Di Rupo wil gesprek met Bende Van Nijvel-slachtoffers

PS-voorzitter Elio Di Rupo stelt voor om de nabestaanden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel te horen, alvorens te stemmen over een eventuele verlenging van de verjaringstermijn in de Kamer. Bij CDH reageert men verbaasd.

Enkele nabestaanden lieten verstaan dat er voor hen een punt mag komen achter het onderzoek naar de Bende van Nijvel. “Dit heeft geen enkele zin meer. De zaak is verjaard en snel snel de wet op de verjaring aanpassen zal er niets meer aan verhelpen”, klonk het.

De verlenging van de verjaringstermijn maakt deel uit van het eerste pakket hervormingsvoorstellen dat minister van Justitie Koen Geens (CD&V) uitwerkte. Het kreeg al groen licht in commissie.

Di Rupo is echter niet akkoord met die gang van zaken. “Een particulier geval regelen vanuit een algemene wet is niet de goede weg”, vindt hij. De PS’er onderstreept ook dat het niet evident is te oordelen over feiten van tientallen jaren geleden.

Het CDH reageert verbaasd. Fractieleidster Catherine Fonck is wel voor een verlenging van de verjaringstermijn, verwijzend naar de uitspraken van de gerechtelijke autoriteiten in die zin. Bovendien bieden verbeterde DNA-technieken misschien nieuwe kansen, luidt het. Het CDH stemde dan ook voor de bewuste passage in de commissie.

De zaak is bovendien dringend, merkt Fonck nog op. Op 9 november verjaart de hele zaak.

Bron » VRT Nieuws

Gewezen commissaris gerechtelijke politie Georges Marnette overleden op 63-jarige leeftijd

Georges Marnette is niet meer. De ex-commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie overleed vrijdag op 63-jarige leeftijd. Marnette dook op in zowat alle spraakmakende misdaadzaken uit de jaren ’70 en ’80. Georges Marnette wordt door velen herinnerd als de politieman die ooit voor een parlementaire commissie kwam getuigen hoe hij erin was geslaagd om, weliswaar poedelnaakt, ‘te infiltreren in het milieu van de seksfuiven’. Marnette was een topflik, tot hij in 1996 aan de basis lag van een vals pedofiliedossier tegen Elio Di Rupo.

In zijn stofferige bureautje in de gebouwen van de Brusselse gerechtelijke politie prijkte altijd dat grote kartonnen promo-silhouet van Jean-Paul Belmondo of Alain Delon, zijn helden. “Ik heb iets van elk van hen in mijn”, zei Marnette. “Vooral dan mijn grote mond.” In dat kantoor stond ook een ijskastje. Grootheden uit de Brusselse onderwereld van toen kennen enkel nostalgie. “Ze hadden je opgepakt en je wist: nu willen ze praten”, zegt Alain Moussa, topcrimineel uit de jaren ’80.

“Dan brachten ze je naar mijnheer Marnette. Die schonk allereerst een whisky’tje in en bood je een sigaret aan.” Voor Marnette hadden criminelen respect. Hij had dat ook voor hen. In zijn visie was misdaadbestrijding niet mogelijk zonder betere contacten met de misdaad, beter dan met de concurrent, de rijkswacht.

Als er ooit medailles waren uitgereikt voor moed en zelfopoffering tijdens de in die jaren woedende politieoorlog, was vast niemand zo vaak gedecoreerd als hij. Georges Marnette had een hartsgrondige hekel aan rijkswachters, hersenloze soldaatjes. De GP, dat was rock-‘n-roll. Georges Marnette ging bij de GP aan de slag in 1973. Hij was daarvoor buitenwipper in een nachtclub in Luik. Hij maakte een blitzcarrière en zou meer dan twintig jaar lang de trouwe luitenant blijven van de legendarische Brusselse hoofdcommissaris Frans Reyniers.

Noem een grote zaak uit de jaren zeventig of tachtig en je noemt Georges Marnette. Hij arresteerde ooit de Franse topgangster François Besse, Hassan Maâche, Marcel Habran … Hij leidde onderzoeken naar extreem-rechtse terreurgroepjes als het neonazistische Westland New Post. Hij had een erg goed contact met WNP-leider Paul Latinus, zoals hij dat ook had met Francis Dossogne, de leider van het Front de la Jeunesse.

Hij was ook de speurder die als eerste ter plaatse was bij de zelfmoord van de enigmatische WNP-leider Paul Latinus. Die had zich verhangen met een telefoondraad die normaliter nooit het gewicht van een volwassen man kon dragen. Tegen de conclusies van de wetsdokters in bleef Marnette volhouden: “Geen zelfmoord”.

Latinus had tot kort voor zijn dood bij Marnette lopen leuren met dossiertjes over seksfuiven met hooggeplaatste politici en zakenlui. “Hij beloofde me meer informatie, maar die is er nooit gekomen.” Dit was de biotoop van Georges Marnette: geroezemoes over chantage, liquidaties en doofpotoperaties.

Marnette had het lastig met het vinden van een evenwicht tussen informatie verwerven en er naar handelen. Hij was ooit klant in de seksclub Les Atrebates in Etterbeek. En ook elders, zoals in de marge van het onderzoek naar de Roze Balletten vaak genoemde bar Le Jonathan, dook hij wel eens op. Naakt, zo moest hij in 1997 erkennen tijdens zijn getuigenis voor een parlementaire commissie: “Om te infiltreren in het milieu”.

Een geweldige reputatie had de Brusselse GP niet. De dienst loste veel zaken op, maar de manier waarop riep vragen op. In 1991 moest hoofdcommissaris Frans Reyniers opstappen wegens aantoonbare al te nauwe banden met de misdaad. Van hem had Marnette de trucs geleerd. Bevriend geboefte uit de wind zetten, een beetje knoeien met processen-verbaal. En waar mogelijk de vijand, de rijkswacht, een hak zetten.

In de zomer van 1996 breekt de zaak-Dutroux los. Het land rouwt om Julie Lejeune, Mélissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks, en ook wel om het niet te vatten geklungel van de eerder elkaar dan een figuur als Dutroux bekampende politiediensten. Er gaan stemmen op voor een grondige hervorming. Anticiperend op wat komen zal, vormt zich vanuit Neufchâteau geleid dreamteam van ’s lands beste rechercheurs. Zij gaan pedofiele netwerken in kaart brengen en onopgehelderde kindermoorden ophelderen. Georges Marnette mag niet ontbreken.

Op 24 oktober 1996 stelt hij een eerste van een reeks vertrouwelijke nota’s op die korte tijd later even de regering aan het wankelen brengen. In Hasselt is de vroegere kelner van het restaurant Scholteshof gearresteerd. Het Scholteshof is een toprestaurant, waar de grote baas van de GP, Christiaan De Vroom, vaste klant is. Bij hem is de uitbater zijn beklag komen doen over zijn kelner, Olivier Trusgnach. De prille twintiger heeft al het kostbare zilveren bestek gepikt en is met zijn homovriendje naar Groot-Brittannië gevlucht. Nu is Trusgnach terug in België opgedoken en ingerekend.

Marnette en een collega komen helemaal over vanuit Brussel om de kelner te verhoren in de gevangenis van Hasselt. In hun pv schrijven ze hem deze verklaring toe: “Toen ik zeventien was, had ik intieme relaties met Elio Di Rupo.” Een dag later keert het team van Marnette naar Hasselt terug.

Er zijn redenen om te denken dat iemand ergens onderweg zijn kennis heeft bijgespijkerd over de wet op de seksuele meerderjarigheid. Trusgnach heeft een nieuwe verklaring: “Ik was toen vijftien jaar.” Op zaterdag 16 november 1996 kopt De Standaard dat er een onderzoek rond pedofilie loopt tegen vicepremier Elio Di Rupo.

In de Kamer wordt een commissie bijeen geroepen die op vraag van het Brusselse parket-generaal moet oordelen over de opheffing – of niet – van zijn parlementaire onschendbaarheid. Olivier Trusgnach blijkt achteraf niet alleen een ridicule fantast, maar ook vier jaar ouder dan Marnette liet uitschijnen.

Waarom Marnette het deed, werd nooit duidelijk. Om de in die tijd nog niet uit de kast gekomen Di Rupo een had te zetten? Om het hele Dutroux-onderzoek in de war te sturen? Of was hij, zoals hij zelf aanvoerde, ook maar een schakel in een lange ketting van manipulaties?

Hij werd geschorst, zag zich later over de hele lijn wit gewassen en werd aan het eind van zijn carrière door huidig directeur van de Brusselse federale politie Glenn Audenaert nog benoemd tot zijn adjunct. “Het was zijn grote droom om hoofdcommissaris te worden”, zegt Audenaert.

