Ook Jean-Claude Lacroix begeleidt Fortiscommissie

De Fortis-onderzoekscommissie heeft nu ook een Franstalige magistraat gevonden om haar werkzaamheden te begeleiden. Het gaat om Jean-Claude Lacroix, emeritus voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Charleroi en gewezen onderzoeksrechter in het dossier van de Bende van Nijvel.

De commissie kwam donderdagavond kort samen om hiervan akte te nemen. Eerder zegde emeritus procureur-generaal bij het Hof van Cassatie Jean du Jardin al toe om de onderzoekscommissie te begeleiden.

Die kan na de heisa over de vier experts en hun ontslag nu echt aan de slag gaan. De commissie komt volgende week vrijdag opnieuw samen. Ondertussen gaat voorzitter Bart Tommelein met de magistraten rond de tafel zitten om onder meer de hoorzittingen voor te bereiden. Die gaan de maandag na de krokusvakantie van start.

Bron » De Standaard

Onderzoek Bende van Nijvel kent technische problemen

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel kampt met technische problemen. Deze computerproblemen hebben de verantwoordelijken van het onderzoek, de onderzoeksrechters Jean-Claude Lacroix en Jean-Paul Raynal, ertoe aangezet de jaarlijkse vergadering met de familieleden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel uit te stellen. Dat bevestigt de cel-Jumet, die het onderzoek voert naar de Bende van Nijvel.

Sinds bijna één jaar kunnen geen nieuwe documenten meer gescand worden. De scanner is het geheugen van het Bende-ondezoek. Alle dossiers die mogelijk betrekking hebben op de reeks overvallen die de Bende in het midden van de jaren tachtig heeft gepleegd en waarbij ten minste 28 dodelijke slachtoffers zijn gevallen, zijn via de scanner in een computer opgeslagen.

Het is op basis van deze opgeslagen informatie dat een ploeg Franse profilers (criminologen en psychologen) een profiel van de daders zal proberen te schetsen. Hun werk zal bemoeilijkt worden omdat zij de gegevens die het afgelopen jaar in de gerechtelijke dossiers zijn opgenomen manueel moeten verwerken.

De cel-Jumet wenste gisteren niet te zeggen wat de precieze oorzaken van de computerproblemen zijn.Wellicht kan de federale minister van Justitie, Marc Verwilghen (VLD), vandaag hierover toelichting geven. Verwilghen wordt over de situatie bij het Bende-onderzoek aan de tand gevoeld door CD&V-kamerlid Tony van Parys.

Bron » De Tijd

Het onderzoek van de laatste kans

Het Belgische gerecht sleept de Bende van Nijvel met zich mee als een blok aan het been. Ten minste 28 personen werden in de jaren 80 door blinde agressie om het leven gebracht. Waarom en door wie? Op deze vragen kon het gerecht tot op heden geen antwoorden formuleren. Plotseling blijkt het ophelderen van het mysterie van de Bende van Nijvel de prioriteit van het Belgische gerecht te zijn geworden. Minister van Justitie Stefaan de Clerck geeft de Bende-speurders alle middelen om hun zoektocht tot een goed einde te brengen. Lukt het deze keer? De kroniek van het onderzoek van de laatste kans.

Het Bende-verhaal start in het begin van de jaren 80. Tussen 1981 en 1983 wordt vooral in Waals-Brabant een reeks overvallen en diefstallen gepleegd. Daarbij vallen twaalf doden. Enkele overvallen eindigen in een slachtpartij. Zo de overval op wapenhandelaar Dekaise op in Waver, waarbij een politieman het leven laat, en de inbraak in het Colruyt-warenhuis in Nijvel waarbij de ‘inbrekers’ in ware commandostijl twee getuigen en een rijkswachter afmaken vooraleer de toegesnelde politiediensten onder vuur te nemen. De doders trekken ook één keer naar Temse waar zij de man van de huisbewaarster van de firma Wittock-Van Landeghem genadeloos neerschieten terwijl zij kogelwerende vesten stelen.

De Bende van Nijvel krijgt door deze zware aanslagen haar naam. Het is echter pas in 1985 dat de Bende haar echte dimensie zal krijgen. Bij aanslagen op de Delhaize-warenhuizen van Eigenbrakel en Overijse (september 1985) en Aalst (november 1985) vallen 16 doden. De Bende-doders treiteren bij deze aanslagen als het ware de politiediensten. De zwakke punten van het Belgische veiligheidsbestel worden door deze laatste reeks aanslagen op schrijnende wijze blootgelegd.

