Auteur en journalist Hugo Gijsels overleden

Auteur en journalist Hugo Gijsels is maandagmorgen op 54-jarige leeftijd overleden in het boekendorp Redu. Gijsels kampte al enkele jaren met gezondheidsproblemen. Hij stierf aan een hartinfarct. Gijsels wordt beschouwd als de vader van het cordon sanitaire en was tot op heden actief in de strijd tegen het fascisme.

Gijsels werkte onder meer voor de weekbladen HumoKnack en de krant De Morgen. Bij Humo schreef hij in 1986 mee aan de omstreden artikels over de vermeende pedofiele notaris X. In 1990 publiceert Gijsels de boeken “Het leugenpaleis van VDB” en “De bende en co. Twintig jaar destabilisering in België” over de Bende van Nijvel.

Hij moest minister van Staat Paul Van den Boeyenants later een schadevergoeding betaling wegens laster en smaad in het boek. Eind jaren tachtig lanceerde hij het idee van een cordon sanitaire rond het toenmalige Vlaams Blok. Gijsels publiceerde ook diverse boeken over extreem-rechts. Samen met Jos Vander Velpen schreef hij in 1989 “Het Vlaams Blok- Het verdriet van Vlaanderen”. In 1994 verscheen van hem “Open je ogen voor het Vlaams Blok ze sluit”, waarin hij trachtte aan te tonen dat de partij ook autoritaire en extreem-rechtse standpunten inneemt op andere terreinen dan migranten en vluchtelingen.

Gijsels had de laatste vijf jaren gezondheidsproblemen en was met ziekteverlof. Tot dan werkte hij bij het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. De begrafenisplechtigheid heeft plaats op 31 december in het crematorium van Vilvoorde, om 14.00 uur.

Bron » Gazet van Antwerpen

Zaak Front National uitgesteld

De elfde kamer van het Brusselse hof van beroep heeft maandag het proces tegen Daniel Féret, de voormalige voorzitter van het Front National, en zijn parlementair medewerker Georges-Pierre Tonnelier uitgesteld naar 18 mei 2005. De twee worden vervolgd voor aanzetten tot rassenhaat door het verspreiden van vlugschriften en verkiezingsprogramma’s.

In augustus al velde de rechtbank een tussenarrest. Het hof van beroep oordeelde toen dat de burgerlijke partijstelling van de Liga van de Rechten van de Mens, het centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en de Beweging tegen Racisme, Antisemitisme en Xenofobie (MRAX) ontvankelijk was. Het Front National ging daartegen in cassatieberoep. Het hof moet het cassatiearrest op 22 december afwachten voor het proces kan worden verdergezet.

De voorzitter van de elfde kamer van het hof van beroep, Jean-Pierre Collin verlaat daarenboven de correctionele voor een burgerlijke kamer. Daardoor moeten alle debatten in de zaak worden overgedaan vanaf 18 mei 2005.

Bron » De Standaard

Personeelswissel op militaire inlichtingendienst creëert reëel risico

Een personeelswissel op de dienst Veiligheidsonderzoeken van de militaire inlichtingendienst Adiv stelt ons land bloot aan een serieus veiligheidsrisico. Dat vrezen de 37 federale politieagenten die de dienst moeten verlaten. Zij worden vanaf 1 januari vervangen door 22 onderofficieren die geen enkele juridische of politionele ervaring hebben, niet weten hoe ze met informanten moeten werken en die een lagere graad hebben dan de personen die ze moeten controleren. ‘Het risico op vriendjespolitiek en inmenging van bovenaf is reëel.’

De dienst Veiligheidsonderzoeken, kortweg SI, naar de Engelse afkorting, levert veiligheidscertificaten af aan zowel burgers als militairen. In de eerste plaats aan de deelnemers van internationale Navo-vergaderingen en Europese toppen in Brussel, maar de dienst screent ook alle mensen die toegang hebben tot plaatsen waar zich documenten met vertrouwelijke militaire informatie bevinden. Ook personen die deel uitmaken van een buitenlandse zending ontsnappen niet aan een security check van de SI.

Sinds 1938 wordt de SI bevolkt door rijkswachters van de BOB. Na de politiehervorming werden dat federale politieagenten. Zij worden door hun opleiding en cultuur het best geplaatst geacht om veiligheidsonderzoeken uit te voeren. Ze vormen immers de schakel tussen gerechtelijke, politionele, administratieve en militaire overheden. Bovendien wordt in het milieu veel met informanten gewerkt, een typisch politiekenmerk.

