‘Top staatsveiligheid: zes kandidaten’

Voor de functie van administrateur-generaal van de staatsveiligheid hebben zich zes gegadigden gemeld. Het kabinet van Justitie moet de kandidaturen nu onderzoeken. Grote vraag is of de beurtrol tussen Frans- en Nederlandstaligen gerespecteerd moet blijven, nu de ontslagnemende Godelieve Timmermans haar termijn niet heeft volgemaakt.

Geïnteresseerden voor de hoogste functie bij de staatsveiligheid hadden tot maandag middernacht de tijd om zich door middel van een aangetekende brief aan minister van Justitie Marc Verwilghen officieel kandidaat te stellen. Verwilghen wenst voorlopig niets te zeggen over de selectieprocedure. Diens woordvoerder Joannes Thuy wilde gisteren niet eens namen of aantallen noemen. De staatsveiligheid legt dezelfde discretie aan de dag.

Andere bronnen bevestigden ons echter dat er zes kandidaten zijn: vier Vlamingen en twee Franstaligen. De krant La Libre Belgique meent de namen te kennen van de gegadigden. Het zou aan Vlaamse kant gaan om Patrick Buyse (de huidige nummer twee van de staatsveiligheid), Koen Dassen (kabinetschef Binnenlandse Zaken), Luc De Smet (ex-commissaris-generaal Vluchtelingen) en ene Lippens (top federale politie). De kandidaten aan Waalse kant zouden zijn Jerôme Glorie (woordvoerder crisiscentrum Binnenlandse Zaken, ex-adjunct-kabinetschef Dehaene) en Jean-Claude Leys (advocaat-generaal bij het hof van beroep in Bergen, voorheen onderzoeksrechter in Brussel en bekend van het KB Lux-dossier).

Patrick Buyse, Luc De Smet en politiefunctionaris Lippens waren gisteren niet bereikbaar voor commentaar. Hetzelfde gold voor advocaat-generaal Leys, die al een week ziek thuis zit, maar maandag weer aan de slag zou gaan. Bronnen bij het gerecht menen te weten dat Leys, in tegenstelling tot wat La Libre Belgique schrijft, helemaal niet heeft gesolliciteerd. Binnenlandse Zaken ontkende gisteren formeel de kandidatuur van kabinetschef Dassen. Jerome Glorie daarentegen gaf toe dat hij zich inderdaad kandidaat stelde voor de functie van administrateur-generaal van de staatsveiligheid.

In de schaduw van de selectieprocedure speelt nog het probleem van de beurtrol tussen Frans- en Nederlandstaligen aan de top van de staatsveiligheid. De vertrekkende Godelieve Timmermans, die ontslag nam omdat er een klimaat van wantrouwen bestond tussen haarzelf, haar adjunct Buyse en het personeel, en omdat er volgens haar te weinig middelen werden vrijgemaakt voor staatsveiligheid, was Franstalig.

Haar opvolger zou normaal gesproken een Nederlandstalige moeten zijn. Het probleem is nu dat Timmermans eerder vertrekt dan voorzien. De Franstalige beurtrol zit er met andere woorden nog niet op. Of dat argument voldoende zwaar weegt om opnieuw een Waal te benoemen, moeten minister Verwilghen en de regering beslissen.

Hierbij moet nog worden opgemerkt dat de directeur operaties van de staatsveiligheid momenteel een Nederlandstalige is. Volgens sommigen is dat, met het oog op het taalevenwicht binnen de top, een extra argument voor het benoemen van een Franstalige administrateur-generaal. Maar volgens onze bronnen zou die overweging geen rol mogen spelen. Ze bestempelen de benoeming van de directeur operaties als ‘toeval’ en louter het gevolg van anciënniteit.

Bron » De Morgen

Hof van Beroep Bergen veroordeelt Marc Dutroux tot 5 jaar cel

Het hof van beroep in Bergen heeft Marc Dutroux dinsdag tot vijf jaar cel veroordeeld. Dutroux kreeg vier jaar voor brandstichting en het oplichten van de verzekering. Het hof veroordeelde hem ook tot een jaar gevangenisstraf voor diefstal, diefstal met verzwarende omstandigheden en verduistering.

Op 11 juni jongstleden had Marc Dutroux gepleit dat hij onschuldig was, en hij beriep zich ook op de overschrijding van de redelijke termijn, vormfouten bij de inleiding van zijn beroep en huisvredebreuk.

De advocaat-generaal had daarop de gedetailleerde getuigenissen aangehaald van de personen die schade hadden opgelopen, met name de eigenaars van de wagens, het gereedschap, het sanitair materiaal en andere door Dutroux gestolen goederen. Het openbaar ministerie eiste de onmiddellijke aanhouding van Dutroux.

Bron » De Standaard

Interview met Lode Van Outrive en Karel Van Hoorebeke over politiehervorming

“25 miljoen euro kreeg de politiehervorming er laatst weer eens bij. Maar dient dat geld echt voor een betere politie? Men weet niet wat de noden zijn. En ik vraag me af of men het wel wil weten. Ze steken gewoon hun kop in het zand.”

De Leuvense professor Lode Van Outrive volgt al enkele jaren de politiehervorming. Niet alleen in ons land trouwens. Momenteel werkt hij aan een boek daarover, in het kader van een Francqui-leerstoel aan de ULB. Karel Van Hoorebeke (N-VA) heeft de SP.A-politicus gevraagd om mee te werken in een werkgroep waarin de politiehervorming wordt besproken met de politiemensen zelf – de mensen op het terrein.

“Om het boek te schrijven, heb ik verschillende voorbeelden van politiehervormingen in het buitenland onderzocht. Daaruit haalde ik 12 principes die men best volgt bij zo’n ingrijpend proces. Ons land slaagde erin om slechts één principe echt te volgen: opslag geven. Als je zo’n herstructurering doet, moet je inderdaad je mensen beter betalen, anders werken ze niet mee.”

“Maar een goede planning bijvoorbeeld – dat ontbrak helemaal. Men was constant de kar voor de paarden aan het spannen. Zo moest de inspecteur-generaal Closset bij de selectie van alle 198 zonechefs aanwezig zijn – terwijl hij op dat moment niet eens personeel had. Hij heeft manu militari een wagen, secretaresse en chauffeur moeten stelen bij de rijkswacht – anders had hij niets.”

“Normaal was de politiehervorming begin dit jaar afgerond. Weet u dat er op mijn bureau een dikke stapel circulaires en koninklijke besluiten ligt, allemaal nog gepubliceerd in de loop van dit jaar? Van haastwerk gesproken. Maar het ergste is dat men de mensen op het terrein niet heeft betrokken bij de hervorming. Men luistert niet naar hen.”

De vakbonden doen toch niets anders. 

Van Outrive: “Ze zijn bezig met de lonen en het statuut. Maar het politiewerk? Het functioneren van de hervorming? Daar zijn ze niet mee bezig.”

Van Hoorebeke: “De hervorming wordt gestuurd vanuit de politietop, maar de mensen op het terrein zijn er nauwelijks bij betrokken. Dat merken we in onze werkgroep. De mensen zijn blij om eindelijk eens over hun werk te kunnen praten.”

Van Outrive: “Blijkbaar wil men niet weten wat er op het terrein gebeurt. Zo is het gemakkelijk, hé. Hoe minder men weet, hoe beter.”

Van Hoorebeke: “En dat is nu net zo storend. Het debat rond de hervorming wordt gedomineerd door de burgemeesters die meer geld vragen. Het gaat alleen over de kostprijs – inhoudelijk wordt er niet gediscussieerd. Terwijl de lokale politieraden juist inhoudelijk zouden moeten werken – maar ik hoor dat die raden soms na een kwartiertje afgelopen zijn.”

Welke klachten horen jullie van de mensen op het terrein? 

Van Hoorebeke: “Werkelijk hallucinante verhalen zijn dat soms.”

Van Outrive: “Zoals die Limburgse zones die plots zes dagen lang vijf mensen moeten afstaan om te helpen bij de controles in Zeebrugge. Vanuit Limburg naar Zeebrugge, alsof dat geen tijdverspilling is. De federale politie trekt te pas en te onpas mensen weg uit de zones.”

Van Hoorebeke: “Ik heb het Duquesne eens gevraagd. De algemene reserve van de federale politie is 12.098 man sterk. Maar als je daar alle taken van aftrekt zoals gevangenenbewaking of de begeleiding van geldtransporten, dan rest nog 200 tot 240 man voor plotse, dringende taken. Dat is veel te weinig en dus hebben ze constant de lokale politie nodig.”

“We stellen gewoon vast dat de politie veel te hiërarchisch gestructureerd is met talloze echelons die vooral zichzelf in stand houden. Voor de basis werd onvoldoende volk overgehouden. Bovendien verloopt ook alles topdown.”

Van Outrive: “Er is geen overleg. De opdrachten komen van boven en worden uitgevoerd. Punt.”

Van Hoorebeke: “En het statuut. Misschien denkt u dat door de loonsverhogingen alles is geregeld, maar wij horen nog veel ontevredenheid over het statuut – de manier waarop de graden in mekaar zijn geschoven. Hoe sommigen nog carrièrekansen hebben en anderen haast niet.”

Wat stellen jullie voor? 

Van Hoorebeke: “Er moet dringend een onafhankelijke werkgroep met experts worden opgericht voor een evaluatie. Een commissie waar de politiemensen terechtkunnen met vragen en opmerkingen. Zo zal het debat eindelijk eens over de werking van de politie gaan en niet over de verloning. Komaan zeg. Ik hoor de VLD nu zeggen dat de politie te veel taken heeft en dat de privé een deel moet overnemen. Maar wie zegt dat de politie te veel taken heeft? Waar haalt de VLD dat?”

“Die groep experts kan rapporteren aan het parlement. Aan de commissie Binnenlandse Zaken of – nog beter – aan een parlementaire commissie voor politie. We hebben dat al eens voorgesteld – vooral omdat de commissie Binnenlandse Zaken nu overstelpt wordt met politievragen – maar dat is niet gelukt.”

Niet zo lang geleden heeft PricewaterhouseCoopers de politie doorgelicht. Dat zijn toch ook onafhankelijke experts? 

Van Outrive: “Heeft u dat rapport gelezen? Ik wel. Alle 240 bladzijden. Maar of ik er veel wijzer door geworden ben? Ik vraag me af of die buitenstaanders genoeg kennis hadden van de politie. En of je de politie wel met dezelfde maatstaven moet doorlichten als een privé-bedrijf.”

“Het hele rapport is opgesteld in het jargon van organisatiedeskundigen. Maar van een inhoudelijke beoordeling van de politie is geen sprake. Voorts lees je vooral dat PricewaterhouseCoopers veel te snel aan de opdracht is moeten beginnen. De federale politie was zich nog volop aan het organiseren toen zij binnenvielen. Het rapport staat vol met ‘waarschijnlijk’, ‘zou’ en ‘blijkbaar’ of ‘misschien’.”

“Toch heb ik ook enkele pertinente opmerkingen gelezen. Zoals het feit dat het management blijkbaar niet doorheeft dat het fuseren van twee verschillende politieculturen problematisch is. Of dat de hele hervorming op veel improvisatie rust.”

Intussen weet premier Verhofstadt toch al dat we te veel lokale politiezones hebben.

Van Outrive: “Dat is nog zoiets. De zonechefs zijn net voor vijf jaar benoemd en men gaat alweer de zoneverdeling veranderen. En een aantal zonechefs aan de kant schuiven. Dat begrijp ik niet van Brice De Ruyver (de veiligheidsexpert van premier Verhofstadt). Laat die zones toch doen. Velen werken nu al interzonaal samen. Geef die dynamiek een kans.”

“De lokale politie is vooral bang om steun te vragen aan de federale politie, bang dat die hen anders gaat domineren. Of wil men naar een situatie waarbij de federale politie het serieuze politiewerk doet en de lokale politie voor de verloren katten, de burenruzies en de kleine verkeersongevallen zorgt?”

De politiehervorming ging niet alleen daarover. Er is ook de gerechtelijke taak van de politie. Het speurwerk. 

Van Outrive: “Goed dat u daarover begint, want dat dreigt helemaal ondergesneeuwd te geraken in het politiedebat. Terwijl de politiehervorming toch vooral nodig was om het groot gerechtelijk werk beter te doen. Daar lagen de disfuncties die het mogelijk maakten dat de Bende van Nijvel of Dutroux hun gang konden gaan.”

“Maar wat is het gevolg? De federale gerechtelijke politie klaagt over onderbezetting en een onaangepast statuut met een beperking van het aantal overuren. Alsof een speurder op zijn horloge moet kijken, bang om te veel overuren te maken.”

Gaan er ongelukken gebeuren? 

Van Hoorebeke: “Neen, dat is onze boodschap niet. De politie werkt dankzij de goodwill van de mensen op het terrein en ondanks de hervorming. Maar een verbetering is er niet. Op het terrein zegt men dat het niet echt werkt.”

Van Outrive: “Maar eigenlijk wil men dat niet weten, want niemand luistert naar de mensen op het terrein.”

Van Hoorebeke: “Vandaar onze vraag naar een commissie van experts.”

Van Outrive: “En naar een echte staatssecretaris voor veiligheid.”

Van Hoorebeke: “Inderdaad. En dan hebben we het niet over een adviseur van de premier, maar over een staatssecretaris. Iemand die een nationaal veiligheidsplan opstelt en coördineert. Want zo’n plan vraagt om een integrale behandeling: met Sociale Zaken, Arbeid en natuurlijk ook Justitie en Binnenlandse Zaken.”

Bron » De Standaard | Bart Dobbelaere

Kamer brengt verjaringstermijn zwaarste misdrijven op 30 jaar

De Kamer heeft vandaag vrijwel unaniem het wetsvoorstel goedgekeurd dat de verjaringstermijn voor zeer zware misdrijven van 20 op 30 jaar brengt. De wijziging komt er om te vermijden dat het eerste misdrijf dat wordt toegeschreven aan de Bende van Nijvel zou verjaren. Er waren 123 stemmen voor en 3 onthoudingen. Op 30 september 1982 komt in Waver bij een overval op de wapenhandel van Dekaise een politieman om het leven. Het gaat om het eerste belangrijke misdrijf dat aan de Bende van Nijvel wordt toegeschreven.

Aangezien deze zaak eind september dit jaar dreigt te verjaren, trokken enkele CD&V-kamerleden – onder meer ex-voorzitter van de Bende-bis-commissie Tony Van Parys – aan de alarmbel. Zij dienden een wetsvoorstel in dat de verjaringstermijn voor niet-gecorrectionaliseerde misdrijven verdubbelt van 20 naar 40 jaar.

De meerderheid ging akkoord met het principe van een verlenging van de verjaringstermijn voor de meest zwaarwichtige misdrijven. Van een verdubbeling van de termijn wilde ze echter niet horen. Ze amendeerde de CD&V-tekst, waardoor verjaring na 30 jaar intreedt.

Normaal gezien dienden de volksvertegenwoordigers zich ook uit te spreken over de wetsvoorstellen die het onder meer voor CD&V, sp.a en N-VA moeten mogelijk maken hun nieuwe naam bij de volgende verkiezingen te gebruiken. Aangezien er ter elfder ure echter nog amendementen werden ingediend, vond de stemming niet plaats. De teksten werden terug naar de bevoegde commissie gestuurd.

Bron » De Standaard

Regering zoekt nieuwe administrateur-generaal voor de staatsveiligheid

Drie dagen na het ontslag van Godelieve Timmermans als administrateur-generaal van de staatsveiligheid (DM 6/6) werd de vacature voor de job van chef van de inlichtingendienst gepubliceerd in het staatsblad. Volgens La Libre Belgique hebben zich inmiddels al vijf kandidaten gemeld, de inschrijvingsperiode loopt nog tot 25 juni. Twee namen van kandidaten zijn inmiddels bekend: Benoît Rutten, adjunct-kabinetschef van minister van Binnenlandse Zaken Duquesne (MR), en Philippe De Koster, adjunct-kabinetschef van minister van Justitie Verwilghen (VLD).

Tegelijkertijd is een discussie opgelaaid over de vraag onder welk departement de staatsveiligheid moet ressorteren. Louis Tobback, gewezen minister van Binnenlandse Zaken en SP.A-boegbeeld, is voorstander van een overheveling van Justitie naar Binnenlandse Zaken. “Wij zijn het enige land in de hele beschaafde wereld waar men vindt dat de staatsveiligheid bij Justitie moet zitten”, verklaarde Tobback deze week in P-Magazine.

“Ook daarover ben ik nog altijd niet van gedacht veranderd: de staatsveiligheid hoort thuis bij Binnenlandse Zaken. Het is geen gerechtelijke dienst, maar een inlichtingendienst voor openbare orde. Wij zijn het enige achterlijke land dat vindt dat die nog bij Justitie moet horen. Waarom? Omdat men vroeger vond dat de ministers van Justitie over het algemeen betrouwbaarder waren en dichter bij het establishment stonden dan die van Binnenlandse Zaken. Ik spreek niet over mijn tijd, maar lang daarvoor, hé. Op Binnenlandse Zaken kon je wel eens een socialist krijgen, maar op Justitie kon je er zeker van zijn dat je betrouwbare personages had.”

PS-senatrice Anne-Marie Lizin daarentegen is hevig gekant tegen zo’n overheveling: “Wij, socialisten, wensen niet dat opnieuw het probleem van verwarring tussen politie- en inlichtingendiensten gesteld wordt.” Zij stelt voor om de staatsveiligheid onder te brengen bij de diensten van de eerste minister. Een volledige fusie van staatsveiligheid en federale politie is voor Lizin totaal onbespreekbaar, omwille van de gevaren voor de democratie van zo’n scenario. Ook het comité I, dat namens het parlement de inlichtingendiensten controleert, waarschuwt in zijn jongste jaarverslag voor het gevaar van een versmelting van politie- en inlichtingendiensten.

Bron » De Morgen