormaals aan, en had hij daarvoor de bevoegdheid. Dat de daders net toen toesloegen, nét na het vertrek van de bewakingsploeg, heeft altijd hardnekkige vragen opgeroepen bij de nabestaanden van Aalst. Het voelde als té toevallig aan.

Jean-Pierre Bergmans was in 1985 als waarnemend districtcommandant de hoogste in bevel bij de rijkswacht in Aalst. Hij verklaart op 6 november 2017: “Indien het juist is dat Bonkoffsky lid is van de Bende van Nijvel, dan is hij het contactpunt met Aalst. Bonkoffsky kende het terrein in Aalst, hij wist ook van de dienstorders af. Hij kende zowel de werking van de lokale politie als die van de rijkswacht. Hij had toegang tot radio’s en was in de mogelijkheid radiocommunicatie te volgen. (Richt zich tot de speurders) Misschien zou u aan René C. kunnen vragen hoe de registratie van de radio’s verliep, of er geregistreerd werd wie die meenam voor gebruik.”

Als speurders bij René C. thuis aanbellen, tot twee keer toe, staan ze voor een gesloten deur. De man stuurt als enige reactie op 7 december 2017 een mail: “Geachte, n.a.v. de twee recente bezoeken deel ik u mede dat verdere pogingen uitgaande van uw ploeg niet meer nodig zijn. Ik heb niets te verklaren of te verduidelijken. Deze beslissing is definitief.”

Er volgden, voor zover we konden nagaan, geen verdere pogingen om de man tot uitleg te bewegen. Opmerkelijk, als je dat vergelijkt met de extreme ijver waarmee het spoor van de ‘manipulatie van Ronquières’ op dat ogenblik werd onderzocht. Een oud-speurder die toen een andere datum voor een verhoor vroeg omdat hij zijn dochter moest helpen bij een verhuizing, werd manu militari door de politie naar Charleroi meegevoerd.

Het moet een tergende gedachte zijn geweest voor elke nabestaande van de 28 dodelijke Bendeslachtoffers. Die ene keer dat iemand zichzelf op z’n sterfbed beschuldigde, zat daar enkel een broer die het eigenlijk liever niet wilde horen. Pas in een derde verhoor, op 2 juni 2017, komt hij met meer uitleg.

P. Bonkoffsky: “Als broer heb ik het hier zeer moeilijk mee. Ik heb zelf twee kinderen en ik wil vermijden dat zij onrechtstreeks het slachtoffer zouden worden van daden die Chris gesteld zou hebben. Om terug te komen op de woorden die hij mij toevertrouwde, een veertiental dagen vóór zijn overlijden, kan ik u zeggen dat hij letterlijk zei dat hij betrokken was bij minstens één van de feiten toegeschreven aan de Bende van Nijvel.”

Hoe dan? Als mee naar de rijkswachtradio luisterende mol? Als schutter? Als leverancier van een wapen?

P. Bonkoffsky: “Meer details heeft hij mij niet gegeven. Nu, achteraf, begrijp ik ook dat Chris soms over de Bende van Nijvel sprak in bedekte termen. Hij gaf hints die ik niet direct begreep. Zo zei hij onder meer dat dergelijke feiten nooit zouden plaatsvinden in Dendermonde. Volgens hem waren daar onvoldoende uitvalswegen.

“Ik kan u verzekeren dat ik als naaste familielid mijn broer zeer goed kende en als het over de groep Diane ging, hij serieus was, waar hij anders weleens durfde te overdrijven.”

Het medisch dossier van Bonkoffsky laat zien dat hij is vrijgesteld van dienst van 26 september tot 24 oktober en opnieuw van 1 tot 28 november 1985. Beide periodes overlappen met de aanslagen in Overijse-Eigenbrakel en Aalst. De eerste ziekteperiode is een gevolg van een voetverstuiking, die hij op 26 september 1985 tijdens een gevechtsles in Gent heeft opgelopen.

“Er was geen specifieke behandeling of immobilisatie”, zegt toenmalig rijkswachtarts Thierry V.S. in een verhoor op 27 juli 2017. “Combatboots laten in zulke gevallen toe om te lopen, maar de persoon kan manken (ooggetuigen in Overijse zagen de ‘reus’ hinken, red.). U vraagt of het mogelijk is dat hij de feiten met die aandoening kan hebben gepleegd. Mijn antwoord is ja.”

Scherpschutters

In meerdere lezingen benoemde rijkswachtkolonel Herman Vernaillen zich de voorbije jaren als overlever van de Bende van Nijvel. Hij werd op 26 oktober 1981 iets na middernacht bij hem thuis in Hekelgem beschoten door onder anderen zijn vroegere ondergeschikten Robert Beijer en Madani Bouhouche.

Hij overleefde de kogelregen, maar het lijkt weinig te hebben gescheeld of de klus werd drie jaar later afgemaakt. Tenminste, dat vertelt ex-collega Marc S. in een verhoor op 1 februari 2018. Hij lag enkele weken na de overval op de Delhaize-vestiging in Aalst als scherpschutter met een FAL-geweer op het dak van diezelfde supermarkt.

Marc S.: “We lagen aan de achterkant, de kant van de parking. Op een bepaald ogenblik zag ik een man de winkel verlaten. Hij was vergezeld van twee meisjes. Ik zag de man naar zijn wagen stappen. Net vóór hij in zijn voertuig stapte, zag ik dat die persoon een handvuurwapen vasthad. Dat was duidelijk zichtbaar, hij had het in zijn hand. Er werd toestemming gevraagd om het vuur te openen.”

Eric Fack, toen een van de leidinggevenden in de brigade Aalst, vertelt erover in een verhoor op 24 november 2017.

Eric Fack: “Ik was in het transmissiecentrum. Ik hoorde over de radio de melding van een collega die zich op het dak bevond. Ik herkende de collega aan zijn stem als Christiaan Bonkoffsky. Als ex-collega van de Groep Diane werd hij geschikt geacht voor een dergelijke opdracht. Hij vroeg toestemming om te mogen schieten.

“Ik zei hem onmiddellijk om dat niet te doen, en dat een patrouille in de buurt de interceptie zou doen. Zo gebeurde ook. Na identificatie bleek het te gaan om kolonel Herman Vernaillen. Hij was in burger en had na de eerdere aanslagen zijn dienstwapen meegenomen.”

De verhoorteksten brengen geen uitsluitsel over de vraag of het werkelijk Bonkoffsky was. En dat geldt voor het hele Bonkoffsky-spoor, dat een stille dood stierf. Er is volgens een oud-speurder nog vergelijkend DNA- en bloedgroeponderzoek gevoerd op het hoedje dat de reus heeft laten vallen bij het weglopen op de parking van de Delhaizewinkel in Aalst: “Ook dat was negatief.”

Het federaal parket heeft nooit verduidelijkt op welke gronden het spoor-Bonkoffsky is afgesloten. Zijn nabestaanden weigeren tot vandaag vrede te nemen met de communicatie daarover. “De broer en de familie vonden die ongelukkig”, zegt hun advocaat Geert Lenssens.

Waarom?

Geert Lenssens: “Het parket concludeerde dat het onderzoek uitwees dat Chris ‘niet de reus’ was. Dat viel slecht, omdat zij dat nooit zo hebben aangebracht. Mijn cliënt stelde tegenover de speurders enkel dat Chris kort vóór zijn overlijden meermaals had aangegeven deel uitgemaakt te hebben van de Bende. Niets meer, niets minder.”

De familie heeft de CWB zelf DNA-materiaal bezorgd, begrepen we.

Lenssens: “Ja, via een horloge dat dateert van zijn tijd bij de Groep Diane. Ik denk dat het kernprobleem dubbel is. In het dossier is er van al die overvallen naar verluidt relatief weinig bruikbaar DNA.”

“Dit is een cold case geworden die voor meerdere generaties de impotentie van justitie belichaamt. Volgens mij was het spoor-Bonkoffsky geen dood spoor, integendeel: het was het enige met een concrete naam.”

“Ik sluit niet uit dat het onderzoek dat na de ophef rond Bonkoffsky startte goedbedoeld was, maar denk dat men de middelen te veel in andere pistes investeerde. In plaats van in dat ene unieke spoor.”

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck en Annemie Bulté