Slachtoffers automatisch gebrieft bij vrijlating dader

Als slachtoffers dat willen, zal justitie hen auto­matisch een brief sturen wanneer een veroordeelde penitentiair verlof krijgt of definitief de gevangenis mag verlaten. Bij zware misdrijven contacteert een justitiehuis hen.

In mei kwam ex-bokser en ex-militair Hicham Diop vrij uit de gevangenis. Hij was veroordeeld tot een celstraf van vijftien jaar voor de mesaanval op een koppel politiemensen, die de aanslag met veel ­geluk overleefden. Na een derde van zijn straf kwam Diop in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling.

Het koppel dat hij had aangevallen wist niets van zijn vrijlating. ‘Wij zijn niet op de hoogte ­gebracht’, zei slachtoffer Filip De Pauw enkele weken geleden, nadat hij en zijn partner het nieuws ­hadden vernomen. ‘We hebben het per toeval gehoord. Dit is voor ons een slag in het gezicht.’ Hij vond dat justitie hen met de vrijlating van Diop in de steek had gelaten. In een reactie verwees het Gevangeniswezen naar de griffie van de rechtbank als verantwoordelijke om slachtoffers te verwittigen.

Zaak-Dutroux

Het incident maakt duidelijk hoe het gerecht het moeilijk blijft hebben met de opvolging van slacht­offers van misdrijven. Dat komt doordat het strafrecht in ­oorsprong draait om een proces van de maatschappij, vertegenwoordigd door het openbaar ­ministerie, tegen een persoon die een misdrijf heeft gepleegd.

Door de zaak-Dutroux (over de ontvoering, opsluiting en dood van jonge meisjes door Marc Dutroux) kwam er meer aandacht voor slachtoffers, maar dan vooral in de fase van onderzoek en proces. Griffies kunnen hen wel op de hoogte brengen over de strafuitvoering van een veroordeelde dader, maar de systematiek daarachter ­verschilt per gerechtelijk arrondissement. Daardoor gebeurt het niet altijd.

‘De emotionele impact van een uitspraak door een rechter is voor veel slachtoffers en nabestaanden bijzonder groot’, beseft minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). ‘Slachtoffers zullen voortaan systematisch ­geïnformeerd worden over hun rechten tijdens de strafuitvoering.’

Die automatisatie gaat op donderdag 1 september van start. ­Nadat de rechter een vonnis met een gevangenisstraf heeft uitgesproken, zullen de ­burgerlijke partijen altijd een brief toegestuurd krijgen waarin hun rechten staan uit­gelegd. Daar zal ook een ‘slachtofferfiche’ bij zitten, waarmee ze kunnen aangeven hoe ze die rechten willen uitoefenen. In de eerste plaats gaat het om informatie krijgen wanneer de veroordeelde vraagt om onder voorwaarden vrij te komen, zoals bij een verlof uit de gevangenis, met een enkelband of bij een definitieve vrijlating. De burgerlijke partijen kunnen ook vragen om voorwaarden, zoals een contactverbod of het verbod voor de ­veroordeelde om zich in een ­bepaalde regio te begeven.

Herwerkte brief

Zo’n ‘slachtofferfiche’ bestaat al langer binnen justitie, zelfs in twee verschillende vormen, maar is ­herschreven om de inhoud duidelijker te maken. De fiche begint met een uitleg over de procedure van strafuitvoering. Als ze eenmaal is ingevuld, komt ze terecht in het strafuitvoeringsdossier. De veroordeelde en zijn advocaat zullen wel geen toegang hebben tot het adres van het slachtoffer.

Voor de slachtoffers en de nabestaanden van zware misdrijven komt daar nog bij dat de justitiehuizen hen spontaan zullen ­contacteren over hun rechten. De justitiehuizen, die in Vlaanderen bevoegd zijn voor slachtoffer­onthaal, zullen daarvoor automatisch een melding krijgen. Het gaat om opzettelijke en onopzettelijke feiten die de dood van een slacht­offer hebben veroorzaakt, waar­onder vergiftiging en foltering, en om verkrachting. Ook na veroordelingen bij ‘pogingen tot’ dat soort misdrijven, zullen justitieassistenten de slachtoffers contacteren. De diensten werden daarvoor versterkt.

