Geplaatst in

Wie dacht dat hun gruwel voorbij was, had er niet verder naast kunnen zitten. De Bende slaat nog een laatste keer toe

Zaterdagavond 9 november 1985. Het weekend van Sint-Maarten. Albert Van den Abiel en zijn vrouw hebben hun dochter Thérèse, haar man Gilbert en de kinderen uitgenodigd om te komen eten. Maar eerst moeten die nog snel inkopen doen, want morgen en overmorgen is de Delhaize gesloten.

Rond 19.30 uur hoort Van den Abiel van in zijn flat aan de Parklaan in Aalst, schuin tegenover de Delhaize, een paar luide knallen. “Een overval”, roept hij tegen zijn vrouw. Hij loopt naar de slaapkamer en pakt zijn oude revolver die hij nog liggen heeft van toen hij in Congo woonde.

Met de bekentenissen van Christiaan B., die op zijn sterfbed verklaarde dat hij de Reus was, en een nieuwe wapenvondst in het kanaal Brussel-Charleroi draait het onderzoek naar de Bende van Nijvel weer op volle toeren. Hun laatste raid dateert intussen al van 32 jaar geleden. Wij blikken terug op de vijf zwaarste feiten. Vandaag: de overval op een Delhaize-vestiging in Aalst.

In een soort dagboek schrijft Van den Abiel nadien het volgende: “Ik weet niet waarom, maar dat wapen ligt al jaren in boven op een kast in de slaapkamer. In een wit-groen stuk gordijn gewikkeld dat in Congo nog voor een raam hing. Ik heb het de middag van een aanslag in Aalst van de kast gehaald, ik heb het gereinigd en geladen met oude munitie die wat groen is uitgeslagen.”

Zonder aarzelen en op zijn pantoffels loopt hij naar buiten. Maar het is dan al te laat. De schoten die hij hoort, zijn van een agent die op de vluchtende daders schiet.

Wanneer Van den Abiel op het parkeerterrein geraakt, weet hij onmiddellijk dat zijn kinderen bij de slachtoffers zijn. Hij ziet hun auto staan en daarbij drie slachtoffers onder een deken liggen.

Thérèse Van den Abiel (39), haar man Gilbert Van de Steen (43) en hun dochter Rebecca (14) zijn de eerste slachtoffers van de bloedige raid van de Bende van Nijvel in Aalst. Zoontje David, toen negen, is de enige die het overleeft. Voor ze zelf wordt doodgeschoten, roept zijn moeder hem toe dat hij moet vluchten. Ook Rebecca roept nog naar de daders: “Niet schieten, het is mijn papa.” Maar de daders kennen geen genade en schieten drie van de vier gezinsleden dood.

Enkel David slaagt erin weg te lopen. Recht de winkel in. Een van de daders schiet nog, maar mist doel. De kogel verbrijzelt een ruit van de Delhaize.

Vier jaar later, in 1989, zet Albert Van den Abiel, de vader van Thérèse en grootvader van Rebecca en David, het verhaal zoals zijn kleinzoon het vertelde op papier.

“We zagen mannen recht op ons af komen. Ze waren komisch gekleed en hadden pruiken met van dat zwart kroezelhaar op en sjaals voor hun gezicht. Ik had de indruk dat mama en papa hen kende. Mijn papa kreeg direct een schot in zijn buik.”

Op dat moment ziet een andere gangster hoe een man in een voertuig probeert te vluchten. Hij neemt de Peugeot Talbot onmiddellijk onder vuur en raakt de bestuurder in het achterhoofd. Jan Palsterman (40) overlijdt een dag later in het ziekenhuis van Aalst.

In de winkel schieten de gangsters op alles wat beweegt en laden. Tussen twee salvo’s door laden ze rustig hun zware wapens.

