Het Nationaal Affront

‘Op een gegeven moment hadden we vier Front Nationals. We konden zelf niet meer volgen wie van welk FN was overgestapt naar welk.’ Terugblik op het Belgische Front National, en waarom Marine Le Pen het bestaan ervan onlangs door de rechter liet verbieden.

Partijleider Daniel Féret was ontroostbaar, zo merkte Francis Detraux. Hij zat in een hoekje in een rokerige bistro in Namen voor zich uit te staren. “Hij was triest, heel triest.” Het was zondagavond 13 juni 2003. Het Front National had in Franstalig België 8 procent gehaald. Tot ieders verbijstering was de extreemrechtse partij over de kiesdrempel gesprongen, iets wat regeringspartij Agalev niet was gelukt. In Charleroi piekte het FN naar 16,9, in La Louvière naar 11 en in Bergen naar 10,9 procent.

Francis Detraux, mazoutverdeler, was zingend naar de bistro gereden – hij verwachtte een feest. Met bloemen, toespraken en gebalde vuisten. Hij had zichzelf bekeken in zijn achteruitkijkspiegel. “Senator.” Hij was senator, en dat was dan niet eens het meest opwindende nieuws op deze verkiezingsavond. Doordat het FN, anders dan N-VA, verkozenen had in Kamer én Senaat verwierf de partij recht op partijfinanciering, 640.000 euro per jaar.

Francis Detraux: “Mijn vrouw Jacqueline had veertien jaar lang alle electorale administratie geregeld voor het FN. Zij deed dat goed. Documenten opvragen, handtekeningen verzamelen, zien dat alles op tijd op de post ging. In Wallonië is het cordon sanitaire absoluut. Niemand zal je helpen en telkens wanneer we onze lijsten indienden, stond er een legioen ambtenaren klaar om onze lijst vanwege de kleinste administratieve fout te weigeren. Andere partijen hadden hier een secretariaat voor, wij een keukentafel. En nu, dachten we, zou alles veranderen. De dotatie zou ons toelaten personeel aan te werven, een echte partij te worden. Ik had dus verwacht dat Daniel Féret blij zou zijn, dat er misschien een vat van af zou kunnen. Maar neen, hij zat daar te wenen.”

De monsterscore van het FN in 2003 kwam er zonder dat een van haar kandidaten ook maar een halve seconde op tv was geweest. Het FN was door de Franstalige media consequent doodgezwegen. Er was geen campagne gevoerd, behalve het beplakken van enkele muren met affiches. De ware campagne was op de in Franstalig België massaal bekeken Franse tv gevoerd door Jean-Marie Le Pen, die bij de Franse presidentsverkiezingen naar de tweede ronde was doorgestoten met 16,4 procent. Dat dit alles zich in Parijs afspeelde, ver weg van België, was de Waalse FN-kiezer geen zorg. Men was malcontent, men stemde Le Pen – pardon FN.

Nu Marine Le Pen het nog beter doet dan haar vader ooit, doet de geschiedenis was ze altijd doet. Zich herhalen. In Charleroi, La Louvière en Bergen worden het FN scores tot 10 procent en meer voorgespiegeld. Tenminste, als er straks een partij met de naam FN opkomt bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het gebruik van de naam Front National, de afkorting FN en het logo met de tricolore vlam zijn sinds 15 maart van dit jaar door het hof van beroep in Luik verboden. Wie een kieslijst neerlegt die naar het aanvoelen van de rechter lijkt op die van de Franse grote broer riskeert een dwangsom van 10.000 euro per dag en per inbreuk.

“Op verzoek van Marine Le Pen”, zegt haar Belgische advocaat Ghislain Dubois. “We zijn in 2007 gaan procederen tegen al wie in België nog pretendeert het FN te vertegenwoordigen. Mijn cliënte heeft alle hoop opgegeven dat er in België ooit nog iemand namens het FN zal opstaan die geen neonazi is, negationist, of oplichter. Sorry, maar zo is het nu eenmaal.” De advocaat heeft de handen vol. Naast het Front National zelf deden de partijen met deze namen de voorbije jaren een gooi naar de gunst van de kiezer: Force Nationale (FN), Front Nouveau de Belgique (FNB), Forces Nouvelles Belges (FNB), Front National Bloc Belge (FNBB), Front National Féminin (FNJ), Front Nationaliste (FN), Front Nationaliste Populaire (FNP), Forces Nouvelles (FN), Fédération des Nationalistes Wallons (FNW), Fédération des Nationalistes Populaires Bruxellois (FNPB) en Front National Plus (FN+).

“Ze komen van alle kanten”, zucht Dubois. “Maar ik blijf procederen. Zowel de vorige minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) als de huidige, Joëlle Milquet (cdH), hebben de voorzitters van alle kiesbureaus er per brief op gewezen dat de afkorting FN of iets wat daarop lijkt niet meer mag worden gebruikt. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen wou Marine Le Pen haar imago zuiveren. Zij wou iets propers creëren. Ze wil niet dat het FN nog langer wordt geassocieerd met louche figuren. Het resultaat van zondag lijkt haar gelijk aan te tonen.”

Michel Delacroix werd in 2003 gecoöpteerd als tweede senator voor het FN. De man is advocaat, en blind. Hij was jarenlang een vertrouweling van SS’er-oorlogsmisdadiger Léon Degrelle. Hij stichtte in 2003 de vzw Financement Front National, een wettelijke noodzaak om jaarlijks 640.000 euro op de rekening te krijgen. “Féret heeft al het geld naar eigen rekeningen doorgesluisd”, zegt Delacroix nu. “Hij heeft er eerst een villa mee gekocht aan de rand van het Zoniënwoud, en daarna eentje in Cap d’Agde aan de Côte d’Azur.

Tussendoor heeft hij kans gezien de vzw op te zadelen met een schuld die onlangs is becijferd op meer dan een miljoen euro. Er loopt nu een rechtszaak, maar Féret laat zich in België niet meer zien. U zou kunnen stellen dat wij niet langer vrienden zijn.” Het gerechtelijk onderzoek maakte duidelijk dat Féret 27 jaar lang zijn eigen partijkas leegroofde. Hij belegde in vastgoed, in Brussel en in Texas. Maar dat is niet eens de reden waarom Marine Le Pen zich distantiëert van het Belgische FN. “Féret had de gave om keien te doen vechten”, merkt Francis Detraux op. “Op een bepaald ogenblik hadden we vier Front Nationals. We konden zelf niet meer volgen wie van welk FN was overgestapt naar welk.”

De wereld maakte kennis met Jean-Marie Le Pen op 17 juni 1984. Hij werd die dag tot veler afschuw verkozen in het Europees Parlement. De wereld wist niet hoe te reageren op de man met de ooglap, die de holocaust zou omschrijven als “een detail in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog”. Ook België had in die tijd zijn Le Pen. De naam was Roger Nols, hij was burgemeester van Schaarbeek en had twee strijdpunten: allochtonen wegpesten uit zijn gemeente en daarna hetzelfde doen met zoveel mogelijk Nederlandstaligen.

De rechtse populist, eerder actief bij het FDF, had in 1984 een plaats gekregen op de Europese lijst van de Franstalige liberalen (PRL). Nols voerde campagne met de slogan: ‘Laat de crisis die ons dag na dag verarmt toe om verder de last te dragen van een nutteloos en gevaarlijk geworden immigratie?’ Het resultaat: 100.000 voorkeurstemmen. Even leek er iets moois te bloeien tussen Le Pen en Nols. Le Pen, tot dan toe wereldwijd gemeden als een leproos, kreeg zijn eerste uitnodiging voor een buitenlandse lezing. Hij werd op 28 september 1984 plechtig ontvangen in Schaarbeek, in een zaaltje boven het gemeentelijk zwembad Neptunium.

Vooraf moest worden ingeschreven en 1.500 frank neergeteld (37,5 euro, een fortuin naar de normen van die tijd). Maar zo was Franstalig extreemrechts, toen: baronnen, ridders, goedgemanierde katholieke denkers. Extreemrechts zat ingekapseld in denktanken bij twee klassieke partijen: het Cepic van de enigmatische baron Benoît de Bonvoisin bij de christendemocraten, UDRT bij de liberalen. Mazoutverdelers kwam je in die kringen niet tegen.

Nols, op het matje geroepen door de PRL-top, liet zich op de avond van het bezoek van Le Pen verontschuldigen. Wel aanwezig was de toen 39-jarige Daniel Féret. Hij was arts, en tot enkele jaren daarvoor actief ter rechterzijde van de PLP, zoals de liberale partij eerst heette. In 1974 stond hij vierde op de PLP-lijst bij de parlementsverkiezingen in Brussel. Nu wist de arts de grote Le Pen te overtuigen. “Voorzover ik weet”, zegt advocaat Dubois, “beschouwt mijnheer Le Pen dit gesprek als een van zijn grootste vergissingen ooit”.

In mei 1984 sticht Féret het Belgische FN. Hij benoemt zichzelf tot voorzitter voor het leven, laat de lidmaatschapsgelden binnenstromen en vestigt het partijhoofdkwartier in zijn eigen artsenpraktijk in Brussel. Pas later komt aan het licht hoe hij maandelijks 130.000 frank, omgerekend 3.250 euro, naar zijn privérekening doorsluist: ‘Huur partijhoofdkwartier’. Féret, zeggen mensen die hem kennen, lijdt aan geldverslaving. “Zijn probleem was geld”, zegt Delacroix. “Hij kon gewoon niet met geld omgaan.” Met mensen ook al niet. Het zijn Daniel Féret en zijn humeur van het moment die over de plaatsen op de kieslijsten gaan.

De casting van FN-lijsttrekkers lijkt gelijkenissen te vertonen met die waarin de makers van de komische BBC-reeks ‘Allo ‘Allo op zoek moesten naar acteurs die een karikatuur van een nazi konden neerzetten. In januari 1995 is er het eerste incident in wat een lange reeks zal worden. Nadine Lemmens, kersvers verkozen gemeenteraadslid voor het FN in Anderlecht, legt de eed af met een Hitlergroet. Het volgende witte konijn is Daniel Leskens, licht mentaal achtergesteld. Van hem duiken daags na zijn verkiezing video-opnamen op die laten zien hoe hij tijdens een bijeenkomst van oud-SS’ers in Duitsland staat te urineren op een joods massagraf.

In Bergen is de lijsttrekker in 1994 ene Alfred Dartevelle, van wie na zijn verkiezing in de gemeenteraad blijkt dat hij een ex-Oostfronter is die na de oorlog zijn politieke en burgerlijke rechten levenslang had verspeeld. Daniel Féret zelf is in 1987 door het hof van beroep in Bergen veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor het verschaffen van een vals alibi aan een gangster die een bank had overvallen. Hij schreef ‘m een vals ziektebriefje en werd uit zijn politieke rechten ontzet.

Geen probleem: als het FN in 1995 – andermaal enkel dankzij Le Pen – twee verkozenen mag afvaardigen naar de Kamer is een van hen Hughes Waillez. Hij is de dan 26-jarige schoonzoon van Féret. Een volgend wit konijn, nu op de lijst voor het Brussels parlement, is Audrey Rorive. Zij is de levensgezellin van Féret. “Toen hij in 1995 zijn burgerrechten terugkreeg en eindelijk ook zelf op een lijst mocht gaan staan, koos hij meteen voor de beste”, zegt Delacroix. “Hij liet zich verkiezen in het Europees Parlement. Dat betaalde beter.”

Francis Detraux herinnert zich vooral de ruzies, en hoe Féret daarvan scheen te genieten, scheen aan te sturen op altijd maar nog meer ruzie. “De drukker die niet werd betaald. Iemand die uit de partij werd gezet. Iemand die jarenlang niet was ingeschreven bij de RSZ. Elke dag wat. Als je erop terugblikt, moet je concluderen: wie het FN te gronde had willen richten, had niet efficiënter kunnen zijn dan Féret. En ik blijf zitten met dat beeld in die bistro in Namen.”

In 2005 klopt Daniel Féret aan bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) in Den Haag. In zijn aktentas zit een bundeltje documenten waarmee hij ten persoonlijke titel een merk wil laten beschermen. Het merk is ‘Front National’, afgekort FN. Ook het logo, de tricolore vlam in zwart-geel-rood, moet worden beschermd. “Hij heeft daar vooraf met helemaal niemand over gesproken”, zegt advocaat Michel Delacroix.

“Niet met ons, het partijkader, en ook niet met Jean-Marie of Marine Le Pen. Die deponering is de doodsteek geweest voor het FN. Van die paar mensen die er in 2005 nog waren, is de helft inmiddels gestorven en de andere helft gedegouteerd.” De diefstal van het merk, zegt advocaat Ghislain Dubois, “was voor mijn cliënte de druppel”. Lang daarvoor al, op 3 oktober 2003, had het secretariaat van vader Le Pen een standaardbrief klaar voor al wie klaarheid wenste over zijn relaties met FN België: “Ik wijs u erop dat het Front National België in geen enkel geval kan bogen op wat voor steun ook van de beweging die ik leid, en dat wij er geen enkel contact mee hebben.” Getekend, Jean-Marie Le Pen.

“De deponering van het merk FN was pure provocatie”, zegt Dubois. “Féret moet hebben geweten dat een reactie niet zou uitblijven.” Waarom deed Daniel Féret dit allemaal? Het antwoord, zeggen enkele ex-FN-kopstukken, is terug te vinden in het mysterieuze A4’tje met de hoofding Cabinet du Vice-Premier Ministre. Het A4’tje voert ons terug naar begin 1986, naar de jaren van lood. Het zijn tijden van koude oorlog, Bende van Nijvel en CCC.

De minister van Justitie in die dagen is Jean Gol van de PRL. De – joodse – politicus is binnen zijn partij voorop gegaan in de strijd tegen Roger Nols. Het A4’tje is een kopie van een confidentiële nota van de hand van Nicolas de Kerckhove d’Ousselghem, de kabinetschef van Gol als vicepremier. Hij maakt melding van een lunch met Albert Raes, het hoofd van de Belgische Staatsveiligheid, enkele dagen eerder. Raes en de Kerckhove d’Ousselghem kennen elkaar al lang. Zij zien elkaar als trouwe civil servants van het koninkrijk België, beëdigd om het te vrijwaren voor vijandelijkheden.

De nota aan minister Gol, woordelijk:

“Ik heb met Albert Raes geluncht in La Maison de Cygne en heb hem mondeling uw instructies overgemaakt. Het dossier over de belanghebbende is zeer stevig. De SDRA en de BOB (de inlichtingendienst van het leger en de recherche bij de rijkswacht, DDC) zijn zeer coöperatief geweest, evenals de Fransen. Omkoopbaarheid en een gebrek aan moraliteit gaan hand in hand met onvoorzichtigheid: de realiteit overtreft de fictie. Meer dan voldoende om elk redelijk mens in het gareel te houden. De operatie zal nochtans geen sinecure zijn: de betrokkene is moeilijk in toom te houden.”

“Albert Raes bevestigt dat hij gestoord is, onvoorspelbaar, inconsequent, egocentrisch, megalo-mythomaan en zonder enige twijfel masochist. Het probleem is niet dat hij niet zou doen wat hij moet, integendeel, hij doet spontaan te veel. Het zou gevaarlijk kunnen zijn om hem op zijn plaats te houden: er zullen interventies in alle mogelijke richtingen nodig zijn om hem te grote problemen te besparen. Het schijnt nu al goed uit de hand te lopen. Albert Raes blijft er evenwel van overtuigd dat we, zolang we betrokkene kunnen gebruiken, niks beters zullen hebben om de nevel die u zorgen baart, te neutraliseren.”

De nota is authentiek, daar is geen discussie over. Ze is enkele jaren geleden onderzocht door het speurdersteam dat verder zoekt naar de Bende van Nijvel. De nota werd in 1997 geopenbaard door baron de Bonvoisin, tijdens een van zijn vele rechtszaken tegen Albert Raes, de in 1997 met pensioen gegane baas van de Staatsveiligheid. Volgens de Bonvoisin, en ook oud-VRT-journalist Guy Bouten in zijn boek De Bende van Nijvel (2008), laat de nota zien hoe, tijdens een lunch in een restaurant op de Brusselse Grote Markt, de Belgische machthebbers van weleer zich vrolijk zaten te maken over de Bende van Nijvel. De nota, zo willen sommigen doen geloven, levert het bewijs dat de Bende van Nijvel een creatie is van de toenmalige regering-Martens. In 2006 trachtte ook het weekblad P-Magazine zijn lezers daarvan te overtuigen.

De nota laat inderdaad zien dat de Staatsveiligheid ergens een organisatie is geïnfiltreerd, dat de mol daar de boel in de war aan het sturen is en “moeilijk in toom te houden” is. De mol, staat er, is “omkoopbaar”, “inconsequent” en “zonder enige twijfel masochist”. Om het beoogde doel te bereiken is medewerking verkregen van “de Fransen”. Linksboven de nota staat: ‘AD, copie à FX de Donnéa avec mes compliments.’ AD, een bijkomende geadresseerde, is meer dan waarschijnlijk wijlen Antoine Duquesne, de latere minister van Binnenlandse Zaken en in die tijd kabinetschef op een liberaal kabinet.

Duquesne staat in 1986 vooral bekend als een van de heftigste tegenstanders van de komst van Roger Nols naar de PRL. François-Xavier de Donnéa (PRL) is in die tijd minister van Landsverdediging, en meer nog dan Duquesne bevechter van de strekking-Nols. Onderaan de nota worden nog twee extra geadresseerden vermeld: Victor Bricout, Gols kabinetschef op Justitie, en rijkswachtkolonel Luc Closset. Dat zijn wel érg veel mensen voor een complot dat, dixit sommigen, de Bende van Nijvel (28 doden) moet toedekken.

Opvallend: alle geadresseerden van de nota, op kolonel Closset (PS) na, behoren tot dezelfde politieke familie, de PRL. Ze zijn allen in de jaren daarvoor openlijk en oprecht bekommerd geweest over wat het effect zou kunnen zijn van een Belgische Jean-Marie Le Pen, of een FN, op de stabiliteit in dit land en hun partij, de PRL. Het originele exemplaar van het A4’tje, een document van het soort waarvan je zou verwachten dat het nooit de openbaarheid zou kunnen halen, vermeldt een faxnummer en een datum van verzending.

De datum is 9 september 1995, de fax is verstuurd vanop het kantoor van Hughes Waillez, de rond die tijd nog maar net als Kamerlid ingezworen schoonzoon van Daniel Féret. “De man die door Albert Raes is beschreven als niet in toom te houden, dat is hij, Féret”, zegt een ex-FN-kopstuk. “De hele toenmalige partijtop weet dat. Féret heeft dat A4’tje ooit nog zelf verstuurd. Hij wou indruk maken op iemand.” Michel Delacroix: “Ik heb dat document gezien, ja. Ik weet niet wat te denken.” Francis Detraux: “Dit document verklaart alles.”

Weten, of veronderstellen, dat je geflikt bent door ‘het Systeem’ geeft de burger toch weer moed. Michel Delacroix: “Volgens wat ik hoor, zijn ze her en der in Henegouwen aan het broeden op plannen om toch een FN-lijst neer te leggen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Je kunt je afvragen: kan een politieke overtuiging aan banden worden gelegd door een merkenbureau, dat normaliter toch geacht wordt te gaan over vrije handel? Als ik morgen een beweging wil starten waarvan de kernwoorden zich laten vatten in Force Neutrale, afgekort FN, op welke gronden gaat men mij dat verbieden? Kunt u zich voorstellen dat François Hollande opeens Elio Di Rupo voor de rechtbank zou slepen om een verbod te eisen op de naam PS? Of op de vuist en de roos? Neem van mij aan dat het Luikse arrest zal worden aangevochten bij het Hof van Cassatie. Men zal moeten erkennen dat dit arrest in strijd is met de vrijemeningsuiting.”

Francis Detraux gaat het bij de gemeenteraadsverkiezingen in enkele Waalse steden en provincies proberen als DN. DN, als in Democratie Nationale. En daaronder de slagzin ‘het vroegere FN’. Een D of een F, wat maakt het uit? Bij DN zitten enkele vroegere FN-kopstukken, zoals gewezen FN-Kamerlid Patrick Cocriamont, de mentor van gravenbeplasser Daniel Leskens. “Wij moeten het vooral hebben van ons programma”, zegt Detraux. “Maar als mensen denken dat ze via ons Marine Le Pen steunen, tja. Dan is dat natuurlijk niet erg.”

Bron » De Morgen

Politie kan huur niet betalen

Verschillende lokale politiezones hebben samen meer dan 1 miljoen euro huurachterstand. In totaal kampen 33 politiezones met schulden uit de afgelopen vijf jaar. Met bijna 378.000 euro aan schulden is de politiezone Boraine, vlakbij Bergen, de grootste wanbetaler.

Andere zones met een pak achterstand zijn Oostende (183.687 euro), Schaarbeek-Sint-Joost-ten-Node/Evere (95.027 euro) en de politiezone rond Aarlen (46.675 euro), zo schrijft De Standaard.

De oorzaak van de achterstand is de bijzonder complexe huurregeling. Alles begint bij de politiehervorming van begin jaren 2000. Daardoor hadden de kazernes plots geen officiële eigenaar meer. De Regie der Gebouwen dokterde daarop een erg complex systeem uit.

De korpsen konden kiezen of ze eigenaar wilden worden van hun kazernes. De korpsen die een kazerne huren, zijn volgens de Regie benadeeld ten opzichte van kazerne-eigenaars. Ter compensatie krijgen ze daarvoor overheidsgeld.

Eén politiezone trok naar de Raad van State om de ingewikkelde regeling aan te vechten. Die oordeelde dat er geen wettelijke basis voor bestond. Door dat hiaat in de wet bleven de huurfacturen een tijd lang liggen. De schulden bij de zones stapelden zich op. Pas sinds kort kunnen ze die mondjesmaat terugbetalen.

Bron » Knack

Turtelboom wil tegen 2014 kruispuntbank justitie

Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) wil werk maken van een strategisch plan om justitie te informatiseren. Tegen 2014 moeten via de kruispuntbank ‘JustX’ alle gegevens over rechtszaken elektronisch verzameld en aan elkaar gekoppeld worden.

Centraal in Turtelbooms informatiseringsplannen, staat ‘JustX’, een kruispuntbank waar alle gegevens elektronisch verzameld en aan elkaar gekoppeld worden Magistraten moeten er tegen 2014 alle pv’s, bewijsstukken van onderzoeksrechters, conclusies van advocaten, vonnissen en uitvoeringsbesluiten voor de gevangenissen in één elektronisch dossier kunnen raadplegen.

De informatisering moet er stap voor stap komen en zal gaan via proefprojecten. “Op die manier moet iedereen op het terrein overtuigd worden”, benadrukt Turtelboom woensdag in De Morgen. Voorbeelden zijn de kruispuntbank Sociale Zekerheid of het eHealthsysteem van Volksgezondheid.

Aangezien er wordt gewerkt met bestaande technologieën, waarvan de overheid de contracten al onderhandeld heeft, moeten geen nieuwe overheidsaanbestedingen gelanceerd worden. Dit jaar wordt 2 miljoen euro voor de kruispuntbank uitgetrokken. Volgend jaar 2,2 miljoen.

Bron » De Standaard

Bertrand Sassoye (ex-CCC) buiten vervolging gesteld voor terrorisme

De Brusselse raadkamer heeft oud-CCC-kopstuk en drie anderen buiten vervolging gesteld voor terrorisme. De vier werden er door het federaal parket verdacht van deelname aan de activiteiten van een terroristische groep, maar de raadkamer ziet daar geen aanwijzingen voor.

De CCC (Cellules Communistes Combattantes) was een extreemlinkse terreurgroep die in 1984 en 1985 aanslagen pleegde in België. Ook al kondigde het vaak haar aanslagen aan, toch kwamen bij een aanslag twee brandweermannen om.

Het viertal is wel doorverwezen naar de correctionele rechtbank voor poging tot valsheid in geschrifte. Sassoye, RTBF-journaliste Wahoub Fayoumi, ex-gangster Constant Hormans en de Libanees Abdallah Ibrahim Abdallah worden er door het federaal parket van verdacht te hebben deelgenomen aan de activiteiten van de Italiaanse Partito Comunista Politico-Militare (PCPM).

Bij huiszoekingen in Italië bij leden van die organisatie werden pasfoto’s van het viertal aangetroffen met post-its met het handschrift van Sassoye. Die vondst gaf de aanleiding voor een onderzoek door het federaal parket en een kortstondige aanhouding van de vier in 2008. De Brusselse raadkamer heeft nu beslist dat er te weinig aanwijzingen zijn om de vier te vervolgen voor terrorisme.

“De raadkamer oordeelt dat de loutere sympathie voor een organisatie waarvan één van de takken zich met de gewapende strijd zou bezighouden, niet voldoende is om als deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering te worden beschouwd”, zegt meester Alexis Deswaef, de advocaat van Constant Hormans.

De vier moeten zich voor de correctionele rechtbank wel verantwoorden voor poging tot valsheid in geschrifte en Sassoye voor het bezit van een toestel dat gsm-communicatie kan verstoren. Het federaal parket heeft wel 15 dagen tijd om in beroep te gaan.

Bron » Knack

Van 27 naar 12 gerechtelijke arrondissementen

Het kernkabinet heeft het licht op groen gezet voor een hervorming van het gerechtelijk landschap. Ze houdt in dat het aantal gerechtelijke arrondissementen daalt van de huidige 27 naar twaalf. Die vallen samen met de tien provincies, Eupen en Brussel. Er is ook sprake van een subarrondissement in Henegouwen, waar Charleroi een eigen procureur des konings krijgt.

Over de hervorming van het gerechtelijk landschap is veel inkt gevloeid. Ook voormalig minister van Justitie Stefaan De Clerck wilde minder gerechtelijke arrondissementen. Het regeerakkoord van de ploeg-Di Rupo voorziet in de vermindering met minstens de helft.

Vandaag schaarden de federale topministers zich achter voorstel van huidig minister Annemie Turtelboom om twaalf van de huidige 27 gerechtelijke arrondissementen over te houden.

De arrondissementen zullen samenvallen met de tien provincies, maar om rekening te houden met de eigenheden van Brussel en Eupen vormen beide eveneens een apart arrondissement. In Henegouwen komt er een subarrondissement.

Door de hervorming zou het nieuwe arrondissement immers samenvallen met het rechtsgebied, waardoor er slechts een procureur-generaal en een procureur des konings zouden zijn. In het nieuwe landschap krijgt ook Charleroi een procureur des konings.

Ondanks de wijziging van de organisatiestructuur blijven de bestaande zittingsplaatsen behouden. Dat moet de nabijheid van de rechtsbedeling garanderen. Een van de verhoopte voordelen van de nieuwe organisatie is dat de gerechtelijke achterstand sneller kan worden weggewerkt, als gevolg van een efficiëntere inzet van de middelen.

Bron » De Morgen

Kernkabinet keurt hervormingsplan Justitie goed

Er komen minder maar wel grotere gerechtelijke arrondissementen. Premier Di Rupo en zijn topministers hebben een voorstel van minister Turtelboom hierover goedgekeurd. Nu zijn er 27 gerechtelijke arrondissementen in ons land. Op termijn worden dat er twaalf. Dat moet de werking van het gerecht in ons land vlotter en efficiënter maken.

Van 27 naar 12 arrondissementen: dat was het hervormingsplan dat minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) vandaag op het kernkabinet verdedigde. Met dat plan duikt minister Turtelboom juist onder de vooropgestelde halvering van de arrondissementen die was opgenomen in het regeerakkoord. Het kernkabinet heeft het hervormingsplan nu dus aangenomen.

Er komt één arrondissement per provincie. Het Brusselse Gewest en het Duitstalige Eupen krijgen ook nog eens een eigen arrondissement. De teller komt daarmee op twaalf. In Henegouwen komt er een subarrondissement. Door de hervorming zou het nieuwe arrondissement immers samenvallen met het rechtsgebied, waardoor er slechts een procureur-generaal en een procureur des konings zouden zijn. In het nieuwe landschap krijgt ook Charleroi een procureur des konings.

Met de nieuwe herverdeling zullen magistraten beter kunnen samenwerken en zich beter kunnen specialiseren. Voor de burgers verandert er weinig. De bestaande gerechtsgebouwen blijven waar ze zijn. Toch vindt men in de verschillende provincies dat de spanwijdte nu al te groot wordt.

Voor de burger zal er volgens de nota-Turtelboom weinig veranderen. De zittingsplaatsen van vrede- en politierechters, rechtbanken van eerste aanleg of koophandel blijven ongewijzigd. Wie in de toekomst een huurgeschil wil aanvechten, moet dus niet plots een dagtocht naar de provinciehoofdstad ondernemen.

Het personeel van de rechtbanken zullen de hervorming dan weer wel duidelijk voelen. In plaats van vier parketten, rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken enzovoort, zal de provincie West-Vlaanderen er straks nog maar één tellen.

Idem voor Oost-Vlaanderen, waar de ‘manager’ of voorzitter liefst 151 magistraten onder zijn hoede krijgt, die momenteel nog verdeeld zitten over Gent, Dendermonde en Oudenaarde. De korpsoverste zal hoe dan ook zijn hele provincie moeten doorkruisen, van Hasselt tot Tongeren of van Turnhout tot Mechelen.

Rechters die niet in één welbepaalde plaats benoemd zijn, zullen inzetbaar moeten zijn in de hele provincie. Een Henegouwse vrederechter die van de ene dag op de andere anderhalf uur lang van Chimay naar Doornik moet rijden, zal dat niet altijd met de glimlach doen.

Bron » De Standaard

Bruno Bulthé: “Kleine criminaliteit bestaat niet”

Hij zoekt zelden de openbaarheid, maar na de doodslag op MIVB-inspecteur Iliaz Tahiraj moest het er uit. “Spuugzat” is Bruno Bulthé het gratuite geweld in de hoofdstad. “Ik beleef het als een falen dat we onze dienstverleners niet kunnen beschermen. En falen, daar kan ik niet mee om.” Een portretgesprek.

Het is niet omdat hij publieke optredens schuwt dat hij als magistraat niet op straat komt. Integendeel. U kunt hem over de middag wel eens treffen in een volkscafé in de Marollen. Hij mag er graag zijn boterhammetjes in een kom soep soppen. En het ‘afstappen’, zoals hij vorig weekend deed op de plek die Iliaz Tahiraj fataal werd, is hij ook nog niet helemaal verleerd, hoewel hij al vijf jaar onderzoeksrechter af is.

Ik heb ze altijd willen begrijpen, zowel de daders als de slachtoffers.” Enkele jaren geleden deed hij op eigen houtje de postronde over van een man die zich na pesterijen op het werk van het leven had beroofd. Postbodes, agenten, brandweerlui, buschauffeurs, ambulanciers: ze verdienen respect, geen beschimpingen, vuistslagen of kogels. “Ik kan daar slecht tegen”, zegt hij.

In de jaren negentig bouwde Bruno Bulthé zich een reputatie op met het verontrusten van hoge ambtenaren, ministers en partijvoorzitters. En een kardinaal, want Bulthé ging in 1997 Wim De Troy al voor met een huiszoeking in Mechelen. Ook hij was op zoek naar sporen van schuldig verzuim in de zaak van een pedofiele pastoor. Hij boog zich over dossiers van partijfinanciering en miljoenenfraude. De 400.000 pagina’s van het dossier-Beaulieu zijn zijn werk. Of dan toch van ‘zijn’ speurdersteam Cel 427. En hij nam er ook nog eens de Roze Balletten tussen. Ja, u herkende hem al van ver: Bulthé is de boertige onderzoeksrechter Willy De Decker in de trilogie Het Goddelijke Monster van Tom Lanoye.

“Ik heb het niet gezien, ik kijk geen televisie. Maar ik boertig? Ik ben een beleefd man, meneer. Alleen als het moet, kan ik vrij ruw te werk gaan. Er werd mij ooit eens de toegang tot een voornaam bedrijf ontzegd. Ik zeg tegen het madammeke aan de balie: ‘Ge gaat met mij mee naar boven, naar het kantoor van uw directeur-generaal. En als meneer mij niet wil spreken, laat ik hem ophalen.’ Ik ben daar boven netjes blijven wachten. Ik heb dat altijd zonder veel cinema gedaan. It’s part of the job.”

“Och, die reputatie.” Zwierig opent hij de kamerbrede wandkast in zijn kantoor en toont ons een collectie schaalmodellen van auto’s en tanks. “Die tanks kreeg ik van een collega die mij Pantzer Bruno noemde.” Er staan ook doodsprentjes in de kast, onder meer van agente Kitty Van Nieuwenhuysen. En een kaars uit Rome met de beeltenis van paus Benedictus XVI. “Cadeautje van een collega die de wijding bijwoonde”, zegt hij zonder enige zweem van spot. Hij, de notoir vrijzinnige. Verder: twee petjes. Eentje met insigne ‘Cel 427’, het ander met een Sovjetster. “Dat laatste is een souvenir van een rogatoire commissie naar Rusland in de zaak-Beaulieu.”

Maar het trotst is hij op de foto’s van zijn twee jonge kinderen. “Af en toe komt de oudste hier langs en dan grist hij een van mijn modelautootjes mee”, zegt Bulthé. Hij werd enkele maanden geleden, op zijn 63ste, nog eens vader. Moeder is de ruim een kwarteeuw jongere Peggy Coppens. Ze is de griffier waarvoor Wim De Troy zijn ontslag veil had omdat hij van zijn overste niet meer met haar mocht samenwerken. Dat ‘oude’ vaderschap? Ouders kunnen lang mee, weet hij. Zijn vader werd 88, zijn moeder 91. De vader van de kinderen Tahiraj blijft voorgoed 56. Misschien speelt het mee in de pikorde der dingen van de ouder wordende magistraat. Bij fraude verdwijnt er heel veel geld, maar geen mensenleven.

“Dat is heel juist! Ik heb het allemaal gedaan, al die grote dossiers”, wuift hij ze denkbeeldig weg over het Brusselse Poelaertplein. “Maar ik ben ook altijd beroerd geweest door het publiek belang. Ik mag wel zeggen dat ik een groot inlevingsvermogen heb. En ik vergeet nooit: alles kan elkeen van ons ten allen tijde overkomen.” Bulthé is een oude vos. Vraag hem naar de Bende van Nijvel en hij begint over de treinramp in Buizingen. Wilt u van hem weten hoe het zit met het oprukkende salafisme, hij rakelt de val van het IJzeren Gordijn op. En als ik het over Boer Clerck heb, begint hij over Felix.

Felix? “Een zeventiger uit het Pajottenland. Takelde zijn vrouw toe met wat hij dacht een pijpje van marmer te zijn, maar het was van kalk. Zij overleefde het, hij moest naar de cel. Ik ging hem daar bezoeken. ‘Ze gaat met mijn kasbons lopen’, jammerde hij. En dat hij zich van kant zou maken. Ik zeg: ‘Felix jong, ge verstaat, ge hebt uw vrouw de kop willen inkloppen, ik kan u niet naar huis laten gaan. Zeker niet in zo’n dorp gelijk het uwe, ge weet hoe de mensen zijn’.”

“Ik rekende erop dat er snel alternatieve opvang voor Felix zou worden gevonden. Want zo’n cel, dat is niets voor zo’n oude man. Kort daarna krijg ik telefoon. Felix had zich van het leven beroofd. Ik zie hem na al die jaren nog altijd voor mij staan, jammerend over zijn kasbonnekes. Niet dat ik mij schuldig voel hé, meneer. Wel betrokken.”

Beroert het u meer dan het gekapseisde Beaulieu-dossier?

“(Pruttelt zachtjes) Ik zeg: dat het afloopt zoals het afloopt. Elk zijn verantwoordelijkheid. Ik ga u iets anders vertellen. Op een dag vraagt een medewerker van het parket of er geen belet is want hij is ongerust over zijn zoon die al twee dagen niets meer van zich heeft laten horen. En of ik iets meer weet? En gelijk hij daar tegenover mij zit, zoals u nu, gaat de telefoon en verneem ik dat zijn zoon dood is. Zelfmoord. Ik leg de hoorn neer, kijk de man aan en vertel het hem. Hij heeft mij bedankt. Tot de dag van zijn pensioen stonden we af en toe samen in de lift. We knikten dan beleefd en dachten aan hetzelfde. Kijk, de haartjes op mijn arm gaan er wéér rechtop van staan. Ja, dat was een moeilijk moment.”

Moeilijker dan het echtpaar De Clerck in de boeien slaan in 1997?

“Voor mij zijn dat verdachten als een ander. Ik zie liefst zo weinig mogelijk mensen voor de rechter. Hoe meer zaken opgelost kunnen worden via herstelbemiddeling, hoe beter. Een aanhouding is ingrijpend. Ik arresteerde er zo’n 100 à 110 per jaar. Je treft daarmee ook hele families, ouders en kinderen, mensen die er niets mee te maken hebben. Maar om het met Edith Piaf te zeggen: Je ne regrette rien. Ik heb relatief weinig vrijspraken gekend. Ik ga er dus van uit dat ik er dan toch niet zo veel naast heb gezeten.”

In de zaak-Beaulieu …

“Men spreekt altijd over de zaak-Beaulieu, maar in veel andere belangrijke financiële dossiers zijn er minnelijke schikkingen. Daarmee geef je ook een juridische oplossing aan een probleem, het is zoals strafbemiddeling ook een manier om een dossier af te ronden.”

Het is geen échec?

“Ik ervaar dat nooit als een échec. Misschien had het anders kunnen lopen, maar er is in dat dossier veel werk verzet. Grondig, misschien te grondig naar de zin van sommigen. Mais les états d’âme des autres ne me regardent pas.”

Vorige maand gloorde er weer even hoop in het dossier van de Bende van Nijvel.

“Ik spreek niet graag over dossiers die de mijne niet zijn. Ik weet wel dat niets zo prangend is als de onzekerheid. Mensen willen weten. We zijn er om inbreuken en misdrijven op te sporen en te vervolgen. Maar los van de juridische afhandeling zijn we het slachtoffer vooral de waarheid verschuldigd. Ik beschouw dat ook als een sociale opdracht. Het is tasten en zoeken. Wij lopen ook dikwijls de werkelijkheid achterna.”

De dood van Iliaz Tahiraj of Kitty Van Nieuwenhuysen ervaart u zonder meer als een mislukking?

“Ja. Het is onze verdomde plicht om mensen die ten dienste staan van de maatschappij extra te beschermen. Als we daar niet in slagen, beleef ik dat persoonlijk als een falen. En falen, daar kan ik niet mee om. Vandaar dat ik zo emotioneel reageerde wellicht. Ik ben van nature nogal impulsief. Ik heb in mijn jonge jaren niet voor niets judo gedaan en rugby gespeeld. Intussen probeer ik zoveel mogelijk rationeel te zijn. Maar nu was ik het toch spuugzat. Hier werd een grens overschreden. Ik ben tegen elk geweld, zowel ten aanzien van personen als goederen.”

Het was een zwaar geval van verkeersagressie. U zou ook kunnen zeggen: dat gebeurt in een grootstad. Zoals burgemeester Philippe Moureaux en Freddy Thielemans het vorig jaar over ‘faits divers’ hadden.

“”(Gestoken) Er bestaan geen faits divers. Kleine criminaliteit? Ken ik niet. De bobonne die 5.000 euro aan kasbons kwijt is, voor haar is dat een zaak van levensbelang. Zij heeft er geen boodschap aan dat ik bezig ben met een grote zaak. Wat is er banaal aan een sacochendief? De dame die het slachtoffer wordt, houdt er behalve een ontwrichte schouder ook angst om buiten te komen aan over. Het vermindert de levenskwaliteit en zelfs de levensduur van mensen. Ik duld dat niet.”

“Iedereen moet met een gerust hart door Brussel kunnen lopen”, zei u twee jaar geleden al. Maar het blijft de spuigaten uitlopen. Van de meer dan 200 agenten die na opeenvolgende incidenten de voorbije jaren werden beloofd, zijn er maar enkele tientallen gekomen.

“Dat ieder voor zijn deur veegt. Wij zijn maar een deel van de keten. Ik zou blij zijn mocht ik er hier voor mijn afscheid (zijn mandaat als procureur loopt af in 2014, red) nog kunnen voor zorgen dat we eindelijk eens op volle kracht zijn. Op papier beschik ik over 128 magistraten. In werkelijkheid zijn er 26 plaatsen permanent onbemand. Nog eens twaalf mensen werken halftijds of zijn met zwangerschapsverlof. Maar we doen wat we kunnen en ik zie zelfs beterschap.”

“Ik heb de voorbije jaren vaak rond de tafel gezeten met burgemeesters, politiekorpsen en beroepsverenigingen. Die relaties waren niet altijd de beste, maar we zijn er toch in geslaagd alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Onze hoofdbekommernis is de stadscriminaliteit. We werken nu beter samen, er is permanentie. Recent hebben we zowaar felicitaties gekregen van een burgemeester. Het is ooit anders geweest. Voordien kregen we altijd op onze kop.”

Houdt u van deze stad?

“Enorm! Ik zeg het vaak tegen mijn collega’s van andere steden: in Brussel beleef je elke dag iets anders. Steek ik de straat over, dan zit ik in Congo. Ga ik de andere kant op, kom ik in de Marollen. Ik heb er maar een paar jaar gewoond, en dan nog in Ukkel. Maar ik kwam er graag op bezoek. Alleen de bedelaars hebben mij altijd een beetje gestoord. Pas op, ik weet wel dat er armoede bestaat. U wilt niet weten in welke miserabele wijken ik als onderzoeksrechter ooit ben afgestapt. Beter is het er niet op geworden. De golden sixties van mijn tienerjaren zijn lang vervlogen.”

De souvenirkast gaat weer open. “Mijn vader was officier op de lange omvaart, mijn moeder was van de Franstalige bourgeoisie uit Kortrijk. Ik ben enig kind, grootgebracht in de kolonie Congo, door boys en mama’s. Toen we in de jaren zestig met vakantie gingen naar Frankrijk, staken we in het plaatsje Bray-Dunes de grens over. De kinderen liepen er op blote voeten en niet omdat het zomer was! Bij ons in Oostende werden de bunkers van de Duitsers opgeblazen, daar dienden ze nog altijd als woonst. Ik zeg het: je moet nooit vergeten dat het ons allemaal kan overkomen. Dat is met misdaad net zo.”

U kunt niet om met falen, zei u al. Wel dan met tergend open vragen, zoals die over de Roze Balletten of de Bende van Nijvel?

“Weet u, in al mijn dossiers heb ik gedaan wat ik meende te moeten doen. Ik ben niet voor niets voor een vijftal parlementaire onderzoekscommissies verschenen. Ik heb vastgesteld dat er stukken verdwenen waren uit het dossier van de Roze Balletten. Ik heb dat laten onderzoeken. Sommige zaken zijn weer opgedoken, andere niet. Ik kan niemand met de vinger wijzen. We moeten soms leren leven met wat er is, meneer.”

De volksmond zegt dat wie niet vindt, niet hard genoeg heeft gezocht.

“U kent ongetwijfeld Georges Marchais, de vroegere baas van de Franse Communistische Partij. Hij zei: ‘Le bilan est globalement positif’. Ik kan het niet beter zeggen.”

Bron » De Standaard

België heeft nu al grootste politiekorps van de Benelux

Een verhoging van het aantal politieagenten zal de criminaliteit in ons land niet doen dalen. België heeft nu al 3,7 agenten per 1.000 inwoners, meer dan de meeste andere Europese landen. “Een sterk politiekorps is geen kwestie van aantallen, maar van organisatie, efficiëntie en opleiding”, zegt criminoloog Cyrille Fijnaut.

De dood van een supervisor van de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB, die het slachtoffer werd van agressie, weekt heel wat emoties los. De discussie wordt meteen ook teruggevoerd op het zogenaamd nijpende tekort aan agenten in ons land. In Vlaanderen noteerden de politievakbonden vorig jaar een tekort van 1.923 agenten bij de lokale politie. Bij de federale politie schatten experts dat tekort op 1.200 agenten. Dat betekent een tekort van minstens 3.000 agenten.

Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) beloofde meteen 400 extra politieagenten. “Maar dat is niet meer dan een pleister op een houten been”, zegt Cyrille Fijnaut, emiritus hoogleraar criminologie in Leuven, Rotterdam en Tilburg. Fijnaut was nauw betrokken bij de doorlichting en reorganiatie van het Gentse politiekorps. “Een sterk politiekorps is geen kwestie van aantallen, maar van efficiëntie, organisatie en opleiding”, oordeelt Fijnaut.

Dat meer agenten niet per definitie tot een veiligere samenleving leiden, blijkt uit de cijfers van Eurostat, het bureau voor statistiek van de Europese Unie. Het onderzoeksbureau telde in 2009 39.861 agenten in ons land. Dat zijn er 3,7 per 1.000 inwoners. Daarmee is ons korps beduidend groter dan dat van Duitsland (3 per 1.000 inwoners), Luxemburg (3,2) en Nederland (2,2). Toch ligt in België de criminaliteit in België, 97 feiten op 1.000 inwoners, beduidend hoger dan in die landen.

Dat politievakbonden toch om meer personeel roepen, vindt Fijnaut normaal. “Een politietaak is oneindig: het kan altijd meer en beter.” Zelf ziet hij weinig heil in een grootschalige rekruteringscampagne. “België kan beter investeren een efficiënte politiestructuur. België telt bijna 200 politiezones. Hoewel de overheid in 2001 heeft beslist om naar een geïntegreerde politie te gaan, is daar in praktijk bitter weinig van te merken. Iedere zone werkt afzonderlijk, onder de eigen kerktoren.”

Vooral tegenover onze buurlanden lopen we achter. Fijnaut: “Nederland heeft één landelijke politie, Frankrijk twee, Duitsland één per deelstaat. Hun politieagenten zijn dan ook flexibeler. Dat Milquet geen capaciteit kan vrijmaken voor het openbaar vervoer, is een teken van onmacht. Als ze agenten naar Brussel haalt, krijgt ze gegarandeerd boze brieven van de burgemeesters van de betrokken gemeenten.” Ook de politieopleiding wacht nog altijd op hervorming. “Het heeft geen zin om agenten aan te werven, als ze geen proces verbaal kunnen opstellen.”

De specialist pleit voor een grondige doorlichting van de politie. Een gelijkaardige doorlichting draaide in 2001 uit op een sisser. “Het resultaat was een wereldvreemde analyse, waarin geen rekening werd gehouden met de problemen op het terrein. Onder meer door die mislukking wordt België nu geconfronteerd met allerlei problemen waarop men beter had kunnen inspelen, zoals de rondtrekkende bendes en de criminaliteit op het openbaar vervoer.”

Volgens Milquet is een tekort van 3.000 agenten overdreven. De minister maakt naar eigen zeggen werk van een aantal maatregelen om de administratieve last van politieagenten te verminderen. Daarnaast werkt ze aan een ‘optimalisatie’ van de federale politie. Die zou op basis van een snelle audit meer capaciteit moeten creëren.

Bron » De Morgen

Meer dan 3.000 agenten gezocht

Amper 44 van de 195 Belgische politiezones hebben genoeg agenten om de minimale behoeften te garanderen. Vlaanderen scoort ‘het best’. Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) beloofde meteen na de dood van een MIVB-controleur vierhonderd extra agenten in Brussel. “Louter een gat opvullen waardoor elders nieuwe gaten ontstaan”, klonk het bij de vakbonden meteen in koor. “Nagenoeg overal in het land zijn er al grote tekorten in de politiekorpsen. Er zijn heel weinig korpsen die manschappen kunnen missen.”

Een telling, gebaseerd op cijfers uit het repertorium van de lokale politie 2011, geeft de bonden overschot van gelijk. Na de politiehervorming in 2001 werd op basis van een tiental parameters een zogenaamde KUL-norm opgesteld: die bepaalt hoeveel aspiranten, inspecteurs, hoofdinspecteurs, commissarissen en hoofdcommissarissen er nodig zijn om de werking van een korps te garanderen. Een minimale bezetting, met andere woorden. Uit die cijfers blijkt dat de 195 politiekorpsen in ons land samen 30.556 lokale agenten zouden moeten tellen. In de praktijk zijn er 28.633 manschappen. Een tekort dus van bijna 2.000 personen.

Verschillende vakbonden schatten dat er bovendien op het federale niveau een tekort is van 1.200 politiemensen op een totaal van 12.000. Samengeteld zijn er over heel België dus meer dan 3.000 agenten te weinig. De toestand in de hoofdstad is – zelfs als de aangekondigde maatregelen van Milquet doorgaan – desastreus. Om een volwaardig uitgebouwd korps te vormen, hebben de zes Brusselse zones minstens 543 extra agenten nodig.

In het zuiden van het land is er verspreid over de 72 zones een tekort van liefst 803 agenten. In amper 9 van de 72 zones wordt de minimaal vereiste politiezorg gehaald. In Vlaanderen is de bezetting iets beter, met 35 van de 117 zones die aan de minimale berekening voldoen.

Het minst verontrustend is de situatie in Limburg, met 11 van de 17 zones die aan de normen voldoen. In de andere provincies zijn de cijfers ronduit bedroevend. Vooral in de (groot)steden Gent (-82), Antwerpen (-73), Brugge (-19), Leuven (-19) en Kortrijk (-16) is de nood aan extra krachten groot.

“Wij vragen al jaren tevergeefs versterking. Het plan van Milquet om vierhonderd extra agenten naar Brussel te halen, klinkt goed, maar lijkt mij gezien de situatie overal elders in het land volstrekt onhaalbaar”, zei de Gentse burgemeester Daniël Termont eerder. De cijfers geven hem gelijk. De vakbonden klagen al jaren over de steeds grotere tekorten bij de bevoegde minister.

“Telkens weer stuiten we op dat budgettaire plafond, waardoor er de voorbije jaren maximaal 1.000 aspiranten konden beginnen. Hoewel er gemiddeld zo’n 1.500 agenten met pensioen gaan. Hoog tijd dus dat er op het hoogste niveau fundamenteel andere keuzes worden gemaakt”, zegt Gert Cockx, voorzitter van de politievakbond NSPV. Bij de federale politie wilde men niet uitwijden over de cijfers. Ook bij de Vaste Commissie van de Lokale Politie was niemand bereid tot commentaar.

Bron » De Standaard

Parketten weten niet hoeveel ze uitgeven

De parketten in ons land spenderen ruim honderd miljoen euro per jaar aan tolken, deurwaarders, telefoontaps, … maar ze weten zelf amper hoeveel ze uitgeven. “Iedereen doet eigenlijk zijn zin”, zegt de Commissie voor Modernisering van de Rechterlijke Orde (CMRO). Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) laat weten dat er een nieuwe rondzendbrief over de gerechtskosten zit aan te komen.

Geen enkel parket weet hoe hoog de gezamenlijke factuur van Justitie oploopt, negen op de tien weten niet dat het budget eigenlijk is opgesoupeerd en een absolute minderheid houdt bij welke betalingen hun griffie of de overkoepelende FOD (federale overheidsdienst) Justitie voor hen uitvoert. Van een structurele boekhouding is geen sprake.

Vorig jaar stuurde de CMRO naar alle parketten en griffies een vragenlijst over de gerechtskosten. Daaruit blijkt dat een kwart de factuur niet controleert en rechtstreeks doorstuurt naar de griffie of de Federale Overheidsdienst. Ook van kwaliteitscontrole is geen sprake. Doordat driekwart van de griffies en een derde van de parketten geen aparte “gerechtskosten” aan het dossier toevoegen, is het ook voor een rechter moeilijk om in te schatten hoeveel die precies bedragen bij een veroordeling.

Minister Turtelboom kondigt een nieuwe rondzendbrief aan. “Daarin zal uitdrukkelijk worden gevraagd om zo veel mogelijk briefwisseling elektronisch te laten verlopen”, zegt haar woordvoerster in de krant De Standaard. Deskundigen zullen ook maar één verslag en één memorie kunnen indienen om dubbels ter vermijden.” Daarnaast loopt er een proefproject met dagprestaties voor vertalers en tolken.

Bron » De Morgen