‘Dit is een nieuwe, belangrijke stap in een verwaarloosde kerntaak van justitie: het slachtoffer op de eerste plaats zetten’, vindt Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir (N-VA), die bevoegd is voor de justitie­huizen. ‘Een menselijke aanpak, respect voor trauma´s, begeleiding in de juridische procedure en up-to-date informatie over de straf van de dader zijn een basis om te kunnen helen na een misdrijf. Het is geen service, het is een recht.’

Bron » De Standaard | Nikolas Vanhecke

Interview Anne Beeckman: “Ik had een stempel: bitch”

Anne Beeckman (61) was een van de eerste vrouwelijke rechercheurs in België. Ze begon in de loden jaren 80. ‘Ik werd er vaak bij geroepen als een zaak in het slop zat.’ Portret van een flik en een tijd.

Ze spreekt voor het eerst met een journalist. Na veertig jaar dienst, aan de vooravond van haar pensioen. Behoedzaam wijst ze naar mijn telefoon. ‘Je neemt dat op? Dit is toch voor jezelf? Je gaat dit toch wissen?’ Ik moet het twee keer beloven.

‘Beroepsmisvorming’, excuseert ze zich naderhand, het ijs half ontdooid. Een foto bij het artikel stelde ze eerst al helemaal niet op prijs. Ze is toch zeker Sarah Lund of Saga Norén niet? ‘Moet mijn gezicht daar echt op? Neem je niet beter een foto van de affiche die Nicole Van Goethem tekende voor het allereerste congres van de Belgische politievrouwen in 1994?’

Ze trok altijd al mee aan die kar. ­Redigeerde in 2002 met twee mannelijke coauteurs, onder wie de progressieve criminoloog Lode Van Outrive, het boek Gender en politie. ‘Weet je wat een van de vele redenen is waarom het zo lang duurde voor er meer politievrouwen waren? Toen ik bij de gerechtelijke politie begon, moesten we nog dezelfde sportproeven afleggen als de mannen. Daardoor alleen al vielen veel vrouwen af.’

In 1982 sprong ze toch over de fysieke­ lat. Een beetje de Marianne Vos ­onder de flikken? Ze schudt het hoofd. ‘Ik heb het eerder te danken aan een duwtje in de rug van de man die de proeven superviseerde, Roger Moens (veertienvoudig Belgisch kampioen sprint en lange afstand, later commissaris-generaal bij de gerechtelijke politie, red). Je moest onder meer 3,60 meter ver springen­. Roger heeft de lat stilzwijgend gelegd op de plek waar ik afzette, zodat ik toch aan die 3,60 kwam.’

‘Belangrijker dan een goede fysiek, is dit hier.’ Ze wijst naar haar hoofd. Ze studeerde criminologie. De professor die haar had aangespoord om bij de ­politie te gaan, Patrick Hebberecht, vroeg haar na twee jaar actieve dienst om voor de studenten te komen praten over beroepsmogelijkheden. ‘Ik zei dat ik niet wist wat voor velen bij de politie nu het ergste was, dat ik een vrouw was of dat ik criminoloog was. (lacht) De lat lag niet altijd even hoog om bij de politie­ te komen. Naderhand zijn de toegangsvoorwaarden verstrengd en moest je voor de gerechtelijke politie minstens een diploma van niet-universitair hoger onderwijs hebben. Dat heeft er ook toe geleid dat er meer vrouwen kwamen­. (knipoog) Vrouwen waren nu eenmaal betere studenten.’

Niet dat ze zich beter achtte dan de rest, man of vrouw. ‘In die tijd zat de ­gerechtelijke politie niet in het politiekantoor, maar in het justitiepaleis bij het parket. Het gebeurde weleens dat we chauffeur moesten spelen voor een magi­straat, of het justitiepaleis ’s nachts moesten bewaken omdat de conciërge met vakantie was. De job kwam met voor- en nadelen.’

Mossel

Pas in 1978 verscheen de wet op de gelijke toegang voor mannen en vrouwen tot het openbaar ambt in het Staatsblad. Het resultaat na het eerste, in 1980 ge­organiseerde examen voor wat toen nog bekendstond als de Gerechtelijke Politie bij de Parketten (GPP)? ‘Enkele vrouwen op meer dan duizend mannen. Bij de jeugdpolitie had je wel al meer vrouwen. Ik nam deel aan de examens voor de tweede lichting in 1981.’

