Het bendedossier of de ontwrichting van de staat

16 oktober 2017

“Ik denk dat ik weet wie er achter de Bende Van Nijvel zit (…) We moeten zeker en vast zoeken in de richting van Staatsveiligheid van die tijd en de Groep Diane. Dan ook terrorisme. Mensen die liever in de samenleving dictatuur hebben en die liever hebben dat het anders is dan de democratie die we kennen.”

Aldus Jef Vermassen aan TV Oost in een interview naar aanleiding van zijn nieuwe boek. “Het is een vervlechting van criminele milieus en van administraties van toen. Ik vermoed dat de namen in het dossier gekend zijn, maar dat dat potje dicht moet gehouden worden.”

Verlengd geheim

Wie de waarheid over de bendeaanslagen wil weten, moet vooral niet op het gerechtelijk onderzoek rekenen. Wat daar in staat is immers geheim, en dit geheim werd door het verlengen van de verjaringstermijn van de feiten ook verlengd: een gerechtelijk onderzoek kan de beste plaats zijn om een geheim te bewaren. Want er is een krachtig wapen om dit geheim te verzekeren: wie uit de biecht klapt kan er voor vervolgd worden, en zopas werd de strafbaarheid van dit misdrijf opgetrokken tot drie jaar en werd het toegelaten om voor het onderzoek van het misdrijf ‘Bijzondere Methoden’ te gebruiken.

Dat de geheimhouding van een gerechtelijk vooronderzoek niet dient om disfuncties en misdaden verborgen te houden, maakt niets uit. Het ‘chilling effect’ van de strafverzwaring heeft zijn doel bereikt: wie van de in het onderzoek betrokken magistraten of politieambtenaren heeft zin om vervolgd te worden omdat hij de waarheid lekt? De vervolging en betuchtiging van een Antwerpse financiële substituut die door een arrest van het Grondwettelijk Hof volkomen gelijk kreeg, strekt tot voorbeeld.

Andere wegen

Wie meer wil weten over wat er ook in ons land tijdens ‘de jaren van lood’ gebeurde, vindt op het net voldoende literatuur om er een waarheidsgetrouw beeld van te krijgen. Op Apache schreef ik er drie bijdragen over: ‘Tien jaar extra onderzoek: voor de waarheid over de Bende?’, ‘De machinaties achter het ultieme spoor richting Bende van Nijvel’ en ‘De naoorlogse waarheid’.

De rode draad doorheen deze bijdragen is ingegeven door wat ‘de theorie van de spanning, de ontwrichting van de Staat’ wordt genoemd. Deze theorie gaat terug naar een nota van generaal Westmoreland, van 1968 tot 1972 bevelhebber van het Amerikaanse leger, die tijdens het onderzoek naar de aanslagen in Italië werd gevonden.

Ook de Belgische parlementaire onderzoekscommissie heeft de nota Westmoreland onderzocht: “In punt 11 van ‘de nota Westmoreland’ wordt aangeraden over te gaan tot rechtstreekse interventies van de agents on special operations in de gastlanden die ervan verdacht worden al te laks op te treden tegen het communisme of de subversie van communistische oorsprong; die interventies hebben tot doel de regeringen en de publieke opinie van die landen te overtuigen dat het gevaar reëel is dat krachtdadig optreden dringend geboden is”.

“De Commissie heeft het noodzakelijk geoordeeld deze toelichting te verstrekken omdat zij kan bijdragen tot een beter begrip van een aantal gebeurtenissen ook al kan niet met zekerheid worden gesteld dat er enig verband is tussen die gebeurtenissen en de anti-subversieve strategie van de Verenigde Staten.” (zie: Parlementair onderzoek met betrekking tot het bestaan van een clandestien internationaal internationaal inlichtingennetwerk – Belgische Senaat 1117-4 (1990-1991)).

Ontwrichting

Het gebruik van geweld is maar één middel om de staat te ontwrichten. Dat het ook anders kan wordt duidelijk aangetoond door het lopende parlementair onderzoek op de afkoopwet, de Kazachgate. Niemand kan ontkennen dat door de wijze waarop de afkoopwet werd voorbereid en uitgevoerd de werking van onze instellingen tot op het hoogste niveau ernstig werd aangetast. Dat gebeurde enerzijds om een verkoop van Franse gevechtshelikopters mogelijk te maken en anderzijds om mega fraude in de diamant onbestraft te laten.