Toch zal het nog maanden duren vooraleer het gerecht het onomstotelijke bewijs vindt dat beide reeksen aanslagen met mekaar in verband kunnen gebracht worden. Op verzoek van de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch, die belast is met de moordende Bende-raids in Temse en Aalst, wordt in november 1986 in de zwaaikom van Ronquières gedoken naar mogelijk bewijsmateriaal. Een jaar nadat het gerecht van Nijvel een gelijkaardige zoektocht vruchteloos afsloot, vinden de duikers van Troch verschillende zakken. In die zakken zitten wapens en hulzen die gediend hebben bij de eerste reeks overvallen alsook de babysafe van de Delhaize van Aalst. Meteen bestaat er een materieel element dat het verband legt tussen beide reeksen overvallen, die van ’81-’83 en die van ’85.

Informatie-uitwisseling

Vanaf dat ogenblik is er een wederzijdse informatie-uitwisseling tussen de speurders van Freddy Troch en de speurders van onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix. Lacroix leidt in Charleroi het onderzoek naar de Bende-moorden nadat het Hof van Cassatie het onderzoek na procedurefouten uit handen nam van het gerecht van Nijvel. Beide mannen zitten op dezelfde golflengte en merken dat zij onafhankelijk van mekaar dezelfde sporen bewandelen. Zij beslissen dan ook om samen te werken.

Zo trekken zij in 1989 samen op rogatoire commissie naar de Verenigde Staten waar zij ex-rijkswachter Martial Lekeu aan de tand gaan voelen. Bij hun terugkeer vernemen zij dat zijn gewezen BOB-collega’s Madani Bouhouche en Robert Beijer betrokken zijn bij de moord op een Antwerpse diamantair, Ali Suleiman Ahmad. Het gaat om twee personen die zij in het kader van hun onderzoek ook aan de tand wilden voelen. Er worden plannen gesmeed voor een cel die beide speurdersploegen in Brussel samen zou brengen.

Zij willen daarbij ook de ploeg van rechter Luc Hennart uit Nijvel betrekken. Die onderzoekt het dossier van de vermoorde FN-ingenieur Juan Mendez, waar Bouhouche en Beijer de hoofdverdachten zijn. Maar de gezamenlijke speurdersploeg, die voor de drie rechters werkt, komt er nooit. Onderzoeksrechter Lacroix wordt in januari 1990 als raadsheer benoemd bij het hof van beroep van Bergen en Freddy Troch verliest in december 1990 zijn dossier na een beslissing van de kamer voor inbeschuldigingstelling (KI) van Gent. Aangezien de KI meende dat het om één groot dossier gaat, besliste de KI om alle dossiers in Charleroi onder te brengen.

Een eersteklas begrafenis van het Bende-onderzoek, luidt het in de perscommentaren nadat de beslissing van de overheveling van het dossier-Troch naar Charleroi bekend raakt. De wijze waarop het onderzoek door rechter Pierre Hennuy, de opvolger van Lacroix, gevoerd wordt, blijkt deze stelling te bevestigen. De speurdersploeg van Hennuy wordt stelselmatig afgebouwd en in 1995 heeft Hennuy nog vier voltijdse onderzoekers die zich in het Bende-dossier vastbijten. Toch laat de procureur-generaal van Bergen Georges Demanet het dossier niet los. ‘Zolang ik procureur-generaal ben, zal ik er alles aan doen om een antwoord te vinden op de vragen waarom en door wie de Bende-slachtoffers om het leven zijn gebracht’, zegt Demanet in juni 1995, enkele maanden voor de tiende verjaardag van de Bende-raids in Overijse, Eigenbrakel en Aalst.

Garageboxen

Begin 1995 veroordeelt het Brabantse assisenhof Madani Bouhouche en Robert Beijer voor hun aandeel in een reeks misdrijven die rechter Hennart aan het dossier-Mendez gekoppeld heeft. Twee speurders van de cel-Jumet, die het onderzoek naar de Bende van Nijvel voert, volgen alle zittingen van het proces-Mendez. Voor de moord op Mendez worden de beide voormalige rijkswachters door de assisenjury vrijgesproken.

