Dit zijn de 5 meest geloofwaardige pistes over de Bende van Nijvel

Over de motieven van de Bende van Nijvel doen ontelbare theorieën de ronde. Vijf pistes zijn in het verleden de meest geloofwaardige gebleken, maar geen enkele heeft het mysterie rond de Bende kunnen oplossen. Welke blijft overeind met de nieuwe informatie?

1. Banditisme

De eerste verklaring die in de jaren 80 opduikt, is die van ordinaire bandieten die op geld uit zijn. De procureur des Konings in Nijvel, die het onderzoek op dat moment voert, noemt de daders “roofdieren”.

Hij richt zijn pijlen op de Borains, de bende van gewezen politieman Michel Cocu uit de Borinage, maar het Hof van Assisen spreekt hen in 1988 vrij. Tot aan zijn dood in december vorig jaar blijft Cocu gelinkt aan de Bende van Nijvel, maar een huiszoeking na zijn overlijden levert geen enkel bewijs op.

Een andere bende is die van Philippe De Staercke, ook wel de Bende van Baasrode genoemd. De Staercke is in juni 1987 door de toenmalige Dendermondse onderzoeksrechter in verdenking gesteld als medeplichtige bij de Delhaize-overval in Aalst. Hij was de dag van de overval in die Delhaize. Was hij er op verkenning?

Een ander lid van die bende, Léopold Van Esbroeck, was dan weer lang ervan verdacht “de reus” te zijn van de Bende van Nijvel. Ondanks bekentenissen van De Staerke, die hij later weer introk, zijn de leden van de Bende van Baasrode buiten verdenking gesteld voor de feiten van de Bende van Nijvel.

Nogal tegenstrijdig met deze theorie is het hoge aantal risico’s en doden bij meer dan twintig overvallen, voor een relatief kleine opbrengst. In Aalst bijvoorbeeld vallen acht doden, voor geen 20.000 euro.

2. Geld afpersen van de warenhuizen

In een boek na zijn vrijlaten kwam Léopold Van Esbroeck wel met een eigen hypothese. Volgens hem lag de verdienste van de Bende niet in de buit van de kassa’s van supermarkten, maar was het hen via een omweg toch om het geld te doen.

Van Esbroeck, die zelf elke betrokkenheid bij de Bende ontkende, stelde dat ex-gevangenisdirecteur Jean Bultot de Bende-leden rekruteerde voor een onbekende opdrachtgever. De Bende was volgens hem bedoeld om geld af te persen van de grootwarenhuisdirecties. En dat zouden die directies uiteindelijk ook betaald hebben.

Van Esbroeck weet dat, omdat ook hij benaderd is door de toenmalige directeur van de gevangenis van Sint-Gillis, Jean Bultot. Bultot heeft bovendien daags voor de overval in Aalst naar een informant van Staatsveiligheid gebeld met de vraag of die hem ‘dringend’ een machinegeweer kon bezorgen. De informant nam het gesprek op en alarmeerde de Staatsveiligheid. Die verbood de infiltrant hiermee door te gaan en maakte zijn bandje zoek.

3. Extreemrechtse terreur

Ook als bovenstaande hypothese klopt, is een terroristisch motief niet uitgesloten. Ex-gevangenisdirecteur Bultot militeerde namelijk voor het extreemrechtse partijtje Forces Nouvelles. De terroristische piste gaat ervan uit dat de Bende uit was op de destabilisering van de samenleving, zodat een sterker regime mogelijk werd.

Zo werd de Bende van Nijvel ook genoemd als de Belgische tak van Gladio, een van oorsprong Italiaans netwerk dat een eventuele aanval van de Sovjet-Unie moest afweren. Een Senaatscommissie kon begin jaren 90 zekerheid verwerven over het bestaan van een Belgische Gladio-afdeling, maar niet wie er deel van uitmaakte en of er een verband was met de Bende van Nijvel.

Een andere groep die de extreemrechtse hypothese kan ondersteunen is de Westland New Post, afgekort WNP. De groep van maximaal vijftien leden is opgericht door Paul Latinus en leden van het als privémilitie verboden Front de la Jeunesse (FJ).

In 2014 lijkt er een grote doorbraak in het Bende-dossier. De nummer twee van WNP, Michel Libert, wordt opgepakt. Hij meet 1m91, is hij de reus?

De arrestatie komt er na een RTBF-interview met Eric Lammers, een ander voormalig WNP-kopstuk. “We hebben met WNP in warenhuizen verkenningen gedaan, (…) in warenhuizen waar later de Bende heeft toegeslagen, maar ook in andere. Daarom ben ik er zeker van dat ik de leden van de Bende van Nijvel moet kennen.”

Libert wordt uiteindelijk zonder inbeschuldigingstelling vrijgelaten.

4. Roze Balletten

Op 24 april 1984 is, bengelend aan een touw in de kelder van zijn woning, het lijk teruggevonden van Paul Latinus, leider van WNP. Weinigen geloven in zelfmoord. De gerechtelijke politie van Brussel kwam als eerste ter plaatse en stelde vast dat Latinus vermoord zou zijn met een telefoondraad, dat het gewicht van een volwassen man niet zou kunnen dragen. Een half jaar voor zijn dood stapte Latinus naar de rijkswacht met een klacht over “doodsbedreigingen in verband met het dossier-Pinon”.

Het dossier-Pinon is beter bekend als de Roze Balletten: drugs- en seksfeestjes die aan het licht kwamen door de Brusselse psychiater Pinon. Hij zat in een vechtscheiding en maakte geluidsopnames waarop zijn echtgenote beweerde naar seksfeestjes te gaan. Daar zouden hooggeplaatste personen aanwezig zijn geweest.

Er zijn weinig verbanden opgedoken tussen de Bende van Nijvel en de Roze Balletten, maar als Latinus informatie had over seksfeestjes met hoogwaardigheidsbekleders, dan gaf het hem een middel tot afpersing. De Roze Balletten zouden dan een hefboom voor de doofpotoperatie zijn.