Het is alsof ze selectief te werk gaan. Sommigen worden onder vuur genomen, anderen laten ze gewoon met rust. Als een van de daders David ziet zitten, stapt hij naar hem en richt de loop van zijn geweer op hem. David kijkt hem recht in de ogen. De gangster beveelt hem niet te kijken. Hij grijnst en haalt de trekker over.

Uit het dagboek van Albert Van den Abiel: “Ik vlucht de winkel binnen en zet me wenend naast een klasgenoot aan de stand met de boekjes. Toen ze binnenkwamen, schoten ze alle mensen dood en schoten ze de kassa kapot. Een van hen zijn sjaal was afgegleden en hij had een vieze pukkel op zijn wang met haar op. Toen ze weer naar buiten gingen, schoot een van hen op mij…”

De schutter gaat ervan uit dat David dood is. En het heeft ook niet veel gescheeld. De hagelbollen hebben zware schade aangericht.

Haar hart klopte nog

Andy Brodeaux (34) is negen als hij ziet hoe de daders van dichtbij op zijn doopmeter schieten. “Mijn meter Marie-Jeanne Van Mulder lag neer voor de automatische schuifdeur aan de ingang van de winkel. Ik weet niet of ze gewond was, of dood. Ze blokkeerde alleszins de deur toen de gangsters naar buiten wilden. Ze hebben haar letterlijk uit de weg geschoten. Er was overval bloed. Vreselijk. Ik lag vlak naast haar. Het bloed spoot uit haar nek”, getuigt hij jaren later. Volgens het verslag van de wetsdokter klopte haar hart toen nog.

Georges Smet (62), een andere klant, wordt aan de uitgang bij de arm genomen door een van de gangsters. De man schrikt en wil zijn portefeuille afgeven. Maar de ‘killer’ is niet geïnteresseerd in zijn geld. Hij duwt hem tegen de grond, plaatst zijn jachtgeweer tegen het hoofd van de kalende man en haalt de trekker over.

Ook voor Dirk Nijs en zijn 9-jarige dochtertje Els kennen de daders geen genade. Ze worden van dichtbij doorzeefd met kogels. Ook dat typeert de Bende van Nijvel. Zelfs onschuldige kinderen schieten ze zonder medelijden dood.

De hele overval duurt maar een paar minuten. Dan vertrekken de gangsters. Met het kofferdeksel van hun Golf GTI open en een gangster die plat op zijn buik in de koffer ligt om achtervolgers onder vuur te nemen.

Eddy Nevens en zijn collega van de lokale politie van Aalst zijn op patrouille en hebben net de inzittenden van een verdacht voertuig gecontroleerd als er een noodoproep komt. Alle ploegen moeten in code 3, dat betekent met zwaailicht en sirene, naar de Delhaize van Aalst.

Bij aankomst zien ze de daders nog net vluchten. Nevens trekt zijn dienstwapen, mikt op de koffer en vuurt verschillende kogels af. Maar de daders zijn weg.

Voor sluitingsuur vertrokken

Het rijkswachtcommando komt een uur na de aanslag al samen en begrijpt niet hoe dit is kunnen gebeuren. Ze hadden daar toch een ploeg die die avond niets anders moest doen dan de Delhaize te bewaken?

Getuigen, onder wie buurman Albert Van den Abiel, zien in de vooravond inderdaad een anonieme beige Renault 4 staan met twee rijkswachters erin. Ze houden de buurt van het warenhuis in de gaten sinds de nieuwe golf van aanslagen. De rijkswachters hebben kogelwerende vesten mee en zijn gewapend met een 9 mm-pistool en een uzi.

Een ex-rijkswachtofficier: “Hun opdracht voor die avond is duidelijk. Toezicht houden aan de Delhaize. Ze moeten zeker op post blijven tot na het sluitingsuur van de winkel en tot wanneer de gepantserde geldwagen de dagopbrengsten heeft opgehaald. Dat zal iets na 21 uur gebeuren.”

Maar een getuige die een sigaretje rookt op zijn terras ziet de beige Renault op een gegeven moment vertrekken. Kort daarna arriveert het moordcommando. Het is alsof de rijkswachters een teken hebben gekregen dat het zover is. Dat ze zich uit de voeten moeten maken.

Een oud-rijkswachter heeft nu nieuwe verklaringen afgelegd en zegt dat ze van hogerhand het bevel moesten geven aan de ploeg ter plaatse om de bewaking aan het warenhuis een halfuur voor sluitingstijd af te blazen. Tot zijn eigen grote verbazing, zegt de ex-rijkswachter, omdat dit erg ongebruikelijk was.

In proces-verbaal 5337 van 9 november 1985, dat de rijkswachters opstellen over de gebeurtenissen van die avond, staat nergens te lezen waarom ze hun post een half uur vroeger dan gepland hebben verlaten zonder de centrale daarvan op de hoogte te brengen. Hun relaas klinkt vooral heldhaftig.

Ze zeggen onder meer dat ze de achtervolging hebben ingezet op de vluchtende daders, maar dat ze met hun kleine Renault niet opgewassen waren tegen de snelle VW Golf. Dat van die wilde achtervolging kan door geen enkele getuige worden bevestigd.

Tussen leven en dood

David Van De Steen overleeft als bij wonder de aanslag en wordt zwaargewond naar het Onze Lieve Vrouwziekenhuis van Aalst gebracht. Daar zweeft hij dagen tussen leven en dood. In zijn dagboek schrijft Albert Van den Abiel het volgende wanneer hij zijn kleinzoon op een dag helemaal in paniek aantreft in zijn ziekenhuisbed:

“David beweert dat twee van de drie mannen van de overval bij hem in het ziekenhuis aan zijn bed zijn geweest en hem vragen hebben gesteld. Ik heb gedaan alsof ik sliep omdat ik bang was, zegt hij.” Als Van den Abiel met het verhaal naar de politie gaat, wordt de kamer 24 uur per dag bewaakt.

Twee maanden na de aanslag schrijft hij: “Ik ben geschokt. Een luitenant van de rijkswacht vertelt me dat uit de autopsie op de acht slachtoffers is gebleken dat Thérèse, Gilbert en Rebecca met een zwaar kaliber zijn neergeschoten maar dat ze alle drie ook nog een extra 9 mm-kogel in hun lichaam hadden. Thérèse, die op de vlucht was geslagen, werd nochtans aan de andere kant van de parking gevonden. Waarom komen ze daar nu nog mee af… ?”

David ligt uiteindelijk tot de zomer van 1986 in het ziekenhuis. Er gaat geen dag voorbij zonder dat zijn oma en opa, die hem ook zullen opvoeden, naast zijn bed zitten.

“Hij is voor 39 procent gehandicapt en heeft nog vijf kogels in zijn lichaam zitten die ze niet kunnen verwijderen. Maar ondanks alles groeit David op tot een normale jongen. Op een geven moment is hij angstig en treurig. Na lang aandringen komt het er toch uit. Toen ik alleen thuis was, vertelt hij, ben ik opgebeld door iemand die dreigde dat als ik iets durf te vertellen, ze mijn grootouders en mezelf zouden komen afschieten… De raad die advocaten, politici en geestelijken me geven is: zwijg liever, er is niets mee te winnen. Uw kinderen komen er niet mee terug. Ge hebt alles te verliezen”, schrijft Van den Abiel in 1989.

Albert en zijn vrouw zijn intussen overleden. Vooral de oma van David Van De Steen heeft het drama nooit kunnen verwerken en was sinds de aanslag van de Bende van Nijvel nog een schim van de vrouw die ze vroeger was. Albert is het dossier tot op het laatste blijven opvolgen. Maar hij had de moed al lang opgegeven dat de waarheid ooit nog aan het licht zou komen.

Bron » Het Nieuwsblad | Thierry Goeman