De zaak-Dutroux maakte de rechter sterker

Op 13 augustus 1996, vandaag 25 jaar geleden, is Marc Dutroux gearresteerd. De zaak-Dutroux markeerde het einde van een tijdvak en woog op wat in de plaats gekomen is. Luc Huyse maakt de balans.

Klachten over de werking van het recht en de rechtbanken zijn van alle tijden. Maar de intensiteit waarmee ze komen varieert in een ritme dat aan ebbe en vloed doet denken. Van de vroege jaren 70 tot de late jaren 90 was het ononderbroken hoog water. En altijd keken de politici de andere kant op. Wie de regeringsverklaringen van die periode leest, zal tevergeefs zoeken naar enige aandacht.

De politieke agenda heeft zowat alles wat met justitie te maken had gewoon genegeerd. Ook budgettair was het een ramp. Jaar na jaar kromp het aandeel van het departement in de begroting. Het absolute dieptepunt kwam in het midden van de jaren 80. Van elke 1.000 Belgische frank overheidsgeld gingen er 10 naar justitie en daarvan de helft naar de rechtspleging. Dat was geen verwaarlozing meer, maar plompe vernedering van de derde macht.

Minachting sprak ook uit de bemoeizucht van de politieke partijen bij de benoeming en promotie van rechters. Vanaf de jaren 70 was dat niet langer het werk van individueel dienstbetoon, maar van gulzige partijapparaten. Macht was zo zeer ongelijk verdeeld. Daar zorgde de opgedrongen vermageringskuur al voor. En de klemgreep op de loopbaan van magistraten verlengde tot ver in de toekomst de controle op de beroepsgroep. Neen, rechters zijn toen nooit wereldvreemd genoemd.

De top van de magistratuur heeft zich jarenlang bij deze scheve machtsverhoudingen neergelegd. Dat was het gevolg van een eigenzinnige interpretatie van de scheiding der machten. Het was al vroeg te zien in de reacties op Het beleid van de rechter, een boek uit 1973 van Walter Van Gerven, de Leuvense rechtsgeleerde en latere advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie. De rechter, schreef hij, kiest ‘tussen verschillende, juridisch-technisch even goed verdedigbare oplossingen’ en hij neemt die beslissing op ‘grond van economische, sociologische, filosofische opties, hoe onvolmaakt hij zich daar ook van bewust is’.

In sommige gevallen, vond Van Gerven, kan het zelfs aangewezen zijn dat een rechter uitdrukkelijk de grenzen van de rechtsregel verlegt: ‘Dat betekent in feite dat de rechter, naar mijn smaak, een beleid mag voeren door een waarde, die mogelijk een minderheidswaarde is, boven een andere waarde te verkiezen.’ Rechterlijk activisme avant-la-lettre? Ik was erbij toen Van Gerven zijn visie presenteerde aan een gezelschap van hoge magistraten. Daar bleek hoezeer zij zijn argumentatie als onbespreekbaar beschouwden. Zij ging in hun ogen brutaal in tegen wat nog enkele decennia als een onwrikbaar dogma zou gelden: de rechtsregel is eenvormig en hard en daarom staat een rechter altijd boven het gewoel en zwijgt.

Spaghetti-arrest

Op de arrestatie van Marc Dutroux volgden twee maanden van traumatische gebeurtenissen. De toenmalige regering-Dehaene (1995-1999) probeerde de politieke agenda om te gooien, maar miste kracht, tempo en tijd. Het is de ontsnapping van Dutroux op 23 april 1998 die de politieke klasse uiteindelijk in overdrive zou zetten. De gevolgen daarvan zouden de machtsdeling tussen regering, parlement en magistratuur grondig wijzigen. En alle drie kregen zij te maken met burgers die van het beroep op de rechter een politiek wapen hebben gemaakt.

De zaak-Dutroux maakte de rechterlijke macht sterker. Haar feitelijke degradatie door de fel beperkte budgetten en het slot op de politieke agenda nam, nu justitie alle aandacht trok, aanzienlijk af. Er was voortaan ook constructief overleg tussen het departement en de magistratuur. En bij de benoeming en promotie van rechters is, na meer dan een eeuw, de bemoeiziekte van de politieke partijen grotendeels aan banden gelegd.

Ook binnen het rechterlijk korps zijn de machtsverhoudingen gewijzigd. Persrechters, door de regering-Dehaene ingevoerd, hebben de zwijgcultuur doorbroken. Een nieuwe generatie magistraten erkent nu dat, in de geest van Het beleid van de rechter, recht spreken onvermijdelijk een politieke dimensie heeft. Sommigen onder hen volgen Van Gerven zelfs in de stelling dat grondige herinterpretatie van de wet gerechtvaardigd kan zijn. Het Spaghetti-arrest in het Dutroux-onderzoek heeft in die twee ontwikkelingen een rol gespeeld.

Deze uitspraak van het Hof van Cassatie heeft op 14 oktober 1996 onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, massaal door het publiek gesteund, na een juridische minizonde tot ontslag gedwongen. De manier waarop procureur-generaal Eliane Liekendael van het Hof de beslissing verdedigde, was een achterwaartse stap te ver. ‘Als ik het gevoel moet volgen’, zei ze toen in Het Nieuwsblad, ‘dan laat ik Connerotte voortspeuren. Maar al wie de deur binnenstapt moet zijn gevoel achterwege laten. Dat is eigen aan de rechtsstaat. Mijn enige taak is de rechtsregels toe te passen.’ Zo had ik het al in 1973 gehoord.

Plaatsvervangend wetgever

De hervormingen hebben ook vrij snel de positie van de burgers in de rechtspleging versterkt. Het slachtoffer kreeg een volwaardiger plaats in de gerechtelijke procedure. Aan laagdrempelige loketten in zogeheten justitiehuizen is informatie over rechtbankzaken aangeboden. Wat later is, dankzij goedkope rechtshulp, de gang naar het gerechtsgebouw vergemakkelijkt. Dat alles versnelde een evolutie die al enige jaren aan de gang was. De bevolking had zich al eerder als een derde speler tussen rechters en politici genesteld. Geregeld vroeg zij de magistratuur, via de Raad van State bijvoorbeeld, om in haar naam overheidsbeslissingen aan te vechten. Ook beroep op Europese rechtsinstanties was al ingeburgerd.

De weg naar de rechter als verzet tegen betwist overheidsbeleid is vandaag zo goed als ingeburgerd. Die route laat toe om, zoals in de nu lopende Klimaatzaak, een abstracte en ongrijpbare macht via de rechter om te zetten in een concrete, mobiliseerbare persoon. Het is ook een alternatief voor de maskerade rond onbevattelijke verantwoordelijkheden in de politiek (de open paraplu’s!). Daar hebben de Antwerpse actiegroepen, stRaten-generaal en Ademloos, in het Oosterweeldossier van gebruikgemaakt. Een dreiging met de inzet van de Raad van State was al genoeg om wat klaarheid te scheppen. (De Vlaamse regering poogt momenteel om voor burgers de weg naar rechtsinstanties een stevig stuk smaller te maken. Dat is nodig, zegt ze, om het bestuur krachtdadiger te laten werken. Maar wat de politici aan slagkracht denken te winnen, verliezen ze gegarandeerd aan legitimiteit.)

De politiek komt ook via de politici zelf de gerechtshoven binnen. Meer en meer slagen parlement en regering er niet in om binnen een redelijke termijn wetgevend werk te voltooien. Het gevolg is dat de rechter als het ware uitgenodigd wordt om, via het vellen van vonnissen en arresten, een algemene gedragslijn uit te zetten. Dat is wat in de late jaren 80 is gebeurd rond de wijziging van de abortuswetgeving. Die terugtred promoveert de magistratuur de facto tot plaatsvervangend wetgever. Een tweede vorm van, zij het ongewilde, uitbesteding volgt uit de overvloedige aanvoer van kreupele en onafgewerkte wetten en decreten. Hoe mistiger een rechtsregel, hoe vaker rechterlijke interpretatie mogelijk en nodig is. Dat was het probleem met het Octopusakkoord, de blauwdruk van het grondig gewijzigd politie- en justitielandschap. In nauwelijks vijf weken na de ontsnapping van Dutroux lag het er. Kort nadien is strijd om de juiste lezing ervan begonnen.

Langs meerdere wegen dringt de politiek de rechtspraak binnen. Voor één ervan zorgen burgers. Twee hebben de politici zelf aangelegd. Rechters spreken recht, met onvermijdelijk politieke gevolgen. Zo is, mede beïnvloed door de zaak-Dutroux, rond het beginsel van de scheiding der machten een wel heel complexe toestand ontstaan. Spelregels en afspraken zijn in beweging. Territoriumtwisten verharden. De uitkomst is onzeker.

Bron » De Standaard | Luc Huyse

Jean Bultot (70) overleden, beruchte ex-gevangenisdirecteur die gelinkt werd aan Bende van Nijvel

Jean Bultot, de voormalige gevangenisdirecteur van Sint-Gillis die zelf in verschillende misdaadzaken betrokken was, is overleden in het Afrikaanse land Mozambique. Dat heeft zijn echtgenote gemeld aan de krant La Dernière Heure. De naam van Bultot wordt genoemd in het dossier van de Bende van Nijvel, al is hij nooit in verdenking gesteld.

Bultot bracht de laatste jaren van zijn leven door in Mozambique, in het oosten van Afrika. Volgens zijn echtgenote, een Mozambikaanse, wou hij om medische redenen terugkeren naar België, maar zover is het dus niet gekomen. “Hij leed erge pijn door artrose”, vertelt de vrouw aan La Dernière Heure. “Het was ondraaglijk. Zaterdag zijn we samen naar het ziekenhuis gegaan en zondagochtend is hij overleden.”

Met Bultot is opnieuw een belangrijke naam in het Bende-dossier gestorven. Bij de aanslagen van de Bende van Nijvel in de jaren 80 kwamen 28 mensen om het leven. De daders zijn nooit gevonden en meer dan 35 jaar na de feiten lijkt een doorbraak ver weg.

Criminele banden

Jean Bultot was in de jaren 80 adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis, maar hij raakte zelf betrokken bij diverse misdaadzaken. Hij maakte ook geen geheim van zijn banden met extreemrechtse organisaties en hield zich bezig met wapens en schietoefeningen.

Door die connecties wordt Bultot al sinds de bloedige aanslag op de Delhaize van Aalst in november 1985 gelinkt aan de Bende. Bij een huiszoeking eind 1985 werden wapens en kogels gevonden. Hij gaf toe de kogels te hebben gefabriceerd en verkocht aan meerdere personen.

Eerder dat jaar zat hij zelf even in de gevangenis omdat hij een van zijn gevangenen, Philippe De Staerke, opdracht had gegeven kasbons te stelen bij een pastoor. De Staerke, een beruchte Brusselse gangster, is de enige die ooit officieel in verdenking is gesteld in het Bende-dossier.

In 1986 vluchtte Bultot naar Paraguay, in Zuid-Amerika, dat een veilige haven bood aan allerlei extreemrechtse figuren. Hij kreeg er bezoek van de Belgische justitie, maar veel leverde dat niet op. Later trok Bultot naar Zuid-Afrika. Dat land leverde hem in 1990 uit aan België. Maar uiteindelijk werd Bultot in het Bende-dossier nooit in verdenking gesteld. Hij heeft ook altijd zijn onschuld staande gehouden.

Bad met confituur

In 2008 komt Bultot weer even in het oog van de storm terecht wanneer er beelden opduiken van een seksfeestje in de jaren 80 in een Brusselse nachtclub. Bultot wordt door naakte aanwezigen meegetrokken in een bad gevuld met confituur. Een theorie die de ronde doet, is dat dergelijke beelden gebruikt werden om mensen te chanteren, en dat er zo een mogelijke link is met de Bende van Nijvel. Volgens Bultot zelf, die reageerde in een YouTube-video, is er geen sprake van orgieën of chantage. Hij heeft het over “een grote verbeelding” bij de media.

Had Bultot nog antwoorden?

Of Bultot nog antwoorden had kunnen bieden in het Bende-dossier, zal een open vraag blijven. “Bultot was een van de vele sporen, zeker de moeite om te onderzoeken. Maar eigenlijk heeft men ook daar nooit tot op de bodem gezocht”, vertelt Dirk Barrez, hoofdredacteur van PALA.be, die als voormalig VRT-journalist jarenlang het dossier volgde.

“Bultot was een functionaris en daarnaast had hij een kleurrijk leven. Heeft dat kleurrijk leven een verband met de bende? Er waren indicaties die je moet onderzoeken, maar zekerheden zijn daar nooit uitgekomen. Je kan dat niet uitsluiten. Maar je kan ook niet uitsluiten dat hij gebruikt werd als een mistgordijn.”

Barrez wijst erop dat de onderzoekscommissie in de jaren 90 in grote mate wees naar het extreemrechtse spoor. “Bultot zit dan niet het meest kortbij, maar wel in de verdere uiteinden.” Hij klaagt aan dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel van bij het begin “totaal mismeesterd” is. “Ofwel was men onbekwaam, ofwel wilde men niet bekwaam zijn. Ook wat betreft Bultot zullen we nooit zeker weten of hij betrokken was.”

Bron » VRT Nieuws

Forse investering moet Staatsveiligheid bijna verdubbelen

Over een jaar of drie moet de Staatsveiligheid bijna verdubbeld zijn in omvang. Daarnaast komen er extra investeringen in ICT. ‘Een historische stap’, vindt administrateur-generaal Jaak Raes.

De cijfers van budget en personeel bij de Staatsveiligheid zijn al jaren om rode kaken bij te krijgen, wanneer ze worden vergeleken met die van buitenlandse diensten. Vandaag werken er 583 mensen, het vaste jaarlijkse budget ligt tegenwoordig rond de zestig miljoen euro. Tot na de terroristische aanslagen in Brussel in 2016 zat dat rond de 45 miljoen. ‘De opruiming van zwerfvuil in Vlaanderen kost 61 miljoen euro. Twintig procent meer dan het budget van de Staatsveiligheid’, verklaarde administrateur-generaal Jaak Raes tijdens de parlementaire onderzoekscommissie naar die aanslagen.

Landen als Nederland, Denemarken, Zweden of Kroatië hebben ‘significant meer middelen’ ter beschikking, stelde de dienst vorig jaar nog vast. Regelmatig wordt er ook op gewezen dat Brussel na Washington D.C. de stad is met het meeste diplomatieke activiteit, wat onvermijdelijk ook spionage met zich meebrengt. De te kleine Staatsveiligheid is daar niet altijd tegen opgewassen.

Die spionage en inmenging bij diplomatie identificeert de Staatsveiligheid als één van de drie prioriteiten in haar strategisch plan voor de komende jaren. De twee andere zijn de strijd tegen terrorisme en extremisme, en de bescherming van het wetenschappelijk en economisch potentieel – zeg maar voorkomen dat er wordt gespioneerd bij bedrijven en universiteiten. Zeker dat laatste was jarenlang een ondergeschoven kind.

Om die dreigingen het hoofd te bieden, komt er een forse investering in de capaciteit van de inlichtingendienst. Tegen 2024, wanneer deze regeerperiode ten einde komt, moet het aantal medewerkers van 583 naar duizend zijn gestegen. De Staatsveiligheid mikt op zo’n 135 aanwervingen per jaar in plaats van één keer een grotere instroom. ‘Het duurt algauw twee jaar tot iemand is ingewerkt’, zegt Raes. ‘Nieuwe mensen krijgen hun opleiding van iemand die hier al actief is, en we kunnen hen niet allemaal ineens wegtrekken van hun dagelijkse werk.’

Boter bij de vis

Voor deze inhaalbeweging maakt minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) ‘meerdere tientallen miljoenen euro’s per jaar’ vrij. Over de exacte investering op het budget worden voorlopig geen cijfers vrijgegeven.

‘Eindelijk komt er boter bij de vis’, zegt Van Quickenborne. ‘We investeren ook jaarlijks gemiddeld 7,5 miljoen euro extra voor ICT-toepassingen. Deze zomer komen de eerste nieuwe modules voor dataverwerking.’

Jaak Raes sprak bij de bekendmaking van de investeringen van een ‘historisch moment’, en dat is niet overdreven. Er is brede eensgezindheid over dat er jarenlang te weinig geld naar de dienst is gegaan. ‘Dit zal de Staatsveiligheid toelaten om met gelijke wapens te strijden’, zegt Raes. Het moet ook het internationaal profiel van de dienst verstevigen. Raes: ‘Je kunt niet verwachten dat partnerdiensten je overstelpen met informatie als ze niet zeker zijn dat het hier goed wordt verwerkt.’

Forse investering moet Staatsveiligheid bijna verdubbelen

Voor de nieuwe aanwervingen, die via Selor zullen verlopen, volstaat een universitair diploma. ‘Veel van onze analisten zijn bijvoorbeeld geschiedkundigen’, zegt Raes. ‘Voor bepaalde dossiers hebben we wel mensen met een specifieker profiel nodig, bijvoorbeeld beheersing van Berbertalen.’ 135 aanwervingen per jaar lijkt een haalbare kaart, maar zo zeker is het niet dat die vlot ingevuld geraken. De concurrentie van de privésector, die betere voorwaarden kan bieden, is hard, en verschillende veiligheidsdiensten vissen in dezelfde vijver.

Online infiltratie

Behalve de versterking op budgettair en personeelsvlak, worden er ook functies gecreëerd of versterkt. ‘In de strijd tegen terrorisme en extremisme zal het mogelijk worden voor “virtual agents” om online te infiltreren bij bepaalde groepen en misdrijven te plegen om het vertrouwen te winnen’, zegt Van Quickenborne. ‘De ministerraad heeft een wetsvoorstel daarover goedgekeurd op 29 mei, dat gaat nu naar de Raad van State. Die infiltraties gebeuren wel altijd met goedkeuring van de commissie Bijzondere Inlichtingenmethoden.’

De Staatsveiligheid zal ook twee verbindingsofficieren uitsturen, één in Washington en één bij Europol in Den Haag, om korter op de bal te spelen bij informatiewinning en -verspreiding. Als dat goed werkt, komen er op nog meer plaatsen. Voor de contacten met bedrijven, universiteiten en spin-offs zal de inlichtingendienst werken met ‘front officers’, een soort vertegenwoordigers van de Staatsveiligheid die hen moeten wijzen op de risico’s van spionage en hoe ze die kunnen voorkomen.

Bron » De Standaard

Ook met nieuwe wet blijft massale opslag telefoongegevens mogelijk

De regering heeft een nieuwe wet klaar die telecomdata van burgers niet meer overal in het land opslaat. Maar in de praktijk blijft bijna het hele grondgebied gedekt.

Wanneer, waar en met wie u via uw telefoon communiceert – maar niet de inhoud van de gesprekken of berichten zelf – wordt momenteel nog een jaar lang door de telecomproviders opgeslagen. Aan die massale preventieve dataopslag komt binnenkort een einde, wanneer het recente arrest van het Grondwettelijk Hof (DS 23 april) in het Staatsblad verschijnt.

In navolging van het Europees Hof van Justitie oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de Belgische dataretentiewet in strijd is met het recht op privacy.

Die zogenaamde dataretentie is een essentiële tool voor justitie: bij 90 procent van de strafonderzoeken is het een hulpmiddel. De regering werkte dan ook in sneltempo aan reparatiewetgeving. Gisteren keurde de ministerraad een eerste tekst goed. Die moet wel nog langs adviesorganen zoals de Gegevensbeschermingsautoriteit, een publieke raadpleging van vier weken en het parlement.

Lasagne

Zoals aangekondigd wordt er geopteerd voor een ‘gelaagde’ benadering, die minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) vergelijkt met een lasagne. ‘Het is een oplossing die een proportionele en gedifferentieerde bewaring mogelijk maakt, en privacy en veiligheid verzoent’, zegt hij.

Van gebruikers in de buurt van ‘plaatsen die kwetsbaar zijn voor bedreigingen van de nationale veiligheid’ – zoals luchthavens, gebouwen van veiligheidsdiensten, ziekenhuizen, energiecentrales, militaire domeinen, havens of stations – kunnen alle telecomdata een jaar lang worden opgeslagen. Elders verschilt de duur van de bewaring per gerechtelijk arrondissement of politiezone, afhankelijk van hoe vaak er zware criminaliteit voorkomt. Het kan gaan om twaalf, negen of zes maanden of helemaal geen opslag.

De vraag is of er in de praktijk veel verandert. Want concreet betekenen die criteria dat het grondgebied grotendeels afgedekt is. ‘Hier en daar zal een gat vallen, maar veel zullen dat er niet zijn’, zegt een regeringsbron. Daarnaast laat Europa meer gegevensopslag toe in ­geval van een actuele bedreiging van de nationale veiligheid.

Wat met verzameld bewijs?

Het nieuwe wetsontwerp bepaalt daarom dat over het hele grond­gebied alle telecomdata opgeslagen kunnen worden zodra het dreigingsniveau door het Ocad op ­niveau 3 of 4 (het maximum) wordt ingeschat. Momenteel zit België op niveau 2. Van november 2015 tot januari 2018 gold niveau 3 of 4.

De regering kiest er niet voor om data van bijvoorbeeld veroordeelden of andere potentiële daders altijd op te slaan, wat volgens Europa wel zou kunnen. ‘Dan zitten we te snel bij profiling’, klinkt het. De regering hoopt dat dit systeem de grondrechtelijke toets wel doorstaat. Ook de andere Europese landen waar gelijkaardige wetgeving bestaat, werken aan oplossingen. Op termijn pleit Van Quicken­borne voor een eengemaakte Europese aanpak.

Een belangrijke kwestie is wat er moet gebeuren met bewijs dat verzameld is via de vernietigde oude wet in zaken die nog voor de rechter moeten komen. Het is aan de strafrechter zelf om te oordelen of het recht op een eerlijk proces geschonden is, als bewijs via data­retentie dat dateert van na het ­Europese oordeel van oktober ­vorig jaar, gebruikt zou worden.

Bron » De Standaard

Imposante beelden: meer dan 60 ton vuurwapens vernietigd bij ArcelorMittal

Bij ArcelorMittal zijn sinds maandag liefst 22.457 vuurwapens in de hoogoven versmolten tot staal. De helft daarvan waren afgedankte politiewapens, de andere helft werd binnengebracht door burgers uit het hele land. ‘Ook wie vandaag in het bezit is of komt van een vuurwapen, kan daar nog steeds afstand van doen.’

Niet alleen in de VS, maar ook in Vlaanderen zijn heel wat vuurwapens in omloop. Volgens het centraal wapenregister zijn er in België 807.000 vergunde wapens. Enkel in Oost-Vlaanderen zijn dat er al 68.000, vorig jaar werden er in de provincie 2.199 nieuwe vergunningen aangevraagd. Maar daarnaast zijn ook heel wat mensen in het bezit van een vuurwapen zonder vergunning. “Dat krijgen ze dan bijvoorbeeld via een erfenis”, zegt gouverneur Carina Van Cauter.

Al voor de derde keer zamelt men nu nationaal wapens in waar mensen van af willen, zonder daar verantwoording te moeten voor afleggen. “Het gaat uiteraard niet om wapens die geseind staan, of gebruikt werden voor een misdrijf”, aldus de gouverneur. “Een een deel ervan, zowat de helft, zijn afgedankte wapens van de lokale en federale politie. Het valt trouwens op dat er in het zuiden van het land nog steeds meer wapens in omloop zijn dan in het noorden.”

In totaal werden 22.457 vuurwapens ingezameld, samen goed voor iets meer dan 60 ton. “Die hebben we — met bijstand van defensie — via bewaakte transporten overgebracht naar ArcelorMittal”, zegt Alexander De Baets, commissaris van de federale politie. “Dat gebeurde in 7 transporten, met 20 agenten.” Al die wapens verdwenen maandag, dinsdag en deze voormiddag in de hoogoven, en werden gerecycleerd tot staal. Het is al de derde keer dat ArcelorMittal meewerkt aan zo’n massale wapenvernietigingsactie.

“22.457 vuurwapens verdwijnen definitief uit onze samenleving, en dat is alleen maar positief”, vindt Van Cauter. “Nog steeds gebeuren jaarlijks 150 ongevallen met vuurwapens. De veiligheid van onze burgers vaart er wel bij, als wapens die niet meer gebruikt worden door hun vergunninghouders ook daadwerkelijk vernietigd worden. Ook wie vandaag nog af wil van een vuurwapen, kan daarvoor informatie inwinnen bij de politie.” ArcelorMittal zorgt overigens gratis voor de verbranding van de vuurwapens.

Bron » De Morgen