Geplaatst in

Habran geeft uitleg bij alibi voor overval Borgworm

Op het assisenproces-Habran hebben de advocaten van verdediging en beschuldigden talrijke vragen geplaatst bij de rol van Jean-Claude Tahir, die het onderzoek leidde. Marcel Habran legde uit dat hij een alibi had geconstrueerd voor de dag van de bloedige overval in Borgworm.

De verdediging trok ook de verklaringen van Lilo Scerra en Rolando Cerri, twee belangrijke aanbrengers, in twijfel. Scerra, die als eerste het stilzwijgen in het dossier doorbrak, kon volgens de speurders niet hebben deelgenomen aan de overval op het geldtransport in Borgworm, waarbij twee begeleiders vermoord werden. De rechercheurs baseerden zich daarbij op zijn gsm-gebruik.

De advocaat van Marcel Habran, meester Bovy, wees erop dat de vriendin van Scerra tien maanden voor de overval (waarbij twee doden vielen) in Borgworm een huis gehuurd en vervolgens gekocht had. De Volvo waarmee de overval gepleegd werd, werd op 5 kilometer van dat huis teruggevonden. Bovy maakt zo duidelijk dat Scerra mogelijk een grotere rol had gespeeld, die van de man die de overvallers na de feiten ophaalde.

De verdediging van Joël Schraenen bracht eveneens een piste aan die tijdens het onderzoek niet was uitgespit. Hij haalde aan dat uit het dossier blijkt dat van twee personen, Geyer en Anthemus, bekend was dat ze het terrein verkend had voor de overval in Borgworm.

Bovendien zouden zij de vermoorde crimineel Léopold Maréchal hebben ontmoet op de dag van de bloedige overval in 1998. De beschermde getuige Cerri beweert dat hij zijn informatie van Anthemus heeft. Meester Zevenne vroeg zich af of het onderzoek er voldoende rekening mee had gehouden dat hij geloofwaardige namen van andere overvallers gaf om zichzelf te beschermen.

Beschuldigde Thierry Dalem nam zelf vaak het woord en bleek het dossier goed te kennen. Hij nam notities, stelde precieze en pertinente vragen over de feiten die hem ten laste worden gelegd en bracht belangrijke nuances aan. Zo bleek de handleiding van een machinepistool die bij hem gevonden werd van zijn zoon te zijn, die militair is. De handleiding maakte deel uit van een grotere collectie. De P90-munitie die bij Dalem gevonden werd, was van een andere serie dan de munitie die in Borgworm gebruikt werd.

Na de middag legde Marcel Habran uit dat hij zich op 12 januari 1998, de ochtend van de overval in Borgworm, in Florenville, in de buurt van Aarlen, bevond. Meer zelfs, dat hij voor zichzelf bewust een alibi had geconstrueerd. Maréchal had hem toevertrouwd dat hij die dag een grote slag ging slaan op een geldtransport en Habran wist naar eigen zeggen dat later, in het onderzoek, zijn naam wellicht zou vallen. De overval, in het Luikse, vond die ochtend even voor zeven uur plaats.

Bron » De Morgen

Menu