5. De rijkswacht

Eind 1983 stapt oud-rijkswachter Martial Lekeu naar de BOB, de toenmalige gerechtelijke politie, van Waver. Hij vertelt er dat rijkswachters en militairen betrokken zijn bij de Bende-moorden. Veertien dagen later vlucht hij naar de Verenigde Staten, na doodsbedreigingen.

Vanuit de VS zal hij enkele jaren later een interview geven aan La Dernière Heure waarin hij het bestaan onthult van de groep G binnen de rijkswacht. Die groep zou bestaan uit rijkswachters die lid zijn van het Front de la Jeunesse. Lekeu stond bekend om zijn extreemrechtse sympathieën en was in de jaren 70 lid van het Front.

Daar duiken ook de namen van ex-rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer op. Ze zijn verdacht geweest van de wapendiefstal bij de Groep Diane in de rijkswachtkazerne van Etterbeek. De meeste van die wapens zijn in 1987 teruggevonden in een Brusselse garagebox gehuurd door Bouhouche. Bij de voorstelling van zijn boek in 2010 eiste Robert Beijer die wapenroof van 1981 op.

De laatste theorie, de inside job door rijkswachters, is nieuw leven ingeblazen door de bekentenissen van de familie van C.B. Die hoeft de overige theorieën niet volledig overbodig te maken. Een groep rijkswachters die meer macht en middelen willen voor het speciale interventieteam kan ook extreemrechtse motieven hebben. Of de ene keer een roofmoord plegen en de volgende keer een terroristische aanslag.

Geruzie onder magistraten

De geschiedenis van de Bende van Nijvel kent evenveel pistes als onderzoeksteams. Drie decennia lang was het een bron van geruzie onder magistraten. Eerst was er de rivaliteit tussen de parketten van Nijvel en Dendermonde. In Nijvel zocht procureur Jean Deprêtre bij de Borains, maar als die na vier jaar vrijgesproken worden voor de feiten van de Bende, ziet hij zijn onderzoek overgeheveld naar Charleroi.

In Dendermonde loopt op dat moment een parallel onderzoek. De Dendermondse cel Delta, onder leiding van onderzoeksrechter Freddy Troch, boekt in 1986 een van de weinige successen in het dossier door wapens van de Bende op te vissen nabij het hellend vlak van Ronquières.

Door een tussenkomst van toenmalig minister van Justitie Melchior Wathelet (cdH) is ook hij in 1991 verplicht om zijn dossier af te staan aan speurders in Charleroi, die vijf jaar verliezen met herschikken en vertalen.

Bron » De Morgen

Tueries du Brabant: aucun indice chez Michel Cocu

Fouille négative du domicile du dernier survivant de la filière boraine. Aucun élément ni indice en lien direct ou indirect avec les tueries du Brabant ou l’une d’elles n’a été trouvé au domicile de Michel Cocu, décédé d’un cancer le 4 décembre, à l’âge de 65 ans.

Après ses funérailles, les enquêteurs se sont rendus à Boussu au domicile de l’ancien policier qui fut suspecté dans les années 1980 d’avoir trempé dans les tueries des Colruyt de Hal et Nivelles en mars et septembre 1983, et acquitté en 1988. Michel Cocu continuait, trente ans après, d’être “intéressant pour l’enquête”. Et s’il avait laissé “quelque chose”?

On ne perquisitionne pas sans mandat le domicile d’une personne décédée: le nécessaire a été fait et des enquêteurs ont donc fouillé l’habitation de fond en comble. Si l’espoir était mince, les enquêteurs devaient vérifier.

Tout était “bien rangé” chez Michel Cocu, qui avait quitté l’habitation deux jours plus tôt. On a parfois imaginé que c’est comme cela qu’on aurait la solution, dans les papiers d’un mort. En tout cas pas chez Cocu: la fouille n’a rien donné.

Les enquêteurs actuels restent persuadés que “Michel Cocu savait des choses”, qu’il a eu un rôle dans les premières tueries de 1983, qu’il “fut recruté”. Le procureur général Christian De Valkeneer nous confiait (DH 7 décembre): “Nous pensions que M. Cocu avait des choses à nous dire”.

Cette opinion des enquêteurs actuels tranche avec celle des anciens, ceux qui furent écartés en 2010. Le 21 octobre 2014, le commissaire et ancien chef d’enquête Lionel Ruth confiait sa certitude que Michel Cocu et la filière boraine étaient étrangers aux tueries du Brabant. Les mêmes faits, le même dossier et trente ans plus tard, deux approches, deux certitudes inconciliables.

Bron » La Dernière Heure

Le dernier membre de la “filière boraine” des tueries du Brabant est décédé

Michel Cocu, dernier membre de la “filière boraine” des “tueries du Brabant Wallon”, est décédé dimanche à Boussu, rapporte la presse locale. Les autres membres de cette bande du Borinage étaient déjà tous morts.

Michel Cocu était un policier communal de Boussu. Il a longtemps été considéré comme le leader de la “filière boraine” des “tueurs du Brabant Wallon”. Les tueries ont eu lieu principalement dans le Brabant Wallon de 1982 à 1985. 28 personnes avaient perdu la vie à la suite de braquages sanglants.

Michel Cocu avait avoué son implication dans ces tueries, notamment à Hal, Genval et Nivelles, avant de se rétracter. Lui et les autres membres de la “filière boraine”, une bande de truands de la région du Borinage, avaient été acquittés en 1988 par le cour d’assises du Hainaut. Cocu avait passé 5 ans en détention préventive.

En 2015, le procureur général Christian De Valkeneer, avait, selon la Dernière Heure, voulu “recruter” Michel Cocu comme repenti et lui proposer de vider son sac sur l’affaire des Tueries du Brabant. La démarche n’avait pas abouti.

Michel Cocu était né à Boussu le 13 mai 1951. Il est décédé dimanche à Hornu. Ses funérailles auront lieu mercredi.

Bron » 7 Sur 7

Gentse auteur Charlie Hedo publiceert met “Het Rattenkwartier” een opmerkelijk boek waarmee hij doordringt tot in het Nest van de Bende van Nijvel

Op 10 mei 1982 werd in Elsene een Austin Allegro gestolen door twee gewapende mannen. Het was de eerste wagen van de Bende van Nijvel. Daags na de wagendiefstal werd een van de dieven ondervraagd. Op 7 oktober 1982, na de dodelijke overval op wapenhandel Dekaise, werd diezelfde man aangehouden. Op 9 oktober liet men hem terug vrij. Een gemiste kans om de Bende in het begin van haar bestaan op te rollen.

In Het Rattenkwartier focust Charlie Hedo zich op deze man die samen met een kompaan de eerste wagen van de Bende stal. Hij was de leider van de Bende van Nijvel.

In 2014 werd Jean Marie Tinck aangehouden. Hij werd ervan verdacht de tweede dief van de Austin Allegro te zijn. De robotfoto van de man met de vissersmuts die gemaakt werd na de Austin-roof lijkt als twee druppels water op hem.

Tinck pochte in het zuiden van Frankrijk tegen een vriend dat hij deel uitmaakte van de Bende van Nijvel. Volgens de speurders wist hij details die wezen op daderkennis. Nog volgens de speurders was Tinck vooral actief tijdens de eerste reeks overvallen. Jean Marie Tinck werd in de zomer van 2014 vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen.

Vergisten de speurders zich? Iemand die zichzelf beschuldigt van brutale moorden is daarom nog geen dader. Het is niet omdat Tinck in 1991 een moord pleegde dat hij in staat was tot het plegen van aanslagen zoals die van de Bende van Nijvel.

Charlie Hedo graaft in Het Rattenkwartier op een eigenzinnige manier dieper dan de speurders. Op onorthodoxe wijze, gebruik makend van nieuwe bronnen als de sociale media, ontdekt hij banden tussen de dieven van de Austin Allegro enerzijds, Philippe De Staerke en Michel Cocu anderzijds . Die ontdekkingen spitte hij verder uit. Het Rattenkwartier is de weerslag van die zoektocht.

Philippe De Staerke was aanwezig in Aalst een tweetal uur voor de bloedigste overval aller tijden. Vlakbij zijn woonplaats in Elsene was een Delhaize, maar hij reed naar die van Aalst. Indien men het onderzoek niet bij Troch had weg gehaald was De Staerke voor assisen verschenen.

De Borains met Michel Cocu als leider verschenen voor assisen in 1987 voor feiten van de Bende van Nijvel. Ze stonden daar niet zomaar. Ze hadden, los van elkaar, bekentenissen afgelegd en vertelden details die enkel daders konden kennen. Het assisenproces liep op een sisser af maar dat lag aan het openbaar ministerie dat blunderde. Niet aan het feit dat Cocu & Co hun betrokkenheid verzonnen hadden.

Op Facebook is een link te zien tussen de zus van Jean Marie Tinck en Denise Géva uit Hornu, Borinage. Zij is een volle nicht van Jacqueline Géva, gewezen minnares van Michel Cocu én Jean Claude Estievenart. Beiden Borains. Wil dit zeggen dat Tinck deze mannen kende of er mee handelde? Nee, maar wel dat er dieper moet gegraven worden. Colette Tinck heeft een 40-tal vrienden op Facebook. Een ervan is Denise Géva. Twee anderen zijn leden van de familie Quidouce.

Op Facebook heeft de zus van Tinck een vriendin uit het zigeunermilieu. Deze vriendin is ook vriendin van Philippe De Staerke. Wil dat zeggen dat de Tincks de familie De Staerke kennen of er mee handelden? Nee, maar het dient verder uitgespit te worden. Colette Tinck heeft een tweede Facebook profiel met 17 vrienden. Een ervan is Dominique Quidouce die op haar beurt bevriend is met Philippe De Staerke die een 150 Facebookvrienden heeft.

Charlie Hedo onderzoekt deze links en vele andere in Het Rattenkwartier. Hij wil de speurders uitnodigen die eveneens verder uit te spitten. Om dieper te graven. Om net als hij het verband bloot te leggen tussen de dieven van de Allegro en de grootste verdachten uit het dossier, de Borains en de bende rond De Staerke. Om zo de kern van de Bende van Nijvel, hoofd, lichaam en benen, te ontmaskeren.

De auteur was in 1985 op de dag van de bloedigste aanval aanwezig in Aalst. De Bende liet de stad in trauma achter. Charlie Hedo volgde sindsdien alle verwikkelingen in de zaak op de voet. Toen de daders na 20 jaar nog steeds vrij rond liepen besloot hij zich te verdiepen in de zaak en kwam tot verrassende ontdekkingen. Hij werkte tien jaar aan dit boek waarin hij de daders bij naam noemt.

De digitale versie van het boek is vanaf 1 september te koop bij Smashwords. In voorbestelling al verkrijgbaar bij de grote online shops als Ibooks, Bol en Kobo.

Christian De Valkeneer s’est invité chez Michel Cocu

Le plan était de “faire parler” le chef de la “filière boraine” comme “repenti” dans l’affaire des Tueries du Brabant. On apprend, en exclusivité, que Christian De Valkeneer a voulu recruter Michel Cocu en tant que repenti et proposer à l’ex-suspect numéro 1 de la tuerie du Colruyt de Nivelles de vider son sac et tout balancer dans l’affaire des Tueries du Brabant.

Avec deux enquêteurs de la cellule Brabant wallon, le procureur général s’est rendu en toute discrétion au domicile de celui qui fut considéré entre 1983 et 1987 comme le chef de la filière boraine, la première piste dans le dossier.

De Valkeneer, qui ne manquait pas d’arguments pour convaincre Michel Cocu, était disposé à monnayer son aide. Autant d’années après, sa réponse, si elle a le mérite d’avoir été claire, ne manque pas d’interpeller. Pourquoi Michel Cocu a-t-il réagi comme cela?

Preuve en tout cas que, trente ans après, la vieille piste de la filière boraine n’est pas écartée dans l’enquête sur ces 28 assassinats impunis des années 1980.

À dossier atypique, démarche atypique et celle de Christian De Valkneer, que nous révélons ici, l’est totalement. Le secret avait très bien été gardé.

Selon nos informations toujours, elle date du mois de juillet de l’an passé et les magistrats en charge, dont la juge Martine Michel, avaient marqué leur accord. En septembre 1983, un couple et un gendarme sont abattus au Colruyt de Nivelles. Le massacre, qui fait suite à deux autres, plonge le pays en état de choc.

Fin octobre suivant, le parquet de Nivelles, s’appuyant sur une expertise balistique, fait arrêter au Borinage plusieurs suspects – Michel Cocu, Adriano Vittorio, Jean-Claude Estiévenart, Michel Baudet, Josiane Debruyne – que les médias désigneront sous le nom de filière boraine.

Tous seront acquittés par les assises du Hainaut pour les faits en lien avec les Tueries. La façon dont le dossier a été fabriqué et les aveux obtenus pesèrent lourd dans ces acquittements.

En clair, innocents pour la justice, les Borains étaient-ils vraiment innocents? Trente ans après, les policiers sont partagés. Pour certains, les Borains n’avaient rien à voir. Pour d’autres, on trouve dans leurs aveux des éléments qui prouvent qu’ils étaient dans le coup.

Quand il se rend chez Michel Cocu, Christian De Valkeneer a tout cela à l’esprit et quatre bons arguments en poche.

  1. Le temps écoulé: un tiers de siècle a passé.
  2. La peur: Vittorio, Baudet, Estiévenart et Debruyne, tous sont morts; Cocu est le dernier survivant de la filière boraine.
  3. Autre motif de ne plus rien craindre: définitivement acquitté en 1987, Cocu peut raconter et éventuellement avouer ce qu’il veut – si c’est le cas et rien ne l’indique – car il ne peut plus être jugé pour la tuerie de Nivelles.
  4. L’argent enfin: à 64 ans, Michel Cocu pouvait être intéressé à être rémunéré en tant que repenti et c’est bien ce que le procureur général avait et a toujours à lui offrir.

La réaction de Cocu interpelle. Selon nos infos, Cocu a entrouvert la porte… et après quelques secondes, l’a claquée au nez de M. De Valkeneer et des deux policiers qui n’ont rien pu lui expliquer. Michel Cocu n’a laissé entrer personne. Le trio fut éconduit et, selon une source, “ce ne fut pas chaleureux”. La démarche méritait d’être tentée.

La réaction rend perplexe. Pour certains, Cocu a réagi en personne n’ayant rien à voir avec le Brabant wallon et ne voulant rien en entendre. D’autres voient quelqu’un que quelque chose continue d’empêcher de parler 32 ans après malgré la promesse d’impunité, la perspective d’argent et la disparition des protagonistes.

Possible aussi que Michel Cocu ait réagi d’instinct, et qu’il serait d’avis, si on le lui expliquait bien et s’il prenait le temps d’écouter, de revoir la question. Nous avons voulu contacter M. De Valkeneer. Le procureur général, et c’est légitime, est en congé.

Bron » La Dernière Heure

De moord op Philippe Moureaux

In het boek vertelt gewezen WNP-kopstuk Eric Lammers hoe hij eind 1981 het bevel kreeg om toenmalig justitieminister Philippe Moureaux (PS) te vermoorden. “Uit wraak vanwege zijn rol in de strijd tegen het Front de la Jeunesse en de CEPIC”, zo legt Lammers uit. “Gelukkig verloren de socialisten de parlementsverkiezingen en kwam de liberaal Jean Gol in zijn plaats, anders was hij ongetwijfeld vermoord.”

Het bevel, aldus Lammers, kwam van Ferrari Calmette, de bodyguard van topman Christian Smets van de Staatsveiligheid. Hij leidde volgens Lammers binnen het WNP een groep die ‘Trident’ heette. “Ik maakte er samen met Marcel Barbier en een tiental anderen deel van uit. Wij moesten vooral punctuele acties uitvoeren.”

De ontvoering van prins Filip

Halverwege de jaren tachtig verijdelden de Staatsveiligheid en de Brusselse gerechtelijke politie (GPP) een plan om prins Filip te ontvoeren. Dat onthult gewezen Brussels GPP-baas Frans Reyniers. De daders zouden kompanen zijn geweest van topgangster Michel Anthémus, de toenmalige rechterhand van topgangster Marcel Habran en vorige week nog kroongetuige op het proces-Habran in Luik.

“Ooit hebben we samen bij de Luikse procureur-generaal Giet onderhandeld om de ontvoering van prins Filip te voorkomen”, zo vertelt Reyniers. “Het milieu was immers van plan om de crimineel Anthémus te bevrijden en wilde daarom de prins ontvoeren.”

De tip, zegt Reyniers, kwam van de later zelf in de misdaad verzeilde Brusselse substituut Claude Leroy, die op zijn beurt werd getipt door beroepsgokker Jules Montel. Die werd in 1987 op straat geliquideerd, meer dan vermoedelijk door de bende-Habran.

De frats van Di Rupo in het Bendeonderzoek

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel liep eind de jaren tachtig grandioos in het honderd na een foute ballistische analyse van een Rugerpistool. De Ruger was hét bewijsstuk van de Nijvelse procureur Jean Deprêtre, toen die in 1988 een stel marginale boeven rond Michel Cocu voor het assisenhof bracht als zijnde de Bende van Nijvel. Het proces liep met een sisser af toen bleek dat een tegenexpertise bij het BKA in Wiesbaden onomstotelijk aantoonde dat de Ruger niks te maken had met de Bende.

Er werd met een beschuldigende vinger gewezen naar Deprêtre, die de tegenexpertise achterhield voor de jury, maar ook naar wapendeskundige Claude Dery. Nu onthult Deprêtre dat Dery zeker niet de enige was die blunderde. “Tussen haakjes,” liet de oud-procureur Bouten optekenen, “wist u dat PS-baas Elio Di Rupo de Ruger van de Borains het eerst heeft onderzocht? Di Rupo werkte toen aan de universiteit van Bergen. Hij gebruikte nog een methode met poeder, die nu helemaal achterhaald is, en deelde toen de analyse van Dery.”

Bron » De Morgen

Ex-topgangster Alain Moussa, vrij met enkelband, herontdekt de wereld

‘Walgelijk, die schietpartij in Lot. Volgens mij gaat het om gasten die al eens in de gevangenis hebben gezeten en liever sterven dan terug te moeten. Je zult zien, er zullen er de komende jaren meer zijn die à fond gaan.’ Een man met ervaring spreekt. Alain Moussa, ex-topgangster, ooit koning onder de Brusselse pooiers, is back in town.

Uitgeleefd, glazige ogen, kettingrokend. Na alles bij elkaar meer dan twintig jaar achter de tralies is Alain Moussa sinds juli vrij op proef. Hij bewoont een petieterig studiootje in Ganshoren en kijkt vooral uit naar de cheque van de ziekenkas. De elektronische enkelband biedt op weekdagen bewegingsruimte van 14 tot 18 uur. In die uren is hij zich maatschappelijk aan het reïntegreren bij de handelaarsbond in Ganshoren.

“Ik koop postzegels en doe brieven op de post. En ik moet voeling houden met de middenstand.” Hij spreidt zijn handen rond de asbak op het cafétafeltje: “Dat kan ik wel zeggen, er zit geen bloed aan. Enfin, toch niet van mensen buiten het milieu.”

Je kon twintig jaar geleden beter geen ruzie hebben met Alain Moussa (56). Hij zat in 1987 mee op de beklaagdenbank op het proces tegen de bende van Philippe De Staerke. Eén keer viel zijn naam in het onderzoek naar die andere bende, met grote B. Bernard Strens, politie-informant, stapte in 1985 naar de rijkswacht en wees Moussa aan als dader van de eerste raids van de Bende van Nijvel. Strens had het over een kogelhuls die dat zou bewijzen. Een paar dagen later werd zijn lichaam gevonden, bengelend aan een opmerkelijk kort touw.

De Albanees Ramadan Dodack stuurde eens een paar mannetjes op Moussa af, om een kogel in zijn rug te schieten. Kort daarna kreeg Dodack er één in zijn hart. “Da’s niet om te lachen, zo’n kogel”, zucht hij. “Ik voel dat nog. Zeker nu het weer kouder wordt.”

U vergaarde leuke bijnamen: Le Flingueur, Alain Le Fou… U was iemand die eerst schoot en dan pas vragen stelde?

Alain Moussa: “Ik was een goede vechter, c’est tout. Noem de grootste vechters van Brussel van toen: ik heb ze allemaal in elkaar geslagen. Vandaar die namen. In 1978, was het opeens mode om een een machinegeweer te kopen. Ik heb dat dan ook gedaan.”

U was toen de luitenant van Michel Dewit, de laatste echte Brusselse maffiabaas.

“Zo staat het in dat boek De bende: voor veel mensen hét referentiewerk voor het misdaadmilieu toen. Wat er over mij in staat, is gelogen. Ik ben nooit de luitenant geweest van Dewit. Ik kende hem wel goed. Over zijn verdwijning en zijn dood is veel gespeculeerd. Ik kan u zeggen: er was niks verdachts aan. Ze hebben eerst zijn ene been afgezet en toen zijn andere.”

Wie heeft dat gedaan?

“Dokters, in een kliniek. Hij had kanker of zoiets, ik weet het al niet meer. Hij is anoniem en in de grootste miserie gestorven.”

U bent een van de weinige overlevenden uit die tijd: Jules Montel, Demis Marin, Dewit… allemaal dood.

“Ik weet het. De wereld is hard veranderd. Alles gaat zo snel.”

Kunnen we het hebben over Ramadan Dodack?

“We hadden ruzie, dat was in 1985. Ik heb hem een pak slaag gegeven, hij belandde in het ziekenhuis (met 47 hechtingen, DDC) en stuurde daarna een paar van zijn mensen op me af in l’Aigle d’Or, die bar in Sint-Joost. Daar hebben ze die kogel in mijn rug geschoten.”

Een paar maanden later werd Dodack bij hem thuis doodgeschoten.

“Ik weet niet wie dat heeft gedaan. De één zegt dat het zijn vrouw was, nadat die had ontdekt dat hij zijn dochter misbruikte. De ander zegt dat het een politieman was. Ik zat toen in de gevangenis, dus ik was het niet.”

U zou de opdracht gegeven kunnen hebben.

“Zo staat het in al die boeken. Bon, mocht dat zo zijn, dan zou ik het natuurlijk niet zeggen. Maar het ding is: ik zat er voor niks tussen. De ruzie dateerde van ruim een jaar eerder. Ik had ontdekt dat hij voor de Staatsveiligheid werkte. Hij had veel contact met Albanese handelaars die in die tijd in Brussel een revolutietaks hadden. Ze moesten een deel van hun inkomen afstaan om de revolutie in Kosovo te financieren.”

“Ik kon erin komen dat de Staatsveiligheid zoiets in de gaten wilde houden, maar dat gaf Dodack niet het recht om mensen te verlinken. Bevriend zijn met zo iemand, dat was slecht voor mijn handel.”

Wat moeten we ons daarbij voorstellen, uw handel?

“Ik had een paar meisjes die voor me werkten in de Noordwijk. Ik had geen enkele firma op mijn naam staan, maar controleerde een paar bars. Ik was rijk. Er zijn criminelen die erin slagen hun geld te houden, er zijn er die dat niet kunnen. Ik behoor tot de tweede categorie. (lacht) Alles verbrast.”

Bent u onlangs nog in de Noordwijk geweest?

“Eén keer. Alles is weg. Allemaal kantoren en nieuwbouw. De enige bars die je nog hebt, zijn die aan de overkant van de spoorlijn. In mijn tijd was dat de slechte kant. Daar zaten de goedkope prostituees: de dikke, de oude. Belgische pooiers zijn er niet meer, alleen Albanezen en Arabes. Ik ken er bijna niemand meer en wil dat zo houden. Ik ben een oude man, het is afgelopen.”

Van de bende-De Staerke werd weleens gezegd dat het ons nationale gangsterelftal was. Wat was uw rol?

“Ik heb aan vier overvallen meegedaan. En we waren niet zo origineel. We pikten er een postkantoor uit, gingen eerst eens binnen kijken. In die tijd had je nog geen glas aan de loketten. Je kon er overheen springen en roepen: ‘Koffer open!’ Et puis voilà, dat was wat wij deden. Mijn rol bestond erin erover te waken dat niemand ging lopen. Er is nooit een schot gelost, wat er toch op wijst dat we niet slecht bezig waren. Onze chauffeur was Dominique Salesse. Verder had je Léopold Van Esbroeck, Apostolos Papadopoulos, De Staerke…”

Kon u goed slapen, de avond voor een overval?

“Ik wel, geen probleem. De zenuwen kwamen ’s ochtends.”

U werd wakker en besefte: snel douchen want ik moet een postkantoor overvallen?

“Zoiets, ja. Onze overvallen waren goed voorbereid, maar brachten al bij al weinig op.”

Omdat De Staerke stapelgek was. Hij liet ooit een zak bankbiljetten wegwaaien.

“Pfft. Ik maakte de rekensom en besefte dat ik met mijn meisjes meer verdiende.”

Waarom deed u dan mee?

“Goede vraag. Erbij willen horen? Ik ben in 1986 gearresteerd door het Speciaal Interventie Eskadron. Ze hebben mijn moeder drie dagen lang opgesloten. Mij hebben ze in een cachot gegooid: een betonnen hok zonder ramen, ijskoud, ik mocht alleen een onderbroek dragen.”

“Wij zijn allemaal hard gestraft. We hadden de pech in volle Bendepsychose voor de rechter te verschijnen. Terwijl wij in die tijd verdorie veel last van hadden van die Bende. Overal schietgrage rijkswachters geflankeerd door militairen, overal controles en ondervragingen. Wij konden ons gewoon niet meer verplaatsen.”

De sector leed ernstige financiële schade?

“Ca nous arrangeait pas du tout. We zullen de waarheid over de Bende nooit kennen. Ze zijn allemaal dood. Denk ik. Leefde er nog iemand van, dan zouden we nog wel iets van hen horen, maar dat is dus al twintig jaar niet het geval.”

Werd er in het milieu niet over gesproken en naar gezocht?

“Tuurlijk wel, maar we wisten net zoveel als jij en ik, nu. Dat is bizar. Normaal is er altijd wel iemand die kletst.”

Bernard Stens leek aanstalten te willen maken.

“Al wat ik weet, is dat hij een bar had in Ottignies en in 1985 plots in Brussel opdook om mij te zoeken. Er was nog geen gsm, hij heeft hier twee dagen rondgehangen met een verhaal over een ‘probleem’ waarover hij me wou spreken. Hij is dan teruggekeerd naar Ottignies, waar ze hem gevonden hebben, aan een touw. Hij was een brave jongen, geen voyou. Hij behoorde niet tot ons milieu. Meer weet ik niet.”

U zou ooit bekentenissen hebben afgelegd over de eerste Benderaids, samen met Michel Cocu van de bende van de Borinage.

“Ik zat vanaf 1986 zeventien maanden in voorarrest. We werden elke dag ondervraagd. Elke dag een speurder die nieuwe data en feitjes voor je voeten gooide. We waren het kotsbeu en antwoordden op de duur n’importe quoi. Dat was geen bekentenis, dat was: waar moet ik tekenen om met rust gelaten te worden? De Bende, dat had niks met klassieke misdaad te maken. Al wie het milieu kent, ziet dat. Het kan alleen iets politieks zijn geweest.”

Ze vermoordden ooit drie mensen voor wat pralines, koffie en sterke drank.

“Voilà. Elke normale gangster vindt een overval geslaagd als de buit groot is in verhouding tot zo min mogelijk geweld. Bij de Bende was het omgekeerd. Cocu heb ik nooit gekend, dat was er één uit de Borinage, ver van Brussel. Hij raakte er per toeval in verzeild.”

De speurders blijven tot vandaag volhouden dat Cocu wel degelijk aanwezig was bij de raid in Nijvel, 17 september 1983.

“Hij was op het slechtst mogelijke moment aanwezig op de slechtst mogelijke plaats. Dat is wat in het milieu altijd is gezegd.”

Iemand moet hem toch hebben gebeld om hem tot daar te krijgen?

“Ja, maar Cocu weet niet wie.”

Philippe De Staerke was op 9 november 1985, de middag voor de aanslag, in de Delhaize in Aalst, om de locatie te observeren.

“Ook hij is erin geluisd. Iemand moet hem hebben gebeld: ‘Ga daar eens kijken op zaterdagnamiddag.’ Als De Staerke wist wie hem heeft gebeld had hij de naam wel genoemd. Het is waar: als we dat zouden weten, zouden we veel verder staan. Maar de speurders gingen blind op valse pistes, ze wilden ons al te graag pakken.”

Wat dacht u, toen deze week de beelden kwamen van die jonge agente in Lot, vermoord voor een negentien jaar oude vrachtwagen?

“Walgelijk. In onze tijd zou zoiets nooit gebeurd zijn. Boeven hebben tegenwoordig een heilige schrik om in de gevangenis te belanden. Volgens mij ging het in Lot om gasten die al eens in de gevangenis hebben gezeten en liever sterven dan terug te moeten. Ils vont à fond, in de stijl van Jacques Mesrine (Franse topgangster uit de jaren zeventig, DDC).”