Uit het onderzoek van Hennart blijkt dat Bouhouche en Beijer in de jaren 80 talrijke garageboxen en flats gehuurd hebben. De speurders van Hennart kunnen niet achterhalen waarvoor die gediend hebben. Zij leggen het verband met de Bende die opslagplaatsen voor wapens en voertuigen nodig had, maar de speurders mogen van rechter Hennart hun werkhypotheses niet onderzoeken. Hennart wil zijn dossier naar het assisenhof brengen en door het leggen van verbanden met de Bende van Nijvel dreigt zijn dossier op de lange baan geschoven te worden. Hij weigert dan ook elke inmenging.

Tweede Bende-commissie

De tiende verjaardag van de moordende Bende-raids in Overijse, Eigenbrakel en Aalst krijgt in de media heel wat weerklank. Parlementsleden willen weten waarom het dossier na tien jaar nog tot geen oplossing heeft geleid en de tweede Bende-commissie wordt op stapel gezet. De commissie wijdt ettelijke zittingen aan het probleem. Zij besluit dat Hennart zich bij de behandeling van zijn dossier aan de wettelijke rechtsregels heeft gehouden.

Toch blijft de wrange indruk leven dat een intense samenwerking het Bende-dossier in het begin van de jaren 90 heel wat verder vooruit had kunnen helpen. Het parket-generaal van Bergen beseft dit maar al te goed en vraagt in de eerste helft van de jaren 90 meermaals om een officiële kopie van het dossier-Mendez. Een vraag die pas na de uitspraak van het assisenhof in de zaak-Mendez ingewilligd wordt. Onmiddellijk wordt in Jumet gestart met een analyse van het lijvige Mendez-dossier.

Tegelijkertijd vormt procureur-generaal Demanet een steundienst die de Bende-speurders moet helpen. In die steundienst zitten speurders die de afgelopen jaren werkzaam waren bij de Staatsveiligheid, in de onderzoeken naar de bende-Haemers, de bende-De Staercke, het Brusselse milieu en de zaak-Mendez. Jean-Claude Lacroix, die intussen voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Charleroi is geworden, is bereid om zich opnieuw op het onderzoek te werpen.

Hij wordt bijgestaan door een nieuwe onderzoeksrechter terwijl het parket-generaal bijna voltijds een advocaat-generaal aanwijst om het dossier op te volgen. De nieuwe ploeg wil alle sporen die nog niet volledig zijn uitgespit, doornemen. Daarbij laten zij zich voorlichten over de vorderingen die de wetenschap sinds de jaren 80 heeft gemaakt en beslissen zij een beroep te doen op DNA-analyses en verhoren onder hypnose. De resultaten van deze nieuwe speurtechnieken hebben de voorbije maanden geleid tot het verspreiden van robotfoto’s en het oproepen van mogelijke verdachten voor DNA-analyse.

Prioriteit

De nieuwe ploeg heeft eind december haar huiswerk gemaakt. Op basis van de bevindingen van de tweede Bende-commissie en op basis van hun eigen vaststellingen, maken Lacroix en zijn collega Raynal een lijst op van de sporen die zij nog moeten uitspitten. Hiervoor zijn ook extra middelen nodig. Begin januari krijgen minister van Justitie Stefaan de Clerck en het college van procureurs-generaal het lijstje van verzuchtingen van Lacroix en Raynal. In februari beslist het college samen met de minister dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel een prioriteit wordt.

Lacroix krijgt in totaal een ploeg van meer dan 100 mensen toegewezen. In het verleden bestond de ploeg speurders uit nooit meer dan 25 tot 30 personen. Het DNA-analyseprogramma wordt opgestart. Nieuwe robotfoto’s zullen verspreid worden en talrijke onderzoeksdaden in binnen- en buitenland opgestart als het team definitief is samengesteld.

Of deze aanpak tot een doorbraak in het onderzoek zal leiden is maar de vraag. Het gerecht wil enkel alle oude sporen tot op het bot uitzoeken. Als het antwoord over de Bende van Nijvel in die sporen verborgen zit, zal het gerecht hier tegen het jaar 2000 klaarheid in kunnen scheppen. Zoniet zal het verhaal van de Bende van Nijvel het grootste trauma van het Belgische gerecht blijven.

