Buslik ontkent bomaanslag en moord op Francis Zwarts

De jury van het hof van assisen in Brussel mag zelf oordelen in welke mate de argumenten van de verdediging kunnen spelen bij het bepalen van de schuld, zo luidt het tussenarrest in de assisenzaak tegen Jean-François Buslik. Voor aanvang van het proces maakte de verdediging een aantal bedenkingen bij onder meer het onderzoek en de onredelijke termijn tussen de vermeende feiten en het proces. Buslik ontkent alles.

Jean-Francois Buslik moet zich verantwoorden voor de roofmoord op geldkoerier Francis Zwarts in oktober 1982 en voor een bomaanslag op een voertuig van de Brusselse BOB een jaar eerder. Feiten waarvoor hij in 1995 bij verstek werd veroordeeld tot levenslang.

Over de overval en de moord op Zwarts zegt hij niets te weten. Wel kocht hij van Bouhouche enkele uurwerken van Cartier. Namaak, zo liet die hem verstaan. Buslik gaf er zijn vrouw eentje cadeau met Kerstmis 1984. Het is op teruggevonden foto’s van dat feestje dat speurders het uurwerk herkenden als een van de in Zaventem gestolen Cartiers. Die waren volgens experts zo exclusief dat ze niet na te maken waren.

Ook zijn betrokkenheid bij de bomaanslag een jaar eerder ontkent hij formeel. “Ik beschikte over een aantal elektronische componenten die ik in een Tandy-winkel kocht en later doorverkocht aan een zekere Jean De Knop. Meer niet”, zegt Buslik. De man is nooit geïdentificeerd, maar zijn robotfoto leek verdacht veel op Madani Bouhouche.

Tegenover zijn ondervragers gaf Buslik ooit toe dat hij de afstandsbediening voor de bom maakte, maar dat hij ervan overtuigd was dat het toestelletje diende voor de bediening van een garagepoort. Bij die aanslag vielen geen slachtoffers

Bron » Gazet van Antwerpen

Buslik heeft alibi voor moord op Zwarts

Jean-François Buslik, die voor het Brusselse hof van assisen verschijnt op verdenking van een bomaanslag op een BOB-voertuig en de roofmoord op geldkoerier Francis Zwarts begin jaren ’80, vraagt zich af waarom het gerecht nooit liet natrekken of hij in het buitenland was op het ogenblik van de overval op geldtransporteur Zwarts.

Onderzoeksrechter Hennart, een tijdlang belast met het onderzoek, moest toegeven dat dit nooit is gebeurd. “Omdat Buslik er ook nooit naar vroeg”, zo voegde hij er wat verrast aan toe. Op de derde dag van het proces kwamen nog twee andere onderzoeksrechters aan het woord die ooit in het dossier werkten.

Maar zij maakten de jury en het hof niet veel wijzer De jury wacht geen gemakkelijke taak als ze straks op de schuldvragen moeten antwoorden. Buslik werd in 1995 bij verstek veroordeeld tot levenslang. Maar niemand gelooft dat die straf wordt bevestigd.

Bron » Gazet van Antwerpen

Roofmoord op geldtransporteur opnieuw voor hof van assisen

Voor het hof van assisen van Brussel start vandaag het proces tegen Jean-François Buslik. Hij wordt beschuldigd van roofmoord op geldtransporteur Francis Zwarts, in de nacht van 25 op 26 oktober 1982. Buslik is voor die feiten al eens veroordeeld tot de doodstraf. Dat was in 1995. Buslik verscheen toen niet op het proces en werd veroordeeld “bij weerspannigheid aan de wet”. Hij was op de vlucht en bevond zich in de Verenigde Staten.

Bijna een jaar geleden leverden de VS hem uit aan België. Een assisenproces moet volgens ons strafprocesrecht worden overgedaan, als de beschuldigde niet aanwezig was en de straf niet is verjaard. Anders dan bij een correctionele procedure geldt voor een beschuldigde de verplichting om voor het assisenhof te verschijnen.

Tijdens het assisenproces in 1995 zijn twee medebeschuldigden, Madani Bouhouche en Robert Beijer, veroordeeld tot respectievelijk 20 en 14 jaar celstraf. De jury oordeelde dat ze betrokken waren bij de overval op de geldtransportwagen van Zwarts. Samen met Buslik werden ze eveneens verdacht van een bomaanslag op een voertuig van de BOB (de voormalige opsporingsbrigade van de rijkswacht), in de nacht van 11 op 12 oktober 1981. Maar de jury oordeelde dat Bouhouche en Beijer niets met die bomaanslag te maken hadden.

Volgens de aanklacht die vandaag wordt behandeld, was Buslik betrokken bij de overval op de geldtransportwagen, die 30 kilo goud, duizend goudstukken en 12 Cartier-horloges vervoerde. Veiligheidsagent Zwarts bestuurde de wagen, een VW-combi. In een tunnel onder de landingsbanen die het tarmac met de opslagplaatsen van Brucargo verbindt, werd de auto onderschept.

Getuigen hadden het over valse rijkswachters aan boord van een Ford Taunus-bestelwagen, die gestolen was en twee jaar later op de campus van de UCL in Sint-Lambrechts-Woluwe werd teruggevonden. De VW-combi en Francis Zwarts werden nooit teruggevonden. De vriendinnen van Bouhouche en Buslik werden wel opgemerkt met Cartier-horloges aan hun pols, waarvan het model – zeldzaam en moeilijk na te maken – met de gestolen horloges overeenstemde. Buslik en de voormalige rijkswachters Beijer en Bouhouche hebben altijd beweerd dat het om namaakhorloges ging.

Buslik wordt ook beschuldigd van de bomaanslag op een auto van de BOB in de Leuvensestraat in Brussel. De aanslag mislukte: de lading kwam niet volledig tot ontploffing. Buslik moest wel toegeven dat hij het ontstekingsmechanisme in elkaar knutselde. Hij beweert echter dat het om een onderdeel van een afstandsbediening van een garagepoort ging.

Hij zou het onderdeel hebben vervaardigd voor rekening van iemand die nooit werd geïdentificeerd. Aan het gerechtelijk onderzoek naar die bomaanslag werkte – ironisch genoeg – Madani Bouhouche een tijdlang mee. Speurders beschouwen Bouhouche tot vandaag als een verdachte in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, maar hebben de man nooit voor de rechter kunnen brengen.

Bron » De Standaard

Staatsveiligheid mag niet ‘proactief’ afluisteren

De staatsveiligheid krijgt voorlopig geen bevoegdheid om proactief telecommunicatie af te luisteren. Ze had dat gevraagd naar aanleiding van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september. Justitieminister Marc Verwilghen (VLD) vindt dat niet hij maar het parlement moet beslissen over het aanwenden van dat soort technieken.

Verwilghen deed zijn uitspraken over de staatsveiligheid gisteren in de gemengde kamercommissie Justitie-Binnenlandse Zaken. Daar werd onder meer gesproken over de terrorismebestrijding in België. De minister herinnerde eraan dat de wetgever (het parlement dus) zich in 1994 en 1998 ook al boog over de vraag of de staatsveiligheid proactief telefoongesprekken, etcetera zou mogen afluisteren in dit soort omstandigheden (terroristische dreiging). Beide keren werd die keuze echter niet gemaakt.

Niettemin luidt een van de opdrachten van de staatsveiligheid volgens Verwilghen ‘het inwinnen van informatie die de inwendige of uitwendige veiligheid van de staat bedreigd of zou kunnen bedreigen’. “Dat laatste wil zeggen dat de staatsveiligheid proactief moet kunnen werken en over een proactief wapen moet beschikken. De vraag is echter hoe ver dat wapen moet gaan.” Voor een antwoord op die vraag is volgens de minister een parlementair debat nodig. Dat debat kan volgens hem vrij gemakkelijk gehouden worden op basis van teksten die in 1998 werden gemaakt.

“Het debat zal zich moeten richten op een afweging van de belangen van de burgers (essentiële rechten en vrijheden zoals privacy en onaantastbaarheid van de woning) en die van de veiligheid van de staat. Dit is een aangelegenheid bij uitstek waar het parlement zijn verantwoordelijkheid moet nemen. De regering kan essentiële rechten van de burgers immers niet doorbreken zonder steun van het parlement”, aldus Verwilghen.

Ook het verzoek van de staatsveiligheid om bijkomende instrumenten (waaronder de mogelijkheid om gebruik te maken van bijzondere opsporingstechnieken) kan volgens Verwilghen niet ingewilligd worden. De oorzaak ligt volgens hem opnieuw bij het parlement. “Het werken met bijzondere politietechnieken vereist een wettelijk kader dat er nog altijd niet is.” De aanwerving van extra mensen voor de buitendiensten van de staatsveiligheid, onder andere voor het garanderen van de veiligheid tijdens EU-toppen, is volgens Verwilghen evenmin mogelijk. “Ik stel vast dat het wettelijke kader van vijfhonderd man momenteel niet is volzet. Zolang dat niet gebeurt, kan van extra aanwervingen geen sprake zijn.”

De staatsveiligheid vroeg om uitbreiding van de bevoegdheden naar aanleiding van de arrestatie van drie vermeende moslimfundamentalisten in Ukkel, medio september. Eén van de drie wordt verdacht van het beramen van aanslagen op Amerikaanse doelwitten in Europa. De arrestaties bewezen volgens de staatsveiligheid de nood aan systematische inzameling en analyse van informatie. In functie van dat eigen inlichtingenwerk werden de afgelopen jaren tachtig inspecteurs aangeworven maar niet alle vacatures werden ingevuld.

Bron » De Morgen