Raadkamer stelt lobbyman Koen Blijweert in voorlopige vrijheid

Lobbyman Koen Blijweert, die door het Brusselse gerecht verdacht wordt van corruptie en medeplichtigheid aan een BTW-carroussel, is vrijdag door de raadkamer in voorlopige vrijheid gesteld. De raadkamer legde Blijweert, die de feiten ontkent, een aantal voorwaarden op, waaronder de betaling van een borgsom van drie miljoen frank. Het parket besliste geen beroep tegen de vrijlating aan te tekenen.

De Brusselse onderzoeksrechter Françoise Roggen vaardigde op 2 september een aanhoudingsbevel uit tegen Koen Blijweert. De onderzoeksrechter verdenkt de zakenman ervan medeplichtig te zijn aan een BTW-carroussel met gsm-toestellen. Dit dossier werd door het Brusselse gerecht eind 1997.

Enkele oplichters maakten voor de gsms fictieve uitvoerfacturen op, waardoor ze telkens de BTW konden recupereren en ook de toestellen in hun bezit bleven. De staat verloor hierdoor miljarden aan BTW-inkomsten.Het onderzoek bracht het gerecht op het spoor van Action Trading, de firma van Charles de Pauw, de kleinzoon van de Brusselse vastgoedmakelaar Charly de Pauw, en van Koen Blijweert. Het gerecht meent dat beide mannen een hand in de BTW-carroussel hebben en liet hen eind september opsluiten. Beide mannen hebben intussen hun voorlopige vrijheid teruggekregen.

Beide mannen werden enkele weken later ook beticht van corruptie. Onderzoeksrechter Françoise Roggen ontdekte immers dat de hoofdcontroleur van de BTW-Zaventem regelmatig geschenken kreeg van Charles de Pauw en van Koen Blijweert. Het gerecht gaat ervan uit dat deze geschenken dienden om vervoor te zorgen dat de ambtenaar een oogje dichtkneep bij de activiteiten van de firma van De Pauw en Blijweert.

De ambtenaar bekende de feiten en werd aangehouden door rechter Roggen. Koen Blijweert ontkent deze beschuldiging. Volgens hem waren de geschenken uit vriendschap gegeven en was het niet de bedoeling de man om te kopen.

Bron » De Tijd

‘We hebben een paar aanslagen kunnen verijdelen’

De staatsveiligheid houdt grote schoonmaak. Een klein half miljoen persoonlijke dossiers op papier, steekkaarten en microfiches worden ter hand genomen en kritisch geëvalueerd. (Zie DM van gisteren). Jean-Luc De Raeve leidt die uitzuiveringsoperatie. Geen extreme beweging, radicaal splinterpartijtje of duistere figuur of De Raeve heeft er weet van. Toch heeft de staatsveiligheid zich in het verleden te veel bezig gehouden met kleine garnalen, vindt hij.

Meneer X uit Antwerpen heeft in mei 1954 een reis geboekt naar Roemenië. Bij het dossier op microfiche zit een kopie van zijn visumaanvraag en het nummer van de vliegtuigreis. Het was een eenmalige trip naar het Oostblok. Meer zit er ook niet in het dossier, dat vernietigd zal worden.

Een ander papieren dossier – vol met visumaanvragen, zelfs originele pasfoto’s van een jonge blondine en verslagen van schaduwoperaties – zal wellicht hetzelfde lot ondergaan. Net als talloze dossiers van academici uit het Oostblok die ooit in België een lezing kwamen geven. Minutieus werd genoteerd waar de professor kwam spreken, waarover het ging en welke organisatie de man of vrouw had uitgenodigd. “Die ‘lichte’ dossiers werden in de Koude Oorlog aangelegd en hebben nu geen bestaansreden meer”, zegt woordvoerster Hilde Lemmens.

De Raeve en nog vijf andere ambtenaren van de dienst leggen sinds 1996 ieder dossier op een van drie figuurlijke hoopjes: weg te gooien (want in het licht van de geschiedenis te banaal), te bewaren (want nog gelieerd aan de wettelijke opdrachten) en door te geven aan het rijksarchief (want historisch belangrijk). Alle dossiers op papier en op steekkaarten en goed 25.000 dossiers op microfiche zijn al verwerkt. Wat rest, zijn nog naar schatting 167.000 dossiers op microfiche.