Bron » De Tijd | Stephan Verheyden

Onderzoeksrechters maken ruzie tijdens hoorzitting Bende-commissie

Op de laatste dag waarop zij hoorzittingen hield, was de onderzoekscommissie van de Kamer die nagaat wat er is misgelopen in het onderzoek naar de Bende van Nijvel dinsdag getuige van een hoogoplopende ruzie tussen de (ex-)onderzoeksrechters Troch, Lacroix en Hennart. De eerste twee beschuldigden de derde ervan onvoldoende informatie te hebben doorgespeeld over het onderzoek naar de moord op FN-topman Mendez.

Hennart ontkent dat. Ex-onderzoeksrechter Freddy Troch (Dendermonde) en onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix (Charleroi) vermoedden dat er een verband was tussen de Bende van Nijvel en de moord op FN-topman Mendez. In die laatste zaak werden de namen genoemd van de extreem-rechtse rijkswachters Bouhouche en Beijer, die volgens sommigen ook bij de Bende van Nijvel zouden zijn betrokken

Luc Hennart, die als onderzoeksrechter in Nijvel het dossier-Mendez volgde, ontkende de aantijging van zijn oud-collega’s. Volgens hem heerst er een obsessie om alles in verband te brengen met Bouhouche en Beijer. Troch concludeerde uit de problemen in het onderzoek naar de Bende van Nijvel dat er een gestructureerd overleg tussen de verschillende onderzoeksrechters moet komen.

Vóór de middag getuigden de nationale magistraten André Vandoren en Patrick Duinslaeger. Als federale parketmagistraten ‘avant la lettre’, belast met de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, stonden Vandoren en Duinslaeger sinds 1988 in voor de doorstroming en coördinatie van tips en onderzoeksgegevens die het Bende-onderzoek konden aanbelangen. Volgens de getuigen is dit al die jaren ook systematisch gebeurd en werden alle elementen in ‘real time’ overgemaakt aan de bevoegde onderzoeksrechters.

Dat betekende echter niet dat de 23ste ‘nationale brigade’ van de Gerechtelijke Politie, waarover Vandoren en Duinslaeger (als parketmagistraat) toezicht houden, ook systematisch heeft meegewerkt aan het Bende-onderzoek. Hun zogenaamde superspeurders, belast met de bestrijding van het zware banditisme, werden integendeel door de korpschefs vrij snel weggetrokken uit een dossier dat de inzet van de beste mensen vereist(e), zo bevestigden de getuigen.

Volgens hen was deze lacune echter geen kwestie van gebrek aan goede wil, laat staan obstructie, maar vooral een gevolg van de achterhaalde structuur van het korps, de soms gebrekkige coördinatie en samenwerking – lees naijver – tussen de hiërarchisch autonome brigades die elk afzonderlijk worden geconfronteerd met problemen als onderbezetting en hoge werkdruk.

De getuigen bevestigden voorts dat zij – voor zover dat in hun bevoegdheid lag – niet ten volle werden betrokken bij de beraadslaging over de coördinatie- en communicatieproblemen tussen de onderscheiden onderzoekscellen. Meer nog, de beslissing van eind 1990 om het Dendermondse dossier te voegen bij dat van de cel-Jumet, moesten ze vernemen uit de pers.

Voor nogal wat commissarissen was dat een bijkomend bewijs dat de ontlasting van onderzoeksrechter Troch, ten voordele van Lacroix, een van bovenaf opgedrongen manoeuvre was, ‘met minstens een bijsmaak van manipulatie’, zoals Ignace van Belle (VLD) zei. Vandoren en Duynslaeger hielden zich echter wat dit laatste betreft op de vlakte.

Toen de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch in augustus 1990 een ultieme poging ondernam om alsnog tot een gestructureerde samenwerking te komen tussen Charleroi, Nijvel en Jumet, bepleitten de nationale magistraten diens voorstel bij de bevoegde instanties. ‘Norbert Bauwens (procureur-generaal Gent) en het kabinet van minister van Justitie Wathelet leken het toen nog gunstig gezind’, zo stelden de getuigen. Amper twee maanden later was het tij echter gekeerd ‘ten nadele’ van Dendermonde en hadden Bauwens en zijn collega Demanet van Charleroi het op een akkoord gegooid.