Eind oktober besliste het ministeriële comité Inlichtingen en Veiligheid, waar naast de premier ook de minister van Binnenlandse Zaken en de staatsveiligheid deel van uitmaken, dat alle 37 SI-personeelsleden terug naar de federale recherche moeten. Op die manier kan mankracht worden vrijgemaakt in de strijd tegen het terrorisme.

De federale politieagenten worden vanaf 1 januari vervangen door 22 onderofficieren die zich totnogtoe altijd hebben beziggehouden met onderzoeken naar veiligheidsincidenten in militaire kwartieren. “Dat zijn mensen die geen enkele specifieke opleiding voor security checks hebben gehad”, zegt een lid van de militaire inlichtingendienst. “Bovendien zijn ze niet thuis in politionele, administratieve en gerechtelijke middens. Ze moeten niet eens voldoen aan toelatingsvoorwaarden, terwijl voor de BOB’ers altijd zware selectieprocedures zijn georganiseerd. En 22 mensen? De SI doet jaarlijks 10.000 onderzoeken op 15.000 personen, en dat met 37 man.”

Binnen de inlichtingendienst worden ook vragen gesteld over het feit dat lager gerangschikte militairen voortaan hun meerderen zullen controleren. “Bij Defensie kun je sowieso al moeilijk onafhankelijk van de militaire hiërarchie werken. Veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd tot het hoogste legerniveau, en dat zal nu gebeuren door onderofficieren met een lagere graad dan de personen die ze moeten screenen. Het risico op vriendjespolitiek of inmenging van bovenaf is reëel.”

Omdat het SI-personeel in een keer wordt vervangen, gaan veel ervaring, contactpersonen en informatiebronnen verloren. “Het duurt jaren om zoiets weer op te bouwen”, aldus een lid van de militaire inlichtingendienst. “En ondertussen daalt het niveau van het veiligheidscertificaat, omdat de veiligheidsonderzoeken minder doeltreffend zullen verlopen. Dat de veiligheid van ons land daarmee in het gedrang komt, lijkt niemand te deren. De nieuwelingen worden wel opgeleid, maar die cursus is onlangs ingekort tot een paar weken. Wij vrezen echt dat die mensen onvoorbereid aan de start zullen verschijnen.”

Het kabinet Defensie reageert laconiek. “Het klopt inderdaad dat militaire specialisten de federale SI-agenten vervangen”, zegt woordvoerder Nick Van Haver. “Maar die personeelswissel was al langer voorzien en onze mensen zijn wel degelijk voorbereid op de functie die zij zullen bekleden.” Op de vraag welke opleiding de militairen dan precies hebben gehad, weigert het kabinet te antwoorden. “Ik zeg u dat die mensen voorbereid zijn. Meer hebben wij daar niet aan toe te voegen.” Op het militair hoofdkwartier in Evere weigert men de zaak eveneens verder te becommentariëren.

Naar de politie toe heeft de operatie weinig zin. Alle agenten die worden overgeplaatst naar een GDA van hun keuze, voeren al jaren veiligheidsonderzoeken uit. Ze vrezen dat hun meerwaarde voor de gerechtelijke diensten in de federale politie gering zal zijn. Heel wat agenten gaan ook naar hun pensioenleeftijd toe: zij hebben niet veel zin om zich nog op een nieuwe job te storten. Ook de aanwinst in de strijd tegen het terrorisme is relatief: het effect van een personeelsdoorschuiving wordt pas binnen een tot twee jaar verwacht.

Bron » De Morgen

Cassatieverzoek Marc Dutroux verworpen

Voor het Hof van cassatie is het verzoek van Marc Dutroux en Michele Martin verworpen. Het Hof oordeelde daarmee dat er in het assisenproces tegen de twee geen procedurefouten gebeurd zijn en zet daarmee definitief een punt achter de zaak-Dutroux.

De advocaten van Dutroux waren van mening dat Dutroux geen eerlijk proces had gekregen omdat de zaak in de media te veel en te gedetaileerde aandacht had gekregen. Ook hekelden ze werking van de parlementaire onderzoekscommissie.