“We weten allemaal waarom. Hij was een controversieel man, maar in zijn tijd een geweldig flic.” In 2004 ging Georges Marnette, verstokte roker, met vervroegd pensioen. Hij had toen al bepaalde signalen gekregen van zijn artsen. Hij overleed op vrijdagmiddag aan de gevolgen van longkanker. Georges Marnette laat een vrouw en twee dochters achter.

Bron » De Morgen

De moord op Philippe Moureaux

In het boek vertelt gewezen WNP-kopstuk Eric Lammers hoe hij eind 1981 het bevel kreeg om toenmalig justitieminister Philippe Moureaux (PS) te vermoorden. “Uit wraak vanwege zijn rol in de strijd tegen het Front de la Jeunesse en de CEPIC”, zo legt Lammers uit. “Gelukkig verloren de socialisten de parlementsverkiezingen en kwam de liberaal Jean Gol in zijn plaats, anders was hij ongetwijfeld vermoord.”

Het bevel, aldus Lammers, kwam van Ferrari Calmette, de bodyguard van topman Christian Smets van de Staatsveiligheid. Hij leidde volgens Lammers binnen het WNP een groep die ‘Trident’ heette. “Ik maakte er samen met Marcel Barbier en een tiental anderen deel van uit. Wij moesten vooral punctuele acties uitvoeren.”

De ontvoering van prins Filip

Halverwege de jaren tachtig verijdelden de Staatsveiligheid en de Brusselse gerechtelijke politie (GPP) een plan om prins Filip te ontvoeren. Dat onthult gewezen Brussels GPP-baas Frans Reyniers. De daders zouden kompanen zijn geweest van topgangster Michel Anthémus, de toenmalige rechterhand van topgangster Marcel Habran en vorige week nog kroongetuige op het proces-Habran in Luik.

“Ooit hebben we samen bij de Luikse procureur-generaal Giet onderhandeld om de ontvoering van prins Filip te voorkomen”, zo vertelt Reyniers. “Het milieu was immers van plan om de crimineel Anthémus te bevrijden en wilde daarom de prins ontvoeren.”

De tip, zegt Reyniers, kwam van de later zelf in de misdaad verzeilde Brusselse substituut Claude Leroy, die op zijn beurt werd getipt door beroepsgokker Jules Montel. Die werd in 1987 op straat geliquideerd, meer dan vermoedelijk door de bende-Habran.

De frats van Di Rupo in het Bendeonderzoek

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel liep eind de jaren tachtig grandioos in het honderd na een foute ballistische analyse van een Rugerpistool. De Ruger was hét bewijsstuk van de Nijvelse procureur Jean Deprêtre, toen die in 1988 een stel marginale boeven rond Michel Cocu voor het assisenhof bracht als zijnde de Bende van Nijvel. Het proces liep met een sisser af toen bleek dat een tegenexpertise bij het BKA in Wiesbaden onomstotelijk aantoonde dat de Ruger niks te maken had met de Bende.

Er werd met een beschuldigende vinger gewezen naar Deprêtre, die de tegenexpertise achterhield voor de jury, maar ook naar wapendeskundige Claude Dery. Nu onthult Deprêtre dat Dery zeker niet de enige was die blunderde. “Tussen haakjes,” liet de oud-procureur Bouten optekenen, “wist u dat PS-baas Elio Di Rupo de Ruger van de Borains het eerst heeft onderzocht? Di Rupo werkte toen aan de universiteit van Bergen. Hij gebruikte nog een methode met poeder, die nu helemaal achterhaald is, en deelde toen de analyse van Dery.”

Bron » De Morgen

Elio Di Rupo wil pedofilie-onderzoek heropenen

PS-voorzitter Elio Di Rupo wil het pedofilie-onderzoek opnieuw openen dat tien jaar geleden tegen hem liep. Hij vraagt dat naar aanleiding van onthullingen van Georges Marnette, een voormalige commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie. Marnette zou destijds hebben laten lekken dat Di Rupo, die toen federaal minister was, een relatie had met een jongen van vijftien.

Die had dat zelf verklaard tegenover de politie. Maar in een televisieprogramma dat vanavond wordt uitgezonden op de RTBF, zegt Marnette dat niet hij de bron was, maar wel iemand anders, die nog altijd voor de politie werkt. De geruchten over Di Rupo bleken niet te kloppen. Hij had de jongeman zelfs nooit ontmoet.

Bron » VRT Nieuws