De huidige leider van het Bende-onderzoek liet dinsdag een en ander veeleer gelaten over zich gaan. Misschien noodgedwongen omdat Lacroix nog dag aan dag geconfronteerd wordt met de opdracht de daders van 28 moorden te ontmaskeren en daarbij gebonden is door het onderzoeksgeheim. Hij herhaalde wel nog hoop te koesteren. Niet zozeer in de richting Bouhouche-Beyer. Maar er bestaat volgens Lacroix wel degelijk nog een ‘ultieme’ kans om de tientallen namen die momenteel worden geplakt op de nieuwe robotfoto’s, te toetsen aan de resultaten van het DNA-onderzoek.

Bron » De Tijd

‘Einde van de tunnel is nog lang niet in zicht’

‘Het einde van de tunnel is nog steeds niet in zicht’, zo zei rijkswachtcommandant Didier Schot maandag voor de parlementaire Bende-commissie. Schot, die sinds juli 1987 werkzaam is in de cel van Jumet, gaf daarmee te kennen dat men vijftien jaar na het eerste wapenfeit van de Bende van Nijvel eigenlijk nergens staat. Sporen waren er genoeg, maar enig houvast was er nooit. Didier Schot was jarenlang belast met de leiding van de rijkswachters in de Bende-cel van Jumet.

Tal van sporen zoals extreem-rechts, de roze balletten, de moord op Juan Mendez enzovoort werden uitgespit, maar leverden geen resultaten op. Eigenlijk staat men zo goed als nergens, zo bleek maandag op de commissie. Deze was enigszins verrast door de getuigenis van Schot.

Enkele maanden geleden vertelde onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix immers iets totaal anders. Lacroix had voor de commissie zijn hoop uitgesproken dat het eerste masker nog voor de vakantie zou kunnen vallen. Schot is duidelijk minder optimistisch gestemd, al wou hij de hoop van de onderzoeksrechter ook niet helemaal de grond inboren. ‘ Er is nog een kans. We vuren wel onze laatste kogels af’, aldus de getuige.

Traag

Volgens de getuige heeft de recente verspreiding van een nieuwe reeks robotfoto’s massa’s tips opgeleverd. Het duurt evenwel nog maanden alvorens de informatie is nagetrokken. De nieuw ingewonnen informatie wil de cel-Jumet trouwens vergelijken met de resultaten van een reeks DNA-onderzoeken, die worden uitgevoerd op hoedjes, kledingstukken en pruiken die door de Bende zijn gebruikt. ‘De laboratoriumonderzoeken zijn twee jaar geleden aangevraagd. Wij hebben nog steeds geen resultaten gekregen’, aldus de getuige.

Traagheid lijkt wel troef in het Bende-onderzoek. Schot vertelde dat het meer dan drie jaar duurde alvorens een verdacht wapen dat zich in Amsterdam bevond, werd overgemaakt aan Jumet. Er werd in Nederland een foto opgevraagd van een verdachte. Die foto kwam er pas na zes maanden. Toelatingen om rogatoire commissies uit te sturen, lieten weken of maanden op zich wachten.

Nog erger zijn de onherstelbare fouten die in het onderzoek zijn gepleegd, aldus Schot. Zo is het oorspronkelijke gerechtelijke dossier over de moord van de Brusselse taximan Angelou in 1982, spoorloos verdwenen. Ook belangrijke overtuigingsstukken zijn kwijtgeraakt. Zo is een haartje dat van één van de daders werd gevonden, vernietigd door het laboratorium dat onderzoek moest verrichten op het haar.

Hetzelfde gebeurde met de wagens van de Bende waarop men de hand had kunnen leggen. Die wagens zijn naar de schroothoop gegaan. Volgens Schot moest de cel-Jumet zijn onderzoek baseren op onzorgvuldige of zelfs foutieve vaststellingen in de plaats van feiten. Belangrijke getuigen werden na de feiten zelfs niet gehoord.

Over de samenwerking met de gerechtelijke politie was Schot niet te spreken. De speurders van de GP werden bijna allen weggetrokken uit Jumet. Ze mochten enkel nog vanuit hun eigen kantoren in ofwel Brussel, Bergen, Nijvel of Charleroi meewerken aan het onderzoek. De overheveling van Jumet naar het thuisfront, werd beslist door commissaris Christian de Vroom. Die vond dat er in Jumet onvoldoende controle was op de werkzaamheden van de politiemensen. Schot bevestigde dat.

Hij had nog een schrijnende anekdote over voor de commissie. In september 1988 gaf De Vroom het bevel om zes van de zeven elektrische schrijfmachines die de GP ter beschikking had gesteld van de cel-Jumet, weer weg te halen. ‘Plots hadden de vijftien speurders uit de cel nog welgeteld één machine ter beschikking.’