Om het doel te bereiken, werden niet alleen hoogstaande politiekers ingeschakeld maar werd ook beroep gedaan op hoge magistraten: zonder de tussenkomst van die magistraten was de wet er vermoedelijk niet gekomen en was die voor zeker niet toegepast nog voor ze werd gestemd. Meerdere elementen van dit dossier vertonen op uitzondering van de afwezigheid van geweld gelijkenissen met de andere dossiers uit het verleden.

Voordeel

A qui profite le crime? Het antwoord ligt in de waarschuwing die een andere Amerikaanse generaal, president Eisenhouwer, in zijn afscheidsrede gaf: “In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist.”

Wat is een verkoop van gevechtshelikopters anders? En diamant dient lang niet alleen om er een ring mee te sieren. Voor wie werd de afkoopwet gemaakt? Het is de copy paste van wat de Amerikaanse justitieminister Holder in de financiële crisis kon bereiken: eerst was hij als vennoot van een groot zakenkantoor betrokken bij de maak van de rommelkredieten, vervolgens kon hij als justitieminister de banken die er verantwoordelijk voor waren uit de wind zetten door mega deals die nooit tot voor een rechter kwamen.

Beter begrip

De parlementaire Gladio commissie verwees naar de theorie ontwrichting van de staat “omdat zij kan bijdragen tot een beter begrip van een aantal gebeurtenissen ook al kan niet met zekerheid worden gesteld dat er enig verband is tussen die gebeurtenissen en de anti-subversieve strategie van de Verenigde Staten”.

Voor een beter begrip van wat er nu gebeurt is het nuttig te wijzen op de rol die justitie en voornamelijk het strafgerecht kan spelen in ofwel het in stand houden van een bepaald maatschappijbeeld ofwel in het nastreven van een geheel andere maatschappelijke ordening. Bovendien is het niet de eerste maal dat deze vraag aan bod komt: het maakt de essentie uit van de boeken die over de moord op de communistenleider Julien Lahaut werden geschreven.

Het nu gepubliceerde boek heeft grote waarde niet alleen wegens het eerste deel van de titel, ‘Wie heeft Lahaut vermoord?’, maar ook wegens het tweede deel: ‘De geheime Koude Oorlog in België’.

Het boek brengt het op grond van wetenschappelijk onderzoek verkregen en dus op archiefstukken gesteunde bewijs van het bestaan in ons land van een naoorlogs, geheim parallel en privé inlichtingen netwerk, gefinancierd door de haute finance, de Société Générale en haar filiaal Union Minière en Brufina – Banque de Bruxelles, met medewerking van agenten in verschillende overheidsdiensten als politie en inlichtingendiensten en zelfs het gerecht, bindingen met de hiërarchie in de katholieke kerk en met correspondenten, opdrachtgevers en bestemmelingen van de rapporten tot op het hoogste echelon van het politiek beleid.

Het boek toont ook aan dat de verschillende onderzoeksrechters die de zaak Lahaut behandelden hun onderzoek behoorlijk en actief hebben verder gezet maar er zowel bij de gerechtelijke politie als bij het parket als in het hoogste politiek beleid tegenstand was die tot gevolg had dat belangrijke informatie niet tot bij de onderzoeksrechter geraakte en daardoor de ontdekking van de gerechtelijke waarheid werd verhinderd. Het boek toont ook dat de activiteiten van het netwerk zich niet beperkten tot informatie inwinning en -verwerking maar er ook operaties werden gevoerd die niet alleen in België maar evenzeer in de kolonie werden uitgebouwd.