“Je zult zien, er zullen er de komende jaren steeds meer à fond gaan. Hoe repressiever gevangenissen worden, hoe agressiever het op straat wordt. Vroeger was er een zekere vorm van respect tussen gangsters en speurders. Werd je gepakt, dan brachten ze je naar het bureau van commissaris Marnette of hoofdcommissaris Reyniers. Dan ging de ijskast open en werd er eerst een cognacje ingeschonken. Je kreeg een sigaretje. Ze werden niet boos als je weigerde je maten te verklikken, ze kenden de codes. Dat bestaat nu niet meer. Alles gaat hard en kil – procedures voor alles.”

“Om voorwaardelijk vrij te komen, moet je nu al bijna onvermijdelijk twee derde van je straf hebben uitgezeten. Ik zeg niet dat lange straffen geen nut hebben. Mensen hebben wel, in wat voor omstandigheden ook, nood aan een perspectief. Vroeger had je dan nog koning Boudewijn, die af en toe genade gaf. Albert doet daar niet aan mee. Dus ook dat sprankeltje hoop valt weg.”

U probeerde in 2005 in de gevangenis van Ittre zelfmoord te plegen.

“Ik heb een scheermesje opgegeten. Niet zozeer om me van kant te maken, maar om naar een andere gevangenis te mogen. Ik verdroeg Ittre niet. Al dat beton, die kilte, de hele mentaliteit. Geen enkel persoonlijk contact. Het is een heel slechte gevangenis. Ik heb overal gezeten: Bergen, Verviers, Hoei, Gent, Vorst, Aarlen, Dendermonde, Oudenaarde… Ittre, die zogenaamd moderne gevangenis, is de ergste van allemaal.”

Bent u ooit ontsnapt?

“Twee keer, in Doornik. De eerste keer was er een loodgieter op onze vleugel iets aan het herstellen. ’s Avonds liet hij zijn materiaalkist in die cel staan. Ik glipte binnen en pikte een vijl. Mijn celgenoot was een zwakzinnige. Ik gaf hem die vijl: ‘Aan het werk, jij.’ Hij heeft de tralies doorgezaagd en we zijn gaan lopen. We namen de trein en lieten ons in Brussel-Zuid oppikken door mijn zus. Grappig: ik zat met die zwakzinnige op het terras voor het station, allebei nog in gevangenisplunje. Als je doet alsof er niks aan de hand is, valt het niet op. Niemand keek ons aan, niemand vroeg wat. We zijn ons in die plunje gaan omkleden in de paskamers van de GB. Ook daar zei niemand wat.”

“De tweede keer ben ik over een muur geklommen. Ik viel in een sloot waar afval werd gestort: overal ratten. Ik ben verder gezwommen, een vijver in. In een mum van tijd was de omgeving omsingeld door rijkswachters met speurhonden. Een helikopter vloog over een maïsveld om met zijn wieken het maïs plat te duwen – ze dachten dat ik me daar had verstopt. Ik was in een boom geklommen en zat van daaruit hun activiteiten zo’n beetje te volgen. Toen ik uit de boom sprong, ben ik gepakt door een speurhond. Ik had wel een mooi spektakel gekregen, gratis en voor niks.”

Waar hebt u spijt van?

“Dat ik gangster geworden ben, tiens. Ik kan niet zeggen dat ik nooit lol heb gehad, maar keek altijd op naar mensen met een echte job. Mijn moeder was een Belgische, mijn vader een Tunesiër. Ze zijn gescheiden, mijn vader heeft me meegenomen naar Tunesië, waar we twee jaar armoede hebben gekend. Mijn eerste diefstal was een appelsien op de markt. Ik was een kleine jongen en had honger. Ik vraag me soms af: ben ik daar over de grens gegaan?”

Waar viert u Kerstmis?

“In het café van mijn neef, denk ik. Op zon- en feestdagen mag ik met de enkelband tot tien uur buiten. Lastig, want altijd als het leuk wordt op café is het vijf voor tien. Ik verwacht niet veel meer. Een vrouw, ooit, misschien. Een computer, om een boek te schrijven over gevangenissen. En rust. Mijn lichaam wil vooral rust.”

Bron: De Morgen | Douglas De Coninck

Huiszoekingen bij ex-verdachte Bende van Nijvel

De cel-Jumet, die het onderzoek naar de Bende van Nijvel leidt, voerde maandag in Quaregnon huiszoekingen uit bij een lid van de Bende van de Borinage. Michel Cocu, een ex-politieagent die als hoofd van deze bende werd afgeschilderd, dreigt de verantwoordelijken van de cel-Jumet te dagvaarden wegens lasterlijke aantijgingen. Dat zei Cocu’s advocaat Jean-Paul Moerman gisteren, na uitlatingen van Bende-onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix.

Onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix bracht de Bende van de Borinage op het einde van de jaren 80 voor het Bergense assisenhof. Zijn collega’s van Nijvel stopten de Bende van de Borinage als de daders van de eerste reeks Bende-aanslagen (tot 1983) in de gevangenis. Tijdens het assisenproces werden alle leden van de Bende van de Borinage vrijgesproken.

In gerechtelijke kringen bleef men er van overtuigd dat de Bende van de Borinage mogelijk als toeleverancier van wagens en wapens voor de Bende-doders werkte. Dit geldt ook voor Michel Cocu. Rechter Lacroix zei maandag dat hij niet uitsluit dat Cocu en consorten opnieuw door het gerecht aan de tand gevoeld worden. Dat zou wel voor andere feiten zijn, als diegene waarvoor zij al terechtstonden.

In dit onderzoek moeten de huiszoekingen in de clan-Becker in Quaregnon gezien worden. ‘Balou’ Becker maakt deel uit van een grote familie van schroothandelaars. Hij werd in de jaren 80 opgesloten, op verdenking van medeplichtigheid aan misdrijven, die aan de Bende van Nijvel worden toegeschreven. In het begin van de jaren 90 werd hij bij gebrek aan bewijzen door de raadkamer voor deze feiten buitenvervolging gesteld.

De huiszoekingen in drie villa’s van zijn familie kwamen er, nadat de cel-Jumet onder meer op basis van robotfoto’s van potentiële Bende-verdachten nieuwe getuigenissen opgetekend had. Een duizendtal tips zijn nagetrokken, ook op het terrein, onder meer door huiszoekingen. Vooralsnog leverde geen enkele onderzoeksdaad positieve resultaten op, ook de indrukwekkende reeks DNA-analyses niet.

Bron » De Tijd

Bende-speurders hebben geen nieuwe vragen

Michel Cocu, die elf jaar geleden vrijgesproken werd van betrokkenheid bij overvallen op warenhuizen die aan de Bende van Nijvel werden toegeschreven, is niet op de vlucht voor het gerecht. Hij zei woensdag samen met zijn advocaat tijdens een persconferentie, dat hij ondanks zijn vrijspraak voortdurend lastiggevallen wordt door de cel-Jumet, die het onderzoek naar de Bende voert.

Sinds Cocu door het hof van assisen van Henegouwen werd vrijgesproken in verband met overvallen op twee Colruyt-warenhuizen in Halle en Nijvel en twee Delhaize-warenhuizen in Genval en Ukkel, ontmoette hij de speurders van de cel-Jumet wel een honderdtal keer. Cocu: ‘Telkens worden me vragen gesteld, waarop ik enkel kan antwoorden wat ik op mijn assisenproces gezegd heb.’ Uiteindelijk werd Cocu het zo beu dat hij niet meer inging op een zoveelste oproep van het gerecht. Daarop vaardigde het gerecht een bevel uit tot voorgeleiding van Cocu als getuige.

Advocaat Moerman wees erop dat Cocu altijd met de speurders had meegewerkt en had ingestemd met DNA-analyses. De advocaat vroeg zich af of de cel-Jumet geen overbodig werk verricht. ‘Het enige interessante werk dat tot dusver in dit dossier gedaan werd, werd op verzoek van de voorzitter van het assisenhof gedaan, die eenvoudige en duidelijke onderzoeksopdrachten gaf. Dan zag men in dat de speurders geen pertinente antwoorden gaven’, aldus Moerman.

Michel Cocu gaat naar eigen zeggen nog steeds gebukt onder het imago van leider van de Bende van de Borinage, ook al heeft hij geen enkel contact meer met zijn toenmalige medebeschuldigden. ‘Ik kan geen werk vinden. Ik zit nog altijd met die reputatie opgescheept.’

Ook Madani Bouhouche en Robert Beijer, die jarenlang als potentiële Bende-verdachten afgeschilderd werden, beklaagden zich er de voorbije maanden over dat de Bende-speurders voor hen enkel tien jaar oude vragen in petto hadden. ‘Vragen die we al herhaaldelijk beantwoord hebben, onder meer tijdens het proces voor het Brabantse assisenhof.’

Bron » De Tijd

DNA-analyses leveren nog geen doorbraak in Bende-onderzoek

De cel-Jumet, die het onderzoek naar de Bende van Nijvel leidt, kon via DNA-analyses nog geen definitieve doorbraak in het Bende-onderzoek forceren. Het gerecht liet het DNA-profiel natrekken van 200 tot 300 potentiële verdachten voor de Bende-aanslagen. Geen enkele analyse gaf een positief resultaat. Toch betekent dit niet dat alle analyses helemaal negatief waren. Over deze resultaten krijgen de familieleden en nabestaanden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel in mei meer uitleg.

Het onderzoek naar de Bende, die in de jaren 80 bij een reeks bloedige aanslagen 28 doden maakte, kreeg de voorbije drie jaar een nieuwe impuls. De onderzoekscel van Jumet kreeg van Justitie meer speurders en middelen, dan ooit in het Bende-onderzoek werden ingezet. Er werd ook gestart met een ambitieus DNA-programma. Eerst werd aan de hand van een 50-tal vanonder het stof gehaalde overtuigingsstukken het DNA-profiel van mogelijke daders vastgelegd. De DNA-profielen die uit de overtuigingsstukken zijn gehaald, worden getoetst aan de DNA-profielen van potentiële daders.

Onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix, die het Bende-dossier leidt, zei gisteren dat het onderzoek voortgaat en dat sommige deuren dichtgaan. De leugendetector leerde bijvoorbeeld dat ex-rijkswachter Robert Beijer niet bij de zaak betrokken was. Beijer, die jarenlang met zijn ex-collega Madani Bouhouche als mogelijke dader werd vooropgesteld, wil met dit resultaat opnieuw penitentiair verlof afdwingen, alsook zijn vervroegde invrijheidsstelling.

Beijer leidde een kort geding in bij de rechtbank van Verviers. Hij wil zo het penitentiair verlof afdwingen dat minister van Justitie Tony van Parys hem weigerde. Robert Beijer zit een straf uit van 14 jaar cel, na zijn veroordeling door het assisenhof van Brabant wegens deelname aan een ‘expeditie’ naar Antwerpen met Madani Bouhouche op 2 september 1989. Tijdens die expeditie werd de Libanees Ali Suleiman gedood.

Voortvluchtig

Gisteren liet Jean-Paul Moerman, de advocaat van Michel Cocu, weten dat zijn cliënt helemaal niet voortvluchtig is, zoals La Dernière Heure vorige zaterdag meldde. Michel Cocu was één van de verdachten voor de eerste reeks Bende-misdrijven, die in 1983 gepleegd werden. In 1988 werd hij voor onder meer de overval op de Delhaize van Genval en de Colruyt van Nijvel door het Bergense assisenhof vrijgesproken.

De voorbije maanden onderwierp Cocu zich volgens Moerman aan een DNA-analyse. Omdat Cocu echter geen gevolg gaf aan de recente oproepen van de cel-Jumet lieten de speurders hem seinen in het Centraal Signalementenblad. ‘Wij gaan hem desnoods ophalen’, zei onderzoeksrechter Raynal die samen met Lacroix en advocaat-generaal Claude Michaux de cel-Jumet leidt. Donderdag geeft Cocu aan de pers zijn versie over de strubbelingen die hij met het gerecht kende, sinds zijn vrijlating.

Bron » De Tijd