Die beoordelen is nog een hele karwei. De microfiche blijkt, in tegenstelling tot wat vroeger werd gedacht, geen efficiënte methode om informatie te bewaren en snel op te sporen. Stukken zijn vaak onleesbaar of de lettertjes zijn zo klein dat het pijn doet aan de ogen.

Het gaat veelal om oude dossiers uit de Koude Oorlog die nu alle relevantie hebben verloren. Het hoeft niet te verwonderen dat van alle tot nu toe bekeken microfiches er slechts 1 procent nog bewaard zal blijven bij de staatsveiligheid. Meer dan de helft verhuist, wegens hun historische waarde, naar het rijksarchief (dat van de vermoorde communist Julien Lahaut bijvoorbeeld) en 42 procent zal vernietigd worden.

Zal er op die manier geen ‘gevoelige’ informatie verdwijnen? Een opruimactie is toch de geschikste manier om enkele donkere bladzijden uit de eigen geschiedenis te verwijderen? Jean-Luc De Raeve heeft al meer dan eens die vraag gekregen. “(ironisch) Niemand vertrouwt blijkbaar de staatsveiligheid, hé. Dat is onterecht. Ik garandeer u: er zal niets worden weggegooid zolang onder meer het comité I – dat de inlichtingendiensten controleert – niet zijn zegen heeft gegeven. Er zal echt niets gebeuren.”

De ‘weg te gooien’ dossiers terugsturen naar de persoon in kwestie, is een onbegonnen werk – “Meneer Y, Cubaan… begint er maar eens aan” – en bovendien is het niet legaal. De staatsveiligheid is wettelijk verplicht de ingewonnen informatie geheim te houden. Het heeft dus ook geen zin om aan de staatsveiligheid te vragen of je zelf een dossier hebt en zo ja of je dat mag inkijken.

Woordvoerster Lemmens: “Wie dat toch doet, krijgt een antwoord terug dat hij of zij zich kan wenden tot de commissie voor de bescherming van de privé-levenssfeer. Die controleert of wij de gegevens op een wettelijke manier verzamelen.” Uiteindelijk krijgt de persoon een briefje van die commissie met het antwoord dat een controle is uitgevoerd. Daarmee weet je nog niet of er een dossier is en wat daar nu precies in staat.

Veel neuzen in het privé-leven van verdachten was er in het verleden (en ook nu niet) bij. “Daarvoor zijn we met te weinig”, zegt Lemmens. Nu telt de staatsveiligheid 500 personeelsleden, nooit eerder waren er dat zoveel. Zo’n 350 daarvan worden ingezet in het veld: informatie inwinnen en af en toe verdachten schaduwen. Spioneren in het buitenland kan niet, ook telefoons of e-mails onderscheppen is wettelijk verboden, al zou de staatsveiligheid dat wel willen. Een pak informatie wordt ingewonnen door gewone burgers, die op vrijwillige basis informatie doorspelen en daarvoor ook betaald kunnen worden.

De staatsveiligheid werkt nauw samen met gerechtelijke instanties en politiediensten. Het parket kan bijvoorbeeld gegevens opvragen in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Leden van de staatsveiligheid kunnen niet zelf iemand arresteren of oppakken voor verhoor. “We kunnen dus nooit een onderzoek zelf finaliseren. Een beetje frustrerend”, zegt De Raeve. Toch is er af en toe voldoening als er door het preventieve werk van de staatsveiligheid een extremist wordt opgepakt.

Een van de belangrijkste ‘zware’ dossiers bij de staatsveiligheid is dat van Pierre Carette en de CCC, de extreem-linkse terreurgroep die België midden de jaren tachtig opschrikte met een aantal aanslagen tegen banken en justitiepaleizen. Volgens Lemmens is het grotendeels aan de staatsveiligheid te danken dat dit dossier tot een goed einde is gebracht. Minstens één aanslag is in de nasleep van de CCC-zaak door ons verijdeld, maakt Lemmens zich sterk. “Daarnaast zijn er ook in andere dossiers aanslagen verijdeld.”

De staatsveiligheid heeft een pak historische dossiers in haar rekken: dat van dictator Mobutu van Kongo bijvoorbeeld, waarin onder meer zijn periode als jonge journalist is gevolgd en zijn verblijf in België. Ook van de beruchte terrorist Carlos, alias de Jakhals, heeft de staatsveiligheid een dossier.

Belgische politici, van welke strekking ook, worden niet gevolgd wegens hun politieke activiteiten. Tenzij ze persoonlijk deelnemen aan activiteiten die in de domeinen vallen waarvoor de staatsveiligheid bevoegd is (terrorisme, sekten, georganiseerde misdaad, enzovoorts, zie ook DM van gisteren). Zo heeft de staatsveiligheid enkele dossiers over huidige parlementsleden. “Maar wat daar in staat, heeft enkel betrekking op hun activiteiten voor ze parlementslid waren”, zegt Lemmens.

Vroeger werden bepaalde politici wel grondig gescreend in hun doen en laten. “Hier, dat is het dossier van een Vlaamse socialist”, wijst De Raeve op een lijvig dossier vol getypte verslagen. De naam staat in grote letters op het dossier maar we mogen hem niet bekendmaken. Het was aangelegd omdat de staatsveiligheid vermoedde dat de man vlak na de Tweede Wereldoorlog banden had met de communistische partij.

De socialistische voorman werd later in de jaren zeventig en tachtig een paar keer minister, onder meer van Onderwijs. De socialist had naar verluidt de ambitie om ooit minister van Justitie te worden. Eenmaal op die post zou hij er alles aan doen om alle dossiers bij de staatsveiligheid over communisten en progressieven te vernietigen, zo luidt het verhaal. De politicus is ondertussen overleden. Zijn dossier verhuist wellicht naar de algemene rijksarchieven. Om daar verder te rusten in vrede.

Bron » De Morgen

Staatsveiligheid ficheerde half miljoen personen

De Belgische staatsveiligheid hield van vlak na de Tweede Wereldoorlog tot eind jaren negentig van 476.772 verschillende personen (Belgen en buitenlanders) een dossier bij. Dat bevestigt woordvoerster Hilde Lemmens aan De Morgen. De staatsveiligheid heeft voor het eerst zicht gekregen op de precieze cijfers door een grote opruimactie van dossiers. Die ‘uitzuivering’ is begonnen in 1996 en recent werd een balans opgemaakt waarbij zo goed als alle ‘oude’ dossiers geteld werden.

Veel individuele dossiers werden geopend kort na 1944 en hadden vooral met collaboratie te maken. Tijdens de Koude Oorlog kwam er ook een pak dossiers bij. Van personen die verdacht werden te spioneren voor het communistisch Oostblok, maar ook van brave huisvaders die bijvoorbeeld een reis hadden geboekt naar Roemenië.

Maar na de val van de Berlijnse Muur in 1989 was het ook voor de staatsveiligheid zoeken naar een nieuwe rol. Met de wet op de inlichtingendiensten kwam die er ook: de staatsveiligheid mag nog enkel informatie bijhouden van personen die verdacht worden van spionage, ongeoorloofde inmenging in de besluitvorming, terrorisme, extremisme en het verspreiden van chemische of kernwapens. Daarnaast kunnen ook personen die lid zijn van een criminele organisatie of een schadelijke sekte gevolgd worden.

Vanwege de wet op de privacy, die de staatsveiligheid verplicht enkel die informatie bij te houden over de domeinen waarvoor ze bevoegd is, houdt ze sinds mei 1996 voor het eerst een grote opruiming. Ieder individueel dossier wordt ter hand genomen en kritisch geëvalueerd. De algemene dossiers vallen bij deze ‘uitzuivering’ buiten beschouwing.

De dossiers worden op een van drie figuurlijke hoopjes gelegd. Ofwel op de stapel ‘te vernietigen’. Ofwel op de stapel ‘te bewaren’. Ofwel op de stapel ‘te geven aan het rijksarchief’. Dossiers die in het licht van de geschiedenis te banaal zijn, vliegen op het eerste hoopje. Daarbij hoort bijvoorbeeld het geval van een oud-journalist van het persagentschap Belga die ooit aanwezig was op een receptie van de Poolse ambassade in Brussel. Andere dossiers die nog actueel zijn (nieuwe feiten na 1985 en behorend tot de wettelijke opdrachten van de staatsveiligheid) worden bewaard. De overige groep dossiers is niet meer relevant voor de staatsveiligheid, maar heeft wel een historische waarde. Zo is er het dossier over Mobutu, de overleden dictator van Kongo, dat zo naar het rijksarchief kan.

