Geplaatst in

Terwijl finale van Eurovisiesongfestival bezig is, wordt cafébaas André (69) vermoord: “Die bekentenis op het sterfbed van mijn man? Heb ik verzonnen”

Clouseau zou met ‘Geef het op’ op de 16de plaats eindigen, maar de finale van het Eurovisiesongfestival 1991 was nog volop bezig toen vier onbekenden cafébaas André Maroy (69) van ’t Gemeentehuis in het West-Vlaamse Kaster (Anzegem) na sluitingstijd opwachtten, knevelden en uiteindelijk wurgden.

De daders werden niet gevat. 22 jaar later kwam er dan tóch een opmerkelijk assisenproces. Wat gebeurde er precies in het kleine Kaster? Een reconstructie van de ‘Eurovisiesongfestivalmoord’. “De ene familietak beschuldigde de andere uit wraak voor aanslepende vetes.”

André Maroy en zijn echtgenote Elza Desmet sloten die avond van 4 mei de deuren van het café in de Tiegemstraat in Kaster. Op de televisie was nog altijd de uiterst spannende puntentelling van het Eurovisiesongfestival in Italië bezig. Dat de Zweedse Carola zou winnen, zou André echter nooit meer te weten komen. Hij was nog even naar buiten getrokken om zijn pony op stal te zetten en zijn hondje eten te geven.

Dat duurde zo lang dat Elza ongerust werd en een kijkje ging nemen. Buiten schrok ze zich rot. Ze stond plots oog in oog met vier mannen, die haar aan handen en voeten vastbonden met stropdassen van haar man. André Maroy zelf lag in de stal, op z’n buik op de grond, een koord om de nek. Gekneveld en gewurgd. Pas toen Elza zich uit haar netelige situatie kon bevrijden, kon ze om hulp roepen en bij een buur alarm slaan.

De gangsters waren toen al verdwenen, met juwelen, kasbons ter waarde van bijna twee miljoen Belgische frank, 170.000 frank cash en… een elektrische koffiemolen.

Getuigen zetten kort na de feiten de speurders op het spoor van enkele leden van de clan Becker, een zigeunerfamilie met een kwalijke reputatie uit Henegouwen. Vier van hen waren rond het tijdstip van de dodelijke roofoverval in de buurt gezien.

Veertien dagen na de roofmoord konden vier verdachten in het Waregemse worden opgepakt: Farid Haichour uit Rijsel, de broers Fernand en Jean-Claude Becker uit het Waalse Quaregnon en hun neef Emilio Becker uit het Waalse Beaudour. Allen hadden binding met de zigeunerclan Becker, die actief was in de schroothandel.

Het was een beetafdruk in een reep chocolade die naar Emilio Becker en zijn trawanten leidde. Het stuk snoep vonden de speurders in de herberg. Vijf deskundigen hadden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aangetoond dat de beetafdruk overeenstemde met de tanden van Emilio Becker. Maar echt harde bewijzen tegen de vier waren er niet, een ontgraving van het lijk van André in 1992 voor extra onderzoek ten spijt.

Jarenlang bleef het stil in het dossier, tot het gerecht in april 2010 samen met gespecialiseerde agenten – samen 140 man sterk – op indrukwekkende wijze in een zigeunerkamp in de buurt van Bergen binnenviel. Met een gepantserd voertuig werd de poort van het domein aan diggelen gereden.

Er volgden vier arrestaties: clanhoofd Daniël Becker (63), diens zonen Laurent (43) en Johnny (41), en hun neef René Claus (47). De vier ontkenden vanaf dag één ook maar iets met de moord in Kaster te maken te hebben. Na anderhalve maand waren ze weer op vrije voeten, op borgtocht weliswaar.

Toch maakte het gerecht zich sterk dat ze op het juiste spoor zaten. Nieuw DNA-onderzoek op flesjes Cola en bier die de daders bij de roofoverval uitdronken, zorgde voor harder bewijs, zo was de overtuiging. Bovendien waren nieuwe, anonieme getuigen binnen de clan Becker opgedoken die beweerden dat niet de oorspronkelijke verdachten de roofmoord pleegden, maar Daniël Becker, zijn zonen Laurent en Johnny, en hun neef René Claus. Dat zou Emilio Becker op zijn sterfbed aan zijn vrouw Alfreda hebben opgebiecht, zo luidde het.

Assisenproces

Bijna 22 jaar na datum startte in het Waalse Bergen het assisenproces tegen de vier verdachten. In Bergen en niet in Brugge, omdat de verdachten hun proces in hun moedertaal wilden volgen. Maar het werd een schertsvertoning met heel wat hindernissen, een bejaarde gerechtspsychiater die twee verdachten verwarde, gestorven kroongetuigen, leugens in de verklaringen, …

Wie wél nog leefde, herinnerde zich maar vaag nog iets van die dag. “Ik heb gelogen over de bekentenis op het sterfbed”, aldus weduwe van Emilio Becker Alfreda. “Ik weet niet waarom ik het heb gedaan. Mijn man heeft op zijn sterfbed helemaal niets losgelaten. Ik wil me verontschuldigen bij Danïel en zijn zonen.”

“De ene Becker-tak beschuldigde de andere uit wraak door aanslepende familievetes”, aldus advocaat Xavier Magnée, raadsman van Laurent Becker. Ook van het cruciale DNA-onderzoek werd brandhout gemaakt. Specialisten Jean-Jacques Cassiman en Ronny Decorte waren nochtans formeel op het proces: op de flesjes zat het DNA van de beklaagden.

Vlak na de roofmoord in 1991 werden de flesjes al onderzocht, maar toen werd niets gevonden. “Het DNA-onderzoek stond toen nog niet zo ver. Het was toen niet mogelijk om speeksel te onderzoeken, maar in 2007 wel”, zo klonk de plausibele uitleg.

“Speeksel? Van mij? Op een bierflesje?”, reageerde Daniël Becker. “Ik drink ‘nondedju’ geen bier, dat weet iedereen.” “Tijdens het lange onderzoek werden de flesjes twaalf keer verplaatst, nota bene met de blote hand. Hoe correct is het DNA dan nog?”, vroeg de advocaat van Daniël, Sven Mary.

Advocaat van Johnny Becker was Christian Vandenbogaerde uit Kortrijk. Ook hij uitte zijn sterke twijfels over het DNA-onderzoek. “Iedereen in de Beckerclan is verwant. Dan is het niet onlogisch dat bepaalde genetische kenmerken uit de analyse komen.

Maar de moordenaars kunnen om het even wie uit de clan zijn. Bovendien heeft Johnny een alibi: hij zat met broer Laurent op café.” “Wij zijn het slachtoffer van onze naam. Wij zijn de Beckers. Iedereen bekijkt ons met een scheef oog. Wij zijn een gemakkelijke prooi voor het gerecht, dat ons de roofmoord in de schoenen schuift. Ik herhaal, wij zijn onschuldig”, besloot Daniël Becker.

Ook het assisenproces bracht dus geen opheldering. Waardoor Red Sebastian 34 jaar later op een podium staat te schijnen waar in de buurt van Kaster toch voor altijd een schaduw over zal blijven hangen. De vier verdachten werden één voor één vrijgesproken, waardoor de echte schuldigen nooit zullen worden gestraft.

Slechts één zaak werd op het proces duidelijk: de vier overvallers van André Maroy (69) en zijn echtgenote Elza Desmet op de avond van 4 mei 1991 waren zeker leden van de Becker-familie maar wie precies aan de roofoverval deelnam, zal wellicht voor altijd een raadsel blijven.

Kroongetuige en slachtoffer Elza Desmet keerde nooit meer terug naar ’t Gemeentehuis. Ze verhuisde naar een seniorenhuisje en overleed in 2009. Ook dochter Nelly stierf nog voor de assisenjury een uitspraak kon doen. “Mijn vader was mijn god”, klonk het enkele maanden voor de start van het assisenproces nog bij haar.

“Ik was altijd bijzonder graag door hem gezien, veel meer dan door mijn moeder. Toen ik alleen was gaan wonen, kwam vader elke week nog langs, om wat te kletsen bij een kop koffie. Vader was ook peter van mijn gehandicapt dochtertje dat stierf toen het vier was. Hij zag dat kind ongelooflijk graag. Eigenlijk is dit een droom die in vervulling gaat. Vader was zo’n goede mens dat hij het zelfs na al die jaren verdient dat de zaak eindelijk wordt opgelost en dat gerechtigheid geschiedt. Ik ben content en kijk echt uit naar de start van het proces.” De voor haar teleurstellende afloop werd haar bespaard.

Bron » Het Laatste Nieuws

Menu