Vervolgen en onderzoeken

In het licht van het Gladio en het Bendededossier en met de revelaties van het wetenschappelijk onderzoek over de moord op Julien Lahaut in het achterhoofd mag de vraag worden gesteld door welk “strafrechtelijk systeem” de waarheid het best wordt gediend vooral wanneer het om gebeurtenissen gaat die een onmiddellijke weerslag hebben op het maatschappijbeeld: de sterke Staat als vertegenwoordiger van het militair-industrieel, en nu ook het technologisch complex, tegenover dat van de individuele burger en de door hem verworven rechten.

Aan de ene kant staat het systeem zoals het uit de Franse Revolutie en de door deze geproclameerde mensenrechten is gekomen. Aanvankelijk was het vooronderzoek als het onderzoek op de zitting als het eindoordeel, in handen van het volk, van de door burger gekozen assisenjury. Hoewel deze procedure in de rest van de wereld de standaardprocedure is gebleven (Angelsaksische opvatting) ging de overgang van de Revolutie naar het Keizerschap in Frankrijk, en dus ook bij ons, gepaard met enkele belangrijke aanpassingen. ‘Les Gens du Roi’, de ‘Procureurs de la République’ verkregen opnieuw de plicht om te vervolgen, ‘Les Gens d’armes’ vertegenwoordigden tezamen met de ‘Gouverneurs’ de sterke arm van het centraal gezag. Als tegengewicht werd het onderzoeksmonopolie aan de onderzoeksrechter gegeven en moest ieder strafproces openbaar en tegensprekelijk voor een onafhankelijke en een onpartijdige strafrechter worden gevoerd.

Hoewel wat wij van Keizer Napoleon hebben geërfd twee wereldoorlogen heeft overleefd is de laatste kwarteeuw het ‘systeem’ stelselmatig en gevoelig aangepast. Vooreerst verkregen ‘Les Gens d’armes’ een eigen verzelfstandigde opsporingsvorm: de politieoperatie al of niet met bijzondere methoden, onder eigen bevel. Daarna werd de opsporing door de procureur de meest gebruikte onderzoeksvorm en werd het onderzoek door de onderzoeksrechter herleid tot mini-enquêtes of enkele machtiging tot welbepaalde verrichtingen.

Deze evolutie is de verschillende parlementaire commissies niet ontgaan. In de bendeonderzoeken werd aangetoond dat het parket een overmatige invloed had op de onderzoekspistes en de onderzoekstrategie. In het Dutrouxonderzoek werd bewezen dat de politieoperaties Othello en Décimes voor de onderzoeksrechter werden afgeschermd. Door de afkoopwet werd ook de strafrechter geheel buiten de procedure gezet: een opportuniteitsbeslissing van de procureur verving het rechterlijk vonnis. De assisenprocedure werd vervolgens herleid tot enkele symbolische dossiers. En nu is ook de afschaffing van de onderzoeksrechter in de maak.

Maatschappijbeeld

Dit is niet meer de justitie voor en door de burger, maar de ontwrichting van de democratische rechtsstaat ten voordele van het militair-industrieel-technologisch complex
De wijzigingen in de strafrechtelijke afhandeling, gaan ook gepaard met ernstige wijzigingen in het maatschappijbeeld. De afkoopwet is de uiting van het recht van de ‘wakkere’ en een aantasting van het recht van de ‘zwakkere’: de andere verworvenheid van de naoorlogse periode, de ‘Welvaarstaat’ was niet enkel bedoeld voor de grote fortuinen die nu hun schuld en boete kunnen afkopen. Als nu de burger ook het recht verliest om zelf de vervolging in te stellen, wat de volgende stap in de hervorming uitmaakt, is na de rechter ook de burger uit ‘zijn’ procedure gezet.

Wie het allemaal bedacht heeft, van waar het ook komt, hoeft zelfs geen bekommernis te zijn: het resultaat is hetzelfde. De hervormingen in de strafprocedure hebben niet alleen een grondige wijziging gebracht in strafrechtelijke afhandeling, ook het maatschappijbeeld is er grondig door gewijzigd. Dit is niet meer de justitie voor en door de burger, maar de ontwrichting van de democratische rechtsstaat ten voordele van het militair-industrieel-technologisch complex, het gevaar waarvoor president Eisenhouwer waarschuwde.

Bron » Apache | Walter De Smedt

Tags: , , ,

Menu