De verdediging van Dutroux’ voormalige echtgenote hadden gesteld dat Martin zelf een slachtoffer was van Dutroux en in die zin moest berecht worden. Het Hof van Cassatie heeft alle argumenten die opgeworpen waren door de verdediging van Michelle Martin naast zich neergelegd. De argumenten van de advocaten van Marc Dutroux heeft het hof niet bestudeerd omdat die laattijdig ingediend werden.

Noch Dutroux noch Martin waren deze voormiddag op de zitting aanwezig. Paul Marchal was er samen met zijn advocaat Paul Quirynen om de slachtoffers te vertegenwoordigen. “Want wij en niet Martin zijn de slachtoffers van Dutroux”, luidde het.

Marc Dutroux werd op 22 juni 2004 door het hof van assisen van Aarlen veroordeeld tot levenslang en tien jaar terbeschikkingstelling van de regering, Michelle Martin tot dertig jaar cel. Die straf kunnen ze nu niet meer ontlopen.

Bron » De Standaard

Verwilghen over opvolgster Onkelinx: ‘Geen elan meer in modernisering Justitie’

Sinds Laurette Onkelinx (PS) minister van Justitie is, is het elan in de vernieuwingen en verbeteringen voor een deel verdwenen. Dat zegt haar voorganger Marc Verwilghen (VLD) in een interview met Dag Allemaal dat vandaag verschijnt.

Het is erg ongebruikelijk dat een minister zo openlijk uithaalt naar de excellentie die hem opvolgt. Dat Verwilghen, als minister van Economie, zelf nog altijd deel uitmaakt van de federale regering waarin Onkelinx voor Justitie bevoegd is, maakt de kritiek des te merkwaardiger.

Achteraf bekeken vindt Verwilghen dat hij beter geen minister van Justitie was geworden, hoeveel belangstelling hij ook had voor het departement. “De anderen wilden niet dat ik het goed deed en scoorde. Ze gunden mij het succes niet, zo simpel was het.”

De huidige minister van Economie meent dat hij niettemin vernieuwingen en verbeteringen geforceerd heeft op Justitie. Die drive is volgens hem vandaag veel minder groot. Anderzijds merkt hij dat een reeks voorstellen die hij tijdens zijn ambtsperiode formuleerde en die toen werden afgeblokt, “nu kennelijk wél mogen en kunnen”. Hij denkt daarbij aan de administratieve telefoontap door de staatsveiligheid en het jeugdsanctierecht.

De minister van Economie en Buitenlandse Handel vindt voorts dat er “te vaak een beleid wordt gevoerd tégen ondernemers, tégen ondernemen en winst maken”. Een stevige sociale omkadering kan volgens hem maar worden gegarandeerd binnen een stevige economie.

Bron » De Morgen

Bij het Front National loopt iedereen gillend weg

Gezocht: voorzitter van een politieke partij die in Franstalig België 8 procent haalt, groter is dan Ecolo en twee senatoren en een kamerlid telt. ‘Helaas stelde niemand zich kandidaat’, zucht senator Michel Delacroix van het extreem-rechtse Front National. ‘Omdat niemand heeft gezegd dat er verkiezingen waren!’, fulmineert die andere FN-senator, Francis Detraux. ‘Nee, mijnheer, ik stap niet uit de partij. Nog niet.’ Er was wel vaker hommeles bij Franstalig extreem-rechts, maar erger dan nu was het nooit.

Een weekendbijlage helpen volpennen, dat is stressen op donderdag en vrijdag, maar geeft soms zeeën van tijd aan het begin van de week. Ter redactie van Reporter zitten we hier op maandag wel eens met de vingers te draaien, nadenkend over wat we eventueel zouden kunnen gaan doen. Vertwijfeling. Heeft het allemaal nog wel zin? Wordt het niet eens tijd om aan een andere job te denken?

Maandag kwam dan dit bericht van het persagentschap Belga: ‘Het bureau van de Franstalige extreem-rechtse partij FN heeft maandag vastgesteld dat er geen kandidaturen binnen gekomen zijn voor het voorzitterschap van de partij. Het mandaat van huidige voorzitter Daniel Féret eindigt op woensdag 1 december.’

Oké, gedaan met lanterfanten.

We zijn nu maandag. De termijn verstrijkt woensdag. Kan ik mijn kandidatuur nog indienen?

Michel Delacroix, FN-senator en lid van het vierkoppige politiek bureau: “Ik denk niet dat wij uw kandidatuur kunnen aanvaarden. U werkt bij De Morgen, zo meen ik te hebben begrepen?”