Bron » De Tijd | René De Witte

De doos van Pandora mocht niet open

Een dossier van één miljoen bladzijden. Dat is de berg papier die de onderzoekers hebben verzameld in verband met de Bende van Nijvel. Computerapparatuur om een en ander te ordenen, hebben de speurders tot vandaag nog niet ter beschikking. Elf jaar na het laatste wapenfeit van de Bende – het bloedbad dat in november ’85 in Aalst acht doden eiste – staat het gerecht nog nergens. Dat is niet de fout van de ontbrekende computer, maar het gevolg van een verpletterende reeks blunders en vooral van onwil. Wie de Bende wil begrijpen, trekt immers een doos van Pandora open. Kan België de waarheid wel aan?

Vandaag start de parlementaire onderzoekscommissie naar de Bende van Nijvel haar echte werkzaamheden. Vrijdag hield voorzitter Tony van Parys van de Bende-commissie een zogezegde opwarmingsronde. Jean-Marie Schlicker, Freddy Troch en Jean-Claude Lacroix die als onderzoeksrechters belast zijn geweest in het onderzoek naar de Bende, kwamen hun relaas doen over de feiten die ze hadden onderzocht en lichtten een tipje van de sluier op over de wijze waarop dat onderzoek gebeurde.

Hun bezoek was bedoeld om het geheugen van de commissieleden op te frissen en dus niet om het echte debat te openen. Oninteressant werd het nochtans niet. Zo zorgde Lacroix voor de opmerkelijke uitspraak dat de Bende – of althans enkele leden ervan – over enkele maanden mogelijk toch wordt ontmaskerd. Precies om deze ultieme kans op opheldering niet in het gedrang te brengen, zei Lacroix dat hij aan de commissie geen details zal of wil geven over de huidige stand van zaken. Een begrijpelijke wens, al betekende het meteen dat Lacroix zich indekte voor de al te vervelende vragen die ongetwijfeld op hem zullen afkomen.

Vandaag wordt Michel Schlicker als eerste getuige verhoord. Ook Schlicker dekte zich vrijdag al in. De ogenschijnlijk minzame substituut van Nijvel begon zijn uiteenzetting vrijdag met de bekentenis dat hij ter voorbereiding van zijn bezoek aan de commissie en ter opfrissing van zijn geheugen, een boek over de Bende had herlezen.

Het zou jammer zijn dat Schlicker in verband met cruciale punten van het onderzoek vandaag voor de commissie aan acuut geheugenverlies zou lijden. Schlicker is immers de bevoorrechte getuige om te vertellen hoe zijn overste, procureur des Konings Jean Deprêtre van Nijvel, het Bende-onderzoek systematisch naar de vaantjes hielp.

Schlicker was vrijdag in zekere zin de stem van zijn meester. Net als Lacroix vertelde hij nooit verbanden te hebben kunnen leggen tussen de verschillende slachtoffers van de Bende. Dat past perfect in de visie die Deprêtre koppig is blijven verdedigen, namelijk dat de Bende van Nijvel een zootje ongeregeld is uit het klassieke gangstermilieu.

Dat de laatste aanslag van de Bende met acht doden en acht zwaar gekwetsten een bloedbad zonder weerga was, bracht Deprêtre niet op andere ideeën. De moorddadige aanval schreef hij toe aan een diep ingewortelde haat tegen de maatschappij die de gangsters op beestachtige wijze hadden willen koelen. Daarmee kende Deprêtre het Belgische gangsterisme een wereldprimeur toe. Nergens in de literatuur zijn immers voorbeelden te vinden van gangsters die – zoals onder meer in Aalst – op koelbloedige wijze kinderen afslachten. Dergelijke feiten zijn ooit wel toegeschreven aan terroristen, maar dat was precies een van de mogelijkheden die de procureur des konings bij voorbaat uitsloot. Ook de hypothese dat de Bende een actie was van extreem-rechts werd uitgesloten. Allicht terecht.

Het Bende-onderzoek staat bol van voorbeelden van manipulatie. Meer dan waarschijnlijk is het extreem-rechtse spoor dat geregeld werd uitgestippeld, een zorgvuldig uitgekiend dwaalspoor. Organisaties als Westland New Post en Front de la Jeunesse hebben ongetwijfeld raakpunten met de Bende, maar niets wijst op een directe betrokkenheid bij de overvallen. WNP en FJ lijken eerder te hebben geopereerd in de logistiek rond de Bende of als handlangers van de opdrachtgevers van de Bende.

Ook onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix van Charleroi zei vrijdag geen motief te hebben gevonden. ‘Ik werk niet aan theoretische modellen. Ik zoek naar feiten en bewijzen’, zei hij vrijdag tegenover de commissie.

Mythe

‘De bende van Nijvel is een mythe’, zei gewezen topman van de staatsveiligheid Albert Raes enkele jaren geleden voor de televisiecamera’s. Uitleg gaf Raes niet, maar allicht bedoelde hij dat er geen wel te omlijnen Bende heeft bestaan. En dat hij ‘de Bende van Nijvel’ meer als een verzamelnaam ziet voor verschillende commando’s die mekaar niet noodzakelijk kenden en ook niet noodzakelijk hebben geweten welk doel ze hebben gediend.

Een analyse van de feiten toont aan dat de opvatting van Raes niet op lucht is gebouwd. Zo waren er twee reeksen aanslagen: een eerste van maart ’82 ecember ’83 (met 20 wapenfeiten) en een tweede – even korte als hevige – reeks met de bloederige aanslagen in de Delhaize-filialen van Eigenbrakel en Overijse (27 september 1985 en acht doden in totaal) en van Aalst (9 november 1985, acht doden). De tweede reeks – die meer weg heeft van terroristische aanslagen dan van winkelovervallen – is niet te vergelijken met de eerste.

Tussen de twee reeksen werd enkel een verband gelegd toen de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch in november ’86 in een zwaaikom van het kanaal Brussel-Charleroi wapens en munitie vond die in de twee reeksen waren gebruikt. Het leek destijds alsof Troch een miraculeuze vondst had gedaan, maar niets was in feite minder waar. Troch en zijn speurders borduurden met hun speurwerk in feite verder op twee getuigenissen die de Bende-onderzoekers van Nijvel kort na de overval in Aalst hadden gekregen over het dumpen van zakken in de zwaaikom. Nijvel had toen welgeteld één duiker ingezet om de feiten na te trekken. Die had het na twee uur dreggen voor bekeken gehouden. Troch deed uiteindelijk maar wat Nijvel een jaar eerder had moeten doen: vakkundig zoeken.

De vondst deed vele vragen rijzen. Waarom had de Bende de zakken gedumpt op een plek waar het gevaar op getuigen zo groot was? Waarom werden de zakken gedumpt in een zwaaikom waar er weinig of geen scheepvaartverkeer was, waar met andere woorden de zakken lange tijd roerloos zouden blijven liggen en de kans op ontdekking groot zou blijven? De hamvraag was echter waarom de Bende de zakken zo uitdrukkelijk had gesigneerd door munitie van zowel de eerste als de tweede reeks aanslagen samen te dumpen.

Toen de zakken in november ’85 werden gedumpt, liet het parket van Nijvel nog steeds uitschijnen dat het met de aanhouding van de bende-Cocu (de zogenaamde Borains) de kopstukken van de Bende achter de tralies had gezet. Het was vooral procureur Deprêtre die tegen de mening in van een aantal speurders, ervan overtuigd was dat met Cocu & co het enigma was opgelost. De Borains konden evenwel enkel aansprakelijk worden gesteld voor de eerste reeks aanslagen. De koppeling maken tussen de eerste en de tweede reeks, was het signaal dat Deprêtre de bal had misgeslagen. Cocu & co konden misschien wel op enige wijze betrokken zijn geweest bij de Bende, de organisatie was in elk geval niet ontmanteld.

Verscheidene waarnemers blijven ervan overtuigd dat de Bende bestond uit verschillende commando’s. De Bende zou trouwens maar een onderdeel zijn van een grotere criminele organisatie. Deze organisatie zou meer slachtoffers op haar geweten hebben dan de 28 doden die officieel worden toegeschreven aan de Bende.

Trafieken

Twee speurders van de BOB in Waver, Bihay en Dussart, waren een eind in die richting aan het werken toen zij door procureur des Konings Deprêtre werden teruggefloten. De rijkswachters hadden vooreerst het duidelijke ballistische verband kunnen leggen tussen een aantal Bende-feiten uit ’82 en ’83. De overval op wapenhandelaar Dekaize in Waver op 30 september ’82 had hen op het spoor gebracht van gigantische wapen- en drugtrafieken. Deze trafieken, waarbij landen uit het Midden-Oosten hun wapenarsenaal financierden met drugexporten, werd onder supervisie van de Russische inlichtingendienst KGB gevoerd vanuit Bulgarije en meer bepaald vanuit het bedrijf Kintex, officieel een in- en uitvoerbedrijf maar in de praktijk de draaischijf van de trafieken.

Bihay en Dussart brachten de Belgische vertakkingen van Kintex in kaart, alsook de rol die de havens van Antwerpen en Zeebrugge speelden in de wapen- en drugtransporten. Een vijftiental leden van de ‘Belgian Connection’ bleken volgens de BOB’ers direct of indirect in verband te staan met een aantal feiten van de Bende van Nijvel. Er waren tevens aanwijzingen dat de Bende-feiten niets meer of minder zouden geweest zijn dan een reeks afrekeningen. Bihay en Dussart hadden ook oog voor het dossier van de Roze Balletten, een dossier dat onder meer door Deprêtre als ‘lucht’ wordt beschouwd, maar dat door anderen wordt beschouwd als een van de sleutels om het geheim te ontrafelen.

Doorgedreven onderzoek had Bihay en Dussart ongetwijfeld doen uitkomen op het verborgen, perverse België van de jaren zeventig en tachtig: de wijze waarop de Waalse wapenindustrie internationale embargo’s op het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Zuid-Afrika omzeilde (de zaak-Juan Mendez, een ingenieur van FN die in ’86 werd vermoord), de drugtrafieken die al dan niet onder toezicht van de rijkswacht het land werden ingesmokkeld (de zaak-François), de rol van de Staatsveiligheid (afdeling Antwerpen) in een zwendel in Marlboro-sigaretten, de infiltratie van de KGB in bepaalde staatsdiensten, het witwascircuit, ‘confituurfuiven’ met hooggeplaatste politici, magistraten en zakenlui, misbruik van kinderen in roze en andere balletten, afpersingen met video- en audiocassettes, de financiering van extreem-rechtse organisaties vanuit Zaïre, rt.

Anders gesteld: Bihay en Dussart waren op weg het verband te leggen tussen gemeenrechtelijke feiten en dossiers die bepaalde financiële en politieke milieus van het land in opspraak hadden kunnen brengen. Dat was trouwens ook de mening van de Brusselse substituut Godbille die, als getuige tijdens de eerste Bende-commissie (tussen april ’88 en mei ’90), uitdrukkelijk de vraag stelde of het niet tijd werd het verband te onderzoeken tussen de Bende en een aantal financiële dossiers.

Godbille vatte de problematiek als volgt samen: ‘N’est-il pas temps de se poser la question de savoir si un certain milieu criminel en Belgique n’a pas réussi à échapper aux enquêteurs en infiltrant certains milieux économiques, politiques et judiciaires, en profitant de leurs faiblesses pour mieux les pervertir notamment par l’exercice de diverses chantages, ne fusse que celui d’avancement dans la carrière’.

Procureur des Konings van Nijvel Deprêtre zag het anders. De doos van Pandora mocht niet open en dus moesten Bihay en Dussart hun onderzoek stopzetten. Een maand nadat ze hun allerlaatste onderzoeksrapport in augustus ’85 hadden afgeleverd, sloeg de Bende van Nijvel weer toe. De Bende had zich twee jaar lang gedeisd gehouden.

De nieuwe Bende-commissie beschikt voor haar werkzaamheden over een 1.000 bladzijden dik, ultra-confidentieel rapport met daarin documenten die – aldus een commissaris – springstof zijn. Mogelijk zal Schlicker vandaag uitleggen waarom Nijvel talloze documenten liet verdwijnen, bewijsstukken liet vernietigen, stukken ter ontlasting van verdachten achterhield of bepaalde noodzakelijke onderzoeksdaden niet of slecht uitvoerde.

Tijdens de eerste Bende-commissie kon een aantal belangrijke figuren uit het onderzoek de commissarissen naar believen wandelen sturen. Deze commissie heeft het mandaat van een onderzoeksrechter. Getuigenissen gebeuren deze keer onder eed. Nu nog hopen dat vrijdag ook het geheugen van de onderzoeksrechters werd opgefrist.

Bron » De Tijd | René De Witte