Disfuncties bij inlichtingendiensten moeten worden onderzocht

De klacht van de gewezen inspecteur van de Staatsveiligheid, Nicolas Ullens de Schooten, kan niet afgedaan worden als een interpersoneel conflict. Uit de aan de klacht gevoegde stukken blijkt dat de inspecteur, als lid van de economische sectie, deed wat hij voor de bescherming van ons wetenschappelijk en economisch potentieel moest doen. De klacht moet dan ook ernstig worden onderzocht.

Ullens stelde nota’s op over de door hem verkregen inlichtingen die mogelijks wijzen op inmenging. Die inlichtingen zijn bovendien samenlopend met wat in drie andere, gerechtelijke onderzoeken, wordt onderzocht: de gerechtelijk onderzoeken over de mogelijke corruptie bij de verkoop van het Rijksadministratief Centrum in Brussel, over Kazachgate, en over het vrijgeven van op vraag van de VN in beslag genomen miljarden van de gewezen Libische dictator Kadafi.

Bovendien werd over de bedenkelijke wijze waarop de zogeheten afkoopwet tot stand kwam, een wet die toeliet schuld en boete af te kopen, ook een langdurig parlementair onderzoek gevoerd. De zogenaamde Kazachgate-commissie. Dat onderzoek wees uit dat de werking van de drie grondwettelijke machten ernstig en op het hoogste niveau werd ontwricht.

Verder en ernstig onderzoek

In de klacht van de inspecteur worden ook elementen aangereikt die grote vragen oproepen over de werking van de burgerlijke inlichtingendienst. Mede gezien de aangehouden strijd tegen het terrorisme, maar ook tegen de toenemende bedreigingen voor ons wetenschappelijk en economisch potentieel, dwingen de door Ullens aangegeven elementen tot verder en ernstig onderzoek.

In dat onderzoek moet het onderscheid gemaakt worden tussen de elementen die aanleiding kunnen geven tot het optreden van de gerechtelijke overheden en deze die betrekking hebben op mogelijke “disfuncties” in de werking van de inlichtingendienst.

Voor het eerste facet is het de bevoegdheid van het openbaar ministerie om uit te maken of de in de klacht aangegeven aanwijzingen, voor een goede rechtsbedeling, al dan niet samenlopend zijn met de feiten die de onderzoeksrechter onderzocht, zodat zij er moeten aan toegevoegd worden.

Voor de beoordeling van de mogelijke “disfuncties” in de werking van de Staatsveiligheid heeft de wetgever een eigen orgaan ter beschikking: het Vast Comité I. Met de eigen enquêtedienst kan het Comité I onderzoek doen en daarover rapporteren aan het parlement.

Ook hier is het de vraag of binnen het korte tijdsbestek afdoende onderzoek is gevoerd om het verslag dat in de Kazachgate-commissie werd gegeven voldoende te kunnen onderbouwen. Op welke elementen van onderzoek steunde het verslag van het Comité I dat besloot dat er geen aanwijzingen van inmenging waren?

Structureel probleem

Er is de zwaarwichtige verklaring van Nicolas Ullens de Schooten dat hij door een lid van de enquêtedienst werd bedreigd zodat hij zijn verklaring niet durfde te ondertekenen, wat alweer tot de beoordelingsbevoegdheid van de gerechtelijke overheden behoort.

In de klacht zitten echter ook elementen die als een structureel probleem kunnen worden bekeken. Die elementen kunnen aanzetten tot een onderzoek over de goede werking van de dienst. De Staatsveiligheid is immers een overheidsdienst die onder het gezag van de minister van Justitie staat, maar ook, via het Vast Comité I, onder toezicht van het parlement.

De benoeming en de bevordering van de leden van deze dienst en de verhouding tussen de hiërarchie en de agenten is geen willekeurige aangelegenheid, maar dient te gebeuren volgens de reglementaire voorschriften.

Indien de verklaringen van de inspecteur naar waarheid mochten zijn en er inderdaad sprake is van een onreglementaire plaatsing en toewijzing van meerdere bevelsfuncties door een minister die er geen gezag over heeft, en er daarenboven sprake kan zijn van inmenging, zijn dat elementen die snel en accuraat kunnen worden onderzocht. Los van alle andere gegevens.

De bezorgdheid voor zowel de goede werking van de Staatsveiligheid als van het Vast Comité I gaat gepaard met ernstige vragen over de werking van de andere inlichtingendienst, namelijk de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV). Ook over deze militaire inlichtingendienst kwamen ernstige aanwijzingen van “disfunctie” naar buiten.

Welk gevolg werd er gegeven aan de ernstige aanwijzingen van mogelijke spionage in de eigen dienst? Op welke wijze wordt getracht een oud zeer, de verscheiden opvatting tussen de burgerlijke en de militaire leden, die nu tot hoogspanning heeft geleid, in goede banen te leiden?

Samen met de lezing van wat nu, gestaafd met documenten, naar buiten komt over mogelijke disfuncties in de werking van verschillende overheidsdiensten in de veiligheidssector volgt een ernstige bezorgdheid over de slagkracht en de behoorlijke werking ervan. Dit alles kan daarom niet voor ongezien gehouden worden.

Deze vragen over de werking van deze diensten hebben ook betrekking op de afwending van wat ons het meest bedreigd. Dat is niet enkel het terrorisme dat de rechtsstaat ondermijnt, maar ook de aanslagen op ons wetenschappelijk en economisch potentieel, en zo ook de instandhouding van de welvaartsstaat.

De rechtsstaat en de welvaarsstaat zijn de twee grote geschenken die wij in de naoorlogse periode van onze voorgangers hebben gekregen. Die brengen wij nu met een steeds verder gaande slordigheid in gevaar.

Bron » Apache | Walter De Smedt

De Decker stapt dan toch uit MR

Hoewel hij het aanvankelijk allerminst van plan was, is Armand De Decker dan toch opgestapt als lid van de Mouvement Réformateur (MR). Dat bevestigt partijvoorzitter Olivier Chastel op Twitter.

‘Armand De Decker is niet langer lid van de MR. Ik heb net nota genomen van zijn ontslag’, meldt Chastel maandagmiddag op de socialenetwerksite Twitter.

Armand De Decker bleef er tot op heden nochtans bij dat hem niets te verwijten valt bij het tot stand komen van de wet op de verruimde minnelijke schikking. In een reactie op het nieuws dat hij in verdenking werd gesteld, wees hij erop dat de raadsheer in Bergen hem er niet van verdenkt dat hij het wetgevend proces zou beïnvloed hebben. ‘Dat blijkt uit de mededeling van het parket, net zoals de parlementaire commissie Kazachgate al eerder vaststelde dat ik de wet niet heb beïnvloed.’

Bronnen melden aan persagentschap Belga dat De Decker de partij verlaat uit ontgoocheling om de geringe steun die hij binnenskamers nog zou ervaren. Hij zou er ook gewezen hebben op het gebrek aan respect voor het vermoeden van onschuld en het werk dat hij tijdens zijn politieke carrière voor de liberale partij heeft verricht.

‘Hoe kan ik minister beïnvloeden?’

De Decker bleef ook ontkennen dat hij door ongeoorloofd politiek gelobby geprobeerd heeft een minnelijke schikking uit de brand te slepen voor de Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev. Daar wordt hij door het gerecht wel officieel van verdacht.

‘Men verwijt mij dat ik een minnelijke schikking ben gaan vragen voor Chodiev aan de toenmalige minister van Justitie Stefaan de Clerck (CD&V). Maar hoe kan ik een minister beïnvloeden van wie ik weet dat het niet zijn bevoegdheid is een minnelijke schikking toe te kennen? Het enige wat ik heb gedaan – in mijn rol als advocaat van Chodiev – is vragen aan de minister hoe het zat met de vooruitgang van het wetsvoorstel op de verruimde minnelijke schikking. Niet meer, niet minder.’

Nog in Brussels Parlement

In zijn maandagmiddag gepubliceerde mededeling repte De Decker met geen woord over de eis van MR-voorzitter Oliver Chastel. Die vroeg vanochtend dat de Decker zich zou terugtrekken uit al zijn functies als politicus. De Decker zit vandaag nog in het Brussels Parlement en in de Ukkelse gemeenteraad.

Minder dan een uur na het verschijnen van De Deckers mededeling maakte Chastel via Twitter bekend dat de voormalige Senaatsvoorzitter dan toch uit de MR was gestapt.

Bron » De Standaard

MR-voorzitter vraagt De Decker ontslag te nemen

MR-voorzitter Olivier Chastel vraagt oud-Senaatsvoorzitter Armand De Decker ontslag te nemen uit al zijn mandaten, zoniet wordt De Decker uit de partij gezet. Chastel reageert daarmee op de inverdenkingstelling van de minister van Staat in het dossier Kazachgate.

Gerechtelijke bronnen bevestigden maandag aan De Standaard dat Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld werd wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak.

De Decker zou 740.000 euro gekregen hebben van de miljardair Patokh Chodiev en diens zakenpartners om de wet op de verruimde minnelijke schikking op hun maat te laten goedkeuren.

Bron » De Standaard

Armand De Decker verdacht van corruptie in zaak Kazachgate

Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) is door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak. Dat bevestigen gerechtelijke bronnen aan De Standaard.

Een raadsheer-onderzoeksrechter in Bergen meent dat er genoeg aanwijzingen zijn dat senator Armand De Decker (MR) in 2011 en 2012 aan ongeoorloofde politieke lobbying heeft gedaan om de wet op de verruimde minnelijke schikking te laten goedkeuren op maat van miljardair Patokh Chodiev en twee van diens zakenpartners.

De Decker kreeg voor zijn diensten 740.000 euro van Chodiev en co. Zelf blijft de oud-senator tot op vandaag beweren dat hij in de Kazachgate-zaak enkel heeft gewerkt als advocaat van Chodiev en dat de 740.000 euro zijn honorarium waren. Maar hij slaagde er dus niet in de speurders te overtuigen.

Olivier Delmarche, raadsheer bij het hof van beroep in Bergen, stelde Armand De Decker heel recent in verdenking wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding.’ Dat vernamen De Standaard, Mediapart, Le Soir, en Le Vif. ‘Ongeoorloofde beïnvloeding’ is een vorm van corruptie waarbij een ambtenaar ‘tegen betaling zijn invloed gebruikt om de overheid tot een handeling aan te zetten.’ In dit geval zou De Decker zijn politieke invloed hebben aangewend voor de belangen van Chodiev te dienen.

Dat De Decker in verdenking is gesteld, betekent dat hij op het eind van het onderzoek voor de raadkamer moet verschijnen. Die moet dan op haar beurt beslissen of hij naar de rechtbank wordt verwezen.

Bron » De Standaard

Hoge Raad voor Justitie: “Maak de afkoopwet transparanter”

Als iemand zijn of haar proces afkoopt, dan moet het publiek daar meer informatie over krijgen. Dat schrijft de Hoge Raad voor Justitie (HRJ) in een advies. De Raad wil onder meer dat de rechter bekend maakt hoeveel een verdachte betaald heeft. Minister van Justitie Geens (CD&V) zegt dat hij rekening houdt met het advies.

De wet op de verruimde minnelijke schikking, zoals de zogenaamde afkoopwet officieel heet, lag al vaker onder vuur. Politici spraken geregeld over klassenjustitie, waarbij rijke verdachten de kans kregen om hun proces af te kopen. Zeker bij grote ophefmakende zaken, zoals de processen tegen diamantbedrijf Omega Diamonds, holding Bois Sauvage of ondernemer Glenn Janssens, kwam er kritiek op de weinig transparante manier van werken.

Om die reden zette het Grondwettelijk Hof de wet in juni 2016 even on hold. Het Hof vond dat de rechter te veel buitenspel werd gezet, en dat die eigenlijk meer controle zou moeten krijgen over afgekochte zaken.

Daarnaast kwam er de laatste maanden veel kritiek op de manier waarop de wet tot stand was gekomen. Die zou zonder veel discussie door het parlement gejaagd zijn, op vraag van de Oezbeekse zakenman Chodiev. Die gang van zaken wordt nog onderzocht.

“Een goed instrument, als het goed gebruikt wordt”

Toch is de Hoge Raad voor Justitie niet tegen de wet. “Het kan een goed instrument zijn voor een rechtvaardig strafrechtelijk beleid,” zegt Christian Denoyelle van de HRJ, “maar dan moet het wel op de juiste manier toegepast worden. Het mag alleszins niet zo zijn dat het openbaar ministerie steevast de minnelijke schikking toepast omdat er capaciteitsproblemen zijn bij politie of justitie.”

De HRJ vraagt wel meer transparantie. “Het parket moet motiveren waarom het iemand de kans biedt om een minnelijke schikking te betalen. Daarnaast zou de zitting van de rechtbank én het vonnis openbaar moeten zijn.” Nu verloopt alles achter gesloten deuren, en moet iedereen het bedrag van de minnelijke schikking geheim houden. Om het vertrouwen van de burger te herwinnen, vragen we het parlement om het wetsontwerp nog te verbeteren”, besluit Denoyelle.

Minister van Justitie Geens zegt dat het nieuwe wetsontwerp voor de afkoopwet intussen in het parlement behandeld wordt, en dat het advies van de HRJ er al in opgenomen is.

Bron » VRT Nieuws

Het bendedossier of de ontwrichting van de staat

“Ik denk dat ik weet wie er achter de Bende Van Nijvel zit (…) We moeten zeker en vast zoeken in de richting van Staatsveiligheid van die tijd en de Groep Diane. Dan ook terrorisme. Mensen die liever in de samenleving dictatuur hebben en die liever hebben dat het anders is dan de democratie die we kennen.”

Aldus Jef Vermassen aan TV Oost in een interview naar aanleiding van zijn nieuwe boek. “Het is een vervlechting van criminele milieus en van administraties van toen. Ik vermoed dat de namen in het dossier gekend zijn, maar dat dat potje dicht moet gehouden worden.”

Verlengd geheim

Wie de waarheid over de bendeaanslagen wil weten, moet vooral niet op het gerechtelijk onderzoek rekenen. Wat daar in staat is immers geheim, en dit geheim werd door het verlengen van de verjaringstermijn van de feiten ook verlengd: een gerechtelijk onderzoek kan de beste plaats zijn om een geheim te bewaren. Want er is een krachtig wapen om dit geheim te verzekeren: wie uit de biecht klapt kan er voor vervolgd worden, en zopas werd de strafbaarheid van dit misdrijf opgetrokken tot drie jaar en werd het toegelaten om voor het onderzoek van het misdrijf ‘Bijzondere Methoden’ te gebruiken.

Dat de geheimhouding van een gerechtelijk vooronderzoek niet dient om disfuncties en misdaden verborgen te houden, maakt niets uit. Het ‘chilling effect’ van de strafverzwaring heeft zijn doel bereikt: wie van de in het onderzoek betrokken magistraten of politieambtenaren heeft zin om vervolgd te worden omdat hij de waarheid lekt? De vervolging en betuchtiging van een Antwerpse financiële substituut die door een arrest van het Grondwettelijk Hof volkomen gelijk kreeg, strekt tot voorbeeld.

Andere wegen

Wie meer wil weten over wat er ook in ons land tijdens ‘de jaren van lood’ gebeurde, vindt op het net voldoende literatuur om er een waarheidsgetrouw beeld van te krijgen. Op Apache schreef ik er drie bijdragen over: ‘Tien jaar extra onderzoek: voor de waarheid over de Bende?’, ‘De machinaties achter het ultieme spoor richting Bende van Nijvel’ en ‘De naoorlogse waarheid’.

De rode draad doorheen deze bijdragen is ingegeven door wat ‘de theorie van de spanning, de ontwrichting van de Staat’ wordt genoemd. Deze theorie gaat terug naar een nota van generaal Westmoreland, van 1968 tot 1972 bevelhebber van het Amerikaanse leger, die tijdens het onderzoek naar de aanslagen in Italië werd gevonden.

Ook de Belgische parlementaire onderzoekscommissie heeft de nota Westmoreland onderzocht: “In punt 11 van ‘de nota Westmoreland’ wordt aangeraden over te gaan tot rechtstreekse interventies van de agents on special operations in de gastlanden die ervan verdacht worden al te laks op te treden tegen het communisme of de subversie van communistische oorsprong; die interventies hebben tot doel de regeringen en de publieke opinie van die landen te overtuigen dat het gevaar reëel is dat krachtdadig optreden dringend geboden is”.

“De Commissie heeft het noodzakelijk geoordeeld deze toelichting te verstrekken omdat zij kan bijdragen tot een beter begrip van een aantal gebeurtenissen ook al kan niet met zekerheid worden gesteld dat er enig verband is tussen die gebeurtenissen en de anti-subversieve strategie van de Verenigde Staten.” (zie: Parlementair onderzoek met betrekking tot het bestaan van een clandestien internationaal internationaal inlichtingennetwerk – Belgische Senaat 1117-4 (1990-1991)).

Ontwrichting

Het gebruik van geweld is maar één middel om de staat te ontwrichten. Dat het ook anders kan wordt duidelijk aangetoond door het lopende parlementair onderzoek op de afkoopwet, de Kazachgate. Niemand kan ontkennen dat door de wijze waarop de afkoopwet werd voorbereid en uitgevoerd de werking van onze instellingen tot op het hoogste niveau ernstig werd aangetast. Dat gebeurde enerzijds om een verkoop van Franse gevechtshelikopters mogelijk te maken en anderzijds om mega fraude in de diamant onbestraft te laten.

Om het doel te bereiken, werden niet alleen hoogstaande politiekers ingeschakeld maar werd ook beroep gedaan op hoge magistraten: zonder de tussenkomst van die magistraten was de wet er vermoedelijk niet gekomen en was die voor zeker niet toegepast nog voor ze werd gestemd. Meerdere elementen van dit dossier vertonen op uitzondering van de afwezigheid van geweld gelijkenissen met de andere dossiers uit het verleden.

Voordeel

A qui profite le crime? Het antwoord ligt in de waarschuwing die een andere Amerikaanse generaal, president Eisenhouwer, in zijn afscheidsrede gaf: “In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist.”

Wat is een verkoop van gevechtshelikopters anders? En diamant dient lang niet alleen om er een ring mee te sieren. Voor wie werd de afkoopwet gemaakt? Het is de copy paste van wat de Amerikaanse justitieminister Holder in de financiële crisis kon bereiken: eerst was hij als vennoot van een groot zakenkantoor betrokken bij de maak van de rommelkredieten, vervolgens kon hij als justitieminister de banken die er verantwoordelijk voor waren uit de wind zetten door mega deals die nooit tot voor een rechter kwamen.

Beter begrip

De parlementaire Gladio commissie verwees naar de theorie ontwrichting van de staat “omdat zij kan bijdragen tot een beter begrip van een aantal gebeurtenissen ook al kan niet met zekerheid worden gesteld dat er enig verband is tussen die gebeurtenissen en de anti-subversieve strategie van de Verenigde Staten”.

Voor een beter begrip van wat er nu gebeurt is het nuttig te wijzen op de rol die justitie en voornamelijk het strafgerecht kan spelen in ofwel het in stand houden van een bepaald maatschappijbeeld ofwel in het nastreven van een geheel andere maatschappelijke ordening. Bovendien is het niet de eerste maal dat deze vraag aan bod komt: het maakt de essentie uit van de boeken die over de moord op de communistenleider Julien Lahaut werden geschreven.

Het nu gepubliceerde boek heeft grote waarde niet alleen wegens het eerste deel van de titel, ‘Wie heeft Lahaut vermoord?’, maar ook wegens het tweede deel: ‘De geheime Koude Oorlog in België’.

Het boek brengt het op grond van wetenschappelijk onderzoek verkregen en dus op archiefstukken gesteunde bewijs van het bestaan in ons land van een naoorlogs, geheim parallel en privé inlichtingen netwerk, gefinancierd door de haute finance, de Société Générale en haar filiaal Union Minière en Brufina – Banque de Bruxelles, met medewerking van agenten in verschillende overheidsdiensten als politie en inlichtingendiensten en zelfs het gerecht, bindingen met de hiërarchie in de katholieke kerk en met correspondenten, opdrachtgevers en bestemmelingen van de rapporten tot op het hoogste echelon van het politiek beleid.

Het boek toont ook aan dat de verschillende onderzoeksrechters die de zaak Lahaut behandelden hun onderzoek behoorlijk en actief hebben verder gezet maar er zowel bij de gerechtelijke politie als bij het parket als in het hoogste politiek beleid tegenstand was die tot gevolg had dat belangrijke informatie niet tot bij de onderzoeksrechter geraakte en daardoor de ontdekking van de gerechtelijke waarheid werd verhinderd. Het boek toont ook dat de activiteiten van het netwerk zich niet beperkten tot informatie inwinning en -verwerking maar er ook operaties werden gevoerd die niet alleen in België maar evenzeer in de kolonie werden uitgebouwd.

Vervolgen en onderzoeken

In het licht van het Gladio en het Bendededossier en met de revelaties van het wetenschappelijk onderzoek over de moord op Julien Lahaut in het achterhoofd mag de vraag worden gesteld door welk “strafrechtelijk systeem” de waarheid het best wordt gediend vooral wanneer het om gebeurtenissen gaat die een onmiddellijke weerslag hebben op het maatschappijbeeld: de sterke Staat als vertegenwoordiger van het militair-industrieel, en nu ook het technologisch complex, tegenover dat van de individuele burger en de door hem verworven rechten.

Aan de ene kant staat het systeem zoals het uit de Franse Revolutie en de door deze geproclameerde mensenrechten is gekomen. Aanvankelijk was het vooronderzoek als het onderzoek op de zitting als het eindoordeel, in handen van het volk, van de door burger gekozen assisenjury. Hoewel deze procedure in de rest van de wereld de standaardprocedure is gebleven (Angelsaksische opvatting) ging de overgang van de Revolutie naar het Keizerschap in Frankrijk, en dus ook bij ons, gepaard met enkele belangrijke aanpassingen. ‘Les Gens du Roi’, de ‘Procureurs de la République’ verkregen opnieuw de plicht om te vervolgen, ‘Les Gens d’armes’ vertegenwoordigden tezamen met de ‘Gouverneurs’ de sterke arm van het centraal gezag. Als tegengewicht werd het onderzoeksmonopolie aan de onderzoeksrechter gegeven en moest ieder strafproces openbaar en tegensprekelijk voor een onafhankelijke en een onpartijdige strafrechter worden gevoerd.

Hoewel wat wij van Keizer Napoleon hebben geërfd twee wereldoorlogen heeft overleefd is de laatste kwarteeuw het ‘systeem’ stelselmatig en gevoelig aangepast. Vooreerst verkregen ‘Les Gens d’armes’ een eigen verzelfstandigde opsporingsvorm: de politieoperatie al of niet met bijzondere methoden, onder eigen bevel. Daarna werd de opsporing door de procureur de meest gebruikte onderzoeksvorm en werd het onderzoek door de onderzoeksrechter herleid tot mini-enquêtes of enkele machtiging tot welbepaalde verrichtingen.

Deze evolutie is de verschillende parlementaire commissies niet ontgaan. In de bendeonderzoeken werd aangetoond dat het parket een overmatige invloed had op de onderzoekspistes en de onderzoekstrategie. In het Dutrouxonderzoek werd bewezen dat de politieoperaties Othello en Décimes voor de onderzoeksrechter werden afgeschermd. Door de afkoopwet werd ook de strafrechter geheel buiten de procedure gezet: een opportuniteitsbeslissing van de procureur verving het rechterlijk vonnis. De assisenprocedure werd vervolgens herleid tot enkele symbolische dossiers. En nu is ook de afschaffing van de onderzoeksrechter in de maak.

Maatschappijbeeld

Dit is niet meer de justitie voor en door de burger, maar de ontwrichting van de democratische rechtsstaat ten voordele van het militair-industrieel-technologisch complex
De wijzigingen in de strafrechtelijke afhandeling, gaan ook gepaard met ernstige wijzigingen in het maatschappijbeeld. De afkoopwet is de uiting van het recht van de ‘wakkere’ en een aantasting van het recht van de ‘zwakkere’: de andere verworvenheid van de naoorlogse periode, de ‘Welvaarstaat’ was niet enkel bedoeld voor de grote fortuinen die nu hun schuld en boete kunnen afkopen. Als nu de burger ook het recht verliest om zelf de vervolging in te stellen, wat de volgende stap in de hervorming uitmaakt, is na de rechter ook de burger uit ‘zijn’ procedure gezet.

Wie het allemaal bedacht heeft, van waar het ook komt, hoeft zelfs geen bekommernis te zijn: het resultaat is hetzelfde. De hervormingen in de strafprocedure hebben niet alleen een grondige wijziging gebracht in strafrechtelijke afhandeling, ook het maatschappijbeeld is er grondig door gewijzigd. Dit is niet meer de justitie voor en door de burger, maar de ontwrichting van de democratische rechtsstaat ten voordele van het militair-industrieel-technologisch complex, het gevaar waarvoor president Eisenhouwer waarschuwde.

Bron » Apache | Walter De Smedt

Kazachgate: afkoopwet bracht al half miljard op

Meer dan duizend mensen en bedrijven hebben hun vervolging de voorbije zes jaar kunnen afkopen. Dat leverde de staat bijna een half miljard euro op. Dat schrijft De Tijd vrijdag, op basis van een rondvraag die de procureurs-generaal voor de Kazachgate-commissie hebben uitgevoerd bij de openbare aanklagers.

Tussen 14 april 2011 en 31 december 2016 werden 1.006 schikkingen getroffen met mensen en bedrijven die verdacht werden van misdrijven. In 952 gevallen hebben de verdachten alle overeengekomen bedragen betaald.

De schikkingen brachten de Belgische staatskas ruim 464 miljoen euro op. De openbaar aanklagers kregen 102,5 miljoen euro, de fiscus 323 miljoen euro. In sociale fraudezaken ging amper 137.000 euro naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Er werd 4,1 miljoen euro betaald aan andere benadeelden en er werd ruim 37 miljoen euro aan vermogensvoordelen teruggegeven.

Tussen 2 juni en 31 december 2016, nadat het Grondwettelijk Hof besliste dat de wet ongrondwettelijk was, gebeurden er 38 schikkingen. Nochtans hadden de procureurs-generaal aan alle openbare aanklagers gevraagd te wachten tot minister van Justitie Koen Geens (CD&V) de wet had aangepast. De procureurs-generaal stellen dat die schikkingen al waren onderhandeld voor de uitspraak van het Grondwettelijk Hof en dat alle schikkingen aan een rechter zijn voorgelegd.

Ook in de “verdachte periode” tussen 14 april en 11 augustus 2011 hebben elf schikkingen plaatsgevonden, toen de wet nog bijgeschaafd moest worden, maar onder andere de miljardair Chodiev zijn vervolging mocht afkopen.

De cijfers werden zopas overgemaakt aan de onderzoekscommissie Kazachgate en minister Geens.

Bron » De Morgen

Waarom Geens niet wacht op commissie-Kazakhgate om afkoopwet nieuw leven in te blazen

Tot twee keer toe heeft minister van Justitie Koen Geens (CD&V) aangegeven dat hij zou wachten om de ‘afkoopwet’ nieuw leven in te blazen. Eerst moest de onderzoekscommissie Kazakhgate zijn aanbevelingen klaar hebben. Nu neemt hij toch initiatief. “Er was te veel onzekerheid op het terrein.”

Justitieminister Geens heeft zijn wetsontwerp klaar om de ‘afkoopwet’ weer in ere te herstellen. Nog voor de zomerreces legt hij het op tafel binnen de regering, daarna gaat hij ermee naar het parlement.

Via de wet op de minnelijke schikking (in de volksmond: ‘afkoopwet’) kunnen fraudeurs in bepaalde gevallen een boete betalen in plaats van een veroordeling te ondergaan. Een jaar geleden werd de wet ‘on hold’ gezet na een arrest van het Grondwettelijk Hof. De rechter had onvoldoende controle, luidde het oordeel.

Dat Geens nu al met een initiatief komt, is opvallend, want de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie naar Kazakhgate zijn nog volop aan de gang. Tot twee keer toe heeft hij gezegd dat hij daarop zou wachten.

Koelere kast

Op 19 januari antwoordt Geens in het parlement op een vraag van sp.a-Kamerlid Peter Vanvelthoven dat hij zijn voorstel voor de reparatie van de afkoopwet “in een koelere kast” heeft gestoken. Hij wil eerst de aanbevelingen van de onderzoekscommissie afwachten, zegt hij.

Binnen die commissie wil de oppositie het over de afkoopwet zelf hebben, maar dat wordt afgeblokt door de meerderheid. Na het antwoord van Geens heropent voorzitter Dirk Van der Maelen (sp.a) de discussie, maar stuit weer op een njet van de meerderheid. De focus moet liggen op de mogelijke politieke beïnvloeding door de miljardair Patokh Chodiev, is het besluit.

Van der Maelen schrijft een brief aan Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) en minister Geens om dat te melden. Toch antwoordt Geens op 9 februari per brief dat hij bij zijn standpunt blijft en zal wachten. Er kunnen immers aanbevelingen komen van de commissie, “bijvoorbeeld aangaande de transparantie bij de toepassing van dit wettelijk instrument”.

De socialisten zijn verbaasd dat de minister nu het heft in handen neemt. “Wat heeft de minister van gedacht doen veranderen?”, vraagt Van der Maelen zich af. “Liggen er misschien zaken te wachten die dringend afgekocht moeten worden?”

Effeciëntie

Geens zelf verwijst nu naar de brief die hij kreeg van Van der Maelen. Daaruit blijkt inderdaad dat zijn initiatief om de wet nu al te reanimeren de commissie-Kazakgate niet doorkruist. Maar waarom drukt hij net nu door?

“Er was grote ongerustheid op het terrein”, legde hij vanmiddag uit in de Kamer. “De wet werd op sommige plaatsen nog toegepast. Dat wordt nu veralgemeend. Ik wil ervoor zorgen dat dit op een uniforme manier gebeurt.”

Gisteren raakte bekend dat de procureurs-generaal via een omzendbrief de afkoopwet weer toepasbaar maken. De wet is in de feiten met andere woorden de facto al ‘alive and kicking’. Voorwaarde is dat het arrest van het Grondwettelijke Hof wordt gerespecteerd, en de rechter dus een grotere rol krijgt. De magistraten hadden lang genoeg hadden gewacht op de politiek, te veel zaken lagen daardoor stil.

De oplossing van Geens ligt in de lijn met wat magistraten hebben aanbevolen: meer rechterlijke controle. Het is niet dat er nu een omzendbrief is, dat de wet zelf niet op orde worden gezet. Hij benadrukte in de Kamer dat hij op geen enkele manier de procureurs-generaal heeft aangestuurd.

Over de timing wil de minister niet te hard van stapel lopen. Binnen enkele weken komt de reparatiewet op de ministerraad, in een pakket met een aantal andere reparatiewetten. “Daarna moet de Raad van State zijn fiat geven. De bespreking in het parlement zal voor na de zomer zijn.”

Bron » De Morgen

Geens wil ‘afkoopwet’ snel in ere herstellen

Justitieminister Koen Geens (CD&V) duwt door om de ‘afkoopwet’ nieuw leven in te blazen. Nog voor de zomer brengt hij de nieuwe wet naar de regering.

De wet op de minnelijke schikking stond bijna een jaar on hold na een arrest van het Grondwettelijk Hof. Gisteren raakte bekend dat de procureurs-generaal het via een omzendbrief mogelijk maakten om haar weer toe te passen. Nu heeft Geens een wetsontwerp klaar om haar definitief in ere te herstellen.

De ‘afkoopwet’ maakt het mogelijk dat verdachten in fraudezaken een boete krijgen in plaats van een veroordeling.

De timing is opmerkelijk. De onderzoekscommissie Kazakhgate, die zich ook buigt over de wet, loopt nog. Begin dit jaar verklaarde Geens dat hij zou wachten tot die ten einde zou zijn, zodat hij rekening kon houden met de aanbevelingen.

Even later kreeg hij van voorzitter Dirk Van der Maelen (sp.a) een brief waarin stond dat de commissie zich enkel zou bezighouden met hoe de wet tot stand kwam. De focus ligt bij de mogelijke politieke beïnvloeding door de Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev, niet bij de werking van de wet zelf.

Geens zag geen belemmering meer. Nog voor de zomervakantie zal hij een reparatiewet voorleggen aan regering en parlement. Daarbij zullen rechters de minnelijke schikkingen echt afwegen. Ze moeten bijvoorbeeld nagaan of de boete in verhouding staat tot de feiten.

Pingpongspel

Van der Maelen erkent dat hij Geens een brief stuurde. “De meerderheid blokkeerde de vraag van de oppositie om het over de wet zelf te hebben, dus moest ik wel.” Sp.a heeft het over een “eigenaardig pingpongspel” van CD&V. “Ze willen het eigenlijk nooit over de wet hebben, en plots komen ze hier mee aanzetten.”

Dat de wet weer toepasbaar is, veroorzaakte kritiek. Sp.a-voorzitter John Crombez stelde dat de regering de “rode loper uitrolt voor fraudeurs”. Oud-vrederechter Jan Nolf heeft het over “klassenjustitie”.

Bron » De Morgen

Jan Nolf: “Afkoopwet leidt tot klassenjustitie”

De afkoopwet wordt gereanimeerd. Mensen kunnen hun proces opnieuw afkopen, zo blijkt uit een omzendbrief van de procureurs-generaal. Die formuleren nieuwe richtlijnen, afgestemd op de eerdere bezwaren van het Grondwettelijk Hof. “We verglijden naar klassenjustitie”, vindt oud-vrederechter Jan Nolf.

Een jaar geleden protesteerde het Grondwettelijk Hof tegen de intussen veelbesproken afkoopwet, onder meer bekend van Kazachgate. De wet ging even in de kast, minister van Justitie Koen Geens (CD&V) werkte intussen aan een reparatiewet. En nu roepen de parketten de wet weer tot leven. In een omzendbrief formuleren ze nieuwe richtlijnen. Zo moet een rechter nu ook oordelen over de wettigheid van de schikking en de precieze afkoopsom.

U bent geen fan van de gereanimeerde afkoopwet?

“Absoluut niet. De rechter mag oordelen of het bedrag van de schikking wel in proportie is. Hij wordt dus gereduceerd tot boekhouder, terwijl er zoveel andere belangrijke elementen zijn. De machtspositie die de verdachte bekleedt, de eventuele voorgaande feiten, de aard van de zaak. De rechters mogen dus niets zeggen over het allerbelangrijkste: is het rechtvaardig? Dat is blijkbaar niet belangrijk.”

Kleine zaken schikken om zo tijd te winnen voor grote zaken. Dat is de geest van de afkoopwet. Leeft dat idee nog?

“Ik ben een groot voorstander van het idee. Kleinere misdrijven als winkeldiefstallen, moet je kunnen schikken. Zo kun je meer tijd aan grote zaken spenderen. Maar de parketten schieten hun doel totaal voorbij. In de praktijk zie je net het omgekeerde. Grote fraudezaken zoals die van Omega Diamonds worden afgekocht, maar de muffinman kreeg een paar maanden cel (en werd uiteindelijk in beroep vrijgesproken, BVS). Niet de geest van de wet, maar de uitvoering is het probleem. We laten de vette vissen schieten.”

Waarom willen de parketten die afkoopwet reanimeren, terwijl minister van Justitie Koen Geens (CD&V) aan een reparatiewet werkt?

“Justitie is ontzettend bang om gezichtsverlies te lijden, bijvoorbeeld als verdachten worden vrijgesproken wegens procedurefouten. Ik vermoed dat het parket enkele van die rechtszaken, die om proceduretechnische redenen vervelend zijn, snel wil schikken. Bovendien komt de reparatiewet er pas na een breed debat. Dat willen de parketten liever niet voeren, terwijl we dringend lessen moeten trekken uit bijvoorbeeld Kazachgate.”

Wat als politiek en justitie niet de juiste lessen trekken?

“Dan verglijden we naar klassenjustitie: de rijken kunnen véél misdrijven afkopen, gewone mensen komen met niets meer weg.”

Bron » De Morgen