Na 15 jaar op de vlucht: België vraagt aan Italië om opdrachtgever moord op PS-politicus Cools over te leveren

Het parket-generaal van Luik vraagt aan Italië om Cosimo Solazzo over te leveren, een van de opdrachtgevers van de moord op PS-kopstuk André Cools in 1991. Solazzo werd in 2004 bij verstek veroordeeld tot 20 jaar cel maar bleef jarenlang onvindbaar. Tot hij eind april werd gearresteerd in Italië.

Op dit moment draagt de 72-jarige Cosimo Solazzo een enkelband en staat hij onder huisarrest in Italië. Maar het Belgische gerecht wil dat hij zijn straf in een Belgische gevangenis komt uitzitten, en vraagt nu officieel om zijn overlevering. “Italië heeft ons informatie gevraagd over de gevangenisomstandigheden in België naar aanleiding van de gezondheidstoestand van meneer Solazzo”, zegt de woordvoerder van het parket-generaal in Luik. “We hebben alle informatie overgemaakt en wachten nu het antwoord van het Italiaanse gerecht af op onze vraag tot overlevering.”

Nieuw proces?

Volgens het parket-generaal heeft de Italiaan nooit beroep ingediend tegen zijn veroordeling voor assisen in 2004. Solazzo werd toen bij verstek veroordeeld tot twintig jaar cel voor zijn betrokkenheid bij de moord op PS-kopstuk André Cools. Hij zou de twee Tunesische huurmoordenaars die Cools doodschoten, hebben geronseld. Hij gaf hen ook onderdak in Luik.

Hoewel de twaalfkoppige volksjury Solazzo in 2004 schuldig bevond, bleef de Italiaan volhouden dat hij niets met de moord te maken had. Nog voor het proces, in de zomer van 2003, nam de Italiaan de benen naar zijn thuisland. Bijna 15 jaar lang bleef hij onvindbaar, tot de carabinieri hem eind april in het zuiden van Italië kan arresteren. Als Solazzo naar ons land komt, heeft hij in principe recht op een nieuw assisenproces, omdat hij bij het eerste proces niet aanwezig was.

Bron » VRT Nieuws

Afluisteren, post openen en stiekem plaatsen doorzoeken: Belgische inlichtingendiensten doen het steeds vaker

Nog nooit hebben de Belgische Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV zoveel uitzonderlijke inlichtingenmethoden ingezet als vorig jaar. Dat staat in het Jaarverslag 2019 van toezichthouder Comité I, dat Knack en Le Soir konden inkijken.

De Staatsveiligheid deed vorig jaar 449 keer een beroep op uitzonderlijke inlichtingenmethoden, de ADIV 76 keer. Het gaat om de meest ‘intrusieve’ vorm van informatieverzameling. Denk aan afluisterapparatuur plaatsen, stiekem plaatsen doorzoeken, post openen, bankgegevens verzamelen en binnendringen in een informaticasysteem.

De cijfers van 2018 lagen een pak lager: 344 voor de Staatsveiligheid en 28 voor ADIV. Toezichthouder Comité I spreekt van een “opmerkelijke” stijging.

Daarnaast kunnen de Belgische inlichtingendiensten ook specifieke methoden aanwenden, zoals pakweg observatie in publiek toegankelijke plaatsen of het vorderen van reisgegevens. In 2019 gaf de Staatsveiligheid daarvoor 1.781 toelatingen, de ADIV 138.

De cijfers staan in het nieuwe jaarverslag van het Comité I, dat vrijdagnamiddag achter gesloten deuren is besproken door zijn parlementaire begeleidingscommissie. Het totaal van alle ingezette methoden in 2019 (alles samen waren het er 2.444) bleef stabiel in vergelijking met het jaar ervoor.

Bron » De Morgen

Hij was een ontsnappingskoning en de schrik van de flikken, en toch hoorde je nooit een kwaad woord over ‘Petit Robert’

De beruchte gangster ‘Petit Robert’ is niet meer. Truienaar Robert Vanoirbeek, ooit bestempeld als dé Belgische ontsnappingskoning, overleed begin deze maand in zijn woonplaats in Jambes, waar hij een teruggetrokken leven leidde, aan kanker. Hij werd 65 en was in de jaren zeventig en tachtig de absolute schrik van de flikken. Michael Roskam haalde voor zijn gangsterfilm ‘La Fidèle’ zelfs zijn inspiratie bij Petit Robert.

Hoe explosief zijn leven was in die loden jaren zeventig en tachtig, zo rustig was het na zijn laatste vrijlating in 1996. Petit Robert moest eigenlijk nog een straf tot 2019 uitzitten toen hij – na een geweigerde aan vraag tot euthanasie – besloot een brief te schrijven naar de koning om gratie. Tot ieders verbazing gaf Albert II zijn fiat en mocht Petit Robert de gevangenis van Verviers verlaten, voorgoed. Nadien zou hij chauffeur worden, hij verzorgde het vervoer van mindervaliden. En zou, voor zover geweten, nooit meer een overval plegen.

Het staat in schril contrast met wat Petit Robert in de jaren zeventig en tachtig uitgevreten heeft. Even de cijfers: Vanoirbeek pleegde minstens vijftien zware overvallen, werd in totaal veroordeeld tot 43 jaar celstraf en ontsnapte maar liefst vijf keer uit de gevangenis. Evenveel als die volgende ontsnappingskoning, Kapllan Murat.

Robert Vanoirbeek bracht zijn prille jeugd door in Vorst. Zijn ouders waren straatarm en hij speelde even met het idee om kapper te worden. Maar het liep vrij snel fout na zijn verhuizing naar Sint-Truiden. Daar hield Robert zich even met kruimeldiefstallen bezig, om zich dan te bekwamen in zware gewapende overvallen en gijzelingen.

Excuses aan gegijzelden

Hoewel hij graag pochte met het feit dat er geen bloed aan zijn handen kleefde, waren die overvallen allesbehalve geweldloos. Na een zoveelste ontsnapping uit de gevangenis overviel hij met drie kompanen een vleeshandelaar uit Tienen, in 1987 was dat. Het gezin met twee jonge kindjes werd maar liefst zes uur lang gegijzeld. De buit bedroeg 80.000 Belgische frank, omgerekend 2.000 euro. Toen ze na de gijzeling vertrokken, draaide Robert zich om naar zijn slachtoffers: “Sorry. Het was niet kwaad bedoeld.” Het leverde hem vanwege de speurders het predicaat ‘gangster-gentleman’ op. het is opvallend hoe veel ex-speurders die in de loop der jaren geïnterviewd zijn geen slecht woord kwijt willen over Vanoirbeek.

Zijn grootste slag sloeg hij bij een overval op de bank BBL in Gembloers. De toen voortvluchtige gangster belde aan met een bos bloemen. De gecharmeerde echtgenote van de kantoordirecteur deed op maar eenmaal binnen haalde Robert een pistool boven. Hij en zijn bende gijzelden 12 mensen en leegden 125 kluizen. De buit was ongeëvenaard. Goudstaven, juwelen, baar geld, aandelen, goed voor een bedrag van welgeteld 195.832.000 Belgische frank, zo’n 4,9 miljoen euro.

Remmen voor agenten

Tien maanden lang bleef hij op de vlucht voor de politie en dat kon vreemd genoeg op veel sympathie van de bevolking rekenen. Uiteindelijk kon hij opgepakt worden in een Italiaanse restaurant in Parijs. Hij werd daarop uitgeleverd aan ons land. De douanebeambte herinnert het zich nog. “Bonjour monsieur”, knikte de immer vriendelijke Robert.

Zes keer ontsnapte Petit Robert uit de gevangenis, en daarmee was hij de eerste ontsnappingskoning van ons land. Na een zoveelste achtervolging werd hij eens beschoten door de agenten. Hij ging in de remmen, stapte op de agenten toe en schudde het hoofd. “Schieten? Dat is niet volgende de afspraken hé. Ik doe dat nooit. Jamais”. Robert, 1,66 meter groot maar een vat vol lef, werd meteen ingerekend.

In een van zijn processen noemde een procureur Petit Robert “PDG en oprichter van een permanent holdup-bedrijf”. Zijn naam en faam waren toen al tot ver buiten de landsgrenzen bekend. Hij was de eerste gangster met een hoog filmstergehalte. Regisseur Michael Roskam noemde zijn hoofdpersonage in Le Fidèle, Gigi Vanoirbeek, een vette knipoog naar de gekende gangster. Gigi werd overigens gespeeld door Matthias Schoenaerts.

Bron » Het Nieuwsblad

Gewezen hoofdcommissaris Antoine Van Hove (73) blikt terug op dodelijke overval Bende Van Nijvel in Temse: “Te veel ‘toevalligheden’ in dat dossier”

Hij heeft 73 jaar op de teller, maar is toch nog maar drie jaar met pensioen. Hoofdcommissaris Antoine Van Hove was namelijk de eerste politieambtenaar in het land die gebruik maakte van de mogelijkheid om tot 70 jaar aan de slag te blijven. In zijn rijkgevulde carrière maakte hij onder andere de aanslagen mee van het Animal Liberation Front, maar vooral de brutale dodelijke overval van de Bende van Nijvel op een textielbedrijf in Temse zal hem altijd bijblijven. “Want er zijn te veel toevalligheden in dit dossier…”

We schrijven 10 september 1983 om 2.30 uur ’s nachts. Gangsters dringen de conciërgewoning binnen van textielbedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse en openen meteen het vuur. Conciërge Jozef Broeders (26) is op slag dood, zijn vrouw Linda Van Huffelen (25) wordt voor dood achtergelaten. Ze overleeft het echter, maar zal blijvend invalide blijven. De kinderen van het koppel worden ongemoeid gelaten. De overvallers maken zeven prototypes van een nieuw soort kogelvrije vest buit. De Saab waarmee ze zich verplaatsen, duikt een week later op aan de Colruyt in Nijvel, waar de bende drie doden maakt.

Niet eens op de hoogte

Antoine Van Hove was die avond samen met een collega op patrouille. “We waren om 2 uur naar huis gegaan en een half uur later sloegen die gangsters toe. Dat tijdstip heb ik altijd bijzonder vreemd gevonden”, zegt Van Hove. “Ons uurrooster was trouwens kort daarvoor aangepast. Normaal draaiden we shifts van twaalf uur, vanaf 7 uur of vanaf 19 uur. Omdat er ’s nachts bitter weinig gebeurde, besloot onze toenmalige commissaris de nachtploeg af te schaffen. We moesten om 14 uur beginnen en hadden dan om 2 uur gedaan.”

“We konden ons toen meer toeleggen op wijkwerk. Daar viel natuurlijk wel iets voor te zeggen. Als er nadien toch iets gebeurde, moest de rijkswacht overnemen. Ons onthaal was wel 24/24 bemand om de telefoon op te nemen. Vreemd genoeg is er die nacht geen enkele melding binnengekomen. Onze man op het onthaal wist pas wat er gebeurd was toen de procureur om 4 uur plots aan de deur stond. De rijkswacht had ons niet eens op de hoogte gebracht, terwijl het commissariaat amper een paar straten verwijderd was van Wittock-Van Landeghem.”

Te veel toevalligheden

Zonder rechtstreeks beschuldigingen te uiten, maakte Van Hove de onderzoekers in het Bendedossier attent op al die toevalligheden. “Ze hebben hier nog maandenlang onderzoek verricht en getuigen verhoord, maar zonder veel resultaat. Ik ben er altijd van overtuigd gebleven dat de daders ons uurrooster moeten gekend hebben. Achteraf gezien was het misschien beter zo. We waren maar met twee op patrouille die avond. Het had slecht kunnen aflopen als we nog op de baan waren geweest toen die oproep binnenkwam en het tot een confrontatie was gekomen met die moordenaars.”

Van Hove was nog maar zes jaar bij de politie toen de Bende van Nijvel toesloeg. Het was een vrij late roeping. “Tot mijn 30 jaar was ik vooral bezig met voetbal”, legt hij uit. “Ik was eerste keeper bij Sportkring Sint-Niklaas. Dat was in de jaren ’60, toen het nog dé club van het Waasland was. Van 1973 tot 1975 speelde ik voor eersteklasser SK Beveren, waar ik reservedoelman was naast Jean-Marie Pfaff. Een prachtige periode waar ik nog altijd met plezier op terugblik.”

Middeleeuwen

De gemeentepolitie waar Van Hove in 1977 aan de slag ging, was in niks te vergelijken met het huidige politiekorps. “Ik zal niet zeggen dat het de Middeleeuwen waren, maar het scheelde soms niet veel”, lacht hij. “Op een typemachine moesten we van elk feit een veredeld opstel maken. Dat moest perfect zijn, want het werd nadien gebruikt op de rechtbank om iemand al dan niet te veroordelen. Veel criminaliteit was er toen niet. We hielden ons bezig met het tellen van honden omdat daar een taks op geheven werd. Stel je voor. Uit diezelfde periode dateren trouwens ook nog de taksplaten die op de zijkant van een fietswiel hingen.”

Antoine ging maar tot zijn zestiende naar school, maar die achterstand haalde hij later ruimschoots in. “Eerst mijn humaniora in avondschool, vervolgens de officierenschool in Gent en daarna naar de universiteit. Ik was 42 jaar toen ik in Gent afstudeerde met het diploma van licentiaat Criminologie.” Daardoor kwam hij in 1995 aan het hoofd van de politie Temse te staan en dat tot aan de politiehervorming in 2001.

Tip over brandstichting

Een jaar voor het samengaan van de gemeentepolitie en de rijkswacht werd Temse opgeschrikt door een andere aanslag, dit keer van het Animal Liberation Front. Op 6 september 2000 ging het vleesverwerkende bedrijf Damar in vlammen op. “Een datum die in mijn geheugen gegrift staat, want we hadden de avond voordien een telefoontje gekregen van een commissaris van de gerechtelijke politie in Antwerpen. Die vroeg een lijst op van alle vleesverwerkende bedrijven omdat ze een tip hadden gekregen dat er een brandstichting op til was. Rond 2 uur kreeg ik telefoon dat Damar in lichterlaaie stond. Ik geef toe dat ik opgelucht was dat niet mijn mensen, maar de rijkswacht daar moest observeren.”

Miljoenenclaim

Geert Waegemans bekende later dat hij aan de achterkant een gat in een afsluiting had gemaakt, terwijl de rijkswacht aan de voorkant op wacht stond. Hij kreeg vier jaar cel. “Nadien is er nog een miljoenenclaim gekomen omdat we kennis hadden van de aanslag. Die procedure heeft vijf jaar geduurd, maar men heeft ons geen verwijt kunnen maken. Het toont wel aan hoe groot de verantwoordelijkheid is die je in deze functie draagt.”

Dubbele moord

Een andere opmerkelijke zaak die hem altijd zal bijblijven, is de moord op twee Turken op kerstdag 1985. “Om 7.45 uur kwam iemand aan de balie melden dat er twee mannen lagen te slapen aan de Watermolen op de Wilfordkaai. Een eerste nazicht op die plaats leverde niets op. We vermoedden dat er een spraakverwarring was met de Bloemmolen. Daar troffen we achter de Scheldedijk inderdaad twee lijken aan. Ze lagen netjes naast elkaar en waren droog, waaruit bleek dat ze niet waren aangespoeld. De dubbele moord werd nooit opgelost. Vermoedelijk ging het om een afrekening onder Turkse ideologieën.”

Sport als uitlaatklep

In de veertig jaar zag Antoine Van Hove ook heel wat slachtoffers van ongevallen en branden. “Vooral een brand in een oude hoeve in de Moortelstraat heeft me nooit losgelaten. De ouders waren vrienden uit Canada gaan wegbrengen naar de luchthaven in Zaventem. Toen ze terugkwamen, stond de hoeve in lichterlaaie. Voor hun twee kleine kinderen kwam alle hulp te laat. Zulke momenten blijven aan je ribben kleven. Ik heb altijd in sport een ideale uitlaatklep gevonden. Toch blik ik vooral met tevredenheid terug op mijn lange loopbaan bij de politie. Anders was ik er ook niet tot aan mijn 70 jaar aan de slag gebleven”, lacht hij.

Bron » Het Laatste Nieuws

Staatsveiligheid moet ‘misdaden’ kunnen begaan op sociale media

Een terreuraanslag verheerlijken of een oproep liken om naar Syrië te vertrekken. Zulke zaken zijn voor infiltranten van de Staatsveiligheid nu verboden. Als het van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne afhangt, moeten ze dat wel kunnen. ‘Zo win je het vertrouwen.’

Momenteel mogen infiltranten van de Staatsveiligheid online een vals profiel aanmaken om radicale moslims of extremisten in de gaten te houden. Maar van zodra de infiltranten een post zouden liken waarin IS wordt verheerlijkt, gaan ze over de schreef. En als ze iets zouden posten waarin ze zich positief uitlaten over Hitler, zijn ze strafbaar.

Dat maakt het voor de inlichtingendiensten bijzonder moeilijk om toe te treden tot de donkere krochten van het internet, waar extremisten met elkaar afspreken. Ook het feit dat die elkaar meer en meer treffen op geëncrypteerde apps als Telegram, bezorgt de inlichtingendiensten hoofdbrekens.

“Om toegang te krijgen tot deze geheime kamers moeten onze veiligheidsdiensten het vertrouwen kunnen winnen van hun doelwitten”, zegt Van Quickenborne. “Als een bekende potentiële terrorist online informeert naar de geloofsovertuiging van de infiltrant, moet die kunnen zeggen dat hij aan dezelfde kant staat.”

Beleidsnota

In zijn beleidsnota voor justitie, die Van Quickenborne deze week in de kamer heeft voorgesteld, schrijft hij dat de inlichtingendiensten online meer armslag moeten hebben. Infiltranten moeten online even extremistisch of haatdragend uit de hoek kunnen komen als de personen die ze willen volgen. Maar daarvoor is er een wijziging nodig van de wet van 1998, die het doen en laten van de inlichtingendiensten regelt. Het parlement zal daar dan later over stemmen.

“Als er profielen zijn die enkel meekijken, maar zelf niets posten, dan is het snel duidelijk dat er een infiltrant achter zit”, zegt Kenneth Lasoen (UAntwerpen), die het werk van inlichtingendiensten bestudeert. “Ik merk dat Belgische inlichtingendiensten op sociale media bij wijze van spreken met hun armen op de rug vastgebonden opereren.”

Al enkele jaren heeft de Staatsveiligheid volgens Lasoen een speciale socialemediacel, maar die kan door de wettelijke beperkingen dus niet zoveel doen. Andere landen, zoals Groot-Brittannië, Frankrijk of Nederland hebben een streepje voor, omdat hun wetgeving meer toelaat. Nochtans is het al langer duidelijk dat ook de Belgische veiligheidsdiensten zich online meer zouden moeten kunnen permitteren. Zij zijn daarom al jaren vragende partij voor een wetswijziging.

Door de recente aanslagen in Frankrijk en Wenen, zien inlichtingendiensten de trafiek op sociale media zowel bij radicale moslims als bij extreemrechts trouwens toenemen. Twee weken geleden pakte de politie ook twee minderjarigen op in de Oostkantons, die in een videoboodschap trouw hadden gezworen aan IS, en zinden op een mesaanval op agenten.

BIM-Commissie

Maar aan de andere kant kan het ook gevaarlijk zijn om inlichtingendiensten carte blanche te geven om allerlei opruiende berichten op sociale media te zetten. Van Quickenborne stelt daarom voor om alle acties die de Staatsveiligheid in dat opzicht doet, te laten controleren door de BIM-commissie.

Dat is een commissie van drie magistraten, voorgezeten door een onderzoeksrechter, die toelating moeten geven om bijzondere methodes aan te wenden. Dat kan variëren van telefoontaps om iemand af te luisteren, tot het hacken van computers, of het openen van brieven.

“Van zodra we iets doen dat een gewone sterveling niet mag en een beroep doen op de bijzondere inlichtingenmethoden, moet de BIM-commissie daar inderdaad haar goedkeuring voor geven”, zegt een woordvoerder van de Staatsveiligheid. “Onze dienst moet dan heel duidelijk kunnen aangeven tegen welke persoon ze een bepaalde techniek willen gebruiken, om welke reden ze dat wil doen en voor hoelang. De magistraten oordelen dan of die actie proportioneel is.”

Bron » De Morgen