Geplaatst in

Na 20 jaar vrijgepleit van roofmoord Claudine Rousseau eist 100.000 euro schadevergoeding van staat

Bijna 20 jaar nadat zij als (mede)dader in verdenking werd gesteld voor twee roofmoorden en een moordpoging in het Brusselse, is Claudine Rousseau (38) officieel buiten vervolging gesteld. ‘De herinnering aan mijn kinderen, die mij in de gevangenis moesten komen bezoeken, blijft voor altijd een open wonde’, zegt zij. Claudine gaat van de Belgische staat 100.000 euro schadevergoeding eisen.

Als tienermeisje droomde Claudine Rousseau van een loopbaan als zangeres. Maar begin 1986 werd zij smoorverliefd op Johnny Mottry die op dezelfde bus naar de school in Anderlecht zat. Een ontmoeting die haar leven een dramatische wending zou geven. “Mijn moeder waarschuwde nog: Johnny kan je alleen maar narigheid bezorgen.”

De geschiedenis heeft haar gelijk gegeven. Het gerecht schuift zijn bende nog altijd negen moorden in de schoenen. “Maar liefde is blind, dus sloeg ik haar waarschuwing in de wind”, geeft Claudine toe.

Op 23 oktober 1991 stortte Claudines wereld in elkaar: zij werd door de politie opgepakt. De speurders meenden dat zij er in de nacht van 6 op 7 oktober 1988 bij was toen Mottry en zijn bende de 35-jarige taxichauffeur Marc Leblanc (35) in Groot-Bijgaarden vermoordden en pompbediende Conrad Bosmans (20) in Etterbeek ontvoerden. Het lichaam van Bosmans is nooit teruggevonden.

Een maand later schoot de bende André Mannaerts in Anderlecht een kogel in het oog tijdens een inbraak bij de man. “In de gevangenis ging ik door de hel”, vertelt Claudine Rousseau met tranen in de ogen. “Vooral het beeld van mijn kinderen die amper 4 en 2 jaar waren toen ze mij in de brutale wereld van de gevangenis kwamen bezoeken, zal mij altijd bijblijven. Ik had ze voor het sinterklaasfeest een enorm pak speelgoed gekocht, maar ik mocht hen dat niet zelf overhandigen. Dat moest door het personeel gebeuren.”

Toen zij vrijkwam, trok Claudine naar Charleroi, ver van alles wat haar aan Johnny Mottry en de bange dagen in zijn gezelschap kon herinneren. “Want ik wist dat Johnny erge dingen had gedaan. Welke dingen en wat zijn rol daarin was geweest, heeft hij nooit willen zeggen. Als ik hem daarnaar vroeg, ranselde hij mij af. In Charleroi zakte ik weg in opeenvolgende depressies. Het gerecht weigerde immers om mij het hoederecht over mijn kinderen terug te geven. Je bent nu vrij, maar je kan morgen opnieuw worden aangehouden. Dat kunnen wij je kinderen niet aandoen, zei de rechter. Nog anderhalf jaar lang zijn mijn zoontjes op internaat gebleven en zag ik ze slechts tijdens het weekend.”

“Ik hoopte dat men mij stilaan zou vergeten, maar niets was minder waar. Geregeld wilden de Brusselse speurders mij spreken. Ik stond te trillen op mijn benen. Ik zag mij opnieuw achter de tralies vliegen en dan mocht ik mijn kinderen wel voor altijd vergeten. Die vrees heeft mij nooit losgelaten, twintig jaar lang. Zelfs toen de speurders mij in 2004 opriepen om een dna-staal te geven, vreesde ik het ergste. Ik verwittigde mijn familie dat zij naar de gevangenis van Vorst moesten bellen, als zij ’s anderendaags niets van mij zouden horen. Want bij mijn aanhouding in 1991 lieten zij mijn moeder totaal in het ongewisse over wat er met mij was gebeurd.”

Het dna-staal gaf uiteindelijk de doorslag. Een paar weken geleden kreeg Claudine Rousseau het lang verwachte document dat haar officieel buiten vervolging stelde. “Ik kan onmogelijk beschrijven hoe dat aanvoelde. Maar nu kwelt mij de vraag: kon dat niet vroeger gebeuren? Dit gerechtelijke onderzoek is na 20 jaar nog altijd niet afgesloten. Het heeft mijn leven verknald. Dit laat ik niet over mijn kant gaan.”

Haar advocaat dient over enkele dagen een eis tot schadevergoeding van 100.000 euro in tegen de Belgische staat.

Bron » Het Nieuwsblad