Ja, en dan? U hebt niemand anders.

“Vergeet het maar. We doen het voorlopig met ons vieren. Maakt u zich geen zorgen (lacht).”

Aan welke voorwaarden moet een kandidaat voldoen?

“Geen specifieke, dacht ik. Er is niet zo direct iets dat me te binnen schiet. Trouw zijn aan onze idealen, dat wel, bijvoorbeeld.”

Er is behalve een voorzitter nog meer dat de vierde grootste partij van Franstalig België ontbeert. Een website, bijvoorbeeld. Tot voor kort had het FN er een: www.frontnational.be. Even proberen: ‘We are sorry to have to inform you this site has been administratively closed.’

Het was tot voor kort nochtans een pracht van een site, zo wordt ons verzekerd. Het werk van Olivier Dierick, een computerexpert die bij de verkiezingen van 13 juni 2004 nog enthousiast FN-lijsttrekker was in Waals-Brabant. Na een betwisting over een factuur van 29.000 euro en, in het verlengde daarvan, een geweldige ruzie met voorzitter Daniel Féret liet hij de site hermetisch sluiten.

Een partijsecretariaat die naam waardig heeft het FN niet. In de Elsense flat van Audrey Rorive, de vriendin van Féret, staan twee computers en een paar tafels. Dat is het zowat. Iets als een boekhouding heeft het FN evenmin. Spijtige zaak, want als politieke familie met verkozenen in zowel Kamer als Senaat, heeft het FN recht op een basisdotatie van 620.000 euro en daar bovenop nog eens 1,25 euro per uitgebrachte stem.

Halfweg oktober besliste de gemengde kamer- en senaatscommissie voor de verkiezingsuitgaven unaniem om de dotatie aan het FN voor drie maanden in te trekken. De partij was eerst vergeten een financieel verslag in te dienen en stuurde na een aanmaning iets op dat door de commissieleden wordt omschreven als “een vodje”. In het “verslag” werd enkel melding gemaakt van de verhoopte partijdotatie zelf, “een gift van anderhalve euro” en “financiële bijdragen van een veertigtal leden”.

Hoeveel leden telt het FN?

Michel Delacroix: “U mag niet vergeten dat er in Franstalig België mensen zijn die er liever niet voor uitkomen dat ze voor onze partij militeren. Dat begrijpt u toch?”

Ik vraag niet om hun namen, gewoon een ruwe schatting.

“Ik denk dat we kunnen spreken in termen van ‘tientallen’. En wat die partijdotatie betreft: we zijn ons volop aan het organiseren opdat de boekhouding begin volgend jaar weer klopt. We hébben trouwens al dotaties ontvangen. De eerste eerste keer in januari.”

Er is één ding dat het Front National wel heeft: een patent. Dat is al zo sinds 1985. De zich toen nog op de titel van voorzitter-voor-het-leven beroemende dokter Daniel Féret (60) had bijtijds de opgang van Jean-Marie Le Pen in Frankrijk opgemerkt en een Belgisch ‘Front National’ opgericht. Met zowat dezelfde standpunten als het Vlaams Blok, en één verschil: bij het FN staat nationalisme gelijk aan Belgisch patriottisme.

In het zog van het Blok kende het FN begin jaren negentig enkele gouden jaren, met meer dan tachtig gemeenteraadsleden her en der in 1994, enkele kamerleden en een felbegeerde – want uiterst lucratieve – zetel in het Europees Parlement voor Daniel Féret hemzelve. Dat was de tijd van de alliantie met Marguérite Bastien, ex-magistrate in Brussel, ex-kabinetsmedewerker van wijlen justitieminister Jean Gol, welbespraakt, iemand van het establishment. Geen overbodige luxe.

Bij de installatie van de nieuwe gemeenteraad in Anderlecht bracht FN-verkozene Paul Cocriamont begin 1995 de Hitlergroet. Van een ander raadslid, Daniël Leskens, doken foto’s op waarop hij op grafzerken van joodse holocaust-slachtoffers stond te urineren.

Na een kletterende ruzie tussen Féret en Bastien viel Franstalig extreem-rechts uiteen in een niet te tellen veelheid van partijtjes met namen waar altijd een ‘F’ en een ‘N’ in voorkwamen, maar die nooit zouden tippen aan de originele brand. De initialen waarbij duizenden in verpauperde Waalse stadsdelen in het stemhokje blijven denken dat hun stem een stem is voor Jean-Marie Le Pen.

In antwoord op een zoveelste vraag uit België, kroop Le Pen op 3 oktober 2003 nog maar eens in de pen: ‘In antwoord op uw brief, meld ik u dat het Belgische Front National zich op geen enkele wijze kan beroepen op om het even welke steun van de beweging waarvan ik voorzitter ben.’

Er is al zo veel gebeurd met dat FN en Féret. De arts werd in 1985 geschorst vanwege het beoefenen van alternatieve geneeskunde. In 1986 liep hij een veroordeling (1 jaar cel) op wegens het verstrekken van een vals alibi aan de vrouw van een gangster die deelnam aan een hold-up. Klachten over onbetaalde FN-facturen (huurauto’s, drukkosten,…) bij diverse parketten. Féret werd al vervolgd voor inbreuken op de racismewet en hoorde op 22 juni van dit jaar voor het Brusselse hof van beroep door procureur-generaal Godbille twee jaar effectieve celstraf eisen en – erger – de ontbinding van de vzw Front National.

Het zijn niet dit soort akkefietjes die van Féret zelfs in extreem-rechtse kringen een controversiële figuur maken. Het is dat eindeloze geruzie met medestanders, altijd weer.

Terwijl alles er eind jaren negentig nog op wees dat het FN-finaal ten onder was gegaan aan interne strubbelingen, stond de partij er bij de parlementsverkiezingen van 18 mei 2003 plots weer. Percentages tot boven de 10 procent in door werkloosheid getroffen buurten in vooral de arme provincie Henegouwen. Verkozenen in Kamer en Senaat.

Och, niemand hoeft te vrezen dat het FN, zoals het Blok, gaat investeren in de uitbouw van een stabiele partijwerking, zo legde Férets ex-rechterhand Patrick Sessler vorig jaar in De Morgen uit. Sessler was jarenlang medewerker van Féret geweest in het Europees Parlement, waar die alleen naartoe ging om de royale zitpenningen op te strijken. “Waar hij zijn geld aan uitgaf? Een deel besteedde hij aan zijn oude muntenverzameling, de rest stak hij gewoon in zijn zak. Af en toe kocht hij een dure auto. Alfa Romeo en Ferrari en zo”, zegt Sessler.

Idem dito voor de twee verkozenen die het FN had in het Brusselse Parlement, aldus Sessler. Een van hen was Audrey Rorive (“het meisje kan amper lezen of schrijven”), de ander een gepensioneerde boekhouder: “Als ze moeten stemmen, vragen ze aan het Vlaams Blok welk knopje ze moeten indrukken.”

Het werd 13 juni 2004. Het FN voerde amper campagne, werd naar gewoonte doodgezwegen in de Franstalige media. Toch herhaalde het mirakel zich. Acht procent van de Franstalige stemmen, met pieken tot 16,9 procent in Charleroi, 11 in La Louvière, 10,9 in Bergen en 7 in Luik. Het FN is nu groter dan Ecolo, heeft vier verkozenen in de Brusselse Raad en nog eens vier in de Waalse.

Francis Detraux (58) uit Namen is senator voor het FN. Hij werd op 13 juni 2003 rechtstreeks verkozen en zal de verkiezingsnacht nooit vergeten. “Mijn vrouw (Jacqueline Merveille, DDC) en ik militeren sinds 1990 voor le Front. We hebben de gloriejaren meegemaakt, het verval, de wederopstanding. Jacqueline droeg sinds 1994 de titel van sécretaire générale. Ze is een kei in administratie en regelde zo ongeveer alles, zoals het altijd weer moeten verzamelen van de nodige handtekeningen om een lijst te kunnen neerleggen.”

Jacqueline Merveille: “Een hele onderneming. Hier in Wallonië is de vijandigheid ten aanzien van extreem-rechts nog altijd groot.”

Francis Detraux: “Nu goed, die avond hadden we dus afgesproken om de overwinning te vieren in een bistrot in Namen. Daar zat Daniel Féret, de grote winnaar van de verkiezingen, aan een tafeltje triest voor zich uit te staren. Hij is die avond in elkaar gestort. Niet van plezier, van droefenis. Het was, zo begrijp ik nu, helemaal niet de bedoeling dat we die senaatszetel zouden behalen. Dààrom had ik bovenaan de lijst mogen staan. Die zetel, dat was een totale verrassing. Féret had het succes van zijn eigen partij onderschat.”

Féret wou eigenlijk geen verkozene in de Senaat?

“Met Féret is het altijd hetzelfde. Alles draait om geld, geld en nog eens geld. Als hij had geweten dat er een senaatszetel inzat, had hij in Namen iemand uit zijn entourage bovenaan de lijst gezet.”

Dat is toch nog geen reden om te treuren?

“Toch wel. Zoveel verkozenen: dat was het begin van de deling van de macht. Die zat nu niet langer bij hem alleen geconcentreerd.”

Het succes van het FN was zo groot dat het naast Detraux via coöptatie een tweede senator mocht aanduiden. Dat werd dus Michel Delacroix, een blinde advocaat, in 1999 nog veroordeeld wegens illegaal wapenbezit. Na een huiszoeking in zijn woonst in Sint-Gillis, waar buren in 1994 door het af-en-aan-geloop van figuren in battledress de voorbereidingen van een of andere staatsgreep vermoedden. (Er werd ook beslag gelegd op 10 kilo nazi-literatuur, waarvan enkele stukken persoonlijk waren gesigneerd door wijlen nazi-collaborateur Léon Degrelle.)

Delacroix is een boezemvriend van Féret die tot zijn coöptatie niet zichtbaar actief was bij FN. Hij treedt wel geregeld op als raadsman voor de partij of voor Féret in persoon. “Iemand uit zijn directe entourage, kortom”, zegt Detraux. “Binnen de partij kreeg je na de verkiezingen van 2003 een schisma. De kliek van Féret versus de rest, door hem vaak hardop als ‘onze nuttige idioten’ omschreven.”

Dat is helemaal hoe Jacqueline Merveille zich voelt. Met een lichtelijk pathetische brief legde ze onlangs haar “functies neer” als sécretaire générale, om even later ontslag te nemen als lid van het FN tout court. Inmiddels blijven de dissidenties zich opstapelen. De laatste in de rij is Georges Tonnelier, jarenlang kopstuk en zelfverklaard “denker” bij het FN. In het jongste racismeproces zit hij zij aan zij met Féret in de beklaagdenbank, ook al scheldt hij hem dezer dagen uit voor het vuil van de straat en onderneemt hij pogingen om te worden aanvaard als lid van de MR, de Franstalige liberalen.

Ooit hoopt Jacqueline Merveille te begrijpen waarom Féret zoveel energie stopt in het manifest buiten pesten van medestanders. “Elf dagen voor de datum waarop we de lijsten moesten neerleggen voor de regionale en Europese verkiezingen van 13 juni ging ik Féret opzoeken. Ik had nog niks ontvangen: geen lijsten, niks. ‘Laat maar, doe ik zelf wel’, zei hij. Ik zei: ‘Dat wordt een soep.’ En dat werd het. Er stonden kandidaten uit Luxemburg op de lijst in Namen en omgekeerd. Alsof hij het met opzet deed.”

In Luik was FN’er Charles Pire verkozen voor het Waals Parlement. Op aandringen van Féret legde hij de eed af in het Duits, zodat hij kon zetelen in de Duitse Gemeenschapsraad en zich in de Waalse Raad kon laten opvolgen door Marc Levaux: een oud-militant van de fascistoïde knokploeg Agir. De man is al eens veroordeeld na inbreuken op de racismewet en is het voorwerp van een strafonderzoek naar mensenhandel in Luik.

De truc mislukte, maar het voorval maakt duidelijk wat in de ogen van Féret en co. de finaliteit is van een parlementair mandaat. Geld, dat ook. Juridische onschendbaarheid, dat vooral. Na het succes van 13 juni verhuisde Féret, verkozen in de Kamer, naar de Brusselse raad. Op het racismeproces voor het Brusselse hof van beroep schermde advocaat Delacroix met procedurele argumenten. Jaja, in de Kamer was de onschendbaarheid van Féret opgeheven, maar niet in de Brusselse Raad…

In de Kamer werd Féret vervangen door Paul Cocriamont, de man van de Hitlergroet, en ook al meer dan eens in de kijker lopend bij justitie.

“Door het geknoei met het adres van Pire hield het FN in de Franse Gemeenschapsraad uiteindelijk vier verkozenen over, daar waar het er vijf hadden moeten zijn”, zegt Merveille, die de wetteksten duidelijk beter kent dan de ex-voorzitter-voor-het-leven. “Ben je met zijn vijven, dan vorm je een fractie en heb je recht op een dotatie van 500.000 euro (te spreiden over vijf jaar, DDC). Die is het FN nu ook al kwijt. Wat ik u zeg: een soep.”

Francis Detraux: “Féret is erger dan een dictator. Hij is gewoon een smeerlap. Zet dat maar in de krant. Neem nu die voorzittersverkiezing. Geen kandidaten, wat een klucht. Niemand heeft ons gezegd dat er verkiezingen waren! Dat was geheim.”

U bent nog lid van het FN?

“Voorlopig wel.”

Voorlopig?

“Nee, mijnheer, ik stap niet uit de partij. Nog niet. Als ik lid blijf, heb ik recht op inzage in de boekhouding die tegen maart klaar zou moeten zijn met het oog op het terugwinnen van de partijdotatie in de Kamer en Senaat. Ik wil weten of het klopt dat Féret met het geld van de partij voor 30.000 euro software gekocht heeft voor zijn nieuwste hobby: digitale fotografie. Hij had misschien beter de factuur van die man met de website betaald. Er zijn nog van die toestanden.”

“Wij denken ernstig aan een klacht bij het gerecht. En als u echt een antwoord wilt: als Féret in maart nog wat te zeggen heeft bij het FN, dan stap ik eruit. Eén ding staat nu al vast. Wil het FN in 2007 in heel Wallonië lijsten neerleggen, dan volstaan de handtekeningen van twee senatoren. Zijn die er niet, dan moeten vijfduizend burgers worden gevonden om hun handtekeningen te zetten. Ik zeg u: zit Féret daar in 2007 nog, dan teken ik niét.”

De partij wordt nu geleid door een kwartet bestaande uit vertegenwoordigers van elk parlement: Delacroix, Cocriamont, Charles Petitjean (Waals parlementslid) en Daniel Féret. “Terwijl er in werkelijkheid niets verandert”, zegt Manu Abramowicz, FN-watcher van het tijdschrift Résistances. “Daniel Féret blijft de leider, nu misschien wat meer omringd door zijn luitenanten.”

Luitenant kun je geweest zijn, je kunt het ook weer worden. Patrick Sessler, een jaar geleden nog leverancier van smeuïge verhalen over Féret, is intussen weer toegetreden tot het FN. Hij was uitgeweken naar het Vlaams Blok als secondant van de Brusselse voorman Johan De Mol – een oude bekende trouwens van Cocriamont. Samen zaten ze eind jaren zeventig nog bij de terreurgroep Front de la Jeunesse. Sessler keerde naar de oude stal terug nadat een andere Franstalige Vlaams Blokker, gemeenteraadslid Paul Arku in Evere, in aanvaring was gekomen met de partij. Het was niet helemaal tot Arku doorgedrongen dat het Blok de creatie van een Vlaamse staat beoogt.

Arku raakte bij het FN meteen verkozen op een hoger echelon. Hij zetelt nu naast Féret, diens maîtresse en nog iemand in het Brusselse Parlement. Daar zet de FN-fractie de traditie verder. Ze doet niets. Het viertal zit er alleen maar bij om wat centen te vangen en onschendbaar te zijn.

Velen hebben al zitten dromen dat de Vlaamse geestesgenoten van het FN ook ooit zouden verworden tot zo’n chaotisch kluwen. “Dat zal nooit gebeuren”, zegt Jacqueline Merveille. “Als je midden in die partij zit, weiger je het te geloven, maar nu heb ik ze wel zitten bestuderen.

Die oude dossierstukken die op het internet circuleren over het verleden van Daniel Féret als agent van de Staatsveiligheid (op de site van de rivaliserende exteem-rechtse partij FNB, DDC). Hij zou al jaren zijn belast met de missie om alles naar zich toe te trekken, tussendoor persoonlijk financieel profijt te halen en altijd weer keet te schoppen. Zodat na elk succes de neergang volgt.”

“Ik weet niet wat ervan klopt, maar als je kijkt naar de praktijk is dit wel heel exact wat Féret al jaren doet.”

Tja. Wie is de good guy, wie de bad guy? Misschien is inderdaad om het even wie een betere leider van het FN dan hij die het twintig jaar lang was.

Bron » De Morgen