Goed zeventig procent van het werk is ondertussen achter de rug. Alle individuele dossiers op papier en op steekkaarten zijn al geklasseerd. Wat rest zijn nog naar schatting 142.000 dossiers op microfiche, waarvoor de staatsveiligheid nog zeker twee jaar tijd nodig heeft.

De staatsveiligheid heeft te veel dossiers aangelegd, zegt ze zelf. “We hadden beter minder mensen geficheerd, maar een beperkter aantal dossiers dieper uitgespit”, zegt Jean-Luc De Raeve van de staatsveiligheid, die de uitzuiveringsoperatie leidt. Dat gevoel vertaalt zich ook in de cijfers. Voorlopig heeft de staatsveiligheid een zesde van de dossiers op het stapeltje te vernietigen gelegd. De helft zou naar het rijksarchief gaan en goed een derde blijft bij de staatsveiligheid. Maar voor er één papiertje van de staatsveiligheid door de versnipperaar wordt gehaald, moeten het Comité I (dat de inlichtingendiensten controleert), de commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Algemene Rijksarchieven hun goedkeuring geven.

Bron » De Morgen

Staatsveiligheid bekent deelname aan Europees spionagenetwerk

Een afdelingscommissaris van de staatsveiligheid neemt sinds 1997 deel aan de geheime vergaderingen van het International Law Enforcement Telecommunications Seminar (ILETS). Dat bevestigt de administrateur-generaal van de staatsveiligheid voor het eerst in een rapport van het Comité I over het Amerikaans-Britse Echelon-spionagenetwerk.

ILETS is een project van het Amerikaanse FBI in samenwerking met de Europese Unie, ter voorbereiding van een grootschalig afluistersysteem dat sterke gelijkenis vertoont met Echelon. Het Vast Comité I, dat in opdracht van het Parlement toezicht houdt op de werking van de Belgische inlichtingendiensten, heeft op 29 september jongstleden een derde aanvullend rapport goedgekeurd “over het mogelijk bestaan van een Amerikaans systeem, Echelon genaamd, voor het intercepteren van het telefoon- en faxverkeer in België”. In dit document, dat vandaag wordt besproken in de opvolgingscommissie in de Senaat en dat de redactie alvast kon inkijken, geeft de staatsveiligheid voor het eerst toe dat de dienst deelneemt aan de jaarlijkse ILETS-gesprekken.

“Tot de Belgische delegatie behoren, naast de vertegenwoordiger van de staatsveiligheid, een afgevaardigde van het ministerie van Justitie, een lid van de rijkswacht en een politieman van de Algemene Politiesteundienst”, zo meldt het vertrouwelijke rapport van het Comité I. Onderwerpen die op deze vergaderingen aan bod kwamen, zijn onder meer wettelijke intercepties buiten de nationale grenzen, het gebruik van cryptografie in telecommunicatie, nationale beleidslijnen inzake cryptografie en het intercepteren van gsm-communicatie.

Godelieve Timmermans, administrateur-generaal van de staatsveiligheid, verklaarde aan de dienst Enquêtes van het Comité I dat haar dienst “geen bijdrage levert aan deze werkzaamheden”. De afdelingscommissaris neemt volgens de administrateur-generaal enkel deel aan de vergaderingen “om op de hoogte te blijven van de functionele, technische en financiële aspecten van het intercepteren van communicatie en telecommunicatie door de inlichtingendiensten”.

Na elke vergadering schrijft de afdelingscommissaris weliswaar een verslag over de werkzaamheden die hij heeft bijgewoond. Volgens het jongste rapport van het Comité I worden die verslagen “intern verspreid”. Het Comité I wil deze verslagen nu analyseren en bepalen “wat het precieze voorwerp is van de ILETS-bijeenkomsten”. Het bestaan van ILETS werd begin dit jaar onthuld door de Britse onderzoeksjournalist Duncan Campbell, die in opdracht van het Europees Parlement een ophefmakend rapport over Echelon publiceerde.

Volgens Campbell werd ILETS door het FBI opgericht, met de bedoeling de fabrikanten van telefoonmateriaal en de operatoren van nieuwe communicatiesystemen ertoe te bewegen hun materiaal te voorzien van afluistermogelijkheden. De inlichtingendiensten van de VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en de meeste lidstaten van de Europese Unie hebben in het kader van ILETS een samenwerking opgezet. Campbell meent dat ILETS ertoe moet leiden dat het afluisteren van telecommunicatieverkeer overal ter wereld voor de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt vergemakkelijkt.

Bron » De Morgen