In maart van dit jaar tekende de top van de federale politie een samenwerkingsakkoord met het Belgisch Netwerk van Politievrouwen met als doel ‘ervoor te zorgen dat de geïntegreerde politiedienst een afspiegeling is van de samenleving’.

‘Het werd zoetjesaan tijd, zeker?’ glimlacht Beeckman, die in 1994 mee aan de wieg van de Belgische Vereniging van Politievrouwen stond. Veertig jaar je m/v moeten staan, dat gaat je niet in je koude kleren zitten. ‘Aan mijn eerste chef in Antwerpen hebben ze vooraf ­gevraagd of hij bereid was om een vrouw op te nemen in zijn team. Ze wisten­ wel waarom ze het aan hem vroegen, hij was ook criminoloog en een van de meest progressieve, een crème van een vent. Er was ook eens een gast die toen hij bij mij op de afdeling kwam werken zei: “Ik heb er geen bezwaar tegen­, hoor, om onder een vrouw te werken­.” Hoe genereus. (lacht)’

Na twee jaar in dienst nam ze deel aan het examen voor officier. Ze slaagde. ‘Probleem. Ik was nog maar 23 jaar en je kon pas vanaf je 25ste officier worden. Ik heb uiteindelijk tot mijn 28ste moeten­ wachten.’

En toen werd ze zwanger. ‘Ik liet ­weten dat ik geen nachtdiensten meer zou doen, dat was ook zo voorzien in de wet. Toch werd ik op het matje geroepen bij de procureur. Ik kan er nu mee lachen, maar op het moment zelf vond ik dat intimiderend. Het is de enige keer in mijn leven dat ik gehyperventileerd heb van de stress.’

Jaknikken zat niet in haar DNA. Het gevolg? ‘Ik had het verder kunnen schoppen als ik wat tactischer was ­geweest. Misschien had ik eens vaker moeten zeggen tegen mannen hoe goed ze wel waren. (lacht) Ik had een stempel: bitch.’

Twee keer in haar carrière heeft ze formeel mannelijke collega’s aangeklaagd. De ene voor een zeer grove seksuele opmerking, de andere omdat hij haar onder meer voor mossel had uit­gescholden. ‘De tweede keer waren er omstanders bij, die ook wilden getuigen. Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen steunde mijn zaak.’ Ze verloor. ‘Een getuige zei dat mijn collega ook tegen mannen “mossel­” zei, waardoor het een gewone belediging werd en geen seksistische. Onzin, natuurlijk.’

Snorren

Ze begon haar carrière in de zogenaamde loden jaren 80. Rijkswachters waren mannen met snorren. Er was de CCC, de ontvoering van Paul Vanden Boeynants en de Bende van Nijvel. Bij dat laatste dossier was ze wel betrokken, maar niet bij het onderzoek zelf. ‘Ik werkte bij de GPP in Aalst toen de Bende toesloeg. Ik ben in de weken voordien nog mee de wacht moeten gaan ­optrekken voor de deur van de Delhaize en de Colruyt. Met een aftandse Ford Taunus.’

Tot diep in de jaren 90 was harde ­criminaliteit vooral een mannenzaak. ‘Op het Europese congres van de politievrouwen in 1994 heb ik dat proberen te doorbreken door ook “harde” thema’s op het programma te zetten. Vrouwen werden tot dan toe vooral op “zachtere” terreinen ingezet, de jeugdpolitie of slachtofferhulp. Terwijl: ik wilde doen wat de mannen deden.’

We moeten haar niet verkeerd begrijpen. Voor slimme mannen heeft ze een boon en zij voor haar. De beste herinneringen bewaart ze aan raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans, in 2015 bekroond met de Prijs voor Mensenrechten voor ‘zijn niet-aflatende strijd voor de rechten van geïnterneerden’.

Aan zijn zijde dook ze onder andere in het Lernout & Hauspie-dossier en ­later ook Fortisgate. Er groeide een vertrouwensband. ‘Als ze Henri vroegen of hij deze of gene zaak wilde aannemen, zei hij weleens: “Alleen als ik Beeckman meekrijg”’, zegt ze met gepaste trots. ‘Ik werd er vaak bij geroepen als een zaak in het slop zat.’

Heimans wordt steevast omschreven als eerder een teddybeer dan een pitbull. Een ‘rechtvaardiger wereld’ vond hij een levensdoel. Beeckman stond als studente ook op de barricaden. Ze betoogde­ tegen ‘de 10.000’, want was die verhoging van het inschrijvingsgeld naar 10.000 frank geen verraad aan de democratisering van het onderwijs en dus 1968?

Pandy’s dagboek

Drie jaar na die betogingen ging ze bij de politie. Ook met het doel om de wereld te verbeteren? ‘Nee,’ zegt ze droog, ‘het bood werkzekerheid. Mijn man was werkloos, we hadden geen cent. Het was crisis, het was de tijd van de jongerenmarsen voor werk.’

Dus stapte ze maar over naar de ­andere kant van de barricaden? Protesteerden mei 68’ers niet ook tegen de ­politiestaat? Ook dat ziet ze anders. ‘Wij waren van de gerechtelijke politie, hè. We moesten de orde niet handhaven of verkeersboetes uitschrijven. We hadden ook geen uniform. Alleen mijn armband, die heb ik altijd op zak. En wie kan er iets op tegen hebben dat je misdrijven­ oplost?’

Dat lukt niet altijd. In details kan ze niet treden, maar ze werkte mee aan de zijde van de dit jaar vroeg gestorven ­Peter De Waele in Operatie Kelk. ‘We hebben alles uit de kast gehaald, maar we moesten opboksen tegen verjaring en de bijna-onmogelijkheid om schuldig verzuim te bewijzen. Heb je ooit al eens opgezocht wat schuldig verzuim strafrechtelijk betekent? Nee? Er moet ogenblikkelijk gevaar zijn, je moet de mogelijkheid gehad hebben om op te treden en het toch nagelaten hebben. Bij iemand die letterlijk aan het verdrinken is, is dat makkelijk te bewijzen. Maar bij seksueel misbruik, jaren later?’

De ene zaak kleeft meer aan de ribben dan de andere. Cold cases, natuurlijk. Zeker voor de slachtoffers is dat altijd­ een echec. ‘Ook zaken waar ik niet bij betrokken was, blijven hangen. De moord op rechercheur Simon Poncelet, bijvoorbeeld, in 1996 in de kantoren van de gerechtelijke politie in Bergen, of de moord op rijkswachter Peter De Vlees­chauwer in Sint-Niklaas in hetzelfde jaar.’

‘Maar het is niet omdat een zaak ­opgelost raakt, dat je het makkelijker verteert. Ik heb alle dagboeken van ­Andras Pandy geanalyseerd. Ik ken daar nog altijd passages van uit het hoofd. Of er was het onderzoek naar een babymoord in het Gentse waaraan ik meewerkte­, nooit vergeet ik die zaak.’

Duizend schandalen

Van de spreekwoordelijke duizend schandalen – zie Het land van de 1000 schandalen. Encyclopedie van een kwarteeuw Belgische affaires van Dirk Barrez – kan ze er behoorlijk wat afvinken. Ze zag de criminaliteit evolueren, maar ook de politie. Beeckman is van de generatie van het carbonpapier en de telex. Boeven ontdekten al cybercriminaliteit toen de politie nog met de fax werkte.

‘Wat is nieuw onder de zon? Fiscale criminaliteit?’ Ze haalt de schouders op. ‘Ik heb hier nog ergens de samenvatting liggen van een opleiding die ik 35 jaar geleden bij de Bijzondere Belasting­inspectie gevolgd heb. Natuurlijk evolueert dat. Wij worden slimmer, de criminelen ook. Wij moeten ons aan regels houden, zij niet, zij zijn dus altijd in het voordeel.’

‘Ik was de enige vrouw die deelnam aan de examens voor de topfuncties bij de eengemaakte politie. Ik kreeg een brief: “Mijnheer, u bent niet geslaagd.” Daarna kreeg ik opnieuw een brief: ­“Mevrouw, u bent niet geslaagd” Met excuses’

Zoals met de aanslagen van 2016 groeit nu ook met het narcoterrorisme de roep om meer menskracht. Beter genoeg­ volk dan te weinig, natuurlijk, maar volgens Beeckman is de crux van het politiewerk toch eerder kwaliteit dan kwantiteit. ‘Knappe knoppen zijn er, kijk maar naar de Sky ECC-operatie of de inbeslagname in Gent van NFT’s. Maar zoals ik al zei: wij worden beter, de boeven ook.’

De oprichting van de eengemaakte politie, twintig jaar geleden, had voor­delen, vooral dan wat informatiedoorstroming betreft, maar ook nadelen. ‘De spoeling werd al eens te dun bij het ­rekruteren. De lat om bij de gerechtelijke te komen is lager gelegd.’

Ze schreef het ten tijde van de politiehervorming in een vaktijdschrift: ‘Is kwaliteit een vies woord?’ Ze doelde daarmee zowel op de kwaliteit van onderzoek als het ethisch kompas. ‘Bij Henri Heimans lag die lat hoog, maar ik heb het meegemaakt dat een kandidaat op een examen de vraag kreeg wat hij zou doen als iemand hem een cadeau wilde geven. Hij zag er geen graten in.’

De juiste vragen

‘Wat ik ook niet snap, is dat je op een examen gevraagd wordt naar artikel zoveel­ van wet zus of zo, wat je gewoon op internet kunt opzoeken. Geef kandidaten liever een bundel complexe info en test hoe snel en hoe goed ze daaruit de relevante info kunnen halen. Ik heb hier ten tijde van Lernout & Hauspie weekends zitten turven in achtergrondlectuur. Dat moet om de juiste vragen aan de juiste mensen te kunnen stellen. Dát is mijn job.’

In De Morgen stak ze ten tijde van de politiehervorming nog verder haar nek uit met een open brief: ‘Aan de politiemannen van de macht.’ ‘Ik was de enige vrouw die deelnam aan de examens voor de topfuncties bij de eengemaakte politie. Een van de weinigen ook die konden deelnemen. Ik kreeg een brief: “Mijnheer, u bent niet geslaagd.” Ik verwees daarnaar in dat artikel in de krant. Daarna kreeg ik opnieuw een brief: ­“Mevrouw, u bent niet geslaagd.” Met excuses erachteraan voor de verkeerde aanspreking. (lacht)’

Daags na ons gesprek belt Beeckman. Ze geeft haar fiat voor publicatie. Ze springt toch, 3,60 meter. En de fotograaf is ook welkom. Ze trekt er zelfs een speciaal jasje voor aan. ‘Dat heb ik laten maken. Het is mijn manier om met dingen om te gaan.’

Bron » De Standaard

Als doorbraak komende maanden uitblijft, zal onderzoek naar Bende van Nijvel eind november onherroepelijk stoppen

Als er de komende maanden geen doorbraak komt in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, dan zal het onderzoek naar wie achter de bloedige aanslagen in de jaren 80 zat, onherroepelijk stoppen. Dat heeft onze redactie vernomen bij bronnen dicht bij het onderzoek.

Het onderzoek naar de verantwoordelijken voor de aanslagengolf, onder meer op de Delhaize van Aalst in 1985, loopt intussen al 37 jaar. Bij die golf van aanslagen, overvallen en diefstallen vielen in totaal 28 doden en 40 gewonden. Al bijna vier decennia regent het hypothesen over de identiteit van de daders.

De ultieme deadline om die daders definitief – in eerste aanleg en eventueel in beroep – te berechten ligt op 2025. Het is dus stilaan money time in een oud dossier dat de voorbije vier jaar door het federaal parket nieuw leven werd ingeblazen. Er kwam een totale revisie, er volgden tal van opgravingen in de hoop via doorgedreven DNA-onderzoek alsnog het nodige bewijsmateriaal te vergaren. Sommigen hoofdverdachten zijn nog in leven, anderen zijn al jaren overleden. Het federaal parket heeft volgens onze informatie een zeer grondig hypothese over wie verantwoordelijk is, maar bewijslast vergaren is na al die jaren haast een onmogelijke klus gebleken.

Te weinig tijd

Dat de datum om het onderzoek stop te zetten dit najaar ligt, heeft het federaal parket altijd zo in het achterhoofd gehouden. Waarom? De nodige juridische procedures om mogelijke verdachten veroordeeld te krijgen, nemen heel wat tijd in beslag. En die tijd is stilaan op. Voor alle duidelijkheid: dit is nog geen officiële stellingname van het federaal parket. “Er is nog geen beslissing genomen”, klinkt het bij woordvoerder Eric Van Duyse. “Wat wel zo is, is dat mevrouw Cappelle, de magistraat die het onderzoek leidt, meent dat er tegen eind dit jaar een doorbraak moet zijn om de zaak tegen de verjaringstermijn van 2025 alsnog voor de rechter te krijgen.” Van Duyse duidt op de procedures voor de raadkamer, in eerste aanleg voor een strafrechter alsook eventueel beroep. “Als we eind 2022 geen doorbraak hebben, wordt die periode te kort. Dat heeft mevrouw Capelle altijd al gezegd.”

Opmerkelijk aan de deadline is dat de verjaring van het onderzoek in 2014 al eens vooruitgeschoven werd met tien jaar, door toenmalig minister van Justitie Koen Geens (CD&V). In september 2020 sprak hij zich op de openbare omroep nog uit over die deadline, naar aanleiding van de 35ste ‘verjaardag’ van de raid op een Delhaize-filiaal in Overijse waar in 1985 vijf doden vielen. “Voor de slachtoffers en hun familie wil ik benadrukken dat er alles aan wordt gedaan om de waarheid boven te halen. Ik heb er vertrouwen in. Dit dossier is honderd procent in orde, elk document is nagekeken en DNA-sporen worden nog steeds gecontroleerd.”

“Niet op de hoogte”

De raid in Overijse was niet eens het meest dodelijke ­wapenfeit van de Bende van Nijvel. De dodelijkste overval vond in 1985 plaats in Aalst, alweer aan de plaatselijke Delhaize. Op zaterdag 9 november 1985 vielen de daders kort voor sluitingstijd het warenhuis binnen nadat ze eerst al enkele klanten op de parking hadden doodgeschoten. In het warenhuis werd ook de 9-jarige David Van de Steen neergeschoten. Hij overleefde als bij wonder. Van de Steen reageerde gisteravond verrast op het nieuws over de deadline. Hij liet aan onze redactie weten er niet van op de hoogte te zijn.

Bron » Het Nieuwsblad

Jean-Jacques Cassiman (79) overleden: dankzij zijn DNA-onderzoek werden tal van cold cases opgelost

Jean-Jacques Cassiman heeft op 79-jarige leeftijd de strijd tegen kanker verloren. De charismatische geneticus was een van de grondleggers van het forensisch DNA-onderzoek in ons land.

Na een studie Medische Wetenschappen aan de KU Leuven behaalt Cassiman in 1967 zijn diploma. Meteen daarna trekt hij naar Stanford University waar hij vijf jaar bijkomende onderzoek doet naar de menselijke genetica, iets wat toen nog in de kinderschoenen stond. Terug in België start Cassiman zijn carrière bij het Centrum Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven.

Zelf zei Cassiman daarover tegenover wetenschapsblad EOS: “Toen ik op het Centrum begon, had erfelijkheidsonderzoek niet veel meer om het lijf dan een stamboom maken van ouders die een kind hadden met een afwijking.” DNA-tests zoals we die vandaag kennen en slechts een druppeltje speeksel of een haarlok nodig hebben om iemand te identificeren bestonden destijds nog niet. Pas in 2003 ontrafelden wetenschappers voor het eerst het volledige menselijke genoom.

Bende van Nijvel

De grote doorbraak komt er in 1985, in hetzelfde jaar dat de Bende van Nijvel voor het laatst toeslaat. Britse wetenschapper Alec Jeffreys slaagt er voor het eerst in om een DNA-profiel te extraheren uit menselijk cellen. Meteen gaat Cassiman bij hem in de leer. Cassiman ziet groot potentieel in de technologie en richt in 1988 het eerste forensische DNA-labo van ons land op aan de KU Leuven. Op die manier is Cassiman (on)rechtstreeks verantwoordelijk voor het oplossen van tal van moordzaken.

Professor Ronny Decorte is momenteel hoofd van het labo en heeft 20 jaar lang nauw samengewerkt met Cassiman. “Wij waren de pioniers in België, het forensisch onderzoek in ons land heeft alles aan Jean-Jacques te denken”, zegt hij. “De uitvinding van PCR-toestellen in 1985 was baanbrekend. Vandaag kennen we deze technologie van de coronatest. PCR-tests worden ook ingezet om met slechts een heel kleine hoeveelheid DNA, bijvoorbeeld van een bloedspoor, een dader te identificeren”, voegt Sofie Claerhout, onderzoekster in het labo van Decorte, eraan toe.

In 1998 worden alle tot dan toe bekende verdachten van de Bende van Nijvel opgeroepen voor een DNA-onderzoek. Cassiman slaagde er in DNA terug te vinden op een sigarettenpeuk uit de auto van een door de Bende vermoorde taxichauffeur. Tot een doorbraak kwam het echter nooit. In tal van andere cold cases slaagde Cassiman er wél in om het verschil te maken. De zaak-Pándy is één van de meest spraakmakende voorbeelden.

Cold Case opgelost: Hongaarse seriemoordenaar en Kortrijkse roofmoord

De Hongaarse dominee András Pándy verhuisde in 1985 naar België. Pándy vermoordde begin jaren ‘90 zijn twee ex-vrouwen en vier kinderen en stiefkinderen. Bovendien verkrachtte hij drie van zijn dochters. Seriemoordenaar Pándy loste hun lijken op in een bad met ontstoppingsmiddel. Op enkele beenderen na, zoals vingerkootjes en een dijbeen, waren de lichamen opgelost. Het was dankzij DNA-onderzoek van Cassiman dat werd aangetoond dat Pándy effectief een kind had verwekt bij één van zijn dochters, wat de doorbraak was voor zijn veroordeling in 2002.

Wetenschapper van het volk

Cassiman drukte niet alleen zijn stempel op het forensisch onderzoek, maar “leerde zijn volk DNA kennen”, klinkt het bij geneticus Maarten Larmuseau. “Hij was een voorbeeld voor me en opeens mocht ik als jonge onderzoeker nauw met hem samenwerken”, zegt Larmuseau.

“Hij stapte bewust uit zijn ivoren toren en legde op zeer toegankelijke manier feilloos de complexiteit van DNA uit aan een breed publiek. Zijn impact reikt heel wat verder dan de wetenschap, hij mengde zich in het publieke debat op een manier waar veel academici vandaag nog veel van kunnen leren.”

Bron » De morgen

Geneticus Jean-Jacques Cassiman (79) overleden

Geneticus Jean-Jacques Cassiman is vrijdag op 79-jarige leeftijd overleden aan longkanker. Dat zegt Kom op tegen Kanker (KOTK), de organisatie waarvan hij voorzitter was. KOTK omschrijft hem als “briljant”, vanwege zijn “baanbrekend werk op vlak van DNA-onderzoek” en “inspirerend” omdat hij de organisatie deed uitgroeien tot een van de sterkste socialprofitorganisaties in Vlaanderen.

Met zijn DNA-onderzoek kreeg hij wereldfaam, maar daarnaast woog hij ook op het Belgische gezondheidsbeleid. Veel ministers, overheden en andere onderzoekers kwamen, tot voor kort, nog zijn advies vragen.

Cassiman was een goede twaalf jaar de voorzitter van KOTK. “Dankzij hem groeide de organisatie financieel, wetenschappelijk en inhoudelijk verder uit tot een van de sterkste en meest gewaardeerde socialprofitorganisaties in België”, aldus het persbericht. “Hij was een wetenschapper die ver uitsteeg boven zijn vakgebied, een ongelooflijke meerwaarde.” Algemeen directeur Marc Michils voegt daaraan toe dat “Jean-Jacques altijd minzaam was, geen capsones had, zeer sociaal was ingesteld en wanneer nodig een doortastend beslisser. Ook zijn fijn gevoel voor humor was zo typisch voor hem.”

KU Leuven-rector Luc Sels wijst erop dat Cassiman zoveel in zich had. “De warmte en de rust die je vindt bij een goede vriend. De passie om grenzen te verleggen in het DNA-onderzoek. De kunst om complexe wetenschap op bevattelijke wijze te communiceren. De bezieling om vele generaties studenten en eigenlijk ons allemaal in te wijden in de geheimen van de menselijke genetica. De zorg voor patiënt, collega en medemens.”

Tot maart 2023 blijft Jacques De Grève interimvoorzitter, een functie die hij al enkele maanden bekleedde. Michils neemt het voorzitterschap volgend jaar over.

Bron » Gazet van Antwerpen