Ex-rijkswachter Beijer verhoord in Bende-onderzoek

Ex-rijkswachter Robert Beijer is woensdag in Charlerloi verhoord in het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Dat schrijft De Standaard. Na zijn verhoor mocht hij weer vertrekken.

Ex-rijkswachter Robert Beijer woont al jaren in Thailand. De voorbije weken had hij contact met de speurders in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, omdat zijn naam opnieuw in verband werd gebracht met de bende. Hij werd woensdag een uur lang verhoord, en nadien mocht hij weer vertrekken.

Het is de broer van de vermeende ‘Reus’ die Beijer opnieuw noemde. Hij beweert dat zijn broer Christian Bonkoffsky, een ex-lid van de Groep Diane van de rijkswacht, hem vóór hij stierf bekende dat hij lid was geweest van de Bende van Nijvel.

Hij verklaarde daarna ook aan de speurders dat hij zijn broer verschillende keren in het gezelschap zag van Beijer en Madani Bouhouche, een andere ex-rijkswachter, die intussen overleden is. Maar Beijer zelf ontkent dat. Hij begrijpt niet waar de broer dit vandaan haalt en zei tijdens zijn verhoor dat hij graag geconfronteerd wil worden met hem.

Het is niet de eerste keer dat de naam van Robert Beijer – in één adem met die van Madani Bouhouche – opduikt in het dossier van de Bende van Nijvel. De twee oud-rijkswachters werden verdacht van diefstallen van wapens bij de speciale antiterreureenheid van de rijkswacht in 1982. Speurders vermoedden dat die wapens gebruikt werden door de Bende, maar meer dan vermoedens werd het nooit.

In 1995 werden Bouhouche en Beijer wel veroordeeld voor enkele misdrijven, waaronder twee moorden. Beijer kreeg 14 jaar cel. Hun betrokkenheid bij de Bende hebben ze altijd in alle toonaarden ontkend.

Bron » VRT Nieuws

Onderzoeksjournaliste: ‘Ik vraag me echt af of dé Bende van Nijvel wel bestaat’

In 2013 schreef ze ‘Beetgenomen’, een standaardwerk over het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Nu een nieuwe versie van dat boek in de winkel ligt, verrijkt met de jongste ontwikkelingen in het dossier, is onderzoeksjournaliste Hilde Geens kritisch voor de speurders. ‘Niemand kan het Bende-dossier nog vatten. Ook de procureurs-generaal niet.’

Sinds enkele weken is de Bende van Nijvel terug van nooit weggeweest. Er duiken nieuwe ‘gouden tips’ op, de zogenoemde Reus zou eindelijk ontmaskerd zijn, de onderzoekscel in Charleroi krijgt er personeel bij. Nog even geduld en het grootste naoorlogse misdaaddossier van België (17 raids, 28 doden, 40 gewonden) is opgelost, zo lijkt het wel. Niets is minder waar, zegt Hilde Geens, die zich jarenlang verdiepte in de vraag waarom het onderzoek naar de Bende zo grondig fout is gelopen.

Hilde Geens: “En het blijft fout lopen. De recente gebeurtenissen vormen niet de grote doorbraak waarop iedereen zat te wachten. Met de ‘gouden tip’ over de Reus zijn ze volgens mij zelfs verder van een oplossing verwijderd dan ooit.”

Waarom?

Geens: “Omdat het almaar moeilijker wordt om wat dan ook te verifiëren. En nu is de verwarring nog wat méér toegenomen. Chris B., de nieuwe Reus, heeft op zijn sterfbed iets bekend. Maar wát precies? Dat weet niemand van de onderzoekers. Hun informatie is tweedehands, want ze komt van B.’s broer. Hoe controleer je of het klopt wat die man zegt? In feite zou je de verhouding tussen beide broers goed moeten kennen: proberen de onderzoekers dat wel, vooraleer ze die bekentenis voor waar aannemen? Voor zover je zoiets wel kúnt nagaan.”

“Of neem het DNA-onderzoek. Er zijn nauwelijks DNA-sporen. Onlangs zei procureur-generaal Christian De Valkeneer dat er een mengsel van het DNA van verschillende personen zat op een stukje van het beruchte kogelvrije kevlarvest van de Bende. Wat weet je dan? Weinig of niets, toch? De procureur-generaal heeft zelf al gezegd dat Chris B. geen gouden tip is. Er zijn in dit dossier ook al zo veel Reuzen de revue gepasseerd.”

Naast de broer van Chris B. zijn er toch nog andere getuigen met informatie over de man opgedoken?

Geens: “Weet u dat de man die aan de basis ligt van de robotfoto van de Reus een paar maanden na de feiten, in 1986, al een totaal andere man had herkend? De onderzoekers hadden getuigen van de overval op de Delhaize in Overijse (op 27 september 1985, nvdr.) een filmpje laten zien met leden van de bende van Philippe De Staerke. Wel, uit die groep werden niet minder dan dríé Reuzen herkend, onder andere aan hun manier van lopen. En dat was kort na die overval, niet twintig jaar later. Echt waar, het bulkt van de Reuzen in het dossier. Die robotfoto is bovendien onder hypnose gemaakt, wat ook al een dubieus middel is om getuigen te ondervragen.”

“Maar goed, los van het verhaal van Chris B. zit er nu wel weer beweging in de zaak. David Van de Steen heeft dat als slachtoffer voor elkaar gekregen, met de steun van mensen als Stijn Coninx (die Van de Steens verhaal heeft verfilmd, nvdr.) en zijn advocaat Jef Vermassen. Dat is op zich een grote verdienste. Ook de media zijn blijkbaar weer wat wakker geschud.”

Wat blijft voor u dan het grote probleem met het onderzoek?

Geens: “Ik heb de indruk dat de werkwijze van de onderzoekscel niet verandert: dat is het probleem. En dat maakt wat nu gebeurt zo weinig hoopgevend. Neem de recente historie met die caravan van Chris B.: een journalist van De Morgen is die op eigen houtje gaan bekijken en vond meteen een adresboekje met telefoonnummers.”

Dat bleek niet van Chris B. te zijn.

Geens: “Nee, maar het bewees wél dat de speurders die caravan blijkbaar nooit grondig doorzocht hebben, terwijl ze dat wel beweerden. Dat is voos. Elk brokje informatie moet je onderzoeken. Beslis je om dat níét te doen, dan moet je daar goede redenen voor hebben.”

Heeft die werkwijze te maken met de veronderstelde manipulaties van het onderzoek, of is er gewoon incompetentie in het spel?

Geens: “Incompetentie, manipulatie, doelbewuste onverschilligheid, overwerkte speurders… Het speelt allemaal een rol. Ik heb belangrijke delen van het dossier tot en met 1997 grondig kunnen bekijken en ben het altijd blijven volgen, maar ik durf niet zomaar te beweren dat ik het dossier ken. Wie beweert dat hij of zij het Bende-dossier kent, is gek. (lacht) Dat is onmogelijk.”

Méént u dat?

Geens: “Ja, en daarom is het ook een hopeloze zaak. Ik zal u een voorbeeld geven: de wapenvondst in 1986 in Ronquières door de speurders uit Dendermonde, waardoor de Bende-feiten van 1982, 1983 en 1985 aan elkaar konden worden gelinkt. Jaren later kwam het parket met het nieuws dat die vondst een manipulatie van het onderzoek was: die wapens hadden, voor ze werden gevonden, blijkbaar geen jaar maar een week of twee in het water gelegen. Een tijdje geleden dook dan online een gelekt proces-verbaal op: het bewijst dat de link tussen die Bende-feiten al een paar weken na de raid in Aalst in november 1985 was gelegd, onder andere aan de hand van kogelhulzen die bij verschillende raids waren gevonden. Conclusie? Die theorie over manipulatie klopt niet. En zo zijn er tientallen voorbeelden.”

“De nieuwste theorie over Ronquières is nu blijkbaar dat er gemanipuleerd werd om de speurders van Nijvel en Dendermonde tegen elkaar op te zetten: de procureur-generaal suggereerde dat vorige week in Humo. Ook dat is onzin, want de speurders van Dendermonde zijn in Ronquières gaan zoeken op basis van informatie van hun collega’s in Nijvel.”

Tussen haakjes: hoe kan het dat officiële processen-verbaal op het internet opduiken?

Geens: “Het onderzoek is zo lek als een zeef. Grote delen ervan zijn al gebruikt tijdens allerhande processen, bijvoorbeeld tegen de Bende van de Borinage, tegen Madani Bouhouche en Robert Beijer (de voor tal van misdaden veroordeelde voormalige rijkswachters die genoemd worden in het Bende-dossier, nvdr.), in het proces over de extreemrechtse Belgische groep Westland New Post (WNP). Hoe kun je iets dat publiek is gemaakt op spectaculaire assisenprocessen opnieuw geheim maken?”

“De tweede parlementaire onderzoekscommissie (actief in 1988-1989, nvdr.) had ook het complete Bende-dossier. In de jaren tachtig waren dossiers gestart over aparte Bende-feiten in Aalst, Nijvel, Brussel, Temse enzovoort. In Brussel alleen al waren drie onderzoeksrechters ermee bezig. Het Bende-dossier ligt gewoon op straat. Bepaalde deeldossiers zijn bovendien kwijtgeraakt, zoals dat van de moord op een taxichauffeur in 1983. Politiemensen hebben wellicht ook stukken van het dossier mee naar huis genomen en nooit teruggebracht. Bij het onderzoek naar WNP zijn drie volle zakken met allerlei materiaal in beslag genomen: niemand weet waar die zijn gebleven. Het is onvoorstelbaar. Een van de strafste voorbeelden vind ik wat er is gebeurd met een wapen van Bouhouche.”

Vertel.

Geens: “Bij de laatste aanslag, in Aalst, is een Ingram-machinepistool gebruikt. Later is bij Bouhouche een Ingram in beslag genomen. Is er ooit een expertise op dat wapen uitgevoerd? Dat is niet duidelijk: een verslag is niet te vinden. Het wapen lag opgeslagen in een verzegelde zak op de griffie van de rechtbank van Nijvel. Op een dag wilden de speurders het nog eens nader bekijken. Wat bleek? De zak was opengescheurd, de verzegeling was verbroken, het label dat aan het wapen hing was verdwenen. Ze vonden daar wel nog een rondslingerende Ingram: was dat nog wel het wapen dat in de zak had gezeten? Terwijl een Ingram wellicht een van de moordwapens van de Bende was. Dat is toch waanzinnig? Heel veel mensen hebben keihard gewerkt aan het Bende-dossier, maar sommigen zijn bewust beetgenomen door tipgevers en zelfs door collega’s.”

Draait het onderzoek dan niet vooral rond enkele belangrijke tipgevers?

Geens: “Ik moet nog geregeld denken aan wat Jean-Paul Moerman, de advocaat van Michel Cocu van de Bende van de Borinage, me ooit heeft gezegd: ‘Ons hele onderzoekssysteem steunt te veel op vertrouwen.’ (Cocu werd vrijgesproken als verdachte van een Bende-overval in Overijse, Moerman is vandaag rechter bij het Grondwettelijk Hof, nvdr.) Moerman had gelijk. De procureur-generaal baseert zich op wat de procureur die het onderzoek voert hem vertelt. De procureur steunt op wat de onderzoeksrechter hem vertelt. De onderzoeksrechter gelooft wat de speurders hem vertellen. En de speurders baseren zich op hun informanten en tipgevers. Als je die tipgevers, en wat ze allemaal vertellen of beweren, niet grondig controleert, waarmee ben je dan bezig? Zo’n grondige controle heeft zelden of nooit plaatsgevonden. Hoe kan een procureur-generaal zo’n dossier dan nog echt kennen?”

Zou het dossier dan toch niet beter verjaren, zodat externe experts en wetenschappers het van voren af aan kunnen uiteenrafelen? Zo is ook de moord op het communistische Kamerlid Julien Lahaut in 1950 uiteindelijk opgelost geraakt.

Geens: “Verjaring is moeilijk te verantwoorden tegenover de slachtoffers van de Bende: dan zou justitie het helemaal opgeven. Sommige slachtoffers willen er niets meer over horen, omdat ze alle valse hoop en nieuwe pistes moe zijn. Andere slachtoffers vinden het net goed dat de verjaringstermijn in 2015 weer is verlengd: ‘Anders zouden de daders die nog leven zich geen zorgen meer moeten maken’, vertellen ze me. En dat vinden ze onaanvaardbaar. Verjaard is verjaard, hè. Ik vind eigenlijk dat moord nooit zou mogen verjaren.”

Welke onderzoekspiste lijkt u vandaag het meest plausibel? Die rond de rijkswacht?

Geens: “Ik denk niet aan de rijkswacht als korps, wel aan een aantal individuele rijkswachters, zoals Bouhouche en Beijer. Maar ook mensen van de toenmalige gerechtelijke politie waren wellicht betrokken – Bouhouche en Beijer hadden overal vriendjes. In de stukken die ik heb gelezen, heb ik in elk geval nooit aanwijzingen gevonden die wijzen op betrokkenheid van de hogere echelons van de rijkswacht.”

Denkt u dat de namen van de Bende-leden in het dossier staan, zoals onder anderen Jef Vermassen beweert.

Geens: “Ja. De oplossing en de namen zitten al jaren in het dossier: Bouhouche, Beijer, de clan rond De Staerke, een Joegoslaaf enzovoort. In de loop der tijd is tenslotte toch een tiental mensen in beschuldiging gesteld, omdat er serieuze aanwijzingen waren voor hun betrokkenheid.”

Er valt dus toch nog wel wat te onderzoeken?

Geens: “Zeker, maar dat gebeurt niet. Al jaren niet. Waarom heeft men bijvoorbeeld nooit de boekhouding van het detectivebureau van Beijer onderzocht? In de periode van de raid in Aalst heeft hij de omgeving van de Delhaize gefotografeerd. Hij zegt dat hij toen met een zaak van overspel bezig was. Wanneer is hij daarvoor betaald? Voor of na de raid? Onderzoek dat.”

“In de buurt van het park bij diezelfde Delhaize zijn wapens gevonden. Een van die wapens was gestolen in een wapenwinkel in de Verenigde Staten. Bouhouche heeft met BOB-collega’s rondgereisd in de VS en heeft daar wapenwinkels bezocht. Ze zijn bij hun terugkomst in Zaventem door de douane tegengehouden omdat ze zo veel wapens bij zich hadden. De rijkswachters op Zaventem zijn tussenbeide gekomen voor hun collega’s, waardoor ze uiteindelijk konden doorlopen met hun materiaal. Dat spoor is nooit onderzocht tot in de VS.”

“Ach, er zijn zo veel niet-onderzochte losse eindjes. Ik beweer niet dat die de oplossing zullen bieden, maar als je ze uitvlooit en het levert niets op, wéét je minstens dat je die deur kunt sluiten. Nu blijft dat allemaal in de lucht hangen.”

Wat denkt u over het eventuele grote politieke complot achter de Bende?

Geens: “De Bende zou de zogenoemde ‘strategie van de spanning’ hebben uitgevoerd, als voorbode van een sluipende rechtse staatsgreep. Die hypothese kwam overgewaaid uit Italië. In 1980 was een zware aanslag op het station van Bologna gepleegd. Er werd gedacht dat leden van het geheime Gladio-netwerk achter de aanslag konden zitten. (Gladio werd in de jaren vijftig door de NAVO opgezet als een netwerk van verzetsgroepen tegen een eventuele communistische machtsgreep, nvdr.) Parlementaire onderzoekscommissies hebben met veel moeite de namen van de Gladio-leden achterhaald: ze konden er geen enkele met Bologna in verband brengen. Maar er waren daar ook allerlei parallelle rechtse netwerkjes actief, en die had je ook in België. WNP is daar wellicht een voorbeeld van, maar er is nooit grondig nagegaan of er een verband was met de raids van de Bende. Ik vind trouwens dat er te veel gefocust is op de eventuele motieven van de Bende.”

Het motief leidt niet naar de daders?

Geens: “Ik volg de visie van de Nederlandse professor Peter van Koppen. Hij zegt dat het nooit een goed idee is om een motief als leidraad van zo’n groot onderzoek te gebruiken, tenzij je één duidelijk motief bij de gepleegde misdaad hebt. De motieven in het Bende-onderzoek schieten te veel kanten uit. Was er een politiek motief of was het ordinair banditisme voor geld? Was het een bende met een moorddadige psychopaat aan het hoofd? Bepaalde profilers vonden dat er een psychopaat aan het werk was. Ik zeg: concentreer je op de feiten en onderzoek die uiterst grondig, zodat je kunt wegstrepen wat klopt en wat niet. Helaas gebeurt dat dus niet.”

Waarom niet?

Geens: “Ik weet het niet. Misschien vinden ze zulk onderzoek niet interessant? Ik weet wél dat ze te veel verwachten van tipgevers en getuigen. Daarom is bijvoorbeeld het onderzoek naar WNP mislukt. Een paar speurders wilden meer weten over de extreemrechtse scène in Brussel. Ze gingen te rade bij historici die de moord op Lahaut hadden uitgespit. Daarop zijn ze teruggefloten, kregen ze van hun oversten het verbod om daarop door te gaan, en hebben ze het opgegeven. Hoe zou je zelf zijn? Een tijdje later zijn ze uit de onderzoekscel verwijderd. Is dat manipulatie of incompetentie?”

“Je dribbelt net zo lang rond een verdachte tot hij iets bekent. Die bekentenis zelf wordt dan niet meer onderzocht, en als ze plots wordt ingetrokken, sta je met lege handen. In het onderzoek naar de Bende van de Borinage zijn er zo een dertigtal bekentenissen geweest: die zijn allemaal ingetrokken.”

Uw boek besluit met elf mythes over het onderzoek. Laten we er een paar uitpikken: u noemt het, om te beginnen, een mythe dat het bij de Bende over terreur ging.

Geens: “Het was uiteraard terreur, maar welk sóórt terreur? Dat is de belangrijke vraag. Ik dacht vroeger ook dat het politieke terreur was, maar ik heb met doorgewinterde criminelen gesproken. Daar leerde ik uit dat zelfs een simpele overval van een postkantoor, waar misschien twee of drie klanten staan, al geen sinecure is – en angstaanjagend voor de daders. Wat doet een gangster dan die een grootwarenhuis overvalt waar een paar honderd mensen rondlopen, zoals in Overijse? Hoe krijg je zo’n massa onder controle? Door massaal veel in het rond te schieten. Maar is dat daarom een politieke terreurdaad?”

U betwijfelt ook dat de Bende-leden professionals waren.

Geens: “Twee getuigen beschrijven dat ze bij een van de overvallen een Bende-lid de houding van een practical shooter hebben zien aannemen: het pistool met twee handen vasthouden, de benen spreiden enzovoort. Zo’n houding moet je inderdaad inoefenen. Maar bij een moord in een kleine kamer moest een ander Bende-lid dan weer acht schoten afvuren voor er één het slachtoffer trof; de taxichaffeur die ik al aanhaalde werd in zijn auto doodgeschoten, wellicht vanaf de achterbank; en een ander slachtoffer lag vastgebonden op bed voor hij de kogel kreeg: voor zulke moorden hoef je niet echt een getrainde scherpschutter te zijn.”

“Het professionalisme van de Bende zat vooral in de contacten die ze duidelijk had binnen de politiediensten. Ze wisten hoe ze ontsnappingsroutes moesten plannen – die liepen door verschillende gerechtelijke arrondissementen met verschillende politiekorpsen. Ze kenden bepaalde routines van het politiewerk. Van bepaalde bewegingen van de politie werden ze verwittigd.”

“Een mooi voorbeeld had je na de moord in 1983 op een restauranthouder in Ohain. Die gebeurde midden in de nacht. De ochtend nadien startte de politie een buurtonderzoek. Een cafébazin vertelde toen dat ze die nacht twee mannen over de vloer had gekregen die geen reguliere klanten waren. De politie toonde haar een fotoalbum, en ze herkende De Staerke en Mohammed El Bourajradji. Kort nadien werd ze bedreigd. Door wie, dat is nooit onderzocht. Wat er in elk geval op wijst dat twee verdachten wisten dat ze misschien herkend waren. Dat kan alleen door contacten binnen de politie komen.”

Als mythe nummer elf noteert u: ‘De bende van Nijvel bestaat’. Twijfelt u daaraan?

Geens: “Ik vind dat inderdaad niet zo evident. Allerlei zaken zijn via immateriële bewijzen aan elkaar gelinkt. De eerste aan de Bende toegeschreven moord was die bij de overval op wapenhandel Dekaise in Waver, in 1982 – een politieagent werd toen doodgeschoten. De wapens die daar gestolen werden, zijn nooit teruggevonden. Speurders denken wel dat de Bende ze heeft gebruikt, omdat bepaalde kalibers bij haar overvallen overeenkwamen met die van de Dekaise-wapens. Maar zolang je die wapens niet vindt, kun je dat niet bewijzen.”

“De vraag is: kun je die overval uit 1982 dan wel aan de Bende toeschrijven? Gestolen wapens worden in het criminele circuit op de markt gebracht, gekocht en verkocht, gebruikt of niet gebruikt, soms bewaard of gedumpt. Bouhouche zelf was bijvoorbeeld een echte bricoleur met wapens: hij verving geweerlopen en allerlei andere onderdelen door stukken van andere wapens. Veel wapens die bij hem gevonden zijn, waren van die samengestelde dingen. Die Dekaise-wapens kunnen dus zeker door verschillende gangsters en bendes gebruikt zijn, met andere doeleinden en motieven dan we aan de Bende van Nijvel toeschrijven. In die zin vraag ik me echt af of dé Bende van Nijvel wel bestaat.”

“Ach, ik zou die lijst met mythes nog een stuk langer kunnen maken. Het is ook een mythe dat een moordwapen in de periode van de Bende na gebruik meteen werd vernietigd. In die tijd was het niet zo eenvoudig als vandaag om aan een wapen te raken, als je het niet in een gewone wapenwinkel wilde kopen. Kort voor de Bende van Nijvel opdook, is in Sint-Genesius-Rode een zesvoudige moord gepleegd. Daarbij werd een bepaald wapen gebruikt, dat anderhalve maand later ook gebruikt werd bij een drievoudige moord. Was het wapen doorverkocht na de eerste moordpartij, of gaat het om dezelfde dader? Ik bedoel maar: ook over het wapengebruik van de Bende bestaan mythes.”

Volgens criminoloog Paul Ponsaers, die ook ooit een boek over de Bende schreef, zal er geen proces meer komen. Wat denkt u?

Geens: “Hij heeft gelijk. Het hele dossier bulkt van de procedurefouten. Eigenlijk is justitie er erg aan toe, hè.”

Zou een derde parlementaire onderzoekscommissie soelaas kunnen brengen?

Geens: “Nee. De verwarring zou alleen maar groter worden. Geen enkele buitenstaander die daar nu fris aan moet beginnen, kan dat nog behappen. Hoe begin je aan een dossier dat járen vraagt om het te lezen? De procureur-generaal zegt: ‘Alles is ingescand, ik scrol door het dossier.’ Dat is zeker een hulp, maar ook een risico. Namen als De Staerke, Beijer enzovoort worden op verschillende manieren gespeld: alleen al daardoor kun je in die miljoenen documenten belangrijke verklaringen missen.”

Geeft die telkens weer verlengde verjaring de slachtoffers dan geen valse hoop?

Geens: “Ik ben pessimistisch over de oplossing van de zaak, en toch wil ik blijven hopen dat er ooit weer een paar speurders opstaan die bijvoorbeeld de losse eindjes die ik net noemde eens helemaal uitspitten. (lacht) Ik ben dus hoopvol, maar tegen beter weten in.”

Bron » Knack

Die avond in Aalst, donderdag exact 32 jaar geleden: was het de rijkswacht?

Een vergeeld proces-verbaal laat zien hoe de rijkswacht van Aalst die avond, 9 november 1985, in een perfecte chronometrie rondom de Delhaize de baan ruimde voor de komst van de Bende van Nijvel, drie minuten later.

‘Heden negen november negentienhonderd vijfentachtig te 19.47 uur. Wij ondergetekenden Cornelis René, opper­wachtmeester, Arys August en De Vlieger Geert, beiden wachtmeester bij de Rijkswacht, verblijvende te 9300 Aalst, in uniform gekleed, met toezichtsdienst warenhuizen bevolen binnen de omschrijving van het district Aalst, worden radiofonisch door het Hoofd Mobiele Permanentie verwittigd van een overval op de Delhaize te Aalst, Parklaan.’

Naar de vorm klopt alles aan het proces-verbaal 3989/85, inmiddels mee verzonken in een berg papier van 3 miljoen pagina’s: de handtekeningen van de drie verbalisanten, de paraaf van de districts­commandant.

Het allerbelangrijkste wordt níét vermeld. Je kunt het deduceren uit een passage onderaan. Rijkswachters benoemden zichzelf in die tijd in hun papierwerk als ‘opstellers’. Derde persoon. Er staat: ‘Opstellers hadden enkele minuten voor de overval de parking achteraan gecontroleerd alsook de bewaking van de voorzijde verzekerd. In de weinige minuten van onze patrouille met het dienstvoertuig in de nabij gelegen straten van de Delhaize heeft de overval zich voorgedaan.’

Waarom reed de rijkswacht weg van de Delhaize? En wie gaf hen dat bevel – enkele minuten voor de Bende toesloeg? Op het moment van de Bende-raid, zo vermeldt het pv nog, bevond de patrouille zich al in de Villalaan, ongeveer een kilometer verderop. Maar over wat de rijkswachters daar moesten doen, rept het pv met geen woord.

Deze week raakte bekend dat een ex-rijkswachter zijn vroegere oversten ervan beschuldigt dat ze – op 9 november 1985 – in samenspel met de Bende een wagen met twee gewapende rijkswachters wegriepen. De tip dateert nog van voor de media-onthullingen over Christiaan Bonkoffsky als mogelijke ‘Reus’. Advocaat Jef Vermassen spreekt in dat verband over “de gouden tip”.

Renault 4

Mensen die zich de Bende-psychose nog herinneren, hebben vooral dat beeld van scherpschutters op daken van supermarkten. Witte R4’tjes met een oranje streep op elke Delhaize-parking.

De rijkswacht was dat weekend in Aalst belast met de bewaking van alle warenhuizen. Met de nadruk op de Delhaize en “tot het sluitingsuur”. Bij een vorige dubbele raid had de Bende op vrijdagavond 27 september in de Delhaize in Eigenbrakel toegeslagen om 20.07 uur en in Overijse om 20.27 uur. Delhaizes waren op vrijdag open tot 21 uur, de andere dagen tot 20 uur.

Er was een reden om specifiek de Delhaize in Aalst als een mogelijk volgend doelwit te zien. Op 31 oktober vonden spelende kinderen in het Osbroek-park, vlak bij de supermarkt, een zak met daarin twee revolvers, een riotgun, munitie en een bivakmuts.

Er waren in die tijd rivaliserende politiediensten, maar ze maakten onderling wel afspraken. De rijkswacht zou de Delhaize bewaken. De Aalsterse gemeentepolitie zou dat doen aan het gebouw van de Nationale Bank aan het Keizers­plein. Dat werd beschouwd als een potentieel volgend doelwit voor de extreem­linkse terreurgroep CCC.

Om 19.30 uur krijgen de rijkswachters in hun R4’tje op de parking van de Delhaize over de radio het bevel om elders in Aalst rondjes te gaan draaien. Om 19.33 uur verschijnt de Golf GTI van de Bende van Nijvel ten tonele. Drie minuten.

Vandaag zou worden geroepen: “Fuck man, hoe kan dat?!”

Ex-rijkswachter Aalst: “Dat déden wij ook. Op café, achteraf. Onder elkaar. Binnen de militaristische structuur die de rijkswacht toen was, kon zoiets niet hardop worden gezegd. Je zweerde trouw aan de vlag, je ging in de houding staan voor de officier.”

Bij de gemeentepolitie in Aalst loopt om 19.37 uur een eerste alarmoproep binnen. De aan de Nationale Bank opgestelde agenten Eddy Nevens en Rudy De Vos razen met hun Ford meteen naar de Delhaize. Zij komen als eerste politiemensen ter plaatse, zullen worden beschoten met een riotgun, dekking zoeken en uiteindelijk naar de uitgang van de parking aan de Ninovesteenweg rennen, in de hoop daar de drie mannen in hun Golf GTI onder vuur te kunnen nemen.

Eddy Nevens, enkele jaren geleden: “De rijkswacht zou op die parking staan, maar toen wij daar aankwamen, was er geen rijkswachter te bespeuren. In het heetst van de strijd kwam er een rijkswachter achter mij staan. Even plots was die weer weg. Terwijl ik wel wat dekking kon gebruiken. De rijkswachters weigerden pertinent om te schieten. Volgens hen was dat te gevaarlijk voor de mensen rondom ons.”

Nevens denkt daar anders over. Hij grijpt zijn FN 7.65-dienstpistool, en schiet, vier keer. Zijn “schuttersgevoel”, zegt hij achteraf, brengt hem tot de overtuiging dat hij minstens één keer goed heeft geschoten. Dat hij de man achteraan in de GTI vol heeft geraakt in zijn gezicht.

Rijkswacht in z’n blootje

In de dagen na het drama in de Delhaize looft de korpsleiding in Aalst de moed van twee rijkswachters die “in de vuurlinie zijn gesprongen”. Het is een heldenverhaal dat makkelijk zijn weg vindt naar alle Vlaamse huiskamers.

De rijkswachters hebben helemaal niet geschoten. Ze zijn onbegrijpelijk verdwenen, drie minuten voor de hel losbarstte. De tweede parlementaire Bende-commissie stelt in 1997 in haar eindverslag: ‘Leden van de gemeentepolitie van Aalst voelden zich achteraf erg gegriefd over de manier waarop rijkswachters twee van hun collega’s zogezegd de vuurlinie in hadden gestuurd. Nadere analyse van de gebeurtenissen toonde echter aan dat de betrokken rijkswachters wellicht slechts hadden gedaan wat hen werd opgedragen.’

Er was niet enkel het bevel aan dat R4’tje om de Bende vrij spel te geven, maar ook nog eens om niet te schieten.

De aanslag in Aalst, acht doden, was de bloedigste en meteen ook de laatste van de Bende van Nijvel. Daar stopte het. Gevraagd naar hoe dat te verklaren valt, denken veel speurders de laatste jaren meer en meer in de richting van één man. Eddy Nevens.

De aftocht van de Bende was altijd identiek. De schutter nam plaats achteraan in de GTI en vuurde vanuit de open achterklep op alles wat bewoog. Waarna van binnenuit de klep werd gesloten en de auto, met een zwaar opgefokte motor, wegraasde. Zo was het gegaan in Beersel, Eigenbrakel en Overijse, maar niet in Aalst. Daar merkte een ooggetuige achteraf de aan een rotvaart rijdende Golf GTI nog op op 1,8 kilometer van de Delhaize. Met, heel duidelijk, een open achterklep.

Eddy Nevens, denken veel misdaad­analisten, schoot raak.

Aan het eind van dat weekend, 11 november iets na middernacht, hoorde Olivier F. vanuit zijn woonboot in de zwaaikom in Ronquières twee wagens de steiger op rijden. Hij keek, zag silhouetten en een Golf GTI, trok een deken over zijn hoofd en hield zich stil. Hij hoorde voetstappen, iets dat in het water werd gegooid. Op grond van zijn getuigenis viste het team van de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch en substituut Willy Acke een jaar later daar vlakbij twee zakken op uit het kanaal, met daarin een deel van het wapenarsenaal van de Bende en een deel van de buit in Aalst.

De Bende, denken velen, heeft zich die nacht ontbonden. Wapens weg, alles weg. Omdat er intern een dode was gevallen.

Mankende ‘Reus’

‘RIP Heb Chris goed gekend in de Bde Aalst. Het ga je goed ginder boven Chris. 19-05-2015, 12:18 Geschreven door Gust Arys’

Een rouwbetuiging op seniorennet.be, kort nadat het overlijden van Christiaan Bonkoffsky bekend raakte. Het blijft niet te vatten, zeker voor oud-collega’s in Aalst, dat zij na de zwartste dag uit hun geschiedenis nog 27 jaar lang zij aan zij de orde zouden hebben gehandhaafd met ‘de Reus’. Arys was die avond, donderdag 32 jaar geleden, een van de drie mannen in het R4’tje.

Een document in de stijl van ‘liefste dagboek, ik was de Reus’ is tussen de achtergebleven spullen van Bonkoffsky niet aangetroffen. Het gros van de rotzooi die hij na zijn dood als eenzame alcoholicus achterliet in zijn woonst aan de Moorselbaan in Aalst is weggevoerd naar het containerpark. Zijn pc, teruggevonden bij een occasioneel bij hem inwonende dertiger, bevatte geen enkele nuttige indicatie.

Optimisten en sceptici kunnen ook na twee weken nog elk hun kant op. Bonkoffsky had nooit dienst op de data van de Bende-overvallen. Volgens zijn medisch dossier werd hij op donderdag 26 september 1985 vrijgesteld van dienst wegens “blessure aan de voet”. Het is juist daar, bij de dubbele raid in Eigenbrakel-Overijse, de dag erna, dat ooggetuigen opmerkten dat de Reus “leek te manken”. Het dossier maakt verder melding van een voetfractuur op 11 oktober 1985, een maand voor de aanslag in Aalst. Dan kun je zeggen dat hem dat uitsluit van betrokkenheid. Of aanvoeren dat een zwarte gordel karate na een maand vast wel terug op de been zal zijn geweest.

Forensische hypnose

Bonkoffsky is door vier mensen geïdentificeerd als de Reus: jeugdvriend Marc Van Damme, zijn broer, zijn ex N. en Theo K., de man die in Overijse oog in oog met hem stond en in 1997 onder hypnose robotfoto 19 tot stand bracht. En als je die piratenfoto naast robotfoto 19 monteert, zoals bijna dagelijks in alle nieuwsuitzendingen, ja dan zíé je het toch gewoon?

Daar kun je tegenover­stellen dat de forensische wetenschap al een jaar of tien steeds meer afstand neem van hypnose. Er is wereldwijd nog nooit een enkel misdrijf mee opgehelderd, merken de Nederlandse hoogleraren Hans Crombag en Harald Merckelbach in een hele reeks publicaties sinds 2003 op. Vergelijkende testen met een proefpubliek leveren altijd hetzelfde resultaat op: “Wie een betrouwbare verklaring wil krijgen, moet een getuige juist níét onder hypnose verhoren. De herinnering wordt er niet beter van, de kans op pseudo­herinneringen door al dan niet bewuste suggestie van de ondervrager is aanmerkelijk.”

Theo K. werd in 1997 gehypnotiseerd door Vincent Martin, in die jaren een BV in wording dankzij zijn optredens in de tv-show Hoe?Zo! met Bart Peeters op TV1. Martin werd in oktober 2005 veroordeeld tot vier maanden cel voor verkrachting van meerdere patiëntes en nam daarna de vlucht naar Zanzibar.

De optimist brengt daar tegenin dat niemand 24 uur per dag kwakzalver is. Dat Theo K. misschien gewoon een scherp beeld van de Reus in zijn geheugen had zitten, onder hypnose of niet.

Marc Van Damme loopt al sinds midden jaren 80, lang voor robotfoto 19, rond met de stille overtuiging dat zijn jeugdvriend de Reus was, tipte in 1999 de Cel Waals-Brabant (CWB) en liep daarna 18 jaar lang te sakkeren dat niemand hem wilde geloven. Tot hij in de zomer in het restaurant van zijn broer toevallig N. ontmoette. Ze maakten een praatje. Over Bonkoffsky, haar ex voor wie ze ooit naar een opvangtehuis was gevlucht.

Marc Van Damme: “Zij zei toen letterlijk: ‘Ah ja, den Chris, van de Bende van Nijvel?’ Ik weet nog dat ik toen dank u heb gezegd. Dank u. Ein-de-lijk, na al die jaren, iemand die hem had gekend en hetzelfde dacht.”

Eind vorig jaar ontmoette Van Damme de broer van Bonkoffsky. Ze gingen een pint drinken in café Den Tinnen Pot op de Grote Markt in Dendermonde. Marc Van Damme: “Toen pas, daar, heeft hij voor het eerst gesproken over de bekentenis van zijn broer, kort voor die stierf. Zo is de bal dan aan het rollen gegaan.”

De optimist merkt op dat mensen elkaar in digitale tijden nu eenmaal makkelijker vinden dan vroeger. De scepticus voert aan dat drie van de vier herkenners hierover al met elkaar hadden gesproken voor ze begin dit jaar werden ondervraagd door de politie.

Toen Bonkoffsky, na de tip van Van Damme, in 2000 werd opgeroepen voor een speekseltest bij de CWB, begon hij te flippen, nog harder te drinken en zich verder af te zonderen. Op Facebook had hij drie vrienden. Enige like: Jupiler. Sinds die speekseltest sliep hij elke nacht met een enorm samoeraizwaard in zijn bed. De optimist ziet een aanvullende indicatie van schuld. De scepticus kan zich iets voorstellen bij een politieman die zich van zoiets waanzinnigs beschuldigd ziet, daarvoor al een drankprobleem had en nu – Aalstenaar zijnde – wartaal begon uit te kramen over de Bende van Nijvel.

Zijn broer blijft benadrukken dat Bonkoffsky de avond van dat laatste gesprek nuchter was. Hij woog 47 kilo, voor een man van ongeveer 1,90 meter. Die kort daarvoor was gevallen, niet eens meer zelfstandig een bad kon nemen. Die zijn einde voelde naderen.

Je vraagt je af wat de speurders eigenlijk nog na te trekken kunnen hebben, buiten die ene uitspraak van de broer: “Hij kende Madani Bouhouche en Robert Beijer, die kwam bij ons aan huis.”

Het spook

Over Bouhouche en Beijer weten we dat ze in 1983 uit de rijkswacht zijn gezet. Dat ze daarvoor, eind 1981, hun overste majoor Herman Vernaillen probeerden te vermoorden. Dat ze op oudejaarsavond 1981 inbraken in het in theorie hyper-streng bewaakte wapenarsenaal van de Groep Diane, waar Bonkoffsky van 1977 tot 1979 aan verbonden was, en er met de modernste en geheime Heckler & Koch-machinegeweren aan de haal gingen. Dat ze in 1989 een Libanese diamanthandelaar hebben vermoord.

Deze week raakte bekend dat de CWB mensen is gaan ondervragen in de Aalsterse schietclub Lion d’Or. Bonkoffsky was daar een habitué. Hij ging er vaak schieten, maar hoefde anders dan anderen nooit te tekenen in het register. Ook Bouhouche en Beijer kwamen er in de jaren 80 schieten. Daarmee is allerminst bewezen dat ze dat ooit met zijn drietjes deden, maar het plaatst op zijn minst een vraagteken bij de reactie van de naar Thailand gevluchte Beijer, vorige week: “Ik ken Chris B. niet en ik heb hem nooit ontmoet.”

Wikipedia benoemt Beijer als een barbouze. Een spook, een geheimagent die er lol in schept allerlei rottigheid uit te halen zonder dat iemand ooit weet waarom en voor wie. In zijn boek De laatste leugen vermeldde hij terloops de gps-coördinaten van de plek waar het lijk van de in 1982 verdwenen Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts zou zijn gedumpt in een kanaal.

Ex-CWB-speurder: “Beijer is een narcist. Die geniet van dit soort dingen.”

Toen Lion d’Or in 2010 werd genoemd in het onderzoek naar het neonazistische Blood & Honour, vluchtte ook zaakvoerder Stefan Van den Borre. Naar Zuid-Afrika, waar hij nu nog steeds zit. Net voor zijn vertrek bracht hij zijn boekhouding samen met een Porsche 911, een Porsche Cayenne en een vintage Opel Calibra over naar een oude loods in de Mijlbekelaan in Aalst. En daarna nog zeven gasflessen. Het was de bedoeling dat alles de lucht in zou gaan, maar de gasflessen overleefden de vuurzee en de omwonenden kwamen er met de schrik van af.

De loods lag op 750 meter stappen van het laatste adres van Christiaan Bonkoffsky. Het lijkt te spoken in Aalst.

Groep G

Was het dé rijkswacht? Uiteraard niet.

Onderzoeksrechter Troch en substituut Acke werden eind 1990 tot onbegrip van iedereen van het Bende-onderzoek gehaald. Het college van procureurs-generaal liet het hele onderzoek onder impuls van advocaat-generaal Georges Demanet overhevelen naar Charleroi.

Demanet geloofde sterk in het spoor naar de Borains, een boevenbende rond ene Michel Cocu. Een stel marginalen dat uiteindelijk zou worden vrijgesproken door het assisenhof in Bergen omdat de Nijvelse procureur Jean Deprêtre een Cocu over de hele lijn vrijpleitend ballistisch rapport had achtergehouden.

Troch en Acke, die enkele jaren later uit het leven zou stappen, bleven altijd geloven dat ze aan de kant zijn gezet vanwege een move die Acke in het voorjaar van 1989 in alle stilte had gemaakt. Hij was geïntrigeerd geraakt door Martial Lekeu, een oud-rijkswachter die net als Bonkoffsky in 1972 was begonnen als rijkswachter, snel was doorgegroeid naar de Groep Diane, om in 1974 net als Bouhouche en Beijer bij de drugssectie van de Brusselse BOB aan te belanden.

Lekeu en Bonkoffsky hebben nog iets met elkaar gemeen. Bij elke Bende-aanslag in 1983 had hij verlof. Eind 1984 vluchtte hij met zijn gezin naar Florida, waar hij een valse identiteit aannam. En daar had Acke hem opgespoord. In alle stilte en discretie probeerde hij een rogatoire commissie op poten te krijgen om Lekeu daar te gaan ondervragen.

Wat ook lukte.

Ex-speurder team-Troch: “Daar zijn onze problemen begonnen. Zodra men hier binnen de rijkswachttop lucht van kreeg, moest het onderzoek naar Charleroi. Wij voelden dat heel goed. Kwam je aan de Groep G, dan kreeg je problemen.”

Acke had ontdekt dat in 1976 binnen de rijkswacht het bestaan van een Groep G was gedetecteerd, een extreem­rechtse private militie met onder anderen Martial Lekeu en Didier Miévis, een rijkswachter die inmiddels binnen de onderzoekscel naar de Bende in Nijvel was opgeklommen tot rechterhand van onderzoeksleider Jean-Luc Duterme. De speurderscel die tegen beter weten in de groep rond Cocu veroordeeld trachtte te krijgen. En blind bleef voor andere sporen.

Het rapport-Acke

Martial Lekeu is dood, Madani Bouhouche is dood, Christiaan Bonkoffsky is dood. En Willy Acke ook. Simpel wordt het niet.

Rapport van Willy Acke, april 1989: ‘Lekeu situeert de aanvangsfase in de periode 1975-1976. Hij verwijst naar het feit dat de Groep Diane op dat ogenblik fascistische en racistische trekken vertoonde. Hijzelf noemt zich fascist, verwijst o.a. naar het gebruik om met de hielen te klakken, de Hitlergroet te brengen, het systematisch in elkaar slaan van vreemdelingen waarover men zich bijzonder vrolijk maakte. In de Groep G zaten nog verschillende andere rijkswachters waarvan de identiteit door Lekeu niet gekend was.’

De Groep G was er volgens eigen teksten van overtuigd dat de Rus zou gaan komen. Dat leger en rijkswacht absoluut niet opgewassen waren tegen het dreigende rode gevaar. Dat wij, Belgjes, machteloos en kwetsbaar waren. Dat er iets moest gaan gebeuren om ons dat te doen beseffen. Dat 28 doden, het officiële bilan van de Bende van Nijvel, misschien maar een klein offer was, afgewogen tegen het grotere plaatje.

De rijkswacht kreeg na 1985 meer middelen. Snelle Golf GTI’s, net als de Bende, meer personeel. P90-machinegeweren die door elk kogelvrij vest schieten. Wat toen Groep Diane heette, is vandaag de op en top performante speciale eenheid die Salah Abdeslam wist te neutraliseren.

Het rapport-Acke, 1989: ‘Lekeu citeert nog andere ‘tests’ die daadwerkelijk ten uitvoer zouden zijn gebracht. Het stelen van drie voertuigen van het SIE (latere benaming Groep Diane, DDC), om er een plezierritje mee te maken. Het ontvoeren van twee schildwachten van het Mobiel Legioen om deze nadien in hun blootje en na hun dienstwapens te hebben gestolen bij de kazerne terug af te zetten.’

Dat was het natuurlijk ook, Aalst 9 november 1985. De rijkswacht met dat ene R4’tje, en bij uitbreiding ons hele politiesysteem, in zijn blootje.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

“Als ik die schutter hier ooit nog zie, leg ik hem om”

De Bende van Nijvel domineert opnieuw de actualiteit. In het collectieve geheugen staat de groepering synoniem voor de bloedige aanslagen op warenhuizen, maar 36 jaar geleden waren leden mogelijk ook verantwoordelijk voor een brutale aanslag op toenmalig rijkswachtmajoor Herman Vernaillen (76) in Hekelgem. Hij en zijn gezin overleefden de kogelregen, maar zijn getekend voor het leven. “Als Robert Beijer, de enige nog levende schutter, ooit nog een voet op mijn grond zet, schiet ik hem neer.”

25 oktober 1981. Rijkswachtmajoor Herman Vernaillen heeft de leiding over de ordediensten tijdens een betoging tegen kernwapens in Brussel. Wanneer hij thuiskomt in de residentiële Blakmeerswijk in Hekelgem, is de nacht al gevallen. Hij kruipt in bed en valt in slaap, waarna er rond middernacht plots aangebeld wordt. Terwijl Herman opstaat om een kijkje te gaan nemen, roept zijn vrouw hem nog na dat hij moet opletten, gezien het nachtelijke uur. De majoor opent het gordijntje van een glasraam naast de voordeur en staat oog in oog met een onbekende man die hem onder vuur neemt.

Terwijl hij op de vlucht slaat, neemt ook een tweede schutter hem in het vizier. De daders proberen de deur nog open te breken, wat niet lukt. Daarop schieten ze hun wapens leeg op alle ramen van het huis. Herman wordt geraakt, maar kan zich achter een muur in veiligheid brengen. Zijn vrouw krijgt echter de volle lading wanneer ze langs een raam loopt. “Mijn jongste dochter heeft me, tussen de kogelregen door, mijn revolver gebracht”, vertelt hij. “Maar net op dat moment hoorde ik een auto vertrekken. Zelf werd ik in mijn elleboog en rug geraakt. Mijn vrouw kreeg kogels in de dikke darm, dunne darm, lever, been en arm. We hebben haar in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. Vandaag is ze nog altijd voor veertig procent invalide.”

Waarom wilden die gangsters jou dood?

“Ik werkte toen aan een drugsonderzoek. Meer dan waarschijnlijk waren er leden van het nationaal drugsbureau bij betrokken. Een man van de Bewakings- en Opsporingsbrigade (BOB) had dat eerder al gemeld aan zijn overste, maar er werd niet op gereageerd. Ik heb hem aangeraden om rechtstreeks naar de procureur te stappen en toen is de bom ontploft.”

“Terwijl ze in het drugsbureau documenten – en vermoedelijk bewijsmateriaal – aan het verbranden waren, werd ik bij de procureur des konings geroepen. Hij heeft me aangesteld om het onderzoek in handen te nemen: ik moest dus mijn eigen collega’s ondervragen en controleren. Dat onderzoek werd langs alle kanten gemanipuleerd en gesaboteerd. Na die aanslag hebben ze mij ook van dat onderzoek gehaald. Plots was ik als slachtoffer ook betrokken partij.”

Weet je zeker dat Bouhouche en Beijer, beiden rijkswachters, de schutters waren?

“Ja. Beijer heeft dat in 2010 zelfs toegegeven, maar toen waren de feiten al verjaard. Hij zei me dat de aanslag in opdracht van de Russische geheime dienst gebeurd was. Daar geloof ik niets van. Ik heb hem wel gewaarschuwd: als hij ooit nog een voet op mijn grond zet, schiet ik hem neer.”

De man die nu genoemd wordt als de reus van de Bende van Nijvel, heb je die ooit gekend?

“Nee, maar was hij wel de reus? Michel Libert vertoont ook gelijkenissen met de robotfoto en hij is 1,90 meter groot. Er wordt gezegd dat de bende de staat wilde destabiliseren, maar is dat zo? In die tijd had je ook de CCC die aanslagen pleegde. Ik vermoed dat het een amalgaam is van misdaadbendes. En wie te veel wist, werd geliquideerd. Ik weet dat de nabestaanden willen weten wat er gebeurd is, maar ik vrees dat we dat nooit te weten gaan komen. Als men toen al geen deftig onderzoek kon voeren, zal dat nu ook niet meer lukken. Het is te laat.”

Hoe heeft jouw gezin die aanslag eigenlijk verwerkt?

“(stilte) Onze kinderen werden na de moordpoging naar school begeleid door de Rijkswacht. Wij lagen in het ziekenhuis. Twee dagen later kwam mijn jongste dochter op bezoek en overhandigde ze me mijn revolver. Ze heeft dat wapen dus een hele dag in haar boekentas gehad. Mij wilden ze overbrengen naar het militair hospitaal, maar dat wilde ik enkel onder begeleiding van de groep Diane – waar ik zelf bevelhebber van geweest was.”

“Ik vertrouwde het allemaal niet meer. Ook thuis was het niet eenvoudig. We overwogen even om Hekelgem te verlaten, maar uiteindelijk wilde ik niet op de loop gaan. Al ben ik wel voorzichtiger en argwanender geworden. Op oudejaarsavond, twee maanden na de aanslag, ging de bel om 23 uur. Terwijl ik het gordijn opende, trok ik mijn wapen. Stonden daar twee kinderen om een liedje te zingen. Die hebben de schrik van hun leven opgedaan.”

Kregen jullie psychologische hulp?

“Dat bestond toen niet. De enige hulp die we kregen, was een sociale schadevergoeding – en dan nog via de werkgever van mijn echtgenote. De Administratie Landsverdediging heeft ons destijds wel beloofd om een schadevergoeding van 3 miljoen Belgische frank (75.000 euro, red.) uit te betalen, maar daar is niets van in huis gekomen. De Rijkswacht zelf heeft niets gedaan. Straffer zelfs: ze hebben me overgeplaatst naar het logistiek centrum, waar ik vijf maanden met mijn vingers gedraaid heb.”

Je had wel een mooie carrière bij de Rijkswacht. Zou je het allemaal opnieuw doen?

“Zeker en vast. Er zaten rotte appels bij, maar het merendeel was dat niet. Spijt heb ik hoegenaamd niet, behalve dan dat ik die bewuste nacht niet beter opgelet heb.”

Bron: Het Laatste Nieuws

Twee robotfoto’s, één ‘Reus’?

‘Ik worstelde daarmee. Achtte ik mijn maat in staat om kinderen dood te schieten? Awel ja. Hij heeft het mij vaak genoeg gezegd, letterlijk: als ik een bevel krijg, wat het ook is, dan voer ik dat blindelings uit.’ Wat we weten, niet weten en ooit graag zouden weten over Christiaan Bonkoffsky.

“Het was in de Aarschotstraat in Brussel. Aan het Noordstation. Die straat met al die vitrines en halfnaakte meisjes. Wij moesten nooit betalen. Mannen van de rijkswacht betalen niet, zei hij. Chris was vier jaar ouder dan ik. Ik was eenentwintig. Hij nam mij, klein manneke uit Dendermonde, mee naar de grote stad.”

“Wij zitten in zo’n bar, hij staat op. Ik zeg: ‘Wacht, ik moet mijn pakske Belga nog betalen.’ Hij zegt nee. Dat vond ik raar. Dat ge uw drank niet moest betalen, oké. Maar sigaretten? Ze verkochten in die tijd nog sigaretten in de cafés.”

Zij: “Marc en ik leerden elkaar kennen in 1990. Hij was hier toen al mee bezig. De Reus. Dit speelt al dertig jaar door zijne kop. Mensen rondom hem, ik ook, raakten dat beu. Zijde daar nu weer met uwen reus?”

Hij: “Ik kon niks bewijzen. Ik was hem in 1983 uit het oog verloren. Ik had alleen nog de herinneringen van de jaren daarvoor.”

We zitten in café Tijl, Grote Markt, Dendermonde. Sinds die foto van Christiaan Bonkoffsky met z’n piratenmuts is het interieur grondig verbouwd. Een stamgast klampt Marc Van Damme aan: “Hebt gij uw tien miljoen al gekregen?”

Warenhuisgroep Delhaize loofde dat bedrag, in frank, in 1985 uit voor de gouden tip. Marc Van Damme snuift dat dat nu al de zesde keer is vandaag, dat ze hem daarop aanspreken. “Ik ga geen nee zeggen tegen 250.000 euro. Maar serieus: daar gáát het nu toch niet om?”

Laatste klant

Een week na de onthullingen in De Morgen en Het Laatste Nieuws staan data en feitjes scherper. Christiaan Bonkoffsky, geboren 6 april 1954 in Dendermonde, groeit op in een gewoon gezin, Greffelinck 17, Dendermonde. Zijn vader is beroepsmilitair.

Marc Verwilghen, politicus: “Ik heb hem nog gekend bij de jeugdbeweging. Hij zat bij de scouts. Wij noemden hem de Gielle. Ik weet niet waarom. Ik kan het allemaal moeilijk geloven, eerlijk gezegd.”

Zijn broer: “Chris is op zijn zeventiende bij de rijkswacht gegaan. Dat heeft hem compleet veranderd. Geherprogrammeerd. Discipline. Bloed­ernstig, als het over zijn werk ging.”

Na zes maanden dril in de rijkswachtschool in Etterbeek wordt hij naar Gent gestuurd. Nog eens zes maanden later trekt hij naar het Mobiel Legioen, terug in Brussel. Van­daaruit maakt hij de overstap naar de anti­banditisme-eenheid die in het leven is geroepen na het gijzelings­drama op de Olympische Spelen van München van 1972.

Herman Vernaillen, rijkswacht­majoor op rust: “Ik lees overal, ook op Wikipedia, dat de groep Diane in 1973 is ontstaan. Ik zie mij verplicht u te corrigeren. Onder impuls van luitenant Alex Van Wanzele (ooit nog presentator van de voorloper van ‘Kijk uit’, DDC) is men dat jaar gestart met speciale anti­banditisme-eenheden. De feitelijke start van de groep Diane, onder mijn leiding, situeert zich in april 1977. En de naam Bonkoffsky – want ik neem aan dat u mij daarvoor belt – zegt mij niets. Ik kende niet alle rekruten persoonlijk.”

Bonkoffsky zal zijn hele loopbaan nooit hoger geraken dan de graad van eerste wachtmeester. Binnen de strikt hiërarchische structuur die de rijkswacht is, wordt hij verondersteld oversten te groeten. Oversten werden niet geacht meer te weten over de rekruut dan zijn stamnummer.

Marc Van Damme: “Ik heb Chris leren kennen doordat ik hier in den Tijl achter de toog stond, of ervoor. Hij was vaak een van de laatste klanten. Soms viel hij in slaap aan de toog. Dan was het van: ‘Wie gaat hem wakker maken? Ik niet, in elk geval.’ Als hij werd gewekt, schoot hij direct in een karate­greep en riskeerde je een gebroken neus.

“Er zat veel onrust in hem. Hij was niet de grote intellectueel. Af en toe begon hij door te drammen. Dat de communisten het hier aan het overnemen waren. Dat onze politici op geen kloten trokken. Dat er maar eens een staatsgreep moest komen.”

Rode gevaar

Op de Olympische Spelen van 1972 moest in het judo normaal ene Christian Amory aantreden voor België. Hij grijpt nipt naast zijn ticket voor München. Amory treedt in september 1971 in dienst bij de rijkswacht en zal net als Bonkoffsky doorgroeien naar het eerste contingent van veertig rekruten van de latere groep Diane. Amory bereikt de graad van opperwachtmeester, een graad hoger dan Bonkoffsky.

Amory en Bonkoffsky zijn gelijktijdig in dienst gekomen, gelijktijdig bij de latere groep Diane begonnen. Allebei zwarte gordels in meerdere disciplines. Amory wordt er in de jaren 80 een tijdlang van verdacht ‘de Reus’ te zijn geweest, Bonkoffsky wordt dat nu.

Toenmalige rijkswachter: “Daar is weinig toeval aan. De hele groep Diane zat in de beginperiode vol atleten. Het waren bij wijze van spreken allemaal reuzen. Nu heb je bij de speciale eenheden onderhandelaars, it-whizzkids, scherpschutters. In die tijd selecteerde men alleen bonken van kerels, klaar voor alle denkbare gevechtssituaties.”

Er is nog een generatiegenoot. Martial Lekeu. Hij treedt in dienst bij de rijkswacht in 1972 en komt na zijn opleiding onmiddellijk bij de anti­banditisme-eenheid terecht. Lekeu ligt mee aan de basis van een extreem­rechts clubje binnen de rijkswacht genaamd Groep G. De beginsel­verklaring, vermoedelijk van zijn hand: ‘Onze nationale televisie­omroep is compleet gecorrumpeerd en de journalisten zijn bereid om op de aangebroken dag de Internationale te zingen. Alles wijst erop dat ons ‘vrije’ land ons leidt naar een 100 procent socialisme, een Chinees communisme dat van ons allemaal gedisciplineerde en gehoorzame robotten zal maken. Onze waarden zijn in gevaar en ik denk niet dat een vrij persoon, die naam waardig, onverschillig kan blijven.’

Een staatsgreep? Yes, een staatsgreep. In 2000 vertelt Christian Amory in La Dernière Heure over die ene dag bij de groep Diane, begin jaren 70: “We moesten het parlement innemen. Er werd ons gezegd dat er tanks onderweg waren naar de grens met Duitsland. Dat de para’s gingen tussenbeide komen. Dat de belangrijkste doelwitten het parlement waren, het koninklijk paleis en de RTBf.”

Niks van die strekking is uiteindelijk gebeurd. Volgens Amory heeft zijn hele sectie 24 uur lang in een kazerne zitten wachten op de finale go die er uiteindelijk niet kwam.

Amory: “Het voorziene scenario was dat een belangrijke politieke figuur de macht zou overnemen. Twee uur op voorhand heeft zijn secretaris laten weten dat hij bedankte voor de hem aangeboden rol.”

Documenten die achteraf voor de eerste Bende-commissie boven water kwamen, doen begrijpen dat het om Paul Vanden Boeynants ging, toenmalig defensie­minister en in 1972 oprichter van de latere groep Diane. Toen een hoge rijkswacht­officier eind jaren 90 in het parlement om uitleg werd gevraagd, zei die: “Dat waren manoeuvres. Oefeningen.”

Aktetasje vol cash

Martial Lekeu stapt medio 1975 over naar de sectie drugs van de opsporingsbrigade (BOB) van de rijkswacht in Brussel. Twee jaar later volgt Amory. Ze worden collega’s en vrienden van drugs-BOB’ers Robert Beijer en Madani Bouhouche. Het zijn de jaren van VS-president Richard Nixon en zijn mondiale War on Drugs. Met de hulp van enkele naar Brussel gestuurde agenten van het Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) wordt de BOB’ers onder leiding van rijkswachtcommandant Léon François aangeleerd om voor de goede zaak buiten de lijntjes te kleuren.

Toenmalige BOB’er: “Ze gingen undercover­deals opzetten. Drugs kopen, en uiteindelijk verkopen. Simpel was dat niet. Je had een deal over een levering cocaïne. De tegenpartij wou geld zien. Dan moet je met een aktetasje vol geld komen. Dat was een probleem. De rijkswacht had daar geen budget voor. Dus belden wij Léon Finné, van de Banque Copine op de Louiza­laan. Die kwam dan in zijn witte Cadillac met vlaggetjes op zijn motorkap. Speciale figuur. Altijd gewapend. Finné kwam aanzetten met zijn cash, ‘toongeld’ zoals wij dat noemen. Als het goed ging, kreeg hij achteraf zijn aktetasje terug. Zo niet hadden wij een probleem.”

Grote problemen, op de duur. Er gaan miljoenen verloren. Pogingen van commandant François om de put te vullen met andere deals maken de put enkel groter.

Herman Vernaillen: “In 1979 ben ik door de generale staf aangesteld om deze zaak te onderzoeken. Ik heb mijn functies bij de groep Diane neergelegd en ben mij samen met adjudant Guy Goffinon gaan toeleggen op de zaak-François.”

Schietincident

Ergens rond die tijd, het jaar 1979, het jaar waarin Marc Van Damme door zijn stadsgenoot zegt te zijn ingewijd in het Brusselse nachtleven, vindt het incident plaats. Tijdens een oefening in Zaventem, meent advocaat Geert Lenssens zich te herinneren. Hij is sinds vorige week de raadsman van de familie Bonkoffsky.

Geert Lenssens: “De Diane-leden moesten de laders van hun half­automatisch wapen leegmaken, het dan op scherp zetten en vuren. Hij deed wat hem was opgedragen.”

Báng!

Toenmalige BOB’er: “Wij noemden hem de langen Bonkoffsky. Een slungel, te dom om te helpen donderen. Hij wilde er zo graag bijhoren. Hij deed hard zijn best, té hard. Ik kan er met de beste wil van de wereld de Reus niet in zien, maar misschien komt dat doordat het zo lang geleden is. Doordat wij in onze hoofden van die hele Bende van Nijvel een mythe hebben gemaakt. Uiteindelijk, wat voor iemand heb je daarvoor nodig? Iemand die getraind is.”

Geert Lenssens: “Hij heeft een metalen kast geraakt, gelukkig niet de schiet­instructeur die ernaast stond. Er zat een serieus gat in de kast. Bij de groep Diane was men onverbiddelijk. Professionele fout. Volgens wat hij erover vertelde aan mijn cliënt, zijn broer, was er met zijn wapen geknoeid. Het is niet zo moeilijk om dat zo te manipuleren dat de laatste kogel blijft zitten.”

De broer: “Hij is uit de groep Diane gezet. Hij was daar niet goed van.”

Christiaan Bonkoffsky wordt overgeplaatst. Hij, die acht jaar alles heeft gegeven om tot het politionele keurkorps te behoren, moet nu patrouilles gaan doen. In Aalsterse cafés vechtende zatlappen van elkaar scheiden.

De broer: “Bouhouche en Beijer kwamen soms bij ons thuis. Ik kan u niet zeggen of dat voor of na zijn verwijdering uit de groep Diane was. Maar hij kende die mannen, echt waar. Ik besefte op dat moment niet wie zij waren.”

Bouhouche en Beijer zijn in die jaren half politiemannen, half criminelen. In 1979 hebben ze een verlaten brouwerij gehuurd in de Washuis­straat, hartje Brussel. Hun plan bestaat erin om explosieven in conservenblikken in gasleidingen van Inno-grootwarenhuizen tot ontploffing te brengen en zo enorme branden te ontketenen. De Inno-groep zou daarna worden afgeperst. Het losgeld zou moeten worden afgeleverd in de Washuisstraat. Daar was vanuit de oude brouwerij een tunnel gegraven naar de rioolkoker waarlangs de Zenne onder de stad stroomt. Met het oog op dat hele plan gingen Bouhouche en Beijer in 1982 een zodiac stelen in Knokke. Ze kregen de hulp van Christian Amory.

Waren het deze lui die Bonkoffsky wegwijs maakten in het wilde Brusselse nachtleven van die tijd? Voorlopig moeten we het hiermee doen. De broer die zégt dat hij Bouhouche en Beijer heeft gezien in zijn ouderlijke woonst aan de Greffelinck in Dendermonde.

De broer: “Ik heb dat zo in mijn eerste verklaring (op 28 februari van dit jaar, DDC) verklaard aan de speurders in Charleroi. Ik ga ervan uit dat zij dat nu verder gaan onderzoeken. Ze hebben mij nog andere namen voorgelegd, onder meer van Amory en Lekeu, maar over hen weet ik niets.”

Het waanzinnige jaar 1981

27 maart 1981. Majoor Vernaillen zit in zijn kantoor een verhoor af te nemen in het kader van zijn onderzoek in de zaak-François. Er wordt een afluister­apparaatje ontdekt. Het blijkt te zijn geplaatst door Robert Beijer. Er wordt een intern verslag opgesteld.

16 september 1981. Futula Bonza parkeert een grijze Mazda 626 in dubbele file en met de sleutels op het contact voor het kantoor van Air Zaïre op de Louizalaan in Brussel. Wanneer hij buitenkomt, is de auto weg. Raphaël D. heeft het vanuit een aanpalende winkel zien gebeuren en helpt de politie aan een robotfoto.

1 oktober 1981. Beijer krijgt te horen dat hij met ingang van 12 oktober voor zes dagen wordt geschorst.

10 oktober 1981. Explosie in de kofferruimte van de Peugeot van adjudant Guy Goffinon. Alleen het ontstekings­mechanisme is afgegaan, niet de bom zelf. De vaststelling is wel: moordpoging op Goffinon, een van de rijkswacht­oversten die de zaak-François aan het onderzoeken zijn.

26 oktober 1981. Hekelgem, iets na middernacht. Er wordt aangebeld bij Herman Vernaillen. De majoor springt in zijn kamerjas, maakt licht en schuift naast de voordeur een gordijn open. Een kogelregen. De majoor gooit zich op de grond. Hij wordt geraakt in zijn rug, zijn echtgenote krijgt een kogel in de buik en zal voor 40 procent invalide blijven. De majoor kan zelf de hulpdiensten bellen.

28 oktober 1981. De bij de aanslag op Vernaillen gebruikte auto wordt ontdekt in een parkeergarage in Woluwe. Het is de Mazda 626 die werd gestolen in de Louiza­laan.

31 december 1981. Wapenroof bij de groep Diane. De daders zijn met een dienstwagen van de rijkswacht het best beveiligde wapen­arsenaal van het land binnen­gereden en vertrokken met 15 Heckler & Koch-machine­geweren, 4 riotguns, 5 FAL’s, 2 pistolen en 28 laders met in totaal 700 kogels. Van de Heckler & Kochs, de allernieuwste en meest performante snelvuurwapens van dat moment, weet slechts een handvol ingewijden dat de groep Diane die heeft aangeschaft.

‘Ik was het’

De aanslag op Vernaillen is nooit opgehelderd, net zo min als de wapenroof of de aanslag op Goffinon.

Ex-politicus Hugo Coveliers, Bende-expert: “Waarom laat men de Bende van Nijvel niet gewoon verjaren? De ervaring leert dat als je dit soort zaken laat verjaren, de waarheid soms heel snel aan het licht kan komen.”

Er is iets van.

Ex-speurder Cel Waals-Brabant (CWB): “Het was een paar dagen of weken na de verjaring van de wapenroof bij de groep Diane, ergens in het jaar 2002. Madani Bouhouche meldt zich bij onze diensten. Hij wenst een verklaring af te leggen. Hij zegt: ‘De wapenroof, dat was ik. Ik wou de rijkswacht treffen in haar hart.’ Hij noemde ook een mededader, Jean-François Buslik.”

Buslik is een vanuit Brussel opererende agent van het Drugs Enforcement Agency.

Herman Vernaillen: “Intussen weet ik wie mij beschoten heeft. Dat waren Bouhouche en Beijer. Hoe ik dat weet? Beijer heeft dat in mijn bijzijn toegegeven. We werden enkele jaren geleden samen ontboden bij het parket. Hij heeft mij alles uitgelegd. Hij kon nu spreken, want de zaak was verjaard.”

De robotfoto

Als de Cel Waals-Brabant op 19 oktober 1998 start met het landelijk verspreiden van metersgrote knalgele affiches, is het een kwestie van dagen of Marc Van Damme staat er naar te staren. Hij staat stil aan een rood licht in Haaltert. Ziet robotfoto nummer 19.

Hij: “Nu was ik écht zeker. Dat was hij.”

Zij: “Het was vanaf toen weer elke dag van de reus hier en de reus ginder.”

Hij: “Ik heb niet meteen gebeld. Uiteindelijk toch. Ik werkte in die tijd als kok in een rusthuis in Brakel. Van­daaruit heb ik gebeld.”

De tip van Van Damme is ondergesneeuwd. Pas in 2000 wordt Christiaan Bonkoffsky bij de Cel Waals-Brabant opgevorderd voor een speekseltest en vingerafdrukken. Ondervraagd is hij tot aan zijn dood op 14 mei 2015 nooit.

Hij: “Ik worstelde daarmee. Achtte ik Chris, mijn maat, in staat om kinderen dood te schieten? Awel ja. Hij heeft het mij vaak genoeg gezegd, letterlijk: ‘Als ik een bevel krijg, wat het ook is, dan voer ik dat blindelings uit.’ Ik weet nog dat ik die man van de tiplijn vroeg: ‘Kunt ge mij ook iets laten weten als hij het niet is?’ Ergens hoopte ik daarop, dat ik het allemaal verkeerd had. Nooit niks meer gehoord. Ja, wel een anonieme wagen in mijn straat, in de dagen daarna. Die is daar een week elke dag blijven staan. Ik zei tegen mijzelf: nu spreek ik nooit nog met iemand over die zaak.”

Het is dat die verhalen uit de jaren 80 zo waanzinnig klinken dat je geneigd bent om ook die uit de jaren 90 met enig breedbeeld te laten komen. Marc Van Damme was in oktober 1998 niet de enige met een gevoel van herkenning.

Dat was ook Theo Van Dijck, speurder bij de Brusselse BOB. Hij is midden jaren 90 belast met het onderzoek naar de aanslag op Vernaillen. Er is hem iets opgevallen. De robotfoto van de autodief, in de Louizalaan. Dezelfde bril, dezelfde haar­snit. De opgegeven lengte, 1,75 meter, lijkt tegen te spreken dat dit dezelfde man kan zijn als de Reus op robotfoto 19.

Niet noodzakelijk, benadrukt de Bergense advocaat-generaal Claude Michaux, op dat ogenblik leider van het Bende-onderzoek, op 9 april 1999 in De Morgen: “De gelijkenissen zijn frappant. Onlangs hebben wij de winkelier laten verhoren. Hij beaamde de zeer treffende gelijkenissen met foto 19 en zei ons dat hij helemaal niet zeker was van de lengte van de autodief. Hij zag die man pas toen hij al achter het stuur zat. We weten niet wie die Mazda stal en kunnen niet veel meer doen dan vaststellen dat het wel eens om dezelfde man zou kunnen gaan.”

Was Bonkoffsky ook de piot die, geheel in Diane-stijl, de Mazda stal? De wagen stond op naam van de Syrische geheim­agent Faez Al Ajjaz, actief bij het neo­nazistische Westland New Post. Het leggen van dit soort verwarrende valse sporen was dé specialiteit van Bouhouche en Beijer.

48 kilo

De Bende stal in 1983 bij het confectiebedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse zeven in het grootste geheim ontwikkelde prototypes van nieuwe kogelvrije vesten, bestemd voor de groep Diane. Bij de voorlaatste aanslag, 27 september 1985, liquideerde ze Léon Finné, de man met het aktetasje. Toevallig.

Daags voor die dubbele raid in Eigenbrakel-Overijse, weten we nu, meldde Christiaan Bonkoffsky zich arbeids­ongeschikt vanwege een voetblessure. ‘De Reus’, zeggen ooggetuigen, leek te ‘manken’ in Eigenbrakel en Overijse. Een tweede medisch attest maakt melding van een voetfractuur op 11 oktober 1985.

Je kunt er in zien wat je wil zien. Of niet.

Zijn broer: “Het is vooral na zijn pensioen snel bergaf gegaan. Hij stond op, schonk zich direct een wodka in. Zijn organen takelden een na een af. De laatste twee jaar moest ik om de twee weken boodschappen voor hem doen, koken, in bad doen zelfs. Hij woog op het laatst nog 48 kilo. Een week of zo voor zijn dood was hij gevallen. Ik zeg: ‘Ge moet naar de kliniek.’ Hij: ‘Ik doe er wel een plakker op.’ Toen heeft hij het me verteld, die laatste keer dat ik na mijn werk met de bus naar Aalst ging.

“Hij was nuchter, die avond. Hij zat daar op de sofa en zei: ‘Ik was bij de Bende van Nijvel.’ Eerst reageer je met ongeloof, dan denk je terug aan al die keren dat ze opgravingen deden, dat je samen naar het nieuws keek. Dat hij zei: ‘Die apen gaan daar niks vinden.’ Ik was nooit van plan hiermee naar buiten te komen, het blijft je broer. Ik ben ingestort toen die man van de federale tijdens mijn verhoor die foto naar me toe schoof en me vroeg of ik hem iets te vertellen had. Het besef is daar gekomen, daar.

“Toch denk ik dat hij vooral een nuttige idioot is geweest.”

Christiaan Bonkoffsky

  • Geboren in Dendermonde, op 6 april 1954.
  • In dienst bij de rijkswacht in 1971, maakt snel carrière bij de antibanditisme-eenheid, de latere groep Diane.
  • Gelijktijdig met latere Bende-verdachten Christian Amory en Martial Lekeu bij de groep Diane, waar jonge rijkswachters de gevechtstechnieken worden aangeleerd die later door de Bende van Nijvel gebruikt worden.
  • Volgens zijn broer is Christiaan Bonkoffsky goed bevriend met rijkswachters-gangsters Madani Bouhouche en Robert Beijer.
  • In 1979 uit de groep Diane gezet na een schietincident, overgeplaatst naar de brigade Aalst.
  • Meldt zich daags voor de dubbele Bende-raid op Delhaize-groot­warenhuizen in Eigenbrakel en Overijse op 27 september 1985 bij de rijkswacht in Aalst arbeids­ongeschikt wegens een voetblessure. De ‘Reus’ van de Bende ‘mankte’ volgens ooggetuigen in Eigenbrakel en Overijse.
  • Wordt eind 1998 door jeugdvriend Marc Van Damme herkend op een robotfoto met beelden van tien Bende-verdachten, onder wie de ‘Reus’.
  • Wordt in 2000 bij het Bende-onderzoeksteam opgeroepen voor een DNA-speekseltest, maar de speurders laten na om hem te ondervragen.
  • Christiaan Bonkoffsky overlijdt op 14 mei 2015.
  • David Van de Steen, die op 9 november 1985 als 9-jarige zijn ouders en zijn zus zag vermoord worden door de ‘Reus’ op de parking van de Delhaize in Aalst en hem toen even in de ogen keek, ontmoet begin 2017 Marc Van Damme.
  • De Morgen en Het Laatste Nieuws onthullen op 21 oktober 2017 dat Bonkoffsky kort voor zijn dood aan zijn broer heeft bekend dat hij de ‘Reus’ was.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck