Lossen we misdaden straks via de stamboom op?

In het buitenland wordt de ene na de andere cold case opgelost met verwantschapsonderzoek en de hulp van stamboomwebsites. Maar in België is dat taboe als gevolg van de strenge privacy­wetgeving. Daardoor mist onze recherche een krachtig instrument om doorbraken te forceren.

In Nederland is het sinds 2012 toegestaan dat bloedverwanten van onbekende daders worden opgespoord via DNA-onderzoek. Dat heeft de voorbije ­jaren in tal van vastgelopen zaken tot een beslissende doorbraak geleid. Zo kon eind vorige maand Jos Brech, de (vermoedelijke) moordenaar van Nicky Verstappen, twintig jaar na de feiten worden geïdentificeerd en gearresteerd.

Het allereerste grootschalige verwantschapsonderzoek kwam er al snel na de invoering van de wet. In 2012 werd in een dorp in Friesland aan meer dan zevenduizend mannen gevraagd om vrijwillig een staal wangslijmvlies af te staan. De speurders waren op zoek naar een match met het DNA-spoor dat was gevonden op het lichaam van de in 1999 verkrachte en vermoorde Marianne Vaatstra. Hun verwachting was dat de uitgebreide DNA-analyse hen zou leiden naar een broer of neef van de dader. Bizar genoeg deed de dader zelf mee aan het ­onderzoek, waardoor de rechercheurs meteen een perfecte match hadden.

Golden State Killer

De strafste doorbraak vond plaats in Californië in de Verenigde Staten, waar eind april de ­Golden State Killer werd opgepakt. Decennialang had de politie niets kunnen aanvangen met het DNA van de seriemoordenaar- en verkrachter, dat tussen 1976 en 1986 was teruggevonden op de ­lichamen en kleren van tientallen slachtoffers. Het DNA-spoor kwam met geen enkel profiel overeen in de enorme DNA-databank van de FBI.

Tot enkele speurders het genetische profiel van de dader invoerden op een genealogische website en de algoritmen lieten zoeken naar zowel naaste als verre familieleden. Dat leverde één gemeenschappelijke voorouder op met mensen die uit onschuldige interesse hun DNA-profiel hadden geüpload. De speurders tekenden een stamboom uit en kwamen zo uit bij Joseph DeAngelo, een gepensioneerde politieman. Zijn identiteit kon uiteindelijk worden bevestigd door een een-op-een-match.

Geneticus Maarten Larmuseau (KU Leuven) kent de zaak heel goed. ‘Ik merk dat de ongerustheid bij mensen die hun stamboom onderzoeken met behulp van online DNA-tests sindsdien is toegenomen. Ook in Vlaanderen’, zegt hij. ‘Ze zien dat hun genetische gegevens niet alleen worden gebruikt om verre familieleden op te sporen, maar ook om misdrijven op te lossen.’

De laatste jaren is de markt van de genetische genealogie geëxplodeerd. Bedrijven zoals 23andMe, Ancestry en MyHeritage bieden klanten aan hun volledige DNA te analyseren. Dat gaat heel makkelijk: je bestelt een kit, spuwt wat speeksel in een buisje en stuurt het op. De prijs varieert van 150 tot 1.500 euro, naargelang je iets heel specifieks laat testen of je ­hele genoom in kaart laat brengen. In ruil krijg je een profiel waarin te lezen staat hoeveel kans je maakt op een bepaalde ziekte, in welk continent je prehistorische roots liggen en hoeveel neanderthaler-DNA je bezit.

Genetische astrologie

Maar de online profielen worden (vooral) ook gebruikt om verre familieleden te identificeren. ‘In de meeste gevallen zijn online DNA-tests nog genetische astrologie’, zegt Larmuseau, die anderhalf jaar geleden met zijn eigen DNA en dat van een collega de vijf populairste bedrijfjes tegen het licht hield. ‘Maar in één aspect zijn ze heel goed: het vinden van nabije familiebanden, met een horizon van maximaal honderdvijftig à tweehonderd jaar.’

Bij dit soort online DNA-tests wordt het volledige kern-DNA gescand. Er wordt ingezoomd op een paar miljoen puntmutaties, variaties van slechts één letter in de DNA-code. De software kijkt dan hoeveel van die mutaties je gemeen hebt met de andere profielen in de (online) databank. Met je ouders is dat natuurlijk vijftig procent, met je neef of nicht uit dezelfde overgrootouders nog altijd drie procent.

Larmuseau zond ook zijn eigen profiel naar GEDmatch, de Amerikaanse genealogische website die vooral gebruikt wordt door mensen die op zoek zijn naar familie­leden, maar dus ook de identiteit van de Golden State Killer verraadde. ‘Tot mijn stomme verbazing vond ik een ver familielid in de VS terug met wie ik twee overgrootouders deel.’ Intussen zouden er bijna een miljoen profielen op GEDmatch staan, waardoor de website kan wedijveren met de DNA-databank van de FBI.

Belgische beperkingen

Ook bij ons wint de genetische genealogie aan populariteit. Duizenden tot tienduizenden Vlamingen hebben intussen hun DNA laten analyseren, en velen bezitten een online genetisch profiel. ‘Zo’n profiel kan bijvoorbeeld zeer handig zijn voor mensen die weten dat hun grootmoeder of -vader een vondeling was, en die hun biologische verwanten willen opsporen’, zegt Larmuseau.

Toch mogen Belgische speurders verwantschapsonderzoek niet gebruiken om een misdrijf op te lossen. De beleidsmakers en ­juristen moeten eerst nog afbakenen wat wel en niet kan in een DNA-onderzoek. ‘In België laat de wet alleen een DNA-onderzoek toe als er een duidelijke aanleiding is (lees: de speurders hebben een verdachte, red.)’, zegt Charlotte Aelbrecht van de DNA-afdeling van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC). Dan wordt een sporenprofiel vergeleken met een profiel van een verdachte, of met dat van een individu of een ander spoor in de Belgische DNA-databank.

De privacywet verbiedt tevens dat het eiwitcoderende deel van het DNA wordt doorzocht, het stuk waarin de genen liggen die (mee) ons uiterlijk en ons karakter bepalen. Ook dit is in Nederland anders. Aelbrecht: ‘Daar mogen speurders sinds kort ook de oog- en haarkleur van de persoon achter een niet-geïdentificeerd spoor bepalen.’

Bende van Nijvel

Kan verwantschapsonderzoek een doorbraak betekenen in de beruchtste Belgische cold case? Aan de Bende van Nijvel konden maar twee DNA-sporen worden gelinkt: een afkomstig van een sigarettenpeuk, een ander van de bebloede kraag van een kogelvrij vest. ‘De speurders hebben gezocht naar een match met opgeslagen profielen in nationale en internationale databanken’, zegt Peter Callebaut, advocaat van nabestaanden van enkele slachtoffers van de Bende. ‘Zonder resultaat. En inmiddels weten we dat het DNA ook niet overeenkomt met dat van Chris B. (de ex-rijkswachter die op zijn sterfbed zou hebben toegegeven dat hij ‘de Reus’ was, red.).’

Callebaut gelooft er niet meer in dat de twee sporen nog tot een doorbraak zullen leiden. ‘We zijn er zelfs niet zeker van dat ze effectief van Bendeleden afkomstig zijn. Bovendien is een uitgebreid DNA-onderzoek in ons land niet toegestaan. Laat staan dat de speurders de DNA-profielen mogen uploaden naar een genealogische website.’

Ook al zouden alle middelen uit de kast van de forensische genetica worden gehaald – zoals een uitgebreid verwantschapsonderzoek – dan nog is een doorbraak onzeker. ‘In het Bendedossier is het niet meteen duidelijk in welke geografische streek de vermoedelijke daders moeten worden gezocht’, zegt Larmuseau. ‘Dat was in de zaken rond de moorden op Marianne Vaatstra en Nicky Verstappen wel het geval.’

Toch wil de Leuvense geneticus de identificatie van een van de Bendeleden via een verwantschapsonderzoek niet uitsluiten, al voegt hij er meteen aan toe dat dit dan wel op zeer grote schaal zou moeten plaatsvinden. ‘Dit is een juridisch, bijna ethisch en moraal dilemma.’

Maar de recente ontwikkelingen in de VS, waar de voorbije twee maanden niet minder dan acht vastgelopen zaken werden opgelost met verwantschapsonderzoek, tonen aan dat het een nuttig instrument is. ‘En er komen nog meer doorbraken aan’, voorspelt Larmuseau. ‘Eigenlijk sta ik ervan versteld dat dit nu allemaal pas gebeurt. In de genealogie wordt al jaren onderzoek gedaan met online DNA-profielen.’

Bron » De Standaard

Parket meent dat Jacques Monsieur wel degelijk tussenpersoon was bij wapenhandel

De beruchte Belgische Jacques Monsieur zou gehandeld hebben als tussenpersoon bij talrijke verkopen van militaire materialen aan landen waartegen een wapenembargo loopt. Dat heeft de federale procureur gezegd in haar requisitoir voor het hof van beroep van Brussel. De 64-jarige man uit Lot (Vlaams-Brabant) werd in 2017 veroordeeld tot drie jaar cel en een boete van 300.000 euro voor wapenhandel.

Monsieur, die al jarenlang bekend staat als notoir wapenhandelaar, moet zich verantwoorden voor de illegale verkoop tussen 2006 en 2009 van automatische wapens, tanks, helikopters, vliegtuigen en ander militair materieel aan afnemers in Libië, Tsjaad, Pakistan en Iran.

De zestiger, die ook de bijnamen “the fox” of “le maréchal” kreeg, herhaalde vandaag voor de rechtbank dat hij sinds het begin van deze eeuw geen wapens meer heeft verkocht. Eerder verklaarde hij ook dat vroegere kennissen uit het milieu regelmatig met hem contact opnamen en dat hij hen occasioneel hielp. Ook zei hij dat zijn activiteiten als wapentrafikant een dekmantel waren om te spioneren voor enkele Europese geheime diensten.

De procureur verklaarde dat het moeilijk is uit te maken of deals enkel onderhandeld werden of ook werden uitgevoerd. Wel was duidelijk dat de bankrekening van de vriendin van Monsieur gebruikt werd als transitrekening voor zijn operaties. Uit e-mails blijkt ook dat Monsieur als tussenpersoon optrad voor wapens en ander materiaal naar verschillende landen. “Hij is in contact met de leveranciers, zorgt voor verkoopconventies met een postbusbedrijf in Curaçao en zoekt financierders”, klinkt het.

Daarnaast maakt de procureur melding van e-mails over 200.000 aanvalswapens die voor Tsjaad bedoeld waren, een tank voor Pakistan of een aanvraag voor 10 miljoen kogels uit Teheran. Ook is er sprake van een levering van zes gevechtsvliegtuigen met wapens en instructies om piloten op te leiden. Al deze voorbeelden tonen aan dat Monsieur niet met zijn activiteiten gestopt is, zoals hij eerder beweerde.

Monsieur is ook in het buitenland geen onbekende van het gerecht. De man werd in 2010 nog veroordeeld in de Verenigde Staten in een zaak die te maken heeft met de Iran-Contra-affaire. In die affaire leverden de Verenigde Staten illegaal wapens aan Iran.

Bron » Metro

Proces tegen wapenhandelaar Jacques Monsieur start donderdag

Voor het hof van beroep van Brussel start komende donderdag om 9 uur het proces tegen Jacques Monsieur, die al jarenlang bekend staat als een notoir wapenleverancier. De 64-jarige man moet zich verantwoorden voor de illegale verkoop tussen 2006 en 2009 van automatische wapens, tanks, helikopters, vliegtuigen en ander militair materieel aan afnemers in Libië, Tsjaad, Pakistan en Iran.

Monsieur, bijgenaamd “the fox” of ook “le maréchal”, beweert dat hij sinds het begin van deze eeuw geen wapens meer heeft verkocht, maar dat vroegere kennissen uit het milieu regelmatig met hem contact opnamen en dat hij hen occasioneel hielp. Ook zei hij dat zijn activiteiten als wapentrafikant een dekmantel waren om te spioneren voor enkele Europese geheime diensten.

De 64-jarige Monsieur, afkomstig uit het Vlaams-Brabantse Lot, is geen onbekende van het gerecht, zowel in België als in het buitenland. De man werd in 2010 nog veroordeeld in de Verenigde Staten in een zaak die te maken heeft met de Iran-Contra-affaire. In die affaire leverden de Verenigde Staten illegaal wapens aan Iran.

De Brusselse correctionele rechtbank veroordeelde hem in juni 2017 tot een gevangenisstraf van 3 jaar en een boete van 300.000 euro voor illegale wapenhandel naar onder meer Libië, Tsjaad, Pakistan en Iran. Monsieur ging in beroep en dat proces start donderdag.

Bron » bruzz.be

Parket-generaal wil staatssecretaris voor Strafuitvoering: “Gevoel van straffeloosheid moet aangepakt worden”

Het gevoel van straffeloosheid moet verdwijnen. Dat heeft het parket-generaal van Antwerpen gezegd in de traditionele toespraak bij de start van het gerechtelijke jaar. “Daarom wordt best een staatssecretaris Strafuitvoering aangesteld.” Die moet er onder meer voor zorgen dat alle geldboetes geïnd worden. Minister van Justitie Geens (CD&V) is het niet eens met de kritiek.

Korte gevangenisstraffen tot vier maanden worden niet uitgevoerd, vervangende celstraffen voor een geldboete worden niet uitgevoerd, geldstraffen worden niet altijd geïnd… Het zijn enkele van de voorbeelden die Antwerps procureur-generaal Patrick Vandenbruwaene en advocaat-generaal Hildegard Penne in hun openingsrede aanhalen om te wijzen op de – wat zij noemen – “crisis van de strafuitvoering”. Hun boodschap is duidelijk: er heerst een gevoel van straffeloosheid, want de opgelegde straffen worden niet altijd uitgevoerd.

Zo illustreert Hildegard Penne voor VRT NWS: “We hebben alleen volledige cijfers voor de eerste vier maanden van het jaar 2016 en daar hebben we vastgesteld dat op een te innen bedrag van 14,6 miljoen euro de ontvanger maar een half miljoen euro heeft geïnd en procentueel komt dat neer op 3,88 procent.”

En dus lijkt het soms dweilen met de kraan open. Dat is niet alleen frustrerend, maar ook demotiverend voor de magistraten die heel wat vonnissen en arresten vellen, maar waar geen gevolg aan gegeven wordt, zo klinkt het bij Penne en Vandenbruwaene. Wat is wel het gevolg? De burger verliest zijn vertrouwen in justitie.

Eén van de problemen volgens het parket-generaal is onder meer dat er geen centraal systeem bestaat om geldboetes te innen. Opnieuw een probleem van digitalisering binnen justitie. Daardoor schiet de staatskas heel wat inningen mis.

De oplossing? Een staatssecretaris strafuitvoering

Om tegemoet te komen aan de huidige problemen, stelt het Antwerps parket-generaal voor om bij de volgende regering een staatssecretaris Strafuitvoering aan te stellen. “Daarbij moeten de nodige experten verzameld worden, onder wie informaticaspecialisten, die de brug kunnen maken tussen ICT en de praktijkmensen.” Een grote investering, dat wel, maar “deze investering zal zichzelf terugwinnen,” aldus het parket-generaal.

Maar ook dit: is er voldoende personeel voor de assisenzaken?

In de mercuriale van het hof van beroep in Brussel klonk er dan weer een andere kritiek: er is te weinig mankracht om de vele assisenzaken die er zitten aan te komen, op te vangen. “Door het gebrek aan magistraten, duurt het verontrustend lang voor bepaalde assisenzaken behandeld kunnen worden. Op dit moeten zijn er nog vijf zaken die moeten vastgelegd worden. Als de situatie hier niet verbetert, zal ze ten vroegste in april 2019 van start kunnen gaan,” zegt de Brusselse procureur-generaal Johan Delmulle.

Minister Geens: straffen worden wél uitgevoerd

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) is het niet eens met de kritiek over de straffeloosheid: “Het is zo dat korte straffen, beneden 3 jaar, hoofdzakelijk met elektronisch toezicht worden uitgevoerd, behalve zedenmisdrijven of terrorisme, of bij mensen zonder verblijfsvergunning. Dus er worden wel wat gevangenisstraffen uitgevoerd”, reageert hij in De wereld vandaag op Radio 1. “In het nieuwe strafwetboek dat we aan het maken zijn, wordt de gevangenisstraf voor lichte misdrijven een grote uitzondering. Maar er zijn ook veel andere straffen mogelijk: werkstraffen, probatie, elektronisch toezicht. Die zullen in de toekomst belangrijker worden.”

Over de geldboetes zegt minister Geens dat ze nu beter worden geïnd dan vroeger: “Als u een geldboete niet betaalt, dan zal het in de toekomst mogelijk blijven om een vervangende gevangenisstraf toe te passen. We hebben al enkele maanden een nieuw systeem, waarbij u een hogere boete opgelegd krijgt als u niet snel betaald. Procureurs-generaal zijn trouwens ook maar mensen, niet iedereen zit op de lijn van Antwerpen.”

Toch wijst de minister het idee van een staatssecretaris voor strafuitvoering niet af: “In Nederland is de minister van Justitie ook de minister van Binnenlandse Zaken, en dus bevoegd voor de politie. En die heeft een onderminister, die zich met het gevangeniswezen bezighoudt. Als een volgende regering zou beslissen dat er een staatssecretaris voor strafuitvoering komt, is dat wat mij betreft bespreekbaar. Maar een deel van die strafuitvoering zit in ons land wel op het Vlaamse niveau. Belangrijk lijkt me ook dat de minister en de staatssecretaris dan van dezelfde partij zijn.”

Bron » VRT Nieuws

Bij de start van het gerechtelijk jaar, terug bij af?

Bij de start van het gerechtelijk jaar peilden we naar de polsslag van de rechters. Wat leeft er in de magistratuur? Wat zijn de uitdagingen, de pijnpunten? En wat moet de minister van Justitie die de laatste acht maanden van zijn termijn ingaat, volgens hen nog absoluut doen. Of vooral niet doen?

Trop is te veel

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wordt ervaren als een man met een sterke geldingsdrang. Hij doet veel, volgens sommigen te veel. Hij maakte potpourriwetten, herschreef diverse wetboeken, hervormde procedures … “Er wordt te veel hervormd. We weten niet meer welke wet we moeten toepassen. Alles verandert razendsnel. Het is een soep geworden.” De complexiteit en snelle opeenvolgende wijzigingen, zorgen ervoor dat rechters niet meer kunnen volgen. Bovendien is de kwantiteit van het wetgevend werk niet altijd recht evenredig met de kwaliteit. Nieuwe wetgeving werd vernietigd (denk aan de mislukte hervorming van assisen) en mensen op het terrein missen bij al die initiatieven een gebrek aan praktijkkennis.

Minister Geens die nochtans zelf een jarenlange ervaring heeft als zakenadvocaat zou te veel vanuit een theoretische benadering wetgevend werk doen. De minister overlegt wel met de magistratuur maar of hij ook effectief luistert, wordt door een aantal gesprekspartners betwijfeld.

Daar staat tegenover dat een aantal rechters wel blij zijn met een aantal hervormingen die hen ook effectief meer armslag geven. Dat laat hen toe te werken met wetten aangepast aan de 21e eeuw.

Over de daadkracht van deze minister is er nagenoeg eensgezindheid (al zijn er ook die zeggen dat er meer aankondiging is dan verandering). Maar de wijze waarop de daadkracht tot uiting komt wordt door de een omschreven als vastberaden, door de ander als koppig. Hij heeft erg zijn best gedaan, wordt door de ander aangevuld met “hij heeft te erg zijn best gedaan”.

Peu is te weinig

Als er een jammerklacht haast unisono klinkt is het “besparingen, besparingen en nog eens besparingen”. Parallel met de onderfinanciering is er een onderbemanning. Deze regering legde de magistratuur een personeelsbesparing op waardoor slechts 90% van de kaders wordt ingevuld (en bij de griffies is dat zelfs 85%). Die operatie houdt geen rekening met (langdurige) ziektes. In de praktijk betekent dat dat minder mensen meer werk moeten doen. Gevolg: mensen zitten op hun tandvlees, sommige rechtbankkamers worden zelfs afgeschaft, er wordt meer gewerkt met alleenzetelende rechters i.p.v. een college van drie, de gerechtelijke achterstand loopt verder op…

Door de aard van het werk kan er bezwaarlijk met interimpersoneel gewerkt worden (al is er wel de oplossing van plaatsvervangende rechters, advocaten die inspringen als rechter) en dus moet er geschoven worden met mensen waardoor rechters soms van het ene arrondissement naar het andere moeten of plots verplicht worden om processen te leiden over onderwerpen die ze minder goed kennen.

Als er al vacatures uitgeschreven worden, gebeurt dat pas op het moment dat iemand vertrekt en dat is te laat ook al omdat een magistraat natuurlijk niet van de ene op de andere dag kan beginnen.

In 2019 komt er een golf van magistraten die met pensioen gaan en veel korpsoversten vragen zich af hoe ze die golf gaan nemen.

Een versnipperd landschap

Als sommige magistraten zich uit de naad werken (en zo ook het risico lopen sneller opgebrand te geraken), is het omgekeerde ook waar. Er zijn rechters die niet mogen klagen over hun werklast en het bijzonder rustig aan kunnen doen. Net zoals sommige rechtbanken in dit land beter bediend zijn met personeel dan vergelijkbare rechtbanken in andere arrondissementen. Het werklastdebat zou dus gediend zijn met enige nuance.

Of het bestaande werk dan niet beter verdeeld kan worden over alle magistraten, is een vraag die voor sommigen evident is, voor anderen ondenkbaar. Die laatste groep redeneert daarbij vooral vanuit de eigen geprivilegieerde positie. Anderen zeggen dat elementair management in het globale justitiehuishouden al veel zou verhelpen.

Iemand kandidaat?

In 2019 lopen ook een groot aantal mandaten af van korpsoversten, de leidinggevenden van rechtbanken en hoven. De ervaring heeft geleerd dat de persoon van die korpsoverste bijzonder bepalend kan zijn voor de gang van zaken. Het is dus van het grootste belang dat de juiste persoon op de juiste stoel komt te zitten.

Maar gegeven de enorme werklast die die functie, zeker als men het goed wil doen, met zich meebrengt en de relatief geringe vergoeding die daar tegenover staat, is het nog maar de vraag of de juiste mensen zich überhaupt kandidaat zullen stellen. Het is een breder maatschappelijk probleem dat zich ook in de magistratuur voordoet: wie wil er nog verantwoordelijkheid nemen?

Daar staat dan weer tegenover dat rechtbankvoorzitters eigenlijk ook niet beschikken over de middelen om hun stempel te drukken. Uit een audit van de Hoge Raad voor Justitie blijkt bv. dat bij de aanwerving van een magistraat, toch een essentieel onderdeel in het voeren van een beleid, liefst 11 partners hun zegje doen.

Zelfstandig beheer

Die vraag stelt zich des te meer omdat die korpschef binnen afzienbare tijd niet alleen de chef van een groep magistraten zal zijn, maar ook de zakelijke leider van de rechtbank. Dat is een kwestie die al een tijdlang meegaat maar nog steeds niet uitgevoerd is. 2019 wordt opnieuw als streefdatum voorop gesteld maar het is nog maar de vraag of dat zal lukken?

De kwestie komt er in essentie op neer dat rechtbanken een budget krijgen en daarmee moeten ze het doen. Maar achter dat eenvoudige zinnetje zitten in de praktijk een hoop problemen. Sommige magistraten blijven in de operatie een verkapte besparingsronde zien en vooral een politiek manoeuvre om, als het fout gaat (en sommigen beweren zelfs dat het is opgezet om fout te gaan), de rekening letterlijk en figuurlijk gepresenteerd te krijgen.

En wat als het budget op is? Mogen er dan geen gerechtskosten meer gemaakt worden? Geld op, zaak afgesloten? Of is dat een apart budget, net zoals voor de gebouwen?

Maar de vraag wie hoeveel geld moet krijgen doet ook de vraag stellen wie wat doet. En dan blijkt dat justitie eigenlijk van zichzelf niet weet waarmee ze bezig zijn en wat dat allemaal kost. Meten is weten maar elementair statistisch materiaal ontbreekt om op terug te vallen.

De vraag is ook of magistraten wel het juiste profiel hebben om ook managementstaken op zich te nemen. ‘Maar dat hoeft ook niet,’ zo zeggen sommigen. Managemenstaken zouden ook kunnen uitbesteed worden aan niet-magistraten net zoals een ziekenhuis zakelijk kan geleid worden door een niet-arts.

Een rechter moet rechtspreken

Door alle problemen dreigt men de kern van de zaak uit het oog te verliezen: zijn onze rechters in staat om kwalitatief goeie rechtspraak af te leveren? En het feit dat de vraag gesuggereerd wordt, impliceert dat sommigen hierbij hun twijfels hebben.

Dat heeft soms te maken met de gebrekkige kwaliteit van het vonnis of arrest op zich, maar het heeft ook te maken met een gebrek aan wetenschappelijke ondersteuning. Wat is bv. het effect van een vrijheidsberoving? We hebben behoefte aan diepgaand onderzoek zodat we beter weten waarmee we eigenlijk bezig zijn. Nu proberen we met de beperkte middelen die we hebben er het beste van te maken.

Hoe meer hoe beter?

In het verlengde hiervan wordt ook gewezen op het gevaar van de zuiver kwantitatieve benadering. Het oogt fraai als men in de statistieken kan lezen dat er zoveel zaken zijn afgewerkt. Maar hoe zit het bv. met de erg complexe (en dus tijdrovende) financieel economische dossiers? Stromen die sowieso nog door vanuit de parketten? Of kiest men enkel voor de gemakkelijkste zaken?

Overmorgen is belangrijker dan morgen

De dagelijkse problemen van justitie zijn groot en dat maakt dat men niet echt toekomt aan een lange termijnstrategie. Nochtans ligt daar dé grote uitdaging. Welke Justitie willen we over 25 jaar hebben? Hoe gaat Justitie om met digitalisering en artificiële intelligentie? Om die reden alleen al zou een minister van Justitie een termijn moeten hebben die langer duurt dan vijf jaar. Vanuit de beroepsgroep weerklinkt de vraag om ook op lange termijn te denken.

Informatisering, the never ending story

Justitie en informatisering, een mens kan er inmiddels een boek over schrijven. Maar voorlopig dan wel een met een open einde.

De kwestie is te complex om hier gedetailleerd uit de doekten te doen. De essentie is dat de verschillende diensten van justitie allemaal een eigen systeem hebben dat niet altijd compatibel is met een ander systeem. Veel kwaad bloed zette de beslissing van de minister in het voorjaar om over te stappen naar het zogenaamde MaCH-systeem, een systeem dat ervaren wordt als inferieur aan de eigen ontwikkelde applicatie VAJA (Vonnissen-Arresten). Magistraten voelen zich in deze beslissing gepasseerd en dat typeert volgens hen het gebrek aan inspraak in de hele ICT-hervorming.

In de marge van het digitaliseringsverhaal wijzen magistraten op het perverse effect van het gemakkelijke knip en plakwerk achter de computer. Advocaten leggen tegenwoordig in eenvoudige dossiers conclusies neer van 100 bladzijden en meer.

Kritiek en zelfkritiek

Veralgemeend leeft er in de wereld van magistraten een sfeer van geklaag. Er zijn rechters die keihard werken, hun job met veel inzet en enthousiasme doen, ja het zelfs beschouwen als een roeping, maar het engagement gaat vaak niet veel verder dan de eigen stoep. ‘Ik zorg dat mijn winkel goed draait en voor het overige bekijkt men het maar.’ Een mentaliteit die soms zelfs tot het lethargische neigt.

Magistraten zijn sterk in het beslechten van conflicten maar zwak in het verdedigen van de eigen zaak. Een individuele rechter laat af en toe wel ’s van zich horen maar de beroepsgroep verdedigt eigenlijk nooit collectief de belangen. Dat komt in de eerste plaats omdat er geen instantie is die de magistratuur vertegenwoordigt. Er is weliswaar het College van Hoven en Rechtbanken maar die organisatie wordt door sommigen ervaren als een weinig democratische representatie.

Als we over de rechterlijke macht spreken gaat dat eigenlijk over de vrederechter van Zoerle-Parwijs over een handelsrechter in Gent tot de voorzitter van het Hof van Cassatie in Brussel. Om maar te zeggen dat het geen eenvoudige opdracht is al die magistraten op een lijn te krijgen. Daarbij komt dat in die beroepsgroep de noties vrijheid en onafhankelijkheid ongeveer het statuut van een heilige koe evenaren. Gecombineerd met een gemiddeld niet gering ontwikkeld ego geeft dat een context waarbij de hand niet zo snel in eigen boezem gestoken wordt maar wel nogal gemakkelijk met de vinger gewezen naar de ander.

Als de rechterlijke macht niet gerespecteerd wordt, is het misschien ook wel omdat ze als beroepsgroep te weinig respect afdwingt?

De clash tussen de machten

Sinds Montesquieu het idee van scheiding der machten ontwikkelde, is er altijd wel een zekere spanning geweest tussen de drie poten van de trias politica, regering, parlement en justitie. Toch vallen een aantal uitspraken de jongste maanden van regeringsleden jegens de magistratuur op. Er werd over hen gesproken in termen van “activisten en wereldvreemde rechters” en sommige rechterlijke beslissingen werden openlijk bekritiseerd (net zoals trouwens in sommige rechterlijke uitspraken de politiek bekritiseerd wordt).

Men ervaart de ‘aanvallen’ als intellectuele oneerlijk en bovendien kunnen rechters zich erg moeilijk verdedigen op het publieke forum omdat ze verondersteld worden enkel recht te spreken via hun vonnissen en arresten.

Magistraten vinden het vreemd dat uitgerekend bij de N-VA, een partij die zich toch profileert op law-and-order, zo’n giftige pijlen worden afgeschoten die ook de hele rechtsstaat bezoedelen. Denk in dit verband aan de incidenten die er zijn geweest bij dossiers waarin zowel het vreemdelingenrecht als het strafrecht van toepassing zijn en waarbij de tweede de facto buitenspel gezet werd door de eerste.

En, zo voegen ze er fijntjes aan toe, uiteindelijk passen we slechts de wet toe. De wet die door de wetgever gemaakt is. Als degelijke wetgeving leidt tot degelijk werk is het omgekeerde ook waar.

Dat de politieke slinger richting populisme uitgaat, wordt als verontrustend ervaren. Rechters hebben een essentiële taak in het waarborgen van fundamentele rechten en vrijheden. Als dat in vraag wordt gesteld, dreigt men in een negatieve spiraal terecht te komen waarbij de legitimiteit alsmaar afneemt. Waar dat kan toe leiden, zien we in Polen. Dat krijgen we te horen van rechters die bewust luis in de pels willen zijn. ‘Omdat het nu eenmaal zo werkt in een rechtsstaat.”

Wat zitten wij hier eigenlijk nog te doen?

Fundamenteler dan het af en toe moeten slikken van een ongezouten mening is het gevoelen bij rechters niet echt gerespecteerd te worden, noch door de bevolking noch door de politici. Het feit dat bv. straffen die worden uitgesproken slechts erg partieel worden uitgevoerd, wordt ervaren als een aantasting van hun werk. “Als wij iemand een vrijheidsstraf geven van 20 maanden doen we dat niet voor niets. Het is bijzonder tergend te moeten zien dat op basis van een circulaire die straf dan slechts partieel wordt uitgezeten.”

Vooral bij strafrechters leeft er nog een andere bekommernis over de strafuitvoering. Door de wijze waarop een vrijheidsstraf momenteel wordt uitgevoerd, komen mensen niet altijd beter uit de gevangenis, zo wordt met een gevoel voor understatement gezegd. Die kritiek heeft ook betrekking op de versnipperde bevoegdheidsverdeling in ons land waarbij de gemeenschappen verantwoordelijk zijn voor de hulpverlening in de gevangenis.

Maar ook de maatschappelijke trend om zaken buiten de rechtbank om te regelen, wordt beschouwd als een aantasting van hun werk. Denk aan de tendens om conflicten ook bestuurlijk aan te pakken of zaken administratief af te handelen (de GAS boetes bv.). Ander voorbeeld: gerechtsdeurwaarders kregen het gedaan onbetwiste facturen te mogen innen. Daar komt geen rechter meer aan te pas. Maar ook de oprichting van een (Engelstalige) internationale handelsrechtbank wordt gezien als een aanval op de eigen instellingen.

De onderstroom van deze tendens is dat de macht verschuift richting uitvoerende macht, versta: de regering.

De weg naar en naast het recht

Het lijkt paradoxaal. Rechters klagen over te veel werk maar als er dan minder werk te doen is, omdat het door andere instanties over genomen wordt, is het ook niet goed. Daarop wordt gerepliceerd dat het een principiële kwestie is. Als mensen niet meer naar Justitie kunnen stappen, faalt de rechtsstaat. Om die reden moet de beweging, zo wordt gezegd, omgekeerd gebeuren. Justitie moet de nodige mensen en middelen krijgen om de taken die haar toebehoren naar behoren uit te voeren.

De toegang tot het recht is er voor gewone mensen niet gemakkelijker op geworden. Advocaten zijn duur (en daarbij komt ook nog ’s een Btw-tarief) en de rechtsplegingsvergoeding maakt het riskant om een zaak al dan niet te beginnen. Het risico bestaat dat mensen een kosten batenanalyse gaan maken vooraleer ze de stap naar de rechter zetten en zo finaal niet krijgen waar ze recht op hebben. Ander risico is dat mensen oplossingen gaan zoeken buiten het recht om. Justitie dreigt zo een privé justitie te worden

Wachten, wachten, wachten

Rechtspreken is natuurlijk niet alleen een kwestie van rechters. Magistraten werken in een keten waar, dat is bekend, de zwakste schakel de sterkte bepaalt. Als de cipiersvakbonden weer eens staken, betekent dat dat gedetineerden niet naar de rechtbank kunnen gebracht worden. In grote rechtbanken zitten verdachten in het cellencomplex van de rechtbank maar is het een heel gedoe om van het veiligheidskorps gedaan te krijgen dat ze ook effectief tot in de zittingszaal geraken. En als ze daar dan al geraken moeten ook nog eens de tolken aanwezig zijn en de advocaten.

De macht van een rechter is daar nihil. Hij heeft maar te wachten.

Magistraten met al wat meer professionele kilometers op de teller vinden dat werkwoord van toepassing op zowat alles wat met justitie te maken heeft. De problemen die nu gesignaleerd worden, zijn exact dezelfde problemen als een paar decennia geleden. Zo beschouwd is er bij de start van het gerechtelijk jaar niets nieuws onder de zon. De gerechtelijke wereld draait verder, een nieuwe ronde